Feeds:
Berichten
Reacties

De Samsung-rant

samsung familie

Mia heeft onlangs eindelijk de stap gezet naar een smartphone. Gelukkig heeft ze daarvoor veel morele steun voor gekregen van Paul, haar man. Mia is namelijk een beetje bang van al die technologie, net zoals zoveel andere vrouwen. Al die knopjes en die geluidjes, dat is toch om zenuwachtig van te worden! Bovendien heeft Mia ook geen tijd om zich met ‘de laatste innovaties’ bezig te houden! Wanneer zou ze dat moeten doen? Mia is veel bezig met haar kinderen en is ook een ware keukenprinses. Elke dag komt er een lekkere, verse en voedzame maaltijd op tafel. Daar staat ze op. Na het eten is het tijd om de kinderen te helpen met hun huiswerk en als ze daar mee klaar is, staat het huishouden nog op haar te wachten: een hemd strijken voor haar man die manager is bij een grote firma, de keuken poetsen van boven tot onder, nog vlug even met de Swiffer door de living, … A woman’s work is never done! Als Mia ‘s avonds in de zetel ploft, heeft ze nog net energie genoeg om te zappen tussen VijfTV en Vitaya, tenzij Paul naar het voetbal kijkt. Dan bladert ze graag in een tijdschrift, zoals Nest bijvoorbeeld. Dat staat vol tips om je huis te decoreren, een Provençaalse tuin aan te leggen en nieuwe receptjes met vergeten groenten.

Paul heeft natuurlijk al een lange tijd een smartphone op zak. De ambitieuze salesmanager heeft er eentje gekregen op zijn werk, zodat hij ook op de baan zijn mails kon lezen. Daarbij, hij is altijd wel geïnteresseerd geweest in nieuwe snufjes. Als hij geen meeting heeft ‘s avonds, surft hij terwijl zijn vrouw het eten klaar maakt op zijn tablet naar allerlei technologiesites en leest op fora lezerreviews over nieuwe snufjes. Omdat hij vorige maand ‘verkoper van de maand’ was, heeft hij nu een nieuwe iPhone gekregen. Zijn oude Galaxy heeft hij dan maar aan zijn vrouw gegeven, zodat ze eindelijk eens leert werken met zo’n ding. Hij is het een beetje beu dat Mia altijd aan zijn oren komt zagen om een fotootje van de kinderen of van hun hond te nemen en op Facebook te zetten.

samsung air view

 

Op het schoolfeest van Jasper, dat Paul jammer genoeg moest missen omdat hij van zijn werk het seminarie ‘Verkopen met de Glimlach’ moest bijwonen, heeft Mia als trotse mama het optreden van haar zoon gefilmd. Met haar telefoon! Wat gaan ze nog allemaal uitvinden eigenlijk??  Nu wil ze dat filmpje natuurlijk tonen aan iedereen op het werk en de familie. Omdat ze dat ingewikkelde apparaat nog niet goed kent moet ze nog een beetje zoeken: doorspoelen, pauzeren, de full screen optie, … Pffft, moeilijk hoor! Daarbij, ze is ook bang om iets verkeerd te doen. Voor je het weet is dat ding kapot of dat filmpje weg. Ze mag er niet aan denken!

Op het moment dat ze bijna begint te huilen van frustratie snelt die lieverd van een Paul haar te hulp. ‘Kijk zo!’, doet hij haar voor. Mia smelt een beetje. Wat heeft ze toch veel geluk met die slimme vent van haar. Ze zou niet weten wat ze zonder hem zou aanvangen. (Tip voor Mia: de handleiding lezen of een tutorialfilmpje opzoeken op Youtube).

samsung air gesture

Paul weet dat ik sta op orde en netheid. Hygiëne is essentieel in een goed huishouden, en ik vind het ook zeer belangrijk dat mijn man kan thuiskomen in een huis dat er opgeruimd bij ligt en goed gepoetst is. Ok, hij durft ‘s avonds laat, na een vergadering met een belangrijke klant, al eens vragen dat ik een vettige pizza in de oven schuif, maar hij moet niet met zijn vettige handen aan mijn touchscreen zitten! Mijn smartphone hou ik liever vrij van allerlei bacterieën. Ik heb op Vitaya trouwens ooit eens een documentaire gezien over een vrouw die bijna is gestorven door een virale infectie die ze via haar telefoon had opgelopen. Een mens kan niet voorzichtig genoeg zijn op dat vlak.

