Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2012

Ik denk aan u. Soms. Geregeld. Ik stel mij dan voor hoe ge helemaal alleen zit, in uw klein appartementje. Een bruine sofa, een overvolle asbak. Een half opgegeten diepvriesmaaltijd, het toilet dat immer smerig is. Het is alsof ge nog altijd op kot zit, maar we zijn al twintig jaren verder.

Gij denkt nog altijd dat ik u niet ken, of dat gij voor mij iemand anders moet zijn. Als ik u nog eens hoor of zie, een zeldzame keer, vertelt ge mij over alle dingen die nog te gebeuren staan. Dan probeert ge een man te zijn die ambities heeft, terwijl het wilde dromen zijn. Gij neemt wat stoepkrijt en ge tekent mij een luchtkasteel of twee. Dan ziet ge ineens wel het goud van de zon of het groen van blad, en ge laat u verblinden door het rood van mijn mond. Hier gaan wij wonen, zegt ge mij dan en ge neemt mijn hand en ge laat niet meer los. ’t Is waar, ’t is echt waar, pruilt ge op het moment dat ge mijn blik ziet, en mijn halve glimlach. Ik geloof u niet, en ik kan niet doen van wel.

Ik zie de roos en gij wijst mij haar doornen aan. En ge zucht en ge toont mij alles wat niet van u is, maar dat had moeten zijn. Gij leeft in de voorwaardelijke wijs. Ge leeft in de roes van goedkope drank die ge schielijk in de nachtwinkel koopt en die uw angsten voedt. Ge drinkt tot ge kwijlend en huilend als een dier over uw stinkend tapijt rolt. Ge durft uw buren niet meer onder ogen komen, en als ge wakker wordt dan beven uw handen zo erg dat ge uw sigaret niet aangestoken krijgt. En als ge uzelf per ongeluk tegenkomt in de spiegel, slaat ge beschaamd uw ogen neer.

Gij denkt dat ik niet weet dat gij zo leeft. Gij denkt dat als ik dat zou weten, ik mij walgend zou omdraaien. Gij zijt daarin verkeerd.

Advertenties

Read Full Post »

Sacochengevecht.

Seksisme. Ik word er, met het verstrijken van de jaren, steeds allergischer voor. Het effect dat een rode lap op een stier heeft, daar kun je het een beetje mee vergelijken. Ik ga er van briesen en blazen, en dat is eigenlijk geen zicht.

Deze week was het weer prijs. Er was – volgens de subtiele jongens en meisjes van De Standaard – een ‘sacochengevecht‘ uitgebroken. Die term wordt natuurlijk snel uit de kast gehaald om gelijk welk conflict tussen twee vrouwen te beschrijven. En zo is de toon direct gezet. Haha, die vrouwtjes toch!

Kippetjes van dienst waren Chris Van Camp (waarschijnlijk met een sachoche van Hermès) en het VOK (die moesten het doen met een tweedehands exemplaar uit de Kringloopwinkel). De madames van het VOK wilden een prijs uitreiken om iets vrouwonvriendelijk aan de kaak te stellen en Chris Van Camp had gewonnen. Van Camp fier als een gieter natuurlijk, want zo liet ze de mensen van De Standaard weten: “Ze had de uitreiking graag aangegrepen om te onderstrepen dat ‘de meest vrouwonvriendelijke wezens vrouwen zijn”. En ook nog:  ‘Wij houden het glazen plafond zélf in stand.’

