Feeds:
Berichten
Reacties

Tussen al die katholieke hoogdagen in mei en in juni – waar we dus ook al onze verlengde weekends aan te danken hebben – mogen we ook de verjaardag van de patroonheilige van de bloemenwinkels en ontbijtmanden niet vergeten. Die valt namelijk toevallig op moederdag. Tweede zondag van mei naar het schijnt en de dag dat moeders overal te lande (behalve in Antwerpen en in de Kempen) in bed blijven liggen tot hun kinderen hen een snoteitje en aangebrande toastjes op bed komen brengen en daarna met veel bewonderende blikken schattige knutselwerkjes in ontvangst nemen.

Q-music wil komaf maken met het wat oubollige imago van die moederkesdag door op zoek te gaan naar de ‘lekkerste mama’ van Vlaanderen. Vergis u echter niet: het is niet zo dat jonge moeders flesjes afgekolfde melk mogen opsturen die dan door specialisten als Sergio Herman en Peter Goossens op textuur en smaak beoordeeld zullen worden. Neen, met de ‘lekkerste mama’ wordt hier wel degelijk  de relatief recent ontdekte diersoort de ‘MILF’ bedoeld. Verspreidingsgebied: voornamelijk de US of A, maar sinds enkele jaren wordt deze species ook gesignaleerd in Europa. Haar bestaan wordt voornamelijk gedocumenteerd in gespecialiseerde vakbladen die we ook wel ‘de boekskes’ noemen.

De Mother I’d Like to Fuck dus, want niets toont zoveel appreciatie voor een vrouw als haar laten weten dat je haar wel eens zou willen bestijgen. Dat je geen ‘nee’ zou zeggen (knipoog), en als die het mij twee keer zou vragen, dan is het omdat ik haar de eerste keer niet goed niet verstaan heb (nog een knipoog).  Of zoals een collega me ooit liet weten bij het ontwaren van een bijzonder fraai exemplaar op een vakbeurs: als ik daarop zou mogen, ik neem mijn boterhammendoos mee, want ik kom er de eerste twee dagen niet af. Etc, etc.

De hoofdprijs die de lekkerste mama van Vlaanderen is geen gesigneerd exemplaar van het moederdaganthem bij uitstek ‘Maaaaahmaaaaaaaa, je bent de liefste van de hele weeeeeeeeeeeereld’ door Heintje. Wel een shoppingbudget van 10.000 € en een covershoot voor P-Magazine. (Oh, P-Magazine! Zijn opiniërende hoofdredacteurs met hun steeds genuanceerde en vernieuwende inzichten! Zijn gestaag dalende oplagecijfers!).

Om duidelijk te maken wat dat nu precies is zo’n lekkere mama heeft Q-music een passend campagnebeeld gekozen. Blank, slank en zonder broek. Wel met hakken, een beetje wallen onder de ogen, een kapsel dat nog wat werk kan gebruiken en een kleuter die – als dat zou kunnen natuurlijk – nog aan mama’s rokken hangt. Dat van die zonder broek intrigeert mij wel. Verwacht die mama 10.000 € te winnen en daarmee over te gaan tot de aanschaf van een broek? Is het een nieuwe modetrend waar ik nog niet van afweet? Hebben we te maken met een ploetermoeder die in hectiek van haar bestaan vergeten is dat ze onder haar zalmroze topje ook nog iets anders moest aantrekken? Over dat topje gesproken: schoon model, maar ik weet niet of het wel helemaal haar kleur is. Nu ja, ik ben geen specialist in die zaken moet ik ruiterlijk toegeven.

Op de sosjiaale mediakanalen die ik frequenteer werd er ook driftig gespeculeerd over het ontbreken van die broek. En er werd lekkere mama’s die bikinifoto’s postten in de hoop de hoofdprijs in de wacht te slepen aangemaand tot het tentoonspreiden van enige ‘waardigheid’. Aaah, waardigheid. Het magische begrip dat vrouwen al sinds het begin der tijden en bijna overal ter wereld laat voelen dat ze vooral niet buiten de lijntjes mogen kleuren. Dat ze zich niet mogen presenteren als seksuele wezens of althans niet zonder dat er één of andere manier van bestraffing volgt, gaande van eremoord tot sociale verbanning want jij bent een slet. Ik heb ooit zelfs – in de nasleep van Femme de la Rue – ergens mogen lezen dat vrouwen ‘waardig’ moeten reageren op die voortdurende straatintimidaties. Waardig betekent: slik het in, toon geen emoties en loop in de pas. Waardigheid is de leiband van de moraliteit die naargelang de omstandigheden kan worden gevierd of met een ruk aangehaald wordt. Waardig betekent blijkbaar ook: poseer als jonge moeder niet in bikini, want dat is per definitie denigrerend.