Gelukkig hebben ze daar bij de telefoonfabriek aan gedacht: Paul toonde mij op een avond nonchalant-superieur dat je ook al schuddend van de ene foto naar de andere kunt springen. Daar zou ik dus zelf nooit op gekomen zijn!

samsung kc app

 

Zoals alle vrouwen ben ik onzeker over mijn gewicht en mijn figuur. Ik mag er niet aan denken dat Paul mij niet meer aantrekkelijk zou vinden door dat ik mij heb ‘laten gaan’. Ok, ik natuurlijk wel twee kinderen op de wereld gezet dus het zit allemaal niet meer zo strak, maar dat betekent nog niet dat ik in een dik vet zwijn moet veranderen. Paul heeft al eens een affaire gehad met een secretaresse op zijn werk, maar we hebben dat gelukkig uitgepraat. De schrik zit er bij mij goed in, dus ik let goed op wat ik eet en ga ook twee keer per week naar de Zumba. Maar nu kan ik dus nog neurotischer dan anders met voedsel omgaan: ik heb namelijk een app gevonden waarmee ik van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat de calorieën kan tellen. Als ik verleiding voel opkomen om eens van een lekker stukje taart te genieten, voer ik dat direct in en zegt die app mij onmiddellijk hoeveel vet, suiker en koolhydraten zoiets bevat. Dan voel ik mij natuurlijk veel te schuldig en is het veel gemakkelijker om die ongezonde dingen te laten voor wat ze zijn. Wist je trouwens dat een verse wortel maar 45 calorietjes kost? En dat is ook lekker, maar bovendien gezond.

Bedankt Samsung!

PS: Over mijn dochter Julie heb ik niets bijzonder te melden, behalve dan dat ze een beetje verlegen is. Ze durft niet optreden tijdens schoolfeesten, dus ik moet van haar geen videootjes posten op facebook.

 

Zelfverklaarde intellectuelen op zoek naar degelijk leesvoer hebben tegenwoordig – en vooral bij gebrek aan een Vlaamse evenknie – een abonnement op het Nederlandse weekblad De Groene. Slow-journalism! Met themanummers over immigratie en asielzoekers of het energiebeleid in Nederland en Europa. Lange, degelijke artikels over economie, literatuur, seksualiteit en allerlei andere leuke dingen voor de mensen. En dat alles ook nog eens uitstekend geschreven, onderbouwd en geredigeerd.

Telkens iemand vraagt welk blad de moeite waard is om te lezen sta ik als een opwindaapje te springen: De Groene! De Groene! Lees De Groene! In marketingtermen heet het dat ik een ‘ambassadeur’ van het merk ben.

Maar gisteren zag ik online een artikel verschijnen met de titel: Uw man begrijpt u niet en daar kan hij niets aan doen. Ik kreeg, eerlijk waar, bijna tranen in mijn ogen van teleurstelling. Als ik dat soort koppen wil zien, dan surf ik wel naar de site van Knack of Het Laatste Nieuws of zo, waar dat soort hap-slik-klaar berichtgeving schering en inslag is. Mannetjes dit, vrouwtjes dat. Meisjes zus, jongens zo. Parkeren, geld uitgeven, spelletjes spelen, ruiken, proeven, ziektes, emoties verwerken, … Alles wordt graag in het licht gezien van de o zo populaire  ’Venus/Mars’ tegenstelling. Een wetenschapper met een beetje serieux zal u zeggen dat het voor het overgrote deel allemaal dikke zever is. Dat mannen en vrouwen verschillen, maar dat die verschillen niet zo hemelsbreed zijn als ze worden voorgesteld. Dat de verschillen binnen de onderzochte groepen dikwijls groter zijn dan de verschillen tussen de groepen en dat vermeende verschillen dus eerder terug te leiden zijn op individu dan op geslacht. Dat het in veel gevallen gaat om aangeleerd gedrag dat even goed kan afgeleerd worden.

Maar goed, om één of andere bizarre reden vond De Groene het nodig om een flutartikel over een flutonderzoek te brengen onder een sensationele titel. Misschien is het een eenmalige uitschuiver, maar ik voel mij toch een beetje bedrogen. Een beetje alsof je beste vriend je na jaren van innige vriendschap toevertrouwt dat hij fan is van Milk Inc of zo.

Maar goed, genoeg emotie. Nu de feiten.

Waarom is het onderzoek  in kwestie een flutonderzoek?

Ten eerste: omdat het aantal participanten veel te klein is. Een eenmalig onderzoek met 22 deelnemers kan moeilijk gezien worden als doorslaggevend. Deelnemers aan het onderzoek waren allemaal vrijgezel, wat op zijn minst vraagt om een herhaling van het experiment met andere groepen mannen (homoseksueel, mannen in een lange relatie/huwelijk).

Ten tweede: verschillen binnen de groep worden niet gerapporteerd of er wordt niet op ingegaan.

Ten derde: het onderzoek werd blijkbaar enkel overgenomen door SciencePalooza, waar de kwaliteit van de berichtgeving nogal wisselend is. Andere, meer gerenommeerde wetenschapsites en -blogs hadden er blijkbaar geen aandacht aan te besteden. Er had bij de redactie van De Groene wel een alarmbelletje mogen rinkelen. Wat zeg ik? Een Seveso-alarm ware beter op zijn plaats geweest.

Conclusie: dit onderzoek toont aan dat 22 single mannen uit Duitsland beter emoties herkennen bij mannen dan bij vrouwen. En wat maakt Judith Brouwer, journalist in kwestie daar in haar artikel van? Na een heleboel ‘vermoedens’ en zaken die ergens ‘aan toegeschreven’ worden krijgen we volgende uitsmijter:

De neurowetenschappers speculeren over de evolutionaire logica van de gevonden verschillen; om te overleven was het vroeger tijdens de jacht belangrijk snel iemands gemoedstoestand in te kunnen schatten. De kans om een man tegen te komen was aanzienlijk groter. Mogelijk is daarom het vermogen om vrouwen te begrijpen wat onderontwikkeld gebleven.

Veel speculatie dus, gelardeerd met een staaltje evolutionaire logica waar nog nooit enig tastbaar bewijs voor is gevonden. De jacht, namelijk, waarvan het helemaal niet zeker is dat die enkel aan mannen was voorbehouden. Om nog maar te zwijgen over het feit dat de moderne mens ongeveer 10.000 jaar geleden de overgang maakte naar een sedentair leven in landbouwgemeenschappen. En die trend werd natuurlijk ook gestuurd vanuit een drang om te overleven. Het boerenleven bood nu eenmaal meer veiligheid, maakte langzamerhand technologische en intellectuele ontwikkelingen mogelijk, etc …  Maar voor bepaalde wetenschappers is de tijd blijkbaar stil blijven staan in de periode ‘jagers-verzamelaars’ en is er sindsdien in het menselijke denken, handelen en voelen geen enkele evolutie meer waargenomen. We reageren dus nog altijd volgens instincten van een lang verdwenen gemeenschap en  noch socialisatie, noch opvoeding, noch kennisverwerving hebben enig effect op ons.

Jagers en verzamelaars, dat zullen we zijn tot het einde der tijden.

De conclusie van het artikel?

Mannenhersenen doen hun best. Ook al begrijpt uw man u niet altijd, het is geen onwil.”

Uhu. Mannen zijn dus emotionele analfabeten, die je als vrouw best behandelt als een onwillige kleuter.

Triest.

Hamertje tik.

Soms voel ik mij het stervormige blokje uit een hamertje tik spel, dat een onhandige kleuter in het vakje probeert te rammen waar enkel dat cilindertje in past. Misplaatst. Ongemakkelijk. Ik voer een gesprek met de huisbazin die onverwacht toekomt en zand knarst in het raderwerk van mijn hersenen. Een moeizame zin, dan stilte. ‘Hmmm’, zegt ze. ‘Ja’, zeg ik. Dan beiden terzelfdertijd beginnen babbelen. Stoppen en dan even wachten om de ander tijd te geven te hernemen. Dan nog eens op hetzelfde moment allebei starten. ‘Zeg maar’. ‘Nee, zeg jij maar’.

Mijn collega voert me naar het station. Dat is vriendelijk, al moet ze nauwelijks omrijden. De hele dag werken we samen in één ruimte, we spreken nauwelijks. Ik overloop haar planning, leg iets uit. Over de middag, in de refter, kletst ze honderduit met die van boven. Een kwartier voor we met de auto vertrekken bedenk ik een vraag. Iets over haar man, of haar gezondheid. Informeer naar haar plannen voor het weekend. De rit duurt 8 minuten.

De kunst van het achteloos converseren, ik wou dat ik die onder de knie had. Moeiteloos gemeenplaatsen uitwisselen over het weer, de kinderen, sport, het werk of de vakantie die je hebt gehad. Ik blijf het blokje in de vorm van een ster bij de bakker en de beenhouwer. Waarom benader ik alles met het serieux van een zwaarlijvige non? Waarom moet ik altijd de positie van de antagonist innemen, met meer ijver dan een naarstige zeloot?

Deze week was migraineweek. Sinds enkele maanden heb ik daar 1 maal per maand last van. Het is cyclisch, ja. Hormonaal, zo je wil. De ironie ontgaat me niet. U evenmin, heb ik de indruk. Op een enkele dag na blijf ik functioneren, al ben ik ‘s avonds doodmoe door me naast de hoofdpijn te concentreren. Ik weet het, de pijn is mild. Ik heb migraine binnen de perken, hoef me niet verschuilen voor licht en geur. De wapens die ik kreeg van mijn huisdokter: Ibuprofen en sterke koffie. En de geruststelling dat deze veranderingen normaal zijn, en te maken hebben met de leeftijd.

Wij verdienen beter!