Laten we vooral voorbijgaan aan (even diep ademhalen): de massale verkrachtingen in Congo en Zuid-Afrika, het feit dat wereldwijd en afhankelijk van het land waarin men woont 15 tot 71% van de vrouwen ooit in hun leven slachtoffer worden van huiselijk geweld gepleegd door mannelijke daders, dat in Frankrijk om de drie dagen een vrouw overlijdt aan de gevolgen van huiselijk geweld, dat in nogal wat landen vrouwen en meisjes uitgesloten worden van onderwijs enkel en alleen omdat het meisjes zijn, het lot van de vrouwen in landen als Afghanistan, Iran of Pakistan, dat er in grote delen van Afrika en Azië vrouwen niet zelf over hun seksualiteit mogen beschikken, dat ze geen toegang hebben tot deftige voorbehoedsmiddelen en gezondheidszorg en zo veroordeeld worden tot een leven als broedkip, dat in India pasgeboren meisjes verdronken worden als waren het kleine katjes, dat in datzelfde India en China vrouwelijke foetussen geaborteerd worden omdat het meisjes zijn én per definitie ongewenst, ….

En laten we een kat een kat noemen: in het overgrote deel van de gevallen zijn het mannen die daar verantwoordelijk voor zijn.

Het lijstje hierboven kan naar believen worden aangevuld, maar gelukkig heeft Chris Van Camp mij het nieuwe en ontzettend schokkende inzicht gebracht dat vrouwen onder elkaar het meest vrouwonvriendelijk zijn. Precies. What’s next? Racistische negers of zo??

Laat me toch niet lachen hé. Als er één prijs is die Van Camp verdient, dan is het wel die voor het verkondigen van de meest aperte onzin. Ze mag hem hier komen afhalen.

Vrouwen Overleg Komitee. 

Genoeg over Van Camp nu. Het V.O.K nu. Wie of wat is dat eigenlijk? De alternatieve schrijfwijze doet me vermoeden dat we te maken hebben met een reliek uit de jaren ’70. Ik weet niet wie ze pretenderen te vertegenwoordigen, maar mij in elk geval niet. En ik vermoed dat er met mij nogal wat vrouwen zijn die het V.O.K. niet of nauwelijks kennen, laat staan dat ze weten waarvoor ze staan. In het beste geval kom je terecht op een oudbollige en volkomen gedateerde website, waar je leert dat het V.O.K. een koepelorganisatie is die de jaarlijkse vrouwendag organiseert op 11 november (en niet op 8 maart, de internationale vrouwendag. Dat was waarschijnlijk te gemakkelijk).

Het V.O.K. heeft dus op zijn minst een imagoprobleemen dat komt het feminisme  dat sowieso al in het verdomhoekje zit niet ten goede. Het feminisme zal modern, flitsend en hip zijn, of het zal niet zijn. Het feminisme zal manieren moeten vinden om aansluiting te vinden met de jeugd ‘van tegenwoordig’, om ervoor te zorgen dat het ideeëngoed verder kan blijven leven in plaats van te zieltogen. En dat, beste dames van V.O.K. lukt niet met een statische website uit de jaren stilletjes.

En waar halen ze ook het idee om een prijs uit te reiken om op een ‘ludieke’ manier vrouwonvriendelijkheid aan de kaak te stellen? En dan nog wel door een ‘cactus in de vorm van een fallus’ weg te geven?? Waar slaat dat nu in hemelsnaam op? Dat is niet ludiek, dat is gewoon ronduit belachelijk en kinderachtig. En zoals jullie aan den lijve hebben mogen ondervinden is het gefundenes Fressen voor iedereen die het feministische gedachtengoed belachelijk wil maken. Organisaties zoals V.O.K. zorgen ervoor dat men het feminisme kan afdoen als oudbollig en overbodig.

Nee, geef mij dan maar initiatieven zoals Greenlight for Girls dat meisjes stimuleert om zich ook voor wetenschappen te interesseren, of Willie Mae Rockcamp om meisjes het rock’n’roll pad op te sturen.

 

 

Read Full Post »

Kunst zal de wereld redden.

Ik lees via Ooteoote dat Ann Decraemer een beetje medelijden heeft met auteurs die denken dat literatuur de wereld zal redden. Dat medelijden lijkt me ongepast, want het is wel degelijk de kunst die in staat is om de wereld te redden. Sterker nog: kunst is het enige dat de wereld zal redden.

Wie gelooft die mensen nog? 

