Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2011

Zondagmorgen.

Zondagmorgen, iets over negen. Ik ontwaak langzaam. Zonet hoorde ik de klok slaan van de Sint-Pieterskerk, half slapend heb ik één voor één de droge slagen mee geteld. Op het moment dat ik meer wakker ben dan dat ik slaap, sta ik op. Zoals gewoonlijk ben ik de eerste beneden. Ik hou van de rust van een huis waar je anderen weet slapen. Koffie zetten, laptop uit sluimerstand halen, radio 1 aan. Ergens vandaag zal ik de restanten van de last minute geïmproviseerde barbeque van gisterenavond moeten opruimen. Het idee staat me zelfs niet tegen, ik haal tegenwoordig rust en voldoening uit dit soort karweitjes. Je kunt ongeveer onmiddellijk tevreden zijn over het resultaat, en ondertussen nadenken. Eén van mijn favoriete hobby’s trouwens, dat nadenken.

Op de radio hoor ik Friedl Lesage. Jammer dat ze enkel nog op zondagmorgen te horen is, één enkel schamel uurtje. Iets met boeken heet het, geloof ik. Zoals ik van haar gewoon ben, stelt ze haar gast rustig en beheerst goeie vragen. Nog beter: ze gunt haar gasten de tijd om antwoorden te zoeken en te verwoorden. Een zeldzaamheid tegenwoordig, de flitscultuur weet u wel, die ervan uitgaat dat ‘de’ luisteraar of ‘de’ kijker niet in staat is om antwoorden die langer dan 7 seconden duren te begrijpen of te verdragen. Tot enkele jaren geleden mocht Lesage elke weekdag een uur lang een gast interviewen, op Radio1, tussen 9 en 10 uur ’s morgens. Op andere zenders was op dat uur vooral schreeuwerige foute  muziek te horen. Op een dag waren de interessante gasten op, en had Friedl een ongeluk of iets in die zin. Het fijne weet ik er niet van, maar iemand, ergens vond het logisch om het programma van Friedl te vervangen door ‘Peeters & Pichal’. Vlamingen die zich om de één of andere reden bekocht, belazerd en bedonderd voelen, kunnen hun klachten en hun grieven doorsturen, en Annemie Peeters en Sven Pichal zoeken dan naar een antwoord. Ik las ooit ergens dat ze hadden verwacht dat hun programma hooguit een jaar of twee zou kunnen meegaan. Maar nu blijkt dat voor nogal wat Vlamingen het een fulltime bezigheid is om zich bekocht te voelen, is er na x aantal jaren nog altijd stof genoeg om elke dag twee uur radio te vullen met consumentengezeur.

Het contrast tussen Lesage en Peeters is groot. Lesage heeft een vrij lage en erg aangename radiostem. Ze spreekt rustig, mooi gearticuleerd en met kennis van zaken. Peeters voert telefoongesprekjes met Jan & alleman en begint altijd met een nasale ‘Goeiemorgeeuh’, waarbij de laatste lettergreep steevast beklemtoond moet worden en nog hoger wordt uitgesproken. Ze drumt haar praatgasten in de hoek, probeert hen woorden in de mond te leggen. Het is natuurlijk ook het format. Onderwerpjes moeten afgehaspeld worden, een vox populi’tje ertussen gooien, beloftes van beterschap moeten afgedwongen worden.

Ik weet eerst niet wie de gast is bij Friedl, maar dat maakt niet uit. Dan merk ik dat het Roel Verniers is, die vorige week overleed aan kanker. Ik heb de man nooit gekend, maar ontdekte een tijdje terug zijn columns voor De Morgen, waarin hij onder andere schreef over zijn ziekte. Gevoelig, maar zonder dramatiek, theatraliteit en zelfmedelijden. Eerst nog vol hoop en goede moed, een paar weken geleden met het nieuws dat de slokdarmkanker zijn weg had gevonden naar zijn hersenen en de rest van zijn lichaam. Friedl voert, zoals ik dat van haar gewoon ben, een sereen gesprek zonder hete hangijzers uit de weg te gaan. Ze bouwt rustig op, begint met vragen stellen over zijn favoriete boeken en wordt geleidelijk aan en bijna zonder dat je het merkt persoonlijker. Dan stelt ze de vraag ‘hoe gaan je kinderen er mee om?’. Als Goedele het zou doen, je zou haar standrechtelijk willen executeren, maar Lesage is niet op zoek naar sensatie. Op de één of andere manier weet ze hoe ver ze kan gaan, en dat zij dit mag, kan en zelfs moet vragen. Een lange stilte volgt. Je hoort niets, geen gekuch of het geschraap van een keel. En dan, dan begint Verniers met ongelooflijk veel liefde over zijn dochter en zijn zoon te vertellen. Zijn dochter heeft hem al eens gered, vertelt hij, door de buurman te verwittigen toen hij door de tumoren in zijn hoofd een epilepsieaanval kreeg. Daarvoor plunderde ze de snoepkast. Mijn zoon, zegt hij, heeft magische krachten. Jongetjes van 5 of van 6, hebben die nu eenmaal, dat is algemeen geweten.