Om te beginnen deze bedenking: ik schrijf deze tekst in eigen naam, maar ook als één van de bezielers van de facebookgroep ‘Niet in mijn Pretpark’. Ze is niet bedoeld als aanval, maar wel als uitnodiging om na te denken over waar we staan en waar we heen willen.

Het begon toen ik die aankondiging zag voor een debat dat de titel draagt ’21ste eeuw: Is de vrouwenstrijd gestreden?’. Misschien ga ik te veel om met gelijkgezinden, maar zelfs in de mainstream media lijkt me consensus te bestaan over het tegendeel. Het afgelopen jaar ruimschoots aan bod gekomen in quasi alle kranten, tijdschriften en televisiezenders: de carrièrekloof, quota, de affaire Sagan, Femme de la Rue, Pol Van den Driessche, … Elke zichzelf respecterende krant besteedt veel aandacht aan Internationale Vrouwendag. Om het in marketingtermen te zeggen ‘Feminisme is een fucking hot topic’ tegenwoordig. De vraag is helemaal niet OF de feministische strijd gestreden is, maar wel ‘HOE’ ze nog verder gezet moet worden.

Spreeksters van dienst op het debat: Monica De Coninck, Anja Deschoemacker, Katrien Neyt en Annelies Van Belle.

Annelies Van Belle is schrijfster. Naast een tweetal boeken kun je haar af en toe betrappen op een opiniestuk in De Morgen en houdt ze een blog bij. Haar visie op ‘het feminisme’? Dat we het mis hebben, want dat we proberen de verschillen tussen mannen en vrouwen proberen uit te vlakken. Verder moet Van Belle indertijd nogal onder de indruk geweest zijn van de romancyclus ‘De Aardkinderen’ van Jean M. Auel, want als ze het heeft over mannen en vrouwen worden die eerste steevast als ‘jagers’ bestempeld terwijl de dames vooral willen ‘koesteren’. Een beetje de vrouwelijke Dirk Draulans dus, alleen met nog minder wetenschappelijk inzicht. Wat doet iemand die duidelijk geen knijt begrijpt van het hedendaagse feminisme en zich uitput in voorbijgestreefde clichés die voorbijgaan aan elk wetenschappelijk onderzoek ter zake op zo’n debat?
Blijkbaar heeft Van Belle zich door haar ‘stoute’ uitspraken over vrouwen en seksualiteit zich een soort feministisch aura aangemeten. Uiteraard is het jammer dat veel vrouwen nog altijd niet durven genieten van een lekker potje seks en natuurlijk is dat een thema waar de feministen zich over moeten uitspreken. Maar kan het ook in termen die het ‘me Tarzan, you Jane’ gehalte overstijgen? Niet elke vrouw die andere vrouwen aanmoedigt op zoek te gaan naar hun innerlijke slet is per definitie een feministe (of heeft iets zinnig over feminisme te zeggen).

Verder Monica De Coninck. Grote vis en op zich is het valabel om haar uit te nodigen zodat ze haar visie (en bij uitbreiding die van haar partij) op de verdeling werk/privé kan uitdiepen. Ik zou het zelf wel interessant vinden om te horen wat ze te zeggen heeft voorbij de boutade ‘mannen moeten minder werken en vrouwen meer’.

Katrien Neyt van het ABVV kan daar eventueel vanuit haar expertise één en ander tegenin brengen (of verder nuanceren). Langs de andere kant: in geen van de feministische thema’s die het afgelopen jaar aan bod kwamen in de media heb ik een vakbond weten deelnemen aan het brede debat.

Anja Deschoemacker is dan weer woordvoerster van de vrouwenbeweging van een marxistisch-trotskistische splinterpartij die – laten we eerlijk wezen – geen enkele relevantie heeft.

Het probleem is dat dit debat exemplarisch is en de breuklijn illustreert van het ‘oude’ feminisme en de nieuwe beweging die duidelijk opgang maakt. Nieuwe feministes lezen Jezebel en The Vagenda Magazine en verenigen hun interesses in zogenaamde vrouwelijke thema’s zoals mode, lifestyle, glamour, … naadloos met thema’s zoals de loonkloof en street harassment. Ze maken op een creatieve manier gebruik van sociale media, maken blogs, Tumblrs, filmpjes, muziek en creëren aan de hand daarvan een heel nieuwe ‘community’ zoals dat dan heet. En wat doet De Vrouwenraad? Die jaagt ons het schaamrood naar de wangen door 2 jaar na elkaar een debâcle als de ‘Auwch Award’ uit te reiken. (Gelukkig reageerde dit jaar De Standaard ook erg zuur, zodat de schade beperkt bleef).