Het lijkt logisch te denken dat wij ons voor het redden van de wereld tot de politiek zouden moeten richten. Op het eerste zicht is het daar waar de macht zich concentreert en moeten daar de beslissingen genomen worden om de wereld te redden.

Wie beter kijkt, merkt al gauw op hoe naïef, tot op het dwaze af deze gedachte is. In deze tijden is het toch overduidelijk dat de politiek niet veel meer is dan de speelbal van banken en lobbyisten in dienst van grote bedrijven. Op gemeentelijk, gewestelijk, nationaal en internationaal vlak wordt de politieke scène bevolkt door egoïsten, manipulatoren, narcisten, arrivisten, seksverslaafden, graaiers, beunhazen, windbuilen, klootzakken, machtswellustelingen, psychopaten, dochters en zonen van nepotisten en andere fraaie exemplaren van de menselijke soort. Waar er tien politieke beslissingen genomen worden, zijn er negen die de wereld een klein stapje dichter bij de spreekwoordelijke afgrond brengen.

Er wordt getreuzeld waar er snelheid nodig is. En waar bedachtzaamheid aan de orde is, worden beslissingen gauw gauw genomen om de toorn van het volk te ontlopen en het voor voldongen feiten te stellen. Er wordt beweerd dat er geen alternatief is, terwijl dat er altijd is. Er wordt gekakeld en gekrakeeld, er worden leugens verteld om ten oorlog te kunnen trekken.

De politiek ontmoedigt het protest van mondige burgers, door het uit te putten en te criminaliseren. De politiek pleegt een georganiseerde diefstal op quasi elke laag van de bevolking, behalve dan op die lagen die door hun geroofde bezit boven elke wet verheven zijn.

Voorwaar ik zeg u: wie voor de wereld enig heil zoekt in de politiek, die dwaalt.

Condition humaine. 

Het beeld dat ik in voorgaande paragrafen van de politiek en politici schets is duidelijk niet fraai. Ben ik te streng? Ach, welnee. Uiteindelijk is het politieke schouwtoneel niet meer dan geconcentreerde verzameling van slechte en minder slechte mensen die hun goede bedoelingen en hun hoogdravende idealen zien stukslaan op het harde beton van de werkelijkheid en op de onwil van anderen.

Ook wij zijn dikwijls niet veel meer dan kleine klootzakjes onder elkaar. We gaan vleien bij de baas en we schoppen naar onder. We saboteren en manipuleren de ander en onszelf. We zijn kleingeestig en kleinzielig, we willen wel maar we kunnen niet of we durven niet.

Kunst.

We kankeren en we schamperen, we weten dat het anders zou moeten. En het enige dat ons kan aanzetten tot grootse dingen, het enige dat ons ooit collectief boven onszelf doet uitstijgen is de kunst in al zijn vormen en facetten, in al verschijningsvormen, hoe futiel die ook mogen zijn.

Geen verbondenheid zo groot als die van een zingende menigte. Het kunnen psalmen zijn in een kerk, het kunnen hits zijn op een festivalweide. En kent u één natie, één enkele maar die het zonder nationaal volkslied moet stellen? Is het toeval dat men in Brussel in 1830 opstand kwam na het bijwonen van een opera? Natuurlijk, er broeide al langer iets. Maar de lont werd door de kunst in het kruitvat gestoken.

Geen identiteit zo diep als gecreëerd door de literatuur. Of is het toeval dat ons land genoemd werd naar die stam die volgens Caesar de dapperste was van alle Galliërs? En dan hebben we het nog niet gehad over Conscience die veel meer dan toespraken van leiders van de toenmalige Vlaamse beweging een invloed had op het aannemen en het creëren van een identiteit.

Engagement. 

Denkt u dat ik hier pleit voor geëngageerde kunst? Ach, welnee. Integendeel zelfs. Kunst die zich tot doel stelt om een bepaalde ideologie of stroming te prediken is volgens mij geen kunst. Het is propaganda die zich bedient van de taal van de kunst.

