Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Opinie’ Category

Gisteren kon je in De Standaard een reconstructie lezen van de laatste levensmaanden van Jordy. De 19-jarige jongen werd eind augustus dood teruggevonden in een tentje in De Blaarmeersen, nadat hij op de dool was geraakt sinds hij op zijn 18de verjaardag de deur van de instelling waar hij opgroeide achter zich dichtsloeg. Zijn moeder soupeerde zijn klein spaarpotje op, zijn vader keek niet naar hem om. Erg slim was hij niet, hij had een zwakke gezondheid en hij leek ook nog eens lichtjes autistisch. Je hoeft niet bij Madame Soleil te rade te gaan om te weten het zonder begeleiding fout zou aflopen. Quod erat demonstrandum.

Hoewel millennials stilletjes aan terecht hun plaats veroveren in het medialandschap hoor noch lees je ooit iets over of van de Jordy’s van dit land. Tenzij ze dood zijn en voldoende interessant zijn om als zaak onderzocht te worden. Ze hebben geen populaire blogs of podcasts of Instagramaccounts. Ze zitten niet op Twitter, waar een beetje journalist tegenwoordig zijn nieuws vergaart. Ze gaan niet naar hippe feestjes en ze schrijven al helemaal geen boeken. Ze richten niet voor de lol een politieke partij op en ze kijken niet naar de 7de dag. Als ze een alcoholprobleem hebben, of in het geval van Jordy: een verslaving aan aanstekergas, dan doen ze dat in alle anonimiteit. Ze ventileren hun meningen niet door middel van columns of opiniestukken. Soms hebben ze vlog. Of een treitervlog waarmee ze de goegemeente tegen de schenen schoppen.

Jongeren die niet opgroeien in de comfortabele warmte van een modaal middenklasse gezin kennen we niet, zien we niet, horen we niet en zijn er dus niet. (Ouderen ten andere ook niet). We weten niets van hun levens, hun verzuchtingen en hun dromen. Hun ambities of hun politieke voorkeuren. Wat ze uit dit leven hopen te halen.

Diversiteit in de media, gelukkig begint het een beetje door te dringen. Allochtone stemmen beginnen eindelijk wat aan bod te komen en af en toe zie je in een modebijlage al eens een model dat niet hyperslank is of wit. Maar ook die allochtone stemmen blijven het perspectief behouden van de goed opgeleide middenklasser. Ze beheersen het juiste jargon, ze spreken de juiste taal, ze schoppen stennis op Twitter waar een beetje journalist tegenwoordig zijn nieuws vergaart. Ze richten mee voor de grap een politieke partij op. Ze zijn eigenlijk net als ons, alleen hebben ze een achternaam die ons vreemd in de oren klinkt of hebben ze een hoofddoek op. We geven onszelf een rondje applaus voor hoera diversiteit.

Maar waar blijft het perspectief van de postbode en de poetsvrouw? Van de bandarbeider of de treinbegeleider? De bakker of de slager op de hoek? De uitbater van de nachtwinkel waar we chips, bier en sigaretten kopen? De verpleegster en de bejaardenhelper, de taxichauffeur? Van de langdurig werkloze of de chronisch zieke? Waarom worden mensen met een beperking weggestoken in emo-programma’s als Radio Gaga zodat we medelijden kunnen hebben, 50 minuten in de week? En kom me niet vertellen dat mensen die buiten het hogeropgeleide middenklasse kader vallen ‘niet interessant’ genoeg zouden zijn. Of dat ze niet zouden nadenken of niet tot waardevolle maatschappelijke inzichten kunnen leiden. De fratsen van goed geconnecteerde marketingboys halen wel de kranten, waarom zouden we dan de neus moeten ophalen voor de verhalen van mensen met een diploma uit het beroepsonderwijs en een bescheiden baan?