Wij – Het Pretpark -, maar ook andere ‘nieuwe’ feministische bewegingen moeten onze stem luider laten horen en ervoor zorgen dat wij aan bod komen in debatten, lezingen, media (dat laatste begint in sommige gevallen aardig te lukken). We moeten studeren en onze thema’s grondig definiëren en uitdiepen, en alternatieven formulieren op een geloofwaardige manier. We moeten ervoor zorgen dat het feminisme verder gaat dan het selecte clubje blanke en hoog-opgeleide vrouwen, we moeten manieren zoeken om de vrouw aan de kassa van de Delhaize, de poetsvrouw die ‘s morgens vroeg of ‘s avonds laat de kantoren waar we werken komt kuisen en de al dan niet gehoofddoekte vrouwen van elke origine laten weten dat ons feminisme ook voor hen relevant is en dat ook zij daar een plaats in hebben.

Dàt is voor mij de richting die we uit moeten.

 

Microagressies.

  • Ik zie op facebook een man ‘jeuj’ schrijven onder het bericht dat nog een Belgische jongeman is omgekomen in Syrië. Vlak daarna maakt hij zich op zijn prikbord druk over kittens die mishandeld worden. Het is al maanden dat ik beelden over dat land vermijd, het is me teveel. Teveel leed, teveel onverschilligheid, teveel doden, teveel fracties, teveel afgerukte ledematen en teveel kinderen in tenten ergens in de woestijn. Teveel verlies.
  • 1212 zamelt geld in voor de vluchtelingen in Syrië. Een radioprogramma moet worden ingeschakeld omdat de campagne voor geen meter loopt. Mensen mogen inbellen om te zeggen waarom ze wel of niet geven. De haat is onhoudbaar, agressief. Een man zegt net niet dat ze wat hem betreft allemaal de kogel mogen gegeven worden. Hij doet dat zonder enige schroom, zonder gêne, wordt enkel de pas afgesneden door de presentator. Ik had de radio moeten verzetten, besef ik als mijn maag al lang in de knoop ligt en mijn hart een beetje is bevroren. Ook in de auto moet je je maliënkolder van het cynisme dragen om de wereld een beetje op draaglijke afstand te kunnen houden. Ik ervaar dat soort uitingen steeds meer als een aanslag op mijn persoonlijke ruimte. Er is geen omzichtigheid meer, geen schaamteprikkel die mensen ervan weerhoudt om dit soort uitspraken in het openbaar te doen. Ben je nog mens als je de ander zo ontmenselijkt?
  • Een bericht loopt binnen over een aardbeving in Iran. Onmiddellijk op Twitter een reactie: dat de politiek correcte elite nu wel zal zeggen dat er teveel persaandacht naar Boston gaat ipv naar Iran. Even later hoor ik dat het geschatte dodenaantal wellicht in de honderden loopt. Ik herinner me hoe ten tijde van Sandy nauwelijks gerept werd over de vele slachtoffers van dezelfde orkaan in Haïti en Cuba. Mijn hele waarden- en normensysteem wordt gereduceerd tot ‘politiek correct’ of ‘lid van de linkse kerk’.   Alsof ik me moet schamen omdat ik meeleef met mensen in een ver land die achtereenvolgens getroffen worden door oorlog, politieke onrust en dictatuur. (Ja, dat moet je!). 
  • Een argeloze mededeling op facebook van een vrouw die sinds kort terug gaat joggen. Dat er plots een man naast haar kwam lopen, en dat ze pas achteraf doorheeft dat hij dat doet met zijn penis ontbloot.
  • Een zieltogend blad zet een zangeres van een danceformatie op de voorpagina, haar boezem becommentarieerd met de ‘mooiste memmen’. Een alliteratie als goedkope provocatie, ik probeer er abstractie van te maken maar het lukt me niet. Het is moeilijk om permanent onverschillig te zijn voor die voortdurende reductie van vrouwen tot hun biologische geslachtskenmerken. Memmen. Tetten. Loezen. Melkfabriek. Je benen zijn te wit, je oksels lelijk, je kont te dik en je kuiten te vol. Je haar te dun of te grijs. Je bent te weinig ambitieus voor een carrière, te weinig tot focus in staat voor het besturen van snelle bolides, te dom voor de buitenspelregel. 

 

 

Gisteren blogde ik ‘De mythe van de competentie‘, waar ik dus een lans breek voor quota voor vrouwen. Uiteraard kwam daar reactie op, en voor het internet zijn doen redelijk interessant en inhoudelijk (in plaats van onnozele dooddoeners en persoonlijke aanvallen). Het verdedigen van quota is een niet makkelijk omdat de materie complex is. Daarom hieronder een analyse van de kritiek.

Naast competentie zijn er zó veel meer criteria op te noemen die mensen in de richting van een bepaalde job sturen. Overigens: ik begrijp niet waarom ‘mensen’ opgedeeld zouden moeten worden in ‘mannen’ en ‘vrouwen’, zo kan ik nog wel een stuk of honderd andere categorieën maken om mensen in 2 groepen te verdelen, en altijd zal er dan één categorie ondervertegenwoordigd zijn. Maar why the fuck.”