Ik probeer enkel aan te tonen dat schrijvers, musici, componisten, beeldhouwers, schilders en elke kunstenaar het in zich heeft om voetje voor voetje de wereld te verbeteren en zo te redden. Wie herinnert zich niet uit zijn tienerjaren een song of een boek dat zijn kijk op de wereld voorgoed veranderde?

Revolutie. 

Waarschijnlijk is in deze contreien het revolutionaire klimaat even geluwd. Het is een minderheid die zit te wachten op een nieuwe dictatuur van arbeiders en boeren. Maar wij hebben geen revoluties meer nodig om de wereld te redden. Het enige wat er voor nodig is, zijn mensen die af en toe hun eigen lelijkheid laten voor wat het is om het goede en het ware te doen. En daar is niets anders voor nodig dan kunst.


Read Full Post »

Voor wie het nog niet wist; de voorbije weken heb ik Nieuw-Zeeland verkend in de oude Subaru Impreza van mijn schoonbroer. Onderweg legden wij ons hoofd te rusten in ‘hostels’, waar men de jongere en minder gefortuneerde reiziger (ook wel ‘backpacker’ genoemd) onthaalt. Je huurt dan een bed in een slaapzaal en je krijgt beschikking over niet altijd even propere sanitaire faciliteiten en een keuken waar je je eigen potje kunt koken. De sfeer is ongedwongen, familiair. Omdat je de hele tijd op elkaars lip zit is verbroederen met de andere aanwezigen bijna verplicht.

Maar het zijn niet enkel jonge rugzaktoeristen die in deze jeugdherbergen hun opwachting maken. Er zijn ook een aantal andere categorieën op te merken. Eén daarvan is het vreemde vrouwtje. Elk hostel heeft op zijn minst één exemplaar in stock.

Het vreemde vrouwtje is een oudere dame. (Nee, niet oud! OudER, heb ik gezegd). Ik schat haar zo’n jaar of 55. Ze is een beetje te dik, maar dat is misschien een beetje eigen aan de leeftijd. (Merk het woord ‘misschien’ op!). Ze heeft grijzend haar, dat ze langer draagt dan haar leeftijdsgenoten. Waarschijnlijk is ze altijd een meisje gebleven. Haar kleren moeten vooral gemakkelijk zitten. Ze zijn niet noodzakelijk praktisch voor het reizen, en al helemaal niet flatterend. Het laatste exemplaar dat ik zag droeg een wijde witte driekwartsbroek die haar in geen tijd de bijnaam ‘pampertje’ opleverde.

Het is niet helemaal duidelijk waar het vreemde vrouwtje vandaan komt, of waar ze heen gaat. Ze reist alleen, dat is wel zeker. Je vermijdt het een beetje om in een gesprek verwikkeld raken, omdat je vreest dat ze je dan als haar nieuwe beste vriendin zal beschouwen en zich aan je zal vasthechten als kleefkruid. Je hebt geen zin in de ongemakkelijke sociale interactie op het moment dat je zult moeten zeggen dat je alleen op stap wil gaan.

De vreemde vrouwtjes lijken in een permanente staat van verbijstering te verkeren. Werden ze net door hun echtgenoot in de steek gelaten na een huwelijk van 35 jaar? Hebben ze net een ingrijpende persoonlijke tragedie meegemaakt? Lazen ze in een zelfhulpboek dat ze alles wat ze vroeger kenden overboord moeten gooien en godbetert op zoek naar zichzelf moeten gaan? Is het een combinatie van al die dingen?

Pampertje kwam in op hetzelfde moment als wij aan in het Tongariro National Park. Eén of andere bus had haar daar afgezet. Nu is in dat park niet veel anders te doen dan wandelen. (Hiken, zoals we hier zeggen). In de winter kun je er skiën en snowboarden. Pampertje – die blijkbaar in Nieuw-Zeeland woont – had nog nooit over het park en de bijhorende activiteiten gehoord. Toch zou ze de dag na ons ook de dagwandeling doen. Je klimt daarbij tot bijna 1.800 meter en legt een afstand van ongeveer twintig kilometer af. Gelukkig had ze ergens goede wandelschoenen op de kop getikt. Ik dacht vertederd ‘God Bless’ toen ik haar om 7h15 zag staan in haar beduimelde driekwartsbroek. En ik hoopte ook dat ze in dat rugzakje van haar nog een regenjasje en een warme trui zitten had.