En omdat je een moeder natuurlijk het hardst kunt treffen via haar kinderen werd er ook nog een ‘wat zullen de klasgenootjes van die jonge mama’s wel niet te zeggen hebben en ocharme die bloedjes van kindjes die nu gepest zullen worden omdat die mama stout is geweest’.

Dat soort geniepige ‘waardigheid’ kan mij gestolen worden eigenlijk. Als ik er het lijf voor had, ik stuurde uit pure balorigheid direct een paar bikinifoto’s naar P-magazine.

Fuck your morals.

Niets.

Niets, antwoordde ik, toen mijn lief constateerde dat ik vandaag thuis was en mij (of zichzelf) de vraag stelde naar wat ik van plan was. Misschien moet ik de TV opzetten en naar de lentebeelden staren om het niets nog wat te benadrukken. Niets. Ik zet koffie. Daarna thee. Denk aan de dingen die ik straks allemaal niet ga doen. De tijd verdwijnt zonder dat ik kijk. Ik ben bang dat elk woord al is gezegd, elk boek al is geschreven. Wij zijn eindeloze heruitzendingen van hetzelfde.

Een windvlaag verrast de rondhoppende ekster. Het tafereel zou het voorwerp kunnen zijn van een grappig filmpje op een internetsite. Identiteit is: allemaal lachen met hetzelfde. Ontroering op bestelling in de middagpauze. Het leven is een format waar niemand aan ontsnapt. In de seconde dat we sterven flitst niet langer ons leven ons voorbij, iemand heeft er al een timelapse van gemaakt.

Op Twitter heeft iedereen ofwel dezelfde mening, ofwel een tegengestelde. Grapjes over Goede Vrijdag, we leven immers op de ruïnes van de judeo-christelijke cultuur. Haantjes op een mestvaalt zijn we, een rist onbeduidende mieren met veel kolder in de kop, maar uiteindelijk toch weer onderweg, nergens naartoe. We krioelen van hier naar ginder, liefst allemaal tegelijk. We kibbelen gelijk de kiekens, over eender wat, gewoon om ons niet te vervelen. We zoeken naar de hoogste stok om te kunnen schijten naar beneden. We zijn kikkers die langzaam garen in in het water. Och ja.

De Jezus van de Week komt uit Antwerpen en geeft pleinen weg. Hij zegent de bijen en zal binnenkort van een snelweg een vruchtbare akker maken en die vervolgens verdelen onder zijn volgelingen die er biologische patatten op zullen kweken. Ze zullen Hem eren door Zijn voeten te wassen met hun okselhaar dat weelderig geurt naar mirre en patchouli. We willen allemaal terug van waar we komen: in de kut van onze moeder. Als dat niet kan een Hof van Eden, waar de leeuw en het lam vredig grazen in de zon. Een heilstaat van arbeiders en boeren, minus de vervuiling en waar uw gebuur op magische wijze weggeeft wat gij net nodig denkt te hebben. Een commune waar niemand met je drank of je sigaretten gaat lopen, en waar je je vuur altijd terugvindt. Een collectief van denkers met één enkele gedachte. Een tropisch paradijs waar de aarde altijd goed en gul en genadig is.

De Jezus van de Week steekt een sigaret op en nipt van Zijn blended whisky, en kijkt nadien peinzend in de verte. Dan zucht Hij diep en vertelt een parabel die van scherp denken en een diepzinnige natuur getuigt. De Jezus van de Week verschijnt soms op feesten waar Hij met Zijn ingehouden cool en een koptelefoon op 1 oor bakelieten plaatjes draait.

Wat als er niets gebeurde?

 

 

De dichter (deel 2).

Kortverhaal, 2de deel en ook einde. Voor deel 1: kijk hier.

 

-          Schatje, wie was dat aan de telefoon?