Ok, toegegeven, de interessante kritiek begint redelijk zwak. Het is niet alsof ‘mannen’ en ‘vrouwen’ 2 arbitraire categorieën zijn. Verschillen tussen de geslachten zijn er nu eenmaal en het is absoluut geen toeval dat mannen en vrouwen anders behandeld worden. Uiteraard kun je mensen opdelen in willekeurige groepen, om dan tot de conclusie te komen dat er bijvoorbeeld zeer weinig éénbenige bedrijfsleiders zijn of zoiets. Maar passons en over naar waar het wel zinnig wordt.

In het bedrijf waar ik werk — een opleidingscentrum voor laaggeschoolde volwassenen — is meer dan 80 % van het personeel een vrouw, gesteld dat er quota voor mannen zouden komen, dan zou dit de kwaliteit van onze organisatie serieus naar beneden halen, gewoon omdat het een beroep is dat de meeste mannen minder ligt.”

De man heeft gelijk en ongelijk: gelijk als hij zegt dat mochten er op dit moment quota ingevoerd worden voor mannen in zijn organisatie de kwaliteit van de organisatie naar beneden zou halen. De reden daarvoor is dat de instroom aan mannen in dat soort van onderwijs te laag ligt. Er zijn veel te weinig leraren lager en middelbaar onderwijs, en dat is een kwalijke evolutie. Daar moeten dringend oplossingen voor gevonden worden die ervoor zorgen dat mannen het beroep terug aantrekkelijk gaan vinden. In elk geval zou ik de HR-verantwoordelijke van het opleidingscentrum voor laaggeschoolde volwassenen aanraden vooral op zoek te gaan naar mannelijke docenten en in het geval van gelijkwaardigheid van kandidaten resoluut voor mannen te kiezen.

Ongelijk heeft hij in het discours dat onderwijs een beroep is dat ‘de meeste mannen minder ligt’. Deze manier van denken is een schoolvoorbeeld van hoe schadelijk genderstereotyperingen zijn. Tot diep in de jaren 60 was het overgrote deel van het onderwijzend personeel mannelijk. Vrouwen mochten het beroep uitoefenen tot ze getrouwd waren en werden dan verondersteld thuis te blijven. Een onderwijzer genoot status en aanzien. Er was niemand die het in zijn hoofd zou halen om te zeggen dat onderwijzen een vak was dat ‘de meeste mannen minder ligt’. Dat dat nu wel gebeurt, is te wijten aan een aantal culturele verschuivingen die ervoor gezorgd hebben dat vooral vrouwen voor het beroep kiezen: het feit dat het makkelijker is om voor je gezin te zorgen, bijvoorbeeld. Dat je er makkelijk deeltijds aan de slag kunt. Tegelijkertijd met de instroom van vrouwen kunnen we ook een afwaardering in status van de functie vaststellen, wat de ‘mannenvlucht’ nog versnelt, jammer genoeg. En hoe minder mannen in het lager en middelbaar onderwijs, hoe minder mannelijke docenten die laaggeschoolde volwassenen gaan begeleiden, hoe minder rolmodellen voor jongens in die functies. De evolutie versnelt in die zin zichzelf, de uitval in het onderwijs bij jongens wordt steeds groter. Iemand poneerde onlangs dat een van de mogelijke redenen daarvan is dat het verwerven van kennis door bepaalde groepen niet meer als ‘mannelijk genoeg’ ervaren wordt. Ik weet niet of het onderzocht is, maar het lijkt me een zeer interessante piste.

Ik durf er verder mijn handen voor in het vuur te steken dat wie het organigram van het bedrijf in kwestie bekijkt tot de conclusie zal komen dat hoe hoger de functie is, het aantal mannen exponentieel zal toenemen. Onder de docenten zal het misschien een 80/20 verhouding zijn in het ‘voordeel’ van de vrouwen, aan de top van het bedrijf zou het goed kunnen dat je net de omgekeerde verhouding aantreft.

En ja: er bestaat zoiets als de ‘glazen kelder’, er meer ongeschoolde mannen dan er ongeschoolde vrouwen, waardoor de meeste vuilnismannen mannen zijn. Maar dat is dan weer een heel ander debat.

(deze vorige zin mag ik trouwens zonder problemen schrijven, omdat het over mannen gaat, want zou ik het zelfde beweren over vrouwen, dan ben ik een gore sexist).”

Euhm … Het debat zou makkelijker te voeren zijn, mochten mensen zich onthouden van dit soort emotionele uitbarstingen die nergens op slaan en slechts willen benadrukken hoe zeer de arme mannen tegenwoordig slachtoffer zijn.

Ik heb de betrekkelijke en zeer noodlottige eer gehad om een paar politieke kandidates (als rechtstreeks gevolg van de quota voor kieslijsten) te ontmoeten op straat, vorig jaar in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Ik bleek hun partijprogramma beter te kennen dan zij zelf, …”

Aah, de casuïstiek! Mijn grootvader rookte elke dag een pakje sigaretten en is 90 geworden. Laten we alle studies overboord gooien, want iemand kent iemand wiens hondje in dezelfde straat woont (enzzzzzzzzzzzzzzzzz …).

” dus uw bewering “Quota installeren betekent niets meer of niets minder dan op zoek gaan naar de bekwaamste vrouw voor een bepaalde functie”slaat volgens mij (en ook volgens het woordenboek) echt nergens op (vraag maar aan de politieke partijen die hun lokale lijsten opvullen met “echtgenotes”). EN uiteraard spreek ik over een minderheid, haast ik mij om er bij te zeggen. EN uiteraard zijn er onder die politieke nitwits evenveel mannen, haast ik mij nog vlugger om er bij te zeggen. Die mannen hadden geen quota maar alleen dikke ellebogen nodig om op die kieslijsten terecht te komen. Maar het resultaat is helaas hetzelfde.”

Quota installeren voor bepaalde functies waar de instroom van bekwame vrouwen WEL groot genoeg is (zoals bijvoorbeeld de academische wereld, het bedrijfsleven), maar waar vrouwen omwille van tal van andere redenen dan competentie niet worden geselecteerd blijft de beste manier om vrouwen vooruit te helpen.

” Ook al volg ik voor een groot deel uw argumentatie en ook al heb ik zelf geen eenvoudig alternatief voor het veel te eenvoudige systeem van quota… ik blijf tegen quota. Waarom? Quota zijn pertinent oneerlijk, zo simpel is dat.”

Zijn quota een simpel systeem? Waarschijnlijk wel. Maar ze zijn niet oneerlijk. Ze zijn de manier bij uitstek om een pertinent oneerlijke situatie snel om te buigen.

 

Het opleggen van quota om meer vrouwen in ‘hogere’ functies aan het werk te krijgen is een slechte maatregel. Het is een beetje zoals democratie: ‘the worst form of government, except all those other forms that have been tried from time to time’.

Dus nee, quota zijn niet ideaal. Ze zijn wel noodzakelijk om meer vrouwen naar de top te helpen van de academische wereld, van het bedrijfsleven, de magistratuur, de ambtenarij en de non-profit sector. Enige uitzondering? De politiek scoort beter. De enige reden? De quota die jaren geleden al ingevoerd werden en meer en meer vruchten afwerpen. Quota zijn dus – net als democratie – het enige middel om het beoogde resultaat te bereiken. Wie een ander briljant idee heeft natuurlijk om de grote discrepantie tussen mannen en vrouwen in ‘topposities’ op te lossen, laat het los op de wereld! De cijfers zijn wat ze zijn, en laten zich samenvatten als: hoe hoger de functie, hoe groter de maatschappelijke impact van een functie, hoe meer macht er geconcentreerd zit, hoe kleiner de kans dat u op dat zitje een vrouw zult aantreffen.

Eén van de grootste mythes rond deze sobere vaststelling is dat die grove ondervertegenwoordiging van vrouwen zich ‘vanzelf’ zal oplossen. Uhu. Een beetje zoals de banken jarenlang de mantra van ‘zelfregulatie’ hebben gezongen, waarschijnlijk. Aanhangers van de vanzelf-theorie hebben trouwens deels gelijk: wie ongeveer 150 jaar geduld kan oefenen, zal het nog meemaken dat er in het bedrijfsleven een min of meer gelijke vertegenwoordiging is van mannen en vrouwen. De enige manier om deze evolutie te versnellen is het invoeren van quota. Maar goed, blijkbaar zijn nogal wat mensen tevreden met het idee dat pas hun achter-achter-achter-achter-achter-achter-achter-kleindochter dezelfde kansen geboden zal worden als hun man, hun zoon, hun partner of hun kleinzoon nu. Ik heb in elk geval dat geduld niet, en ik eis voor mijn dochter dezelfde rechten op als voor mijn zoon (die ik niet heb).

En wie echt denkt dat ‘vanzelf’ werkelijk het antwoord is, nodig ik uit eens te contempleren over het feit bijvoorbeeld dat de Leuvense Universiteit gesticht werd in 1425. De eerste vrouwelijke decaan werd benoemd in 2010, net geen 600 jaar na datum. In die 600 jaar hebben vrouwen altijd moeten strijden voor hun recht op gelijke behandeling, het is niet zo dat de universiteit zomaar de deuren heeft opengezet voor vrouwelijke studenten, professoren, decanen en rectoren. Ik haal nu dit voorbeeld aan, maar u kunt deze lakmoesproef gerust herhalen met het instituut van uw keuze. Iedere keer hebben vrouwen door middel van strijd en actie hun rechten moeten afdwingen. Wie denkt dat we nu in een soort luilekkerland leven waar vrouwen op een presenteerblaadje dezelfde kansen en mogelijkheden worden geboden als hun mannelijke collega’s die is ziende blind en hopeloos naïef.