De authenticiteit en de diepgang snijden door merg en been. En zelfs nu, tijdens het opschrijven, ben ik tot tranen toe ontroerd …

Advertenties

Read Full Post »

Game over.

(NVDR: dit is een vervolg op ‘… bites the dust.’)

Tegen het einde van de zomer begonnen we elkaar minder en minder te zien. Dat was geen kwestie van ruzie, enkel een kwestie van andere prioriteiten. Ik had het op mijn werk genoeg uitgehangen, het was tijd dat ik mij herpakte. Bovendien had ik een klein kind om voor te zorgen, en het was nu ook niet dat wij samen een glorieuze toekomst tegemoet gingen. We verloren elkaar niet uit het oog, we kwamen elkaar wel nog eens tegen op één of ander feestje of bij gemeenschappelijke vrienden.

Een jaar later ongeveer telefoneerde je me plots. Je had geprobeerd om je polsen over te snijden, en je zat in UPSIE, de psychiatrische crisisafdeling. Ik moest je daar zo snel mogelijk uit zien te halen, je had al ruzie met ongeveer het hele verplegende personeel, je maakte de andere patiënten onrustig. Zonder veel protest liet men je gaan, ze konden je niet tegen je wil houden. Nochtans was het een behoorlijk echte suïcidepoging geweest. Overlangs had je diep in je polsen gekerfd, het bloed moet eruit gespoten hebben. Daarna vluchtte je het huis uit, je hield een naderende tram aan en de chauffeur ervan verwittigde de ziekenwagen. Je was dagen wakker geweest, op allerlei soorten drugs.

Veel was er niet dat ik kon doen, zeker niet omdat ik al gauw merkte dat er iets erger bezig was dan een uit de hand gelopen drugsfeestje. Je leed aan achtervolgingswaanzin, eerst subtiel. Je vertelde me dat er in je familie een ‘complot’ gaande was, om je te verstoten. Later nam je me in vertrouwen: er hingen camera’s in je huis, je hele leven was op internet te volgen. Als ik buiten kom lacht iedereen mij uit!

Je liet je even vrijwillig opnemen in een psychiatrische kliniek, ik was min of meer gerust gesteld. Na 14 dagen hield je het voor bekeken, je vond dat men niet genoeg met je bezig was. Ik voorvoelde dat het uit de hand zou lopen, je was niet meer in staat om de situatie in te schatten. Je trok op met iemand die je voortdurend van drugs voorzag. Eén van je halfzussen trok zich nog een beetje jouw lot aan, voor de rest was het ‘trek je plan’. Ik ging bij de politie een verklaring afleggen, waarin ik zei dat je gedwongen opgenomen moest worden. ‘Madame, wij kunnen niet veel doen. Wij kunnen enkel eens langsgaan bij mijnheer om te zeggen dat hij zich moet laten verzorgen’.

Een eerste incident volgde. Je sloeg een aantal van je vroegere vrienden in elkaar, omdat ze je uitlachten toen je hen je paranoïde verhalen vertelde. Ze wisten niet beter, of  dat hoop ik toch. Een nieuw voorval volgde algauw. Stomdronken eiste je op de spoeddienst van het ziekenhuis dat men je bloed nam, om te kunnen bewijzen dat je vergiftigd werd. De verpleging stuurde je naar het politiekantoor (wij mogen dat niet doen zonder bevel van de politiek, mijnheer), waar je stennis schopte omdat men je dat bevel niet wilde geven. Naar het schijnt sloeg je drie flikken werkonbekwaam. Uiteindelijk belandde je in de gevangenis omdat je een meisje zwaar had mishandeld. Je was ervan overtuigd dat ze iets in je drank had gedaan.

Ik belde je nog wel eens, de laatste keer dat ik je sprak zat je in een gesloten psychiatrische instelling. Je was nog altijd kwaad op dat meisje. ‘Ze had maar niets in mijn drank moeten doen, hé, dan was dat allemaal niet gebeurd’.

Vorige week kwam ik onverwacht en op redelijk brutale wijze te weten dat je er niet meer bent. Je stierf in juni, in de Koningin Der Badsteden. Onduidelijke omstandigheden, en diegene die me het nieuws bracht zei dat het misschien maar beter zo was.