Hij ligt in de zetel, de afstandsbediening naar het scherm gericht als een pistool. Driftig drukt hij op de volumeknop.

-          Godverdomme, dat spel reageert hier niet. Hoeveel keer heb ik eigenlijk al gezegd dat hier nieuwe batterijen in moeten eigenlijk?

-          Geen enkele keer, denkt ze bij zichzelf, maar ze herkent de irritatie in zijn stem en houdt daarover maar haar mond. ‘Het was Katty’.

-          Katty? Waar heb je het over, vrouwmens? Heftig schudt hij het bakje heen en weer en probeert zo het laatste sprankeltje energie uit de oude batterijen te puren.

-          Ewel, Katty. Aan de telefoon.

Hij duwt op de pauzeknop, en plots is het stil in de kamer.

-          Katty, van mijn werk, verduidelijkt ze als ze zijn lege blik ziet. Vast het resultaat van die 2 gin & tonics als aperitief, 3 pintjes bij het eten en nu stevig aan de rode wijn bij wijze van dessert. De ziel van Bacchus, zo noemt hij het. De kortste weg naar broodnodige inspiratie en verlichting, een barrière tussen zijn gevoelige natuur en de rest van de wereld.

-          Wat moest ze? Kan die ons nu nooit eens met rust laten? Het was net zo gezellig.

-          Vind je? Ze slikt haar woorden nog net op tijd in. ‘Ze wil dat ik kom werken. Het autosalon begint en er is een meisje ziek gevallen.’

-          Wanneer? Nu toch niet? Huilerig zegt hij: ik wil niet alleen zijn vandaag.

-          Maar je hebt toch je playstation? probeert ze. Je was gisteren nog aan het zeggen hoe weinig tijd je tegenwoordig nog had om eens helemaal te ontspannen.

Hij grijpt haar arm vast, stevig.

-          Ga niet. Bel terug en zeg dat je toch niet kunt. Niet vandaag.

-          Marcel, laat me los. Ik moet gaan, we hebben het geld nodig.

-           Zeg jij nu dat ik te weinig verdien?

Ze verstijft.

-          Neen, neen, zeker niet. Maar het is gewoon dat we volgende week de huur moeten kunnen betalen. Weet je wat? Ik zal je pijpen, daar ontspan je vast een beetje van.

Ze knielt, en begint zijn broek te openen. Hij laat begaan. Ze neemt zijn slappe kleine lid in haar mond en begint te zuigen. Misschien heeft ze haar hand overspeeld, bedenkt ze, en ze drijft het tempo op. Gebruikt haar handen en maakt zijn favorieten smakgeluidjes in de hoop dat ze deze keer wel zijn lul tot leven kan wekken.

-          Trut, zegt hij na een tijdje.

Hij klinkt verveeld, en dus gevaarlijk. Hij grijpt in haar haar en trekt ruw haar hoofd opzij. Ze geeft mee als een lappenpop, maar ook dat is een verkeerd antwoord. Met zijn vrije hand geeft hij haar een harde klap in haar gezicht. Ze weet dat ze moet beginnen huilen, maar in plaats daarvan lacht ze. Hard, schaterend, minachtend. Loser, grinnikt ze. Ze weet niet of ze het enkel denkt of ook luidop zegt.

Net voordat hij haar de trap afschopt flitst de gedachte ‘ik moet Katty bellen, want zo kan ik niet gaan werken’ door haar hoofd. Hij zet zich terug in de zetel en verbreekt na een paar uur spelen zijn persoonlijk record op zijn spelconsole.

Na enkele jaren in de gevangenis komt Marcel vrij. De dichtbundel die hij vervolgens publiceert wordt met nog meer enthousiasme dan anders onthaald. Critici en lezers speuren naar verborgen boodschappen tussen de regels, speculeren over de opdracht ‘voor M.’ vooraan in het boek. Hij zegt dat alles hem spijt, maar dat ook hij recht heeft op een nieuwe kans.

Onrust.

