Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2015

1 mei

Jean-François Laforce, Cies voor de vrienden, trok rond een uur of 11 de deur van zijn statig ogende herenhuis in de Gentse stationsbuurt achter zich dicht. Hij had deze morgen ontbeten met havermout, appel en twee sneden geroosterd brood met confituur. Zwarte koffie. De eieren en het spek liet hij tegenwoordig achterwege, zijn dokter had hem gezegd dat zijn cholesterol te hoog was en dat hij dus op zijn voeding moest letten. Blijkbaar was hij op een leeftijd gekomen dat dat soort adviezen niet meer op hoongelach en ostentatief zelfdestructief gedrag werd onthaald. Na het ontbijt had hij zich het hoofd gebroken over een cryptogram, en nu had hij zin in buitenlucht en beweging. ‘Kun je ook alleen met een dame doen’ was één van de opgaves geweest, 7 letters. Hij was er niet op gekomen, onder andere omdat hij zich de dingen voorstelde die hij ook alleen met een dame zou kunnen doen.

Het plan was om via het Citadelpark naar de stad te wandelen, zonder dat hij verder een specifiek doel voor ogen had. Het waaide behoorlijk hard en eigenlijk was het net iets te koud voor de tijd van het jaar. Hij was blij dat hij zijn sjaal had aangetrokken, en toen hij het Sint-Pietersplein naderde en merkte dat mensen hem wel bijzonder vriendelijk toeknikten realiseerde hij zich dat het vandaag de eerste mei was. En zijn rode sjaal werd dus gezien als een symbool, eerder dan een praktisch accessoire.

Als oude punker was hij de idealen van de sossen niet ongenegen: het opnemen voor de zwakkeren in de samenleving, solidariteit, Alle Menschen Werden Bruder en dat soort dingen. Hij liet zich dan maar meedrijven met de mensenstroom richting Vooruit en later Stadshal. Van op een afstandje had hij gezien hoe oude bekenden elkaar hartelijk begroetten en hoe ze elkaar pinten hadden getrakteerd. Zelf probeerde hij zich zo anoniem mogelijk op te stellen, drentelde een beetje rond aan de rand van de mensenmassa. Als er al iemand was die hem leek te herkennen van vroeger dan knikte hij vriendelijk of zwaaide eens, maar deed tegelijkertijd teken dat hij weg moest, gehaast was. Vandaag had hij geen zin in gesprekjes die gedrenkt waren in nostalgie.

Hij miste zijn maat Dirk die vorig jaar plots was doodgevallen. Een hartaanval, en weg was hij. 53 jaar en toen was het afgelopen. Cies zelf was er nu 54 terwijl de teller van Dirk was blijven steken. Nog elke keer als hij iets te vertellen had drukte hij nog voor hij het wist op de contactgegevens van Dirk in zijn GSM. Vroeger kreeg hij nog de voicemail, nu informeerde een vrouwenstem hem dat dit nummer niet in gebruik was. Nog elke keer was er die fractie van een seconde waarin hij zich moest realiseren dat zijn vriend er niet meer was, en nog elke keer was dat een dolk in zijn hart.

1985 – 1995

Hun vriendschap was begonnen aan de universiteit, waar ze in de jaren ’80 pol & soc studeerden. Dirk uit overtuiging en uit interesse, Cies om zijn vader-notaris een hak te zetten. Volgens de algemene overlevering was dit decennium dat van de donkere muziek, de grijze straten, de grauwe buildings en de meer dan sombere vooruitzichten. In zijn eigen herinneren is het één en al opwinding en elektriciteit. Pinten drinken in café De Sloef of pogoën tijdens een concert in één of ander afgeleefd jeugdhuis. Een lijf zo jong en pezig dat het onvermoeibaar leek, katers kende hij niet. De eeuwige ruzies met zijn vader die commentaar had op zijn studiekeuze, zijn haar en zijn kleren. Die ene keer dat ze met gebalde vuisten neus aan neus hadden gestaan, terwijl zijn moeder schreeuwde dat ze elkaar met rust moesten laten. Dan maar terug een aantal dagen op het kot van Dikke Dirk logeren, tot de bui was overgewaaid.

Het waren woelige tijden geweest, dat wel. Betogingen tegen rakketten, tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld, tegen de volmachten, de besparingen, de nepstatuten en de jeugdwerkloosheid. Tegen het sluiten van de mijnen en de grote staalfabrieken. Tegen racisme. Er was altijd wel wat om voor of tegen op straat te komen. In die tijd kon je kiezen tussen links, linkser, linkst. Er waren maoïsten, Trotskisten, Leninisten, Marxisten, anarchisten, sociaal-democraten en ze konden allemaal elkaars bloed wel drinken. De andere kant van het spectrum bestond uit skinheads die ten allen prijze bestreden moesten worden. Cies en Dirk freewheelden tussen de verschillende fracties zonder veel scrupules. Als er een gratis vat werd gegeven, waren ze er zeker bij, maar voor de rest hadden ze een broertje dood aan vergaderingen die vooral leken te gaan over punten en komma’s en vlammende discussies over de 4de Internationale.

Het enige engagement dat Cies min of meer plichtsbewust op zich nam, was dat van redacteur bij het studentenblad. Hij schreef vlammende oproepen om het rectoraat te bezetten en levendige verslagen van politieke acties, sit-ins, debatten, happenings en bezette kruispunten. Dat hij daarbij de karikatuur niet schuwde en met scherp sarcasme elke figuur die zichzelf al te serieus nam de grond in boorde, leverde hem een bescheiden schare fans op. En hier en daar een verbeten vijand, maar dat kon hem weinig deren.