Diversiteit wordt pas echt diversiteit op het moment dat het naast gender, ras, afkomst en leeftijd ook aandacht heeft voor het verschil in sociale klasse.

schermafbeelding-2016-09-06-om-09-28-35

Read Full Post »

Een week of wat geleden ben ik verhuisd. Naar een doodgewone volkswijk in een deelgemeente van Gent. Mijn nieuwe buurman – die buschauffeur is –  begroette me met de woorden: “Ah, de nieuwe buurvrouw. Ewel, ik ben gene racist, maar ik ben blij dat je geen Turk bent”. Voor de rest een heel hartelijk welkom gekregen hoor, daar niet van. Ik weet nu al wie wie is in de straat. En in de zomer, als het warm is worden de stoelen buiten gezet, een flesje cava gekraakt of een bak bier gedeeld en wordt er onder buren gezellig gekeuveld. Ik mocht mezelf als uitgenodigd beschouwen. En toen buurman en buurvrouw zich nieuwsgierig toonden naar de kleine verbouwing die we lieten uitvoeren voor we het huis echt betrokken vroeg ik hen binnen om het resultaat te aanschouwen.

Mijn gedachten dwalen af en toe af naar mijn goede vriendin die met een Turkse man getrouwd is. Voor mij is het wel makkelijk natuurlijk, om die banale racistische opmerking te negeren en verder min of meer hartelijk te reageren. Alsof er niets aan de hand is. Omdat een goede buur beter is dan een verre vriend. Omdat je niet weet hoe lang je nog buren zult zijn en je natuurlijk geen zin hebt om vanaf dag 1 in de rol van outcast geduwd te worden.

Na de ongemeen harde schokgolf die de overwinning van Trump door de wereld joeg werd de blanke middenklasse in deze contreien nog eens opgeschud en moest de verkiezingsuitslag ten gronde geanalyseerd. Hoe was het mogelijk en patati en patata? Eén van de lessen die we moeten trekken blijkbaar is dat we moeten luisteren naar de verongelijkte witte arbeidersklasse die redelijk massaal voor Trump heeft gestemd. Daarnaast hebben ook de hogere (witte) inkomensklassen voor Trump gestemd (+/- de helft). Maar bij hen moeten we ons oor niet te luisteren leggen naar het schijnt. Klein detail: in de 2 laagste inkomensklassen stemden de minste mensen voor Trump. Voor de volledigheid: ik baseer mij op de exitpolls zoals ze door de NY Times gepubliceerd werden.

Op Vrij Nederland – een Nederlands weekblad voor witte hoogopgeleide mensen – werd een interview gepubliceerd met een Amerikaanse sociologe die ons vertelde dat we inderdaad moesten luisteren naar Trump-stemmers. Dat artikel waarin ze vertelde over haar ervaringen moest Nederlandse en Vlaamse middenklassers met een streepjestrui en een veel te dure fiets het gevoel geven dat ze ook daadwerkelijk met een werkloze arbeider in de rust belt hadden gepraat. En wat bleek? Die mensen zijn zo slecht nog niet. Ze schijten bovendien niet uit dwazigheid in hun eigen keuken of zo. Met een beetje goede wil zou je zelfs kunnen zeggen dat het mensen zijn zoals jij en ik. Met hopen en dromen en kleine kantjes. Wie had dat ooit kunnen denken zeg??

In 1991 – vlak na de eerste onverwachte en vrij verpletterende overwinning van het Vlaams Blok – heerste in Vlaanderen een beetje hetzelfde gevoel. Wie waren eigenlijk die kiezers die de traditionele partijen hadden durven opzadelen met een electorale kater? Er werden reportageploegen naar de Antwerpse Seefhoek gestuurd in de hoop de ziel van de foertstemmer te kunnen capteren en een oude man met een kapiteinspet op verklaarde zonder veel schroom voor de camera dat Hitler het allemaal nog niet zo slecht had gedaan.

Aha, hoor ik u al denken. Dat is hier voorzeker zo’n betoog van een politiek correcte adept van de linkse kerk die beweert dat al die proteststemmers van toen en nu vermaledijde racisten waren. Ewel, u hebt deels gelijk. Dat ik een poco ben is ongeveer algemeen geweten. Dat al die proteststemmers racisten zijn (of waren) is weer een andere zaak. De meeste onder hen zullen zich alvast niet zo identificeren. Een beetje zoals mijn nieuwbakken buurman eigenlijk, die geen racist is maar toch blij is dat hij niet naast een Turk woont. Waarmee je au fond natuurlijk wel een racistische uitspraak doet en een stem voor Trump of Dewinter nog altijd een impliciete goedkeuring is van een xenofoob en racistisch partijprogramma.

Wat me op dit moment stoort aan dit hele ‘we moeten luisteren naar de stem van de kiezer’ verhaal is de manier waarop de ontevredenheid van de white working class centraal wordt gesteld. We weten waarom die op Trump heeft gestemd. Een terecht gevoel van ontevredenheid met het huidige politieke beleid. Een politieke elitaire kaste die nog weinig voeling heeft met de gewone werkmens. De teloorgang van traditionele industrieën en jobs voor laaggeschoolde arbeiders. Weinig geloofwaardige alternatieven. Een demagoog die simpele oplossingen belooft voor complexe problemen. Het is allemaal zo moeilijk niet en het is ook al verschillende keren eerder met redelijk veel succes geprobeerd.

Maar de arbeidersklasse bestaat noch in de USA, noch in Europa enkel uit blanken. De mensen die het laagst van allemaal zijn opgeleid en die in de ongezondste en slechtst betaalde jobs terecht komen zijn van zeer gemengde afkomst. Iemand al horen zeggen dat we naar die mensen moeten luisteren? Ik dacht het niet.

In de nasleep van de Brexit steeg het aantal hate crimes tegenover buitenlanders (met name Polen) spectaculair. Dat gaat van beledigingen en bedreigingen tot mensen halfdood slaan omdat ze het lef hadden om op straat hun moedertaal te spreken. In de USA lopen de eerste meldingen van intimidatie tegenover minderheden uit naam van Trump ook binnen. Niemand die ik hoor zeggen dat we met die mensen in dialoog moeten gaan.

En laat ons wel wezen: we kennen de ontevreden onderbuik, of ze nu voor Trump stemmen of virulent een racistische karikatuur als Zwarte Piet verdedigen. Ze bevolken de commentaarsecties van de populaire kranten, ze zijn onze buren of onze collega’s. Het is de zatte nonkel Frans aan de feestdis op familiefeesten.

Wat mij betreft is de tijd van luisteren gedaan en de tijd van luid tegenspreken aangebroken.

Read Full Post »

We zijn ondertussen op de derde dag waarop Rutten het debat beheerst. Een goed gepitcht interview in Humo gevolgd door een passage in De Afspraak en afgerond met een opiniestuk in De Morgen. Niet slecht bekeken van de partijvoorzitter. Het doet een beetje denken aan die andere partijvoorzitter, die er ook steeds in slaagt de media-aandacht naar zich toe te zuigen door middel van een paar goed gemikte quotes waarover de hele Vlaamse Twitter-elite valt. Vervolgens nog een hele week overal mag gaan uitleggen dat hij niet goed begrepen is, de zaken uit context zijn gerukt of hij het allemaal zo niet bedoeld heeft.

In de paar debatten – nu ja, debatten, … zo’n vriendelijk gesprekje in De Afspraak kun je nauwelijks een debat noemen natuurlijk – waarin ik Rutten ooit bezig zag maakt ze trouwens een bijzonder combattieve indruk. Ze domineert en lijkt bijzonder zeker van haar stuk. Zo’n onervaren Groene overdondert ze natuurlijk compleet en zelfs Bart Schols houdt zich tegenover haar amper staande.

Haar démarche tegen wat zij de doorgedreven focus noemt op de herverdeling (en dus gelijkheid) heeft natuurlijk te maken met het feit dat de Open VLD zich moet blijven profileren tegen de vermogenswinstbelasting. Nu zelfs de N-VA via Zuhal Demir de deur ervoor op een kier zet, ruikt de liberale partijvoorzitter haar kans om zich als de enige echte verdedigers van al wie vermogend is op te werpen. Maar omdat zich ondertussen in de hoofden van de kiezers op dat vlak een kentering heeft voltrokken en de belasting op vermogen (of de winsten daaruit) voor ongeveer 75% van de mensen niet meer dan logisch lijkt moet er natuurlijk gefulmineerd worden tegen dat zotte idee van ‘gelijkheid’.

Diversiteit is niet hetzelfde als ongelijkheid

Wat Rutten doet is – wellicht bewust – 2 verschillende begrippen met elkaar vermengen. Haar argument om tegen een gelijke behandeling van mensen te zijn? Het feit dat we allemaal individuen zijn en dus van elkaar verschillen. Daar schijn je op het eerste zicht geen speld tussen te kunnen krijgen: natuurlijk verschillen we van elkaar. Nochtans: voor de wet zijn we allemaal gelijk, of dat zou toch moeten. Of je nu een rijkeluiszoontje bent of de dochter van een kassajuffrouw, in principe krijg je voor de rechtbank dezelfde behandeling. Niemand die het in haar hoofd haalt om dat systeem te vergelijken met pakweg Noord-Korea. Behalve Rutten dan.

Mensen kunnen dus perfect én van elkaar verschillen én dezelfde behandeling krijgen.

Een beetje ongelijkheid is goed (en te veel ongelijkheid is nefast)

Een andere halve waarheid die Rutten schaamteloos misbruikt is die van de ongelijkheid. Om te beginnen: ja het is zo dat een maatschappij waar iedereen krak hetzelfde zou verdienen niet zou werken. Maar vragen naar een rechtvaardige fiscaliteit is niet hetzelfde als zeggen dat iedereen dan maar over hetzelfde inkomen moet beschikken. En ze mag dan wel komen aandraven met Hans Rosling (die natuurlijk niet het hoofd van de statistiek is van de V.N., maar een kniesoor die daar op let), maar wat Rosling vertelt is iets helemaal anders dan wat Rutten daar van maakt. Voor wie het allemaal wil uitpluizen: check Gapminder.

De waarheid is omgekeerd: een rechtvaardige fiscaliteit die ervoor zorgt dat inkomen uit arbeid en inkomen uit kapitaal op gelijkwaardige wijze belast wordt zal net meer ademruimte creëren en meer vrijheid. Dat zeg ik niet, dat zeggen tientallen studies. En ook Michel Maus, die we bezwaarlijk van veel communistische sympathieën kunnen betichten.

En over dat communisme nog eens iets: in tegenstelling tot wat Rutten ongehinderd mag rondbazuinen wordt dat politiek en economisch systeem niet gekenmerkt door ‘gelijkheid’. Het is een systeem waarbij de productiemiddelen in handen zijn van de werkende klasse en waar men naar de utopie streeft van bijdragen naar vermogen en consumeren naar behoefte. In elk socialistisch systeem dat de wereld tot nu heeft gekend was er zeer zeker een (politiek) elite die zich ook kon verrijken. Maar goed, blijkbaar kan er nog gescoord worden met het soort doembeelden van een communistische heilstaat.

Gelijke kansen

Wanneer Rutten er op gewezen wordt dat niet iedereen met dezelfde kansen aan de start komt, dan geeft ze die natuurlijk gelijk. In één adem geeft ze dan ook de toverformule mee om dat soort van ongelijkheid weg te werken: kleuteronderwijs. Verplicht ouders hun kinderen vanaf 2,5 jaar naar school te sturen en hen Nederlands te leren en alle structurele ongelijkheidsmechanismen zullen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Gedaan met de ingebakken reflex om mensen met een vreemde achternaam niet uit te nodigen voor een sollicitatiegesprek of een huurhuis toe te kennen. Gedaan met het feit dat mensen die werken of een doordeweekse KMO in dit land veel zwaarder wordt belast dan iemand die door middel van een ingenieus systeem van beleggingen en belastingontwijking op zijn luie kont kan rentenieren. Etc, ad nauseam.

Vederlicht

Het discours waar Rutten mee voor de dag komt is redelijk vederlicht. Ze gebruikt grote en goed klinkende begrippen zoals vrijheid en gelijkheid en ze zaait wat semantische verwarring. In combinatie met haar onverstoorbaarheid lijkt het moeilijk om dat onderuit te halen. Gelukkig zijn er nog de feiten en de cijfers waar iemand haar eens rond de oren zou moeten slaan.

 

 

Read Full Post »

‘Vallen in Liefde’ is de tweede worp van auteur, columnist en syndicalist Philippe Diepvents. Ik kreeg van hem een e-versie van zijn boek in ruil voor een bespreking. Hier gaan we.

Om te beginnen: Vallen in Liefde opent magistraal. Wie mij kent weet ik dat ik dat woord niet licht gebruik, maar toch is het zo. In een filmische openingsscène met licht absurdistische ondertoon (denk Pulp Fiction) valt een dode. Diepvents begint op die manier eigenlijk bij het einde, en begint na de proloog te vertellen hoe het zo ver is kunnen komen.

In 1993 bracht de ondertussen overleden regisseur Robert Altman de film ‘Short Cuts’ uit. Gebaseerd op het werk van Carver worden op subtiele manier de levens van de verschillende personages die op het eerste zicht niets met elkaar te maken hebben toch via een reeks toevalligheden en ontmoetingen die ogenschijnlijk onbeduidend zijn toch met elkaar verweven. Nu zijn de verwijzingen naar Carver en Altman misschien iets te veel eer voor Diepvents, maar hij gebruikt wel dezelfde techniek om de levens van de protagonisten in elkaar te laten overlopen terwijl ze dat niet altijd door hebben.

Vallen in Liefde pivoteert om het hoofdpersonage Stella. Zij is de middelpuntvliedende kracht die de zaken in beweging zet en in grote mate verantwoordelijk is voor de brokstukken die de mensen in haar omgeving op hun kop zien vallen. Een manipulerend kreng en tegelijkertijd altijd een klein meisje gebleven dat op zoek is naar liefde, erkenning en aandacht. Hoe meer ze haar best doet om haar vader voor zich te winnen, hoe harder hij haar afwijst. Holly, de beste vriendin betaalt dan weer in alle opzichten het gelag.

Alhoewel de roman een beetje uit de voegen barst door de veelheid aan gebeurtenissen, ongelukken en onbeantwoorde of stukgelopen liefdes waar de personages door overvallen worden blijft het allemaal op de één of andere manier wel geloofwaardig. In die zin leest Vallen in Liefde als een trein, zoals dat dan heet. En dankzij de verschillende slimme plotwendingen blijft het boek ook verwonderen.

Diepvents toont zich bovendien ook een scherpe observator van de condition humaine en verrast op gezette tijden met bijzonder treffende omschrijvingen van het wezen der vriendschap of de liefde. Paragrafen die zo slim zijn dat je wou dat je ze zelf had kunnen schrijven dus.

Eerlijk is eerlijk: het einde was niet helemaal mijn ding. Iets te melig en te lang uitgerekt. Maar dat neemt niet weg dat dit boek zeker een plaatsje verdient onder de betere kerstboom.

9789022331897

Read Full Post »

Ik lees ergens dat het succes van Lena Dunham te zoeken is in waarop ze zichzelf en haar personages voorstelt: verre van perfect. Nu ja, behalve Dunham zelf lijken de meiden uit ‘Girls’ nog altijd uit de grot van Plato te stammen. Lang, slank en haar dat altijd goed ligt. In haar boek koketteert ze met haar neurosetjes en maakt ze van haar eigen klunzigheid haar USP. Net zoals sommige jongens en mannen hun eigen onhandigheid, gevoeligheid en onbeholpenheid uitbuiten om de meer moederlijke types onder het vrouwvolk tot enig hanky panky te overhalen. Net zoals Luc De Vos zichzelf graag portretteerde als een goedhartige loser die nooit succes had bij de vrouwen, maar ondertussen wel hordes jeugdbewegingsmeisjes van hart tot onderbuikje wist te beroeren. Het idool met de menselijke trekjes komt zo binnen handbereik, je kunt hem of haar al bijna voelen. Het is bedrieglijk makkelijk, drie akkoorden op een gitaar en een kopstem die geregeld uit de bocht gaat. Het is bedrieglijk eenvoudig, in een volle zaal je broek af te steken en je puistige kont te tonen.

Ook Dirk De Wachter verkondigt aan ieder wie het horen wil de boodschap dat het leven soms lastig, saai en onvolkomen is. Dat het soms een kabbelend beekje is en op andere momenten een woelige zee. Dat ons lief soms uit zijn bek ruikt, dat ons kind soms een vervelende etter is, dat onze baas soms zijn problemen thuis op ons uitwerkt. Dat de wereld ons en onze talenten schromelijk miskent. Dat het hier soms dagenlang regent en dat we nooit meer in die broek van vroeger zullen passen. Er is groter leed dat ons soms overvalt als een dief in de nacht: ziekte, dood, ontslag en het juk van aanslepende financiële zorgen.

Ach, wat zijn we anders dan de hopeloze gevallen van de kosmos? Hopeloos wreed zijn we, bekrompen, bevooroordeeld, kortzichtig, wraakzuchtig, zelfzuchtig. Betweters met een kort lontje, en net als de kiekens schijten we altijd naar beneden. We stoefen en we vleien, we doen ons beter en slimmer voor dan we zijn.

En dan uit het niets plots in staat tot een overrompelende tederheid. In een enkel geval zelfs tot kortstondig heldendom. Tot grote kunst, vaak uit groot verdriet geboren.

Een vat vol kolkende tegenstellingen is elk mens, grillig en irrationeel. Verre van consequent in denken, handelen en voelen. We slaan en we zalven, we zeggen zus en we doen zo. We vernietigen en we scheppen in dezelfde vloeiende beweging. En we verbazen zo nog het meest onszelf.

Wat mij het meest verwondert is het nieuwerwetse aura waarmee dit soort inzichten gepresenteerd worden. Is het besef dat ons leven geen zonovergoten reclamespot is dan zo revolutionair? Is de Truman Show plots werkelijkheid? Willen we plots een echte Stepford Wife? Zijn we werkelijk vergeten dat geluk geen hoogvlakte is waar men permanent kan vertoeven? Laten we ons dan echt voortjagen door flatterende selfies en juichende statusupdates, die eerder iets vertellen over het leven dat we zouden willen dan het leven dat we werkelijk leiden?

Laat 2015 maar het jaar zijn dat we klein zijn, en kaduuk. Dat we ons – waarom niet – samen met ons lief vervelen op de zetel en zuchten dat we hetzelfde al zoveel keer hebben gezien en gehoord. Laat ons maar onnozel zijn, en krabben en sukkelen.

Het is zo al moeilijk genoeg.

Read Full Post »

Zomergasten – David van Reybrouck

Ik blijf er niet voor thuis, maar gisteren deed de gelegenheid zich voor en dus ging ik er maar voor zitten. Zomergasten, het drie uur durende speelkwartier voor de intellectueel of voor iedereen die zich intellectueel waant. Soms valt het mee, soms valt het tegen. De constante is wel dat voor- en tegenstanders van het programma klaar staan met het fileermes om zowel gast als gastheer genadeloos de keel over te snijden.

Twee mooie momenten zijn mij bijgebleven, naar het einde toe zakte de soufflé een beetje in elkaar en werd er net iets te veel in clichés gegrossierd.

De eerste keer dat er iets gebeurde was toen Van Reybrouck het had over de vorig jaar overleden Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. Hij beschreef hoe ze elkaar ontmoet hadden en hoe ze vrienden waren geweest. Toen stokte hij even, je zag hem iets wegslikken. Wilfried De Jong liet het gebeuren, liet Van Reybrouck naar adem happen. En toen ging het weer voort. Over de poëzie van Hettinga, het Fries, de paarden. Niet onverschillig, maar met veel liefde. Met een beheerste en ingehouden emotionaliteit.

Het is iets dat we niet meer lijken te kennen, die pudeur. Een ouderwets woord dat niet meer gebruikt wordt omdat het overbodig is geworden. Luidruchtig ventileren we elk emotietje dat ons overvalt in de uren dat we wakker zijn. We lijken op ongedisciplineerde peuters die voor elk pijneke – ingebeeld of niet – een portie moederkeszalf eisen van onze peers op onze sociaal-emotionele netwerken. Op quasi ironische wijze krijsen we om aandacht op het moment dat onze koffie te koud of te heet is, de radio een verkeerd muziekske speelt of de juffrouw aan de kassa een slechte dag heeft. We zagen over onze eerste wereld probleempjes via de hashtag #fml en we zakken niet eens door de grond van schaamte. We vervallen in onnozel, puberaal en goedkoop sentiment en we vinden van onszelf dat we diepzinnig en authentiek zijn. We kokketeren met emotionele dipjes en innerlijke autisten om interessanter te lijken dan we ooit zullen zijn. Luid klinkende holle vaten zijn we, met de diepgang van FC De Kampioenen. Leeghoofdige egocentrische exhibitionisten, haantjes op een mesthoop.

Verdriet, pijn, ziekte en ander leed: het is onderdeel geworden van citius, altius, fortius. Wie biedt meer dan een depressie en een angstaanval? We klagen over het gebrek aan privacy, maar zijn er wel als de kippen bij om onze meest intieme gevoelens in de etalage te zetten in ruil voor wat bijval of een virtuele knuffel van één of andere wildvreemde. Een schouderklopje van iemand met veel volgers. Een homeopathische verdunning van gevoelens, omdat we te bang, te laf en te onvolwassen zijn om ons nog werkelijk te laten raken,  kwetsen of engageren.

Schroomvallige sereniteit zoals we gisteren zagen – ook toen het ging over het absurde verlies van vrienden – waar en wanneer zijn we dat eigenlijk kwijt geraakt? (En vinden we het ooit nog terug?).

Read Full Post »

Twisten met Bart Eeckhout

Het valt weinig voor, dat je ’s morgens uit je bed tuimelt en nog voor je kop koffie op is een uitnodiging van Bart Eeckhout om te twisten achter de kiezen hebt. Op den duur wordt het toch wel weer ‘shouten’ natuurlijk.

Weet je nog, Bart, hoe Sofie Peeters een jaar of 2 geleden met haar documentaire ‘Femme de la Rue’ een schokgolf door de samenleving joeg? Het enige dat ze daarvoor hoefde te doen was een doodgewone dag van een doodgewone vrouw in een doodgewone wijk in beeld te brengen. Was er eigenlijk iemand niet gedegouteerd door de manier waarop die verliep? Zoals ze voortdurend aangesproken en tegengehouden wordt door mannen op de straat. De kusgeluidjes, het gesis, de doorzichtige pogingen tot complimentjes die overgaan in gratuite beledigingen (hoer, slet!) als duidelijk wordt dat ze er niet op in gaat.

Als ‘Femme de la Rue’ 1 verdienste heeft gehad, dan is het wel dat de docu liet zien dat ‘een beetje seksisme’ niet bestaat. Bestaan er gradaties? Oh ja, zeker wel. Verkracht worden is erger dan nageroepen worden op straat. En dat verhoudt zich dan weer op een andere manier tegenover de loonkloof, maar op de één of andere manier hangt het wel allemaal samen. En ook:  het ene seksisme is niet ‘echter’ dan het andere. Het heeft allemaal impact: als jonge (of niet zo jonge) vrouw voortdurend het recht moeten afdwingen op je veilig voelen in de openbare ruimte is vermoeiend en zou niet moeten hoeven. En het voelt even ‘echt’ aan als je te realiseren dat je misschien een job niet krijgt omdat je een vrouw bent. Of wel de job krijgt, maar minder carrièreperspectieven dan je mannelijke collega. Enzovoort enzoverder.