Er zitten mieren in mijn vingers, kriebels in mijn keel. De wind waait in mijn kop en er hangt nevel rond mijn hart. Het spookt in mijn hoofd. ’s Nachts is alles plots veel duidelijker, afgelijnder, omrand. Dromen als visioenen, achteraf probeer ik die haarscherpe inzichten terug te vatten. Het is als vissen vangen met je blote handen. Je ziet iets, denk je, in de rand van je blikveld. Dan is het weer weg, en je hoort enkel nog de echo van een echo in de verte. Een schaduw van een schaduw op de grond. Je weet dat er iets is achter weten, maar je grijpt in het niets. Soms kun je net iets verder kijken dan de horizon. Er is iets dat eeuwig op het puntje van je tong blijft liggen en dat je niet krijgt ingeslikt. Soms stik je er in.

Ik kijk altijd over mijn schouder, bang voor alles wat ik ken en wie ik ben geweest. Ik ben niet meer dan de som van mijn gebrekjes, mijn afgevijlde kantjes en mijn kleine criminaliteit. Mijn kapotte nagels en mijn slordigheid.

Als een kat die op jongen staat ga ik door de kamers van het huis. Snuffel aan het bed, laat mijn handen glijden langs de leuning van de trap, op zoek naar oneffenheden die ik nog niet ken. Inspecteer de boeken op het rek, lees hier en daar een zin. Leg het daarna geërgerd weg. Ik zoek iets en ik weet niet wat. Ik verlang naar een leven dat niet zo ijdel lijkt als het mijne. Naar grootse dingen die gebeuren, naar minder dagelijkse dingen en losse eindjes die ik niet aan elkaar geknoopt krijg. Na al die jaren nog steeds niet. Na al die jaren heb ik nog steeds het gevoel dat ik op de drempel sta met de deurklink nog in mijn hand. Wachtend tot iemand zegt: nu gaat het gebeuren. (Nooit gebeurt er iets, nooit echt).

Ik heb het startschot gemist en nu is het te laat.

Herinnering. Hoe gul je was aan de oppervlakte, hoe krenterig vanbinnen. Alles was een afweging, een rekening die later op de tafel gelegd zou worden. Uiteindelijk wordt alles enkel in centen geteld en waren mijn valuta leeg en zonder waarde. Er was zoveel dat jij niet toonde en wat ik niet wist. Als een braaf kind kleurde ik de plaatjes in, netjes binnen de lijntjes.

Op het einde was ik de hond die je nooit meer in huis zou nemen, zonder dat het persoonlijk was bedoeld.

Wie is van hout?

Ik weet nog hoe je mij begroef in je stilte voor de storm. Hoe je mij vergat tot ik niet meer bestond. Ik weet nog hoe ik stilletjes kon sterven elk gegeven ogenblik. En hoe jou dat niet deerde. Ik weet nog hoe je mij scalpeerde, terwijl je zacht een liedje zong. Ik weet nog hoe je mij gevangen hield, en hoe ik daar dan woonde tussen hangen hier en wurgen daar. Ik weet nog hoe je mij verdronk in een bad met rozenblaadjes. Mijn witte kousevoeten gingen stuk toen ik ploegde door de dorre aarde, op zoek naar vals geluk. Mijn sluier scheurde, terwijl ik koorddanste tussen jouw beloften en jouw leugens. Een dwaallicht was je, klatergoud, een spiegeling in de lucht, een kasteel van zand en wolken.

Ik, ik verwarde weer eens wens en werkelijkheid. Ik rafelde aan de rand, dommelde in het wiegen van de wind. Van het verstrijken van de tijd weefde ik een nachtjapon en terwijl ik een vrouw werd, stak in jou een kind de kop op.

In het labyrinth werd ik weer wakker, het geluid van een absoluut nulpunt in mijn oren. Een schreeuw uit het verleden weerklinkt in de kleur van gestolde melk en doorzichtig albast. Verder is er er niets. Geen zon noch maan, geen ster of steen, geen zee die ruist of klotst. Geen vogel die schreeuwt, geen kind dat huilt, geen man, geen vrouw, geen vis. Geen slang en geen gevallen engel. Geen boot of voerman waagt zich hier. Hier is geen wijn, geen bron, geen duif. Dit is niet oud, dit is niet nieuw, dit is altijd al geweest en over honderd jaren nog. Dit is noch Noord noch Zuid, noch Oost noch West. Dit is niet thuis en dit is niet elders weg. Dit is niet dag of nacht, dit is niet heel of hol. Hier daagt de morgen niet, hier kondigt zich geen schemer aan. Ik leef niet en ik ben niet dood.

Van de aarde af ben ik gevallen.