Na hun studies, die ze elk met een jaar vertraging hadden afgewerkt volgde de onvermijdelijke burgerdienst. Dirk deed iets met sociaal-cultureel werk en kwetsbare jongeren. Toen al. Cies ging aan de slag op de communicatiedienst van de vakbond, wat betekende dat hij vooral adresetiketten op het ledenblad plakte zodat ze op de post konden. Zijn vader stikte bijna in zijn woede, maar de hoogoplopende ruzies waren er niet meer bij. Cies hoefde niet meer bij elke gelegenheid tegen de schenen van zijn vader te schoppen, maar de notaris zelf zou het nooit helemaal verkroppen dat zijn enig kind niet in het gespreide bedje van de petit-bourgeois wilde gaan liggen zoals hij het zich altijd had voorgesteld. Hun verhouding verstilde tot op het punt dat ze elkaar verdroegen, zonder openlijke vijandelijkheden.

Na hun burgerdienst sloegen de twee kameraden elk een andere weg in: Cies ging aan de slag bij de Humo – toen een jongensdroom die uitkwam, hij herinnerde zich het moment waarop hij de brief had gekregen waarin stond dat hij aangenomen was als het gelukkigste van zijn hele leven. Dirk bleef in de culturele sector vanalles doen. Hij organiseerde buurtfeesten, was actief in wijkcomités en zette een jazzfestival in de steigers dat in de loop der jaren zou uitgroeien tot het grootste van België. Door zijn verzoenende manier van optreden en zijn invloed op hele hordes stadsjongeren die verder voor geen ene meter in politiek geïnteresseerd waren kwam hij in het vizier van een aantal gemeenteraadsleden van de Socialistische Partij, en zo ging voor hem de bal aan het rollen. Een behoorlijke plaats op de lijst bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen, een functie op het kabinet van de burgemeester gevolgd door een verder gestaag opklimmen in de partijrangen.

Ze bleven elkaar wel zien, al was het dan niet meer zo vaak als daarvoor. Dirk trouwde zelfs en kreeg kinderen. Cies hield te veel van het jachtige leven om zich aan één vrouw te kunnen binden. Maar telkens ze elkaar bij toeval of op afspraak troffen op café, was er onmiddellijk weer de vertrouwdheid van een oud broederschap tussen twee gelijkgestemde geesten.

Godenkinderen waren ze, want nooit was hun falen groter dan hun succes. Het was makkelijk te denken dat ze alles aan zichzelf te danken hadden, hun kennis, hun harde werk, hun neus voor opportuniteiten hier en daar.

1995 – 2005

Na een paar jaar studentikoze kolder bij Humo had Cies zin gekregen in het serieuzere werk. Hij had ondertussen wel voldoende reputatie opgebouwd om zonder al te veel problemen of plichtplegingen een functie als politiek journalist in de wacht te slepen bij die enige linksige krant. De karikaturen en het scherpe sarcasme had hij ondertussen achter zich gelaten. Nu maakte hij verder naam door zijn interviews grondig voor te bereiden. ‘Als politiek journalist heb je geen vrienden, en al helemaal geen politieke’, was één van zijn boutades. Of hij zich nu verwant voelde met de ideologie van de man of vrouw aan de andere kant van de tafel of niet, het maakte hem niets uit. Genadeloos wees hij hen op inconsistenties in hun betoog of hun beleid, sloeg hen rond de oren met cijfers die ze liever verborgen hielden, citeerde uit het blote hoofd hun wetsvoorstellen of amendementen die nergens op sloegen. Ooit zette hij zijn tanden in een corruptiedossier tot hij de scalp van een minister van Defensie aan zijn riem hangen.

Hij was zijn eigen flamboyante zelve in duidingsprogramma’s, een enkele keer in een laatavond talkshow. Het was nog de tijd dat het nieuws gemaakt werd door mensen met beroepsernst en een diploma achter de kiezen. Weerwerk bestond in de vorm van hier en daar een lezersbrief van Staf De Wilde uit De Haan. Maar voor de rest kon een journalist zich met recht en reden een vertegenwoordiger van de vierde macht noemen. Hij had aanzien toen, even zwaaien met zijn perskaart en deuren gingen voor hem open als de Rode Zee voor Mozes. In zijn helderste momenten besefte Cies dat hij nooit was afgekickt van de drug die bewondering en erkenning van wildvreemden voor hem was. Maar meestal voelde hij een vage bitterheid over hoe journalistiek tegenwoordig een zaak was geworden van amateurs en kloefkappers die gazetten gratis volschreven. Meninkje hier, meninkje daar, een paar schone foto’s en hop, de deur uit. Hij kon het niet laten de kranten te kopen en zich er aan te ergeren. Zich voor te stellen hoe hij één of ander artikel zou hebben geschreven en feiten uit zou hebben gespit.

Dirk bleef het voor de wind gaan. Niet dat hij ooit een nationale topper zou worden, maar dat vond hij niet erg. Hij hield van zijn rol als loyale backbencher. Hij was populair in zijn stad, maar hoefde er al de stress en miserie van een politieke topfunctie niet bij te nemen. De Loge nodigde hem uit tot hun rangen toe te treden, en dat streelde zijn ego meer dan hij durfde toegeven. Na enig aarzelen stemde hij toe, ze haalden hem over de streep met het praatje dat het vooral maatschappelijke dienstverlening was die hen bond. Uiteindelijk werd er tussen de bedrijven door vooral gepolst naar geschikte postjes in allerlei raden van bestuur. Of er werden leden gezocht voor commissies van de meest uiteenlopende aard. Omdat hij zich voor cultuur interesseerde ging hij zowaar op een aantal aanbiedingen in.

Het kameraadschap tussen de twee mannen bleef ondertussen ongeschonden, al laaiden hun discussies nu hoger op dan vroeger. Cies lachte ongelovