Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘herfst’

Moe

Ik ben moe. Mijn haar is moe, mijn mond is moe en mijn ogen vallen toe. Mijn nek is moe van mijn hoofd te dragen. Mijn armen zijn moe van het tillen, mijn benen zijn moe en slepen zich voort. Mijn buik is moe en rammelt maar wat.

 De plant is moe, het licht is moe en laat het duister te voorschijn sluipen uit de kieren en de gaten van het huis. De trap is moe en kreunt en kraakt en jammert onder het gewicht van lamlendige lichamen die zich naar boven toe slepen. Zuchten op een bed met metaalmoeë pootjes en een doorgelegen matras. De tafel is moe en de stoel is moe en slaapt de hele dag door. De zetel is moe en staart voor zich uit.

Het kind is moe en dreint en jengelt en zeurt. De minnaars zijn moe en sterven niet meer. De moeder is moe, meer moe dan ze ooit is geweest. De vader is moe, wat doet het ertoe? De opa’s en oma’s zijn moe. De sint is moe, de kerstman is moe en God is lang dood. De reiziger is moe en wil gewoon naar zijn huisje toe. De vluchteling is lang moe en gaat gewoon zitten. De poes is moe en snurkt op de vensterbank. De hond is moe en kwispelt niet meer. De koe is moe van het loeien.

De soep is moe en verzuurt in de pot. De melk is moe, het bier is moe en verschaald. De wijn is moe en doet zelfs geen moeite, de champagne blijft stil en verdwijnt. Het vlees is moe en verstorven. De kaas is zacht en bezweet. De groenten zijn moe en verslensen.
Alles zakt in, naar beneden, verdwijnt onder de grond en de aarde. Moe van het groeien, moe van het leven, moe van het draaien, het vliegen en het springen. Moe van het treinen en moe van de bussen, moe van auto’s overal. Moe van de tanker, de treiler, de loods op het water.

De wind is moe, de regen valt moe langs het keukenraam tot op de moeë stoep. De wolken zijn moe en laten zich zwaar hangen over het uitgestrekte vlakke land. De bomen zijn en vallen om. De wormen zijn moe en geven het op. De spinnen zijn moe net als de vliegen, de muggen en sprinkhanen. De bijen slapen, de kikkers zijn gestopt met kwaken. De padden liggen in de gracht en zijn het trekken moe.

 Het gras is moe, het zand is moe en de zee is moe van alle eb en alle vloed. De maan is moe en heeft het koud. De zon is moe van het schijnen. De sterren zijn moe en verdwijnen. De zomer is moe en de herfst is moe. De winter moet nog beginnen.

De wereld is moe en doet de boeken toe.

Read Full Post »

Morgen

Morgen, dan wordt alles beter, zo belooft ze zichzelf nog maar eens. Morgen wordt de dag waarop ze dingen die nu door haar vingers glippen zal aanpakken. Ze zal zich vermannen en instanties contacteren en op het einde van de dag zal ze opgelucht kunnen ademhalen. Het zware beest op haar borst zal verdwenen zijn en de wolken in haar hoofd opgetrokken. Dan ligt ze niet meer in het donker, voor de dag breekt, te piekeren. Het is de mantra, de leugen waarmee ze zichzelf in slaap sust, elke avond weer. Het zicht op morgen, het ontsnappen aan vandaag.

Voorlopig kruipt het stof nog in de kieren, en ze is te moedeloos om zich er van af te maken. Soms vraagt ze zich af van waar het allemaal komt, alhoewel ze weet dat dat een zinloze vraag is. Er is afwas die zich opstapelt, er is was die aan het rek moet. Een bankbediende belt haar en ze moet naar adem happen. Elke dag weer brieven in de bus. Ze wordt er moe van. Het ongeduld van de wereld, en zij zo zwaar en traag. Dat jagen altijd, terwijl zij geen idee heeft van waar de dagen zijn gebleven. Hoeveel jaren zijn voorbij gegaan, zonder dat zij er werkelijk was? Ze is afwezig in haar eigen leven. Ze voelt zich permanent wankelen, ze laat steeds steken vallen. Ze stottert en ze blijft stilstaan, ziet tenslotte de anderen verdwijnen in de verte. Ze rafelt langs de randen.

Ze gelooft ze niet, de mensen die heel zijn en gezond. Met hun uitgavenstaten en hun gestreken zakdoekjes. Hun weekmenu’s, hun zelfgemaakte soep en hun vakantieplannen. Het geparfumeerd toiletpapier van vier lagen dik. De frisgewassen lakens. Hun carrières, hun vrienden en de mensen die hen kennen. Ze zou hen willen zijn, ze lijken zo moeiteloos door het leven te glijden. Alsof ze netjes en synchroon bewegen op de maat van de muziek die zij allen horen, maar waar zij doof voor blijft. Er is een geheim dat zij niet kent, denkt ze. Zoals ze vroeger de volwassenen ervan verdacht allerlei stiekeme dingen te doen, als hun kinderen in bed lagen. En dat er een moment zou komen waarop men haar zou vertellen hoe het allemaal precies ging. Op die uitnodiging wacht ze nog altijd, als op een startschot.

Het slechte is makkelijker te doen dan het goede, denkt ze. Vallen gaat makkelijker dan opstaan. Snoep is lekkerder dan fruit. Wie wordt gered, en wie is verdoemd? Voor wie luidt de klok, voor wie blijft het stil?

Ze wil slapen en de tijd verbrokkelt in haar handen.

Read Full Post »

Deze herfst is in geen enkel opzicht uitzonderlijk te noemen. Een storm en regenachtige dagen. De eerste vrieskou en de duisternis comprimeert de dagen tot acht schamele uren van enigszins licht. Soms een heldere morgen, snijdende wind uit het Oosten, de kou hapt in je oren en je wangen. Waar heb ik mijn handschoenen gelaten, waar mijn sjerp en waar mijn levenslust?

De aarde ellipst in een razend tempo rond de zon, zoals ze al miljarden jaren deed. Lichtjes gekanteld, alsof ze luistert naar die reusachtige vuurspuwende bol. Waar de stralen van Helios niet reiken is het kouder dan koud, zwart en ijzingwekkend stil. Minder dan een maand van hier zal het licht weer winnen, een seconde met een keer. Daar hebben wij geen verdienste aan, noch onze wanhopige rituelen. Het is de winterzonnewende, het logische verloop van de dingen geheel buiten ons om.

Papier is gewillig en gehoorzaam. Vellen grijs krantenpapier lenen zich stoïcijns tot het reproduceren van onzin, in tienvoud, in honderdvoud en in veelvouden daarvan. Stel: op een dag heeft het papier er genoeg van drager te zijn van kortzichtige meningen, tendentieus gebral, ononderbouwde stellingen, foute cijfers, cirkelredeneringen, spiritueel gekakel en al het andere dat ondoordacht, arm, schraal en mager is. Het papier wil niet langer het dociele slaafje zijn van de letterzetter en ontvlamt nijdig onder de hand van de schrijver die in het witte blad een bondgenoot zag voor het verkondigen van wat geneuzel in de marge. Zelfgenoegzame ijdelheid en intellectuele luiheid herleid tot een betekenisloos rookpluimpje. Een vingerwijzing, ezelsoren, een tik op de vingers, een strenge aanmaning voor volgende maal beter.

Ook het oude papier doet mee: heelder edities, jaargangen, bijlages van kranten, tijdschriften, magazines en onbenullige boeken volgen het voorbeeld van Jan Palach, anonieme Tibetaanse monniken in hun oranje gewaden en de Tunesische straatventer Bouazzi. Pijnlijke zelfvernietiging als protest. De fik er in! Het vuur ontziet niets dat brandbaar is, klimt hoger dan de flatgebouwen van de stad, hoger dan de wolken zelfs. Het brult woedend, slokt alles op, smelt het stevigste metaal, de vogels vallen dood uit lucht en in een muil van vuur en vlammen. De blinde razernij stop ooit. Wanneer? Simpel: op het moment dat de wetten van de fysica dat dicteren. De zuurstof raakt ooit op.

Daarna.

Miljarden asvlokken vervuilen de atmosfeer, schermen de planeet van de zon af. De uitbarsting van de Krakatau is er niets tegen. Uiteindelijk slaat het stof neer, decimeters dik op daken, auto’s en straten. Een grijze brij taaie vuiligheid. De materiële neerslag van de drek die ons elke dag wordt aangeboden als waarheid, advertorials, testimonials, reclameblokken, lifestylebijlages vol weerzinwekkende advertenties. Leugenachtige prenten die ons tot kopen moeten aanzetten.

De aslaag verstikt het oude, verbergt het en laat nieuwe dingen kiemen in de eerste lente. Groen, puur en onbedorven.

Nederig poetsen wij onze eigen schoenen, ook de heren schrijvers onder ons die elegante veterschoenen dragen, handgemaakt en uit het fijnste krokodillenleer. Wij nemen een blikje schoenpoets, rond van vorm. Openen het en worden geraakt door de typische geur, de glans. Een vod, gemaakt uit een oude kussensloop wikkelen we rond onze wijsvinger en zo brengen we de crème op het leer aan. Rijkelijk de neus van de schoen bewerken. Daarna de andere schoen, die men heeft ontdaan van modder en andere sporen van het buitenleven. Laat de Cavaseul intrekken en geef u over aan contemplaties en gedachten die nergens in het bijzonder heengaan.

Laat u treffen door het inzicht dat het moeilijker is de hand te reiken dan de vinger te wijzen.

Read Full Post »