Lucht van lood, een jurk van prikkeldraad. Mijn huid is perkament, mijn botten broze puim. Een hart van gesponnen glas. Ik herinner me jouw naam en niet de mijne. Ik schrijf je met mijn vinger op de muur. Ik prevel jou, om mij met jou te vullen. Ik leef op schaamte en op schuld. Ik knabbel steen en stof, een cactus en een roos. Niets kent hier een einde, zeker niet het lijden. Ik tel elk van mijn lange haren een lichtjaar. Zo verstrijkt de eeuwigheid.

Ik ben zwanger van mezelf terwijl ik op een dageraad wacht.

Schluss damit!

I.

Zo. De deur die waarvan jij dacht dat ze wagenwijd openstond maar die ik hoogstens op een kier liet staan is niet enkel dichtgeslagen. Ze is op slot en ook vergrendeld. Ik doe het kettingkje er ook maar op.

Het doek is eindelijk gevallen over dit onnozele schouwspel waarin ik ook maar mijn tekst aflas. De klucht waarin jij pretendeerde dat ik jou zaken verschuldigd was: geduld, begrip, tijd, een luisterend oor, nabijheid, goede raad, iets dat jij als vriendschap omschreef (zoals je 4 losse eieren, een hoopje bloem, een bergje suiker en een klont boter ook als een cake zou kunnen beschouwen). Dat je mijn onwil en gebrek aan wederkerigheid niet zag of negeerde of niet begreep zegt ook al veel.  Jij was degene die je hand ophield en waarin ik (of iemand anders) in kon laten vallen: geduld, begrip, tijd, een luisterend oor, nabijheid, goede raad, iets dat jij als vriendschap omschreef. (Je deed alsof het andersom was).

Jij deed alsof je iets te bieden had: een handvol losse schroeven, wolken van melk, een afspraakje nabij het hondentoilet, een gemiste trein, een fiets zonder ketting, een binnenstebuiten gekeerde paraplu, een spannend boek waaruit het laatste hoofdstuk mist, een deurwaardersbezoek, een taartje zonder kersen, een natgeregende laatste sigaret, spijkers op laag water, een broekzak met een gat er in, een sleutel die niet past of afbreekt in het slot, een schot voor de boeg, je lievelingsrestaurant dat onverwachts gesloten is, wijn die smaakt naar kurk, diesel in plaats van super, een lege doos met een strik er om, vochtplekken in de muur, een dood wit konijntje, een doodgeboren kind, een halve zeester, een nacht zonder maan, een dag die slecht begint, een gebroken arm, een lamme vleugel, een rot ei dat stinkt als de pest, een verdronken matroos, dagenlang windstilte tijdens een zeilvakantie, een CD in de verkeerde hoes. werken op zondag en afbrekende veters.

Jij dacht dat ik zat te wachten op jouw aandacht. Ik deed alsof ik niet wist wat het onophoudelijk vragen of ik wel gelukkig was eigenlijk betekende. Na lang denken kwam je tot de conclusie dat hij geld had, alsof dat jouw zaken waren. En ook om te illustreren dat jij heus wel weet hoe de wereld draait. Ik diende mij te verheugen in en mij vereerd te voelen met jouw obsessieve volgen van alles wat ik deed en doe, de dingen die ik schrijf, de zaken die ik vind, de gedachten die ik denk, de haren die ik knip, de kleren die ik draag, de zalfjes die ik smeer, het uur waarop ik ga slapen. Elk gesprek dat je voert is een wedstrijd, een afvallingskoers of een arena die je zegezeker betreedt. Elke zin die je uitspreekt een zekerheid in steen gehouwen waarmee je de ander uit voorzorg eerst mee op de bek slaat.

Ik vroeg jou nooit ergens om, maar dat viel je nooit eens op.

 

II.

Je weet het natuurlijk niet, maar heerlijk is het.

Weet je nog, elke keer hoe je elke keer jij ‘iets deed voor mij’? Zitten op een terras. Een bezoek aan de bioscoop. Flaneren in de stad. In jouw vergiftigde genade mocht ik heel even bestaan. Zolang ik maar wist welke offers jij bracht. Je beloonde jezelf met een affaire (of twee) en liet mijn angsten woekeren als bruidssluier tijdens een vochtig voorjaar.

Nu nog altijd doe je alsof ik jou iets aandeed, terwijl ik ook maar gewoon verdween zoals je leek te willen toen. Omdat ik mezelf uitgomde en jij niet meer heerste werd je woede gewekt. Zo lijkt het alsof je nog altijd iets over hebt, met je handen houd je zoutzuur vast zodat je kunt klagen dat het brandt.

Sinds kort betrek ik een appartement boven een drukbezochte wasserette tussen een aantal hoge flatgebouwen. Vergaarbakken van miserie die men gemakshalve sociale woningen noemt. De meeste mensen in de buurt wonen te klein om plaats te hebben voor een wasmachine of een droogkast, of ze kunnen het zich simpelweg niet permitteren. In mijn appartement is de aansluiting voor een wasmachine onbereikbaar gemaakt, zodat ook ik verplicht ben mijn was uit te besteden aan het wassalon. Mijn huisbaas en de eigenaar van het wassalon zijn geheel en al toevallig dezelfde persoon, maar verder valt daar geen kwaad opzet in te bevroeden.

Boven het gele plakkaat waar in koeien van blauwe letters ‘DROGEN’ op staat woon ik nu. Gisteren moest ik van een vriend kijken naar de clip van Envoie, het gedicht van Hugo Claus dat op muziek werd gezet door Absynthe Minded (en waarvan kwatongen beweren dat de intro van het nummer gepikt is van Bob Dylan. Het antwoord daarop is natuurlijk dat ongeveer alles gepikt is van Bob Dylan. Of van de Beatles, ik wil er vanaf zijn). Tijdens één van zijn verre reizen probeerde hij de heimwee te temperen door in internetcafés dit nummer te bekijken op YouTube. ‘Mijn’ wassalon speelt een rol in die clip, zij het dan met knaloranje wasmachines, die ondertussen vervangen zijn door saaie aluminiumkleurige exemplaren.

Op zondagmorgen zie ik vanuit mijn raam een gele auto stoppen, zo’n nieuw model mini Cooper waar niet veel mini meer aan is. Op de zijkant staat in zwarte letters ‘TAXI WILLY’, daaronder een GSM-nummer. Een aandoenlijk parodietje op de beroemde yellow cabs uit de Verenigde Staten vind ik het, een mengeling van grootheidswaanzin en een Vlaamse kruideniersmentaliteit. Ik vraag me ook af wie nu in hemelsnaam zijn was komt doen met een taxi? Wat een absurde tegenstelling is dat niet?

Een bejaarde vrouw stapt uit, met haar van de kapper en zondagse make up. Een smaakvolle, bruin geruite deux-pièce en oudemevrouwen schoenen, een bril met een fijn, goudkleurig montuur. Dan hijst de chauffeur (Willy in eigen persoon?) zich uit de auto, zoals enkel net iets te zware mensen dat kunnen. Een kleine schommelbeweging die wordt ingezet, een rukje aan het stuur en hop, zo verlossen ze zichzelf uit de bestuurderszetel. In tegenstelling tot de deftige dame ziet de chauffeur er maar sjofel uit. Slordig grijzend haar, een vale anorak en een vuile broek. Het is alleszins Driving Miss Daisy niet. Uit de kofferbak haalt de man twee winkeltrolleys met daarin vuil wasgoed. (De trolleys doen me altijd denken aan mijn grootmoeder, omdat zij ook met zo’n ding achter zich aan elke week naar de markt ging. Mijn zussen en ik maakten er ruzie over en we onderhandelden over wie in het heengaan en het terugkomen de trolley mocht trekken).

Ondertussen helpt de chique dame op leeftijd haar man uit de wagen. Ze zijn op elkaar ingespeeld, merk je aan hun bewegingen. Terwijl hij leunend op zijn stok uitblaast (ik puf onbewust mee en word zowaar kortademig), rekent zijn vrouw af. Met een vastberaden beweging neemt ze beide trolleys vast en zet koers naar het wassalon. Haar man schuifelt haar achterna, en ik vraag me af waarom ze hem in hemelsnaam heeft meegenomen. Misschien kan ze hem niet alleen thuis laten. Misschien houden ze vast aan decorum.

De taxichauffeur bergt het geld op in zijn portefeuille die in de binnenzak van de anorak verdwijnt. Daarna steekt hij de parking over om ongegeneerd in de struiken te gaan plassen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 2.238 andere volgers