Je bent vast slim genoeg om de analogie met het racismedebat te ontdekken. Zijn jullie bij De Morgen hardcore racisten? Nee, dat denk ik niet, en dat heb ik ook nooit en nergens beweerd. Maar was de bewuste zinsnede van Hans Vandeweghe over ‘Afrikanen die zich geen 6 weken kunnen concentreren’ racistisch geladen? Oh ja, absoluut wel. En dat aanklagen is niet het ‘verabsoluteren’ van racisme en spijkers op laag water zoeken. Net zomin als Femme de la Rue seksisme ‘verabsoluteerde’ en er daardoor voor zorgde dat ‘echt’ seksisme als onderwerp van tafel werd geveegd.

Bloeden uit duizend kleine sneetjes, hoorde ik onlangs Asha ten Broeke zeggen. Ze had het over hoe mannen en vrouwen voortdurend blootgesteld worden aan alle mogelijke stereotiepe voorstellingen van hoe ze zouden moeten zijn, wat ze wel of niet kunnen, waar ze voor deugen en waarvoor net niet. En hoe dat daadwerkelijk een verschil maakt in je leven.

Eén Marokkanenmop kan grappig zijn, maar komt nooit alleen. Ted Bwatu is Antwerpen niet ontvlucht omdat hij 1 enkele negermop van Alex Agnew moest verduren. Maar het was wel één van de vele druppels die de emmer lieten overlopen. En hoe welkom denk je dat iemand met een migratie-achtergrond zich dan voelt zoals dat dan zo mooi heet als hij voortdurend in het stereotiepe cliché van ‘ongeconcentreerd’ wordt geduwd. Niet die ene keer in een krant door een columnist die gedurfd wil zijn en er plezier in schept tegen al te politiek correcte schenen te schoppen (dat komt er gewoon bij hoor), maar elke dag van de week wel op de één of andere manier. De woning die net verhuurd is als jij belt. De dancing die net vol is als jij toekomt. De job die je op het lijf is geschreven maar waarvoor je toch weer niet in aanmerking komt. De onverholen verbazing over het goede Nederlands dat je spreekt.

Racisme is niet enkel ‘echt’ op het moment dat je in een wit pak kruisen verbrandt op de parking van De Morgen, zoals je vorige week al grappend op Twitter schreef. Het is niet enkel ‘ernstig’ op het moment dat mensen afgeknald worden omdat ze de verkeerde kleur of godsdienst hebben. Racisme kent veel gedaantes, vormen en gradaties. Je zegt dat  het keurslijf van afgedwongen eenheidsdenken over racisme jou en je krant niet past. Fair enough, maar in één en dezelfde adem eis je wel dat anderen – die zowel groot racisme als al te banale discriminatie dagelijks aan den lijve ondervinden – jouw visie op wat racisme nu echt en werkelijk is onderschrijven , want anders. (Ja, wat anders eigenlijk?)

We kunnen blijven discussiëren tot we een ons wegen, dus ik laat het hier maar bij. Voor ik je een prettige verderzetting van het weekend wens nog 2 tips: in The Guardian verscheen eerder deze week een uitstekend en onderbouwd artikel over waarom Afrikaanse teams onderpresteren. Aan een gebrek aan concentratie leek het in elk geval niet te liggen. En ten tweede: het is niet omdat het kantoor van de CEO dicht bij de receptie ligt, dat hij (meestal is het een hij) daarom een receptionist is. Iemand die dagelijks meerdere pagina’s in de krant volschrijft is geen columnist, maar een volwaardig lid van de redactie, ook als hij Hans Vandeweghe heet.

Read Full Post »

Older Posts »