De andere mythe die namelijk dit debat overheerst is deze die zegt dat er vandaag enkel geselecteerd wordt op competenties, vaardigheden en diploma en dat geslacht geen enkele rol in de selectie speelt. Volgens dit soort magische denken zijn we voor de eerste maal in de wereldgeschiedenis op het punt aangekomen waarop we wars van alle genderdenken de meest competente kandidaat uitkiezen. Zeg maar dag met het handje tegen alle diepgewortelde clichés over vrouwen en hun gebrek aan ambitie, hun emotionaliteit die hen belet rationele beslissingen te nemen, hun hormonen waardoor ze 20% van de tijd niet in staat zijn naar behoren te functioneren, hun onvermogen om te kaartlezen en hun natuurlijke of hun aangeboren desinteresse voor exacte wetenschappen. Op een moment dat ik eventjes niet oplette, zijn al deze vooroordelen sneller weggesmolten dan het poolijs en werd ik wakker in een wereld waar uw geslacht ineens van geen tel meer is bij het selecteren van kandidaten.

Met alle respect: maar dit is onzin. Dikke, vette, onzin. Als er nu enkel op competentie zou geselecteerd worden, dan wemelde het op dit moment aan de top van het bedrijfsleven, de magistratuur, de non-profit sector en onze universiteiten al van de vrouwen. Als er niet een onzichtbaar quotum voor mannen zou bestaan in dat soort functies, dan zouden we deze discussie niet keer op keer moeten voeren. Je hoort ook nooit het argument vallen dat dit soort quota die mannen openlijk en eeuwenlang voor zichzelf hebben ingesteld ‘betuttelend’ is. Dat soort ‘betutteling’ werkt blijkbaar enkel in de richting van vrouwen die eindelijk durven eisen dat er paal en perk wordt gesteld aan de macht van ‘old boys’ netwerken zoals de loges, de denktanks, serviceclubs en andere ontmoetingsplaatsen waar voornamelijk machtige mannen elkaar ontmoeten, kennis en ervaring uitwisselen en door middel van informele contacten geschikte kandidaten zoeken voor hoge functies. Competentie? Enkel competentie? Laat me toch niet lachen. Alsof de ons-kent-ons factor door de goede fee is weggetoverd.

De waarheid is dat vrouwen – tot op vandaag – los van hun competentie, op een bepaalde manier beoordeeld worden omdat ze toevallig een vrouw zijn. Vorige herfst werden de resultaten gepubliceerd van een dubbelblind studie. Daarin werd gevraagd aan academici om een CV te beoordelen. Welk startsalaris wilde men de kandidaat bieden, hoe groot was de bereidheid om de kandidaat aan te werven en te coachen? Het CV was identiek, het enige verschil was de naam bovenaan: John of Jennifer. En wat een verrassing zeg: Jennifer werd algemeen gezien minder bekwaam bevonden (zowel door mannen als door vrouwen!), er waren minder mensen bereid om Jennifer tijdens de start van haar carrière te coachen en het verschil in salaris dat geboden werd aan Jennifer was significant lager dan wat aan John werd geboden (+/- 5.000 € op jaarbasis).

Studie na studie toont aan dat vrouwen met gelijkwaardige competenties, vaardigheden en diploma’s als hun mannelijke collega’s systematisch als minder bekwaam worden ervaren. Laten we dus maar gauw stoppen met doen alsof mannen nu enkel op basis van objectief meetbare criteria worden aangeworven en dat quota een ongebreidelde instroom aan onbekwame vrouwen betekenen in het nadeel van uiterst competente mannen. Integendeel, een Zweedse studie komt tot de volgende conclusie: “For example, in the debate on gender quotas, it is often claimed that a supply constraint for women results in a quota replacing competent men by mediocre women. We have argued, to the contrary, that achieving gender parity through quotas can actually promote competence by reducing the number of mediocre men”. Lees het nog maar eens opnieuw, het staat er echt: quota voor vrouwen zorgen ervoor dat het aantal middelmatig presterende mannen gereduceerd wordt, ten voordele van het aantal competente vrouwen.

Quota installeren betekent niets meer of niets minder dan op zoek gaan naar de bekwaamste vrouw voor een bepaalde functie. Geloof het of niet: vrouwen kunnen nu eenmaal even slim, even gedreven en even competent zijn als de mannen die voor die job solliciteren. Het is gewoon hoog tijd dat ze de kans krijgen om dat te bewijzen.

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.508 other followers