In Taupo zag ik het vreemde vrouwtje van dienst ongeveer een kwartier lang friemelen aan het verpakte pluimvee dat ze later zou bereiden en opeten. In die tijdspanne slaagde ze er in om een minieme hoeveelheid vlees los te pulken. De rest van de rauwe kip verpakte ze na de maaltijd in plastiek folie. Op een manier die een zenboeddhist zou goedkeuren. Het duurde ook weer ontzettend lang, en elke minieme handeling werd na grondig denkwerk uiterst minutieus uitgevoerd. Desnoods werd er dertig maal herbegonnen. Misschien brengt ze een cursus mindfulness in de praktijk, troostte ik mezelf.

 

Read Full Post »

Naar huis.

Ik verlang naar huis. Naar mijn kloteland met een stomme winter, met een sullige regering en een premier met een strikje die ze zelfs hier kennen. ‘Interesting’, zo wordt hij hier omschreven. Een eufemisme voor homo zal het wel zijn.

Ik wil mijn dochter zien en merken dat ze mij helemaal niet zo heeft gemist als ik haar. Haar de cadeautjes geven die ik onderweg voor haar kocht, alhoewel de oogst op dat vlak op dit moment nogal mager is. Eindelijk haar rapport bekijken en het commentaar dat de leraren erbij hebben geschreven. Ik wil met haar gaan winkelen en haar kleren zien passen terwijl ik dan kan denken: zo was ik vroeger ook. Ik wil haar onwillige lijf vastpakken, en samen terug in onze gewone, zwijgzame routine vallen.

Ik wil door het regenachtige Gent lopen, op weg naar één of andere vriend of vriendin. Ik wil eindelijk het gevoel hebben dat 2012 wel degelijk is begonnen. Ik wil zien hoe er in die vijf weken niets is veranderd, dat alles aan de andere kant van de wereld gewoon op zijn plaats is blijven staan.

Ik wil luisteren naar de radio, en eindelijk nog eens goede muziek horen. Ik wil terug koken in mijn eigen keuken, de dingen die ik lekker vind zonder rekening te moeten houden met de voorkeur van een ander. Ik zal de groenten missen van hier, voller & smakelijker. Dat wel. Ik wil slapen in mijn eigen bed, zonder vreemd volk op de kamer. Ik wil mijn eigen kale living, waar ik alleen kan zijn als ik dat wil.

Als ik reis, is het om terug te kunnen thuis komen. Me nog eens te realiseren dat  dat absurde land mijn plek is, dat ik het niet zou kunnen missen zonder ziek te worden. Het is niet dat ik nooit van onder de kerktoren vandaan wil komen, versta me niet verkeerd. Maar een echte reiziger, die overal thuis is ben ik niet. Hoe mooi en fascinerend het hier ook is, ik blijf me voelen als in een droom. Het zoveelste mooie uitzicht is op den duur ook maar dat. Het dringt niet meer door, je zucht eens en haalt je schouders op.

In de hostels waar de jonge backpackers samen troepen voel ik me niet op mijn plaats. Zij zijn op jacht: de volgende baai, het volgende avontuur, de volgende ontmoeting. Het lijkt me vooral oppervlakkig, dat najagen van kicks. Er heerst een soort opbod. Wie stapte het verst, het hoogst, het langst? Hoeveel kilo droeg je op je rug? Zelden kom je iemand tegen die oog heeft voor hoe dit land gevormd werd, wie er tegen wie streed. De zogenaamde ongereptheid is hier niet meer dan marketing. Goede marketing, dat wel.

Heimwee dus. Nog 10 dagen, en ik ben terug thuis.

 

Read Full Post »