Read Full Post »

… bites the dust.

(NVDR: dit is een vervolg op ‘And another one …’). 

Op een avond tijdens de Gentse Feesten, in die zomer van precies tien jaar geleden, kreeg ik van jou een smsje. Je zat in het restaurant dat je zuster uitbaatte, en of ik zin had om af te komen. Toen ik aankwam, merkte ik dat je niet in je gewone doen was. Je had slaag gekregen van je vader, waarom is me nooit duidelijk geworden. Ik ontmoette je vader later. Een klein opdondertje, een dikke dwaze dommekloot. Een gemeen ventje, dat het plezierig vond om zijn zoon te kleineren. Jij stelde alles in het werk om zijn goedkeuring voor je doen en laten te krijgen, iets wat hij je steeds onthield. Dat je het ooit in je hoofd haalde om het te proberen bij de para’s, was omdat je hem iets wilde bewijzen. Je tekende – zoals dat in romans van Streuvels beschreven wordt – in een dronken bui een contract om nog een jaar langer in dienst te blijven.

Ik vroeg je waarom je niet had teruggeslagen. Als je had gewild, dan had je hem met een paar welgemikte petsen in een rolstoel geholpen. It would’ve served the sucker right … Maar goed, je verkoos je verdriet te verdrinken door grote hoeveelheden whisky en vodka achterover te kappen, en ik vond er niet veel beter op dan mee te doen. Enkele uren later waggelden we stomdronken door de stad, en jij was vast van plan om met de auto van je zus naar huis te rijden. Ergens in mijn benevelde brein wist ik dat dat geen goed idee was, maar je liet je niet overtuigen. Omdat ik nog net iets minder van de wereld was dan jij, probeerde ik je dan te overhalen mij te laten rijden. Jij zei: ‘Ben je gek? Dat is geen auto, dat is een beest!’. Het beest in kwestie was een blauwe BMW, ik vermoed uit de drie-reeks. Een twee liter, of iets daaromtrent.

In de ondergrondse parking gaf ik het op. ‘Ok dan, ’t is al goed. Rij maar, ik vertrouw je volledig’. Je tuurde naar me, waarschijnlijk omdat je dubbel zag, en je probeerde mijn uitspraak te begrijpen. Je gaf me de sleutels, en zonder iets te zeggen ging je in de passagierszetel zitten. De auto was inderdaad een echt wild beest, zeker in vergelijking met mijn dieseltje dat het met ongeveer de helft van het vermogen moest stellen. Met gierende banden en gedoofde lichten slaagde ik er in de parking toch uit te scheuren, achterna gekeken door de parkeerwachter die al lang blij was dat ik zijn slagboom niet mee had.

We bleven slapen in je kleine appartementje, en de volgende morgen stond je er op mij vers fruitsap te persen met gember. Dat vond je gezond. Je keuken plakte van de smerigheid, op je kleine balkon stinkende vuilbakzakken. Zodra je wakker was, begon je mensen te bellen of te smssen. Steeds op zoek naar gezelschap, zodat je niet alleen was met je gedachten. Je moeder was enkele maanden voordien overleden, en de beste manier om dat te verwerken was ongebreideld feestgedruis. Af en toe vertelde je wel wat: jij was de jongste, zowel je vader als je moeder hadden al kinderen uit vorige huwelijken. Ze hielden café, en veel tijd voor jouw opvoeding was er niet. Op je dertiende al begon je op café te gaan. Je ouders vroegen zich niet af waar je uithing, of met wie.

Op een dag had je een vakantie geboekt, in Fuerteventura. Ik mocht je naar de luchthaven brengen. We stonden er een dag te vroeg omdat je je had vergist. Ik kon er wel mee lachen, al sliep ik in die periode gemiddeld vier uur per nacht.

Read Full Post »

And another one …

Deze zomer was het precies tien jaar geleden dat wij elkaar wat troost boden. Ik kende je al langer, omdat we elk een vriendenkring hadden die hier en daar overlapte. Maar hoe gaan die dingen? Jij had een lief, en ik was nog niet zo lang moeder geworden. Veel zagen we elkaar trouwens niet, omdat ik door dat moederschap natuurlijk wat meer aan het fornuis werd gekluisterd. Jouw hobby was om het feestgedruis zo lang mogelijk te laten duren. Mijn interesse in jou betrof vooral je fysieke verschijning. Niet dat je nu zo’n adonis was, maar je jaren bij de paracommando’s hadden ervoor gezorgd dat je breedgeschouderd en mooi gespierd door het leven moest. In mijn boekje was je dus een lekker stuk, waar ik wel eens in wilde bijten.

Die kans diende zich aan eind juni 2001, op de renbaan van Groenendaal waar een Goa-festivalletje doorging. Ik was er naartoe gereden met mijn splinternieuwe autootje, mijn eerste grote aankoop op afbetaling en was uitgelaten als een klein kind op weg naar het circus. Nog steeds was ik moeder, maar het jaar voor was ik het op tamelijk drastische wijze afgetrapt bij mijn toenmalig lief en vader van mijn dochter. Via-via hoorde ik ook dat het ook tussen jou en je lief over & out was, en dat je later op het weekend nog zou afkomen.

Toen je arriveerde, pakte ik je bij je nekvel. Niet letterlijk natuurlijk, maar ik zal je waarschijnlijk weinig andere opties gelaten hebben dan de rest van het festival met mij door te brengen. Ik herinner me vooral dat je lief en attent was, dat we samen op zoek gingen naar de douches en dat je braaf de wacht bleef houden voor mijn deur die niet op slot kon. Je miste al de optredens die je wilde zien, omdat we nogal veel tijd in je tent doorbrachten en de tijd uit het oog verloren. Het was zelfs zo erg dat ik op maandagmorgen niet op het werk verscheen, maar met een pseudoschorre stem van op het festivalterrein belde om te laten weten dat ik een beetje ziekjes was.

Ik reed met een vriendin terug naar huis op maandagnamiddag, en ergens aan een tankstation onderweg waar we elkaar weer tegenkwamen vroeg je dan toch mijn telefoonnummer, en ‘wanneer we elkaar nog eens zouden zien?’. Ik was blij dat je dat deed. Je kon niet alleen zijn, en die avond zelf lag ik al weer bij jou in bed, of jij bij mij. Het was de start van een affaire die een paar weken zou duren, en afsprong op het feit dat we weinig gemeen hadden. En ook wel omdat jij mij een beetje gegeneerd probeerde duidelijk te maken dat je het meer had voor blonde badpakkenmodellen. En een blondine was ik niet. Je dacht dat ik verliefd op je was, en ik slaagde er niet in je dat uit het hoofd te praten. Mannelijke trots of zo, zeker?

Read Full Post »

Update.

Ik ben te moe om goed te zijn. Niet dat ik zo weinig slaap, maar die verdomde lage bloeddruk blijft me parten spelen, vooral tijdens en na mijn maandstonden (mijn excuses aan het mannelijke lezerspubliek dat hier zo plots met mijn menstruatieperikelen wordt geconfronteerd, maar ik zit er wel mee. En het is kiezen tussen elke maand bloed te verliezen en mijn toch al lage bloeddruk navenant te voelen dalen of mij met kind te laten schoppen en die optie zie ik niet bijster goed zitten). Dus gisteren en eergisteren knallende hoofdpijn, vandaag nog vaag. En een middagdutje, daarstraks.

Nooit eerder volgde ik de raad van mijn dokter zo goed op: ik slik redelijk trouw mijn ijzerpilletjes, en ik eet veel zout. Niet rechstreeks van het vat, maar ik smikkel al eens een zakje chips (met zout hé) op en ik laat mij volledig gaan op kaasvlak. Bovendien doe ik op geregelde basis aan sport om mijn hart te laten pompen, mijn bloed te laten stromen en mijn zweet te laten uitbreken. Al een geluk dat ik het graag doe, die yoga, want voorlopig merk ik nog niet veel van dat prachtige lichaam dat in een miniscule bikini past. Toen ik een paar weken geleden een nieuwe les bij een nieuwe juf ging uitproberen, vroeg ze me: kom je voor de zwangerschapsyoga? Ze excuseerde zich daarna omstandig.

Dokter had me bovendien gezegd dat ik eens een bril moest overwegen, en nu kan ik bijna niet meer zonder. Niet dat mijn dioptrie er op is achteruit gegaan, maar zo’n hele dag op een scherm zitten turen is nogal belastend voor je ogen en kan dus hoofdpijn veroorzaken. Dokter gaf me tijdens het consult een hele uitleg over hoe je ogen tijdens je veertigste en je vijftigste het snelst achteruitgaan. Ik knikte en ik knikte. Toen ze mijn gegevens opzocht kwam ze tot de conclusie dat ik nog geen veertig was. Ze excuseerde zich omstandig.

Op mijn werk blijft alles voorlopig bij het oude. Toen ik mijn baas nog eens aansprak over zijn voorstel mompelde hij iets in de zin van ‘budgetten’ en dat ze eind september alles nog eens zouden bekijken. En eigenlijk heb ik er al geen zin meer in. Software verkopen, daar heb ik nu toch ook niet zo’n ongelooflijke zin in en sowieso wordt het nog wel even pompen of verzuipen.

Read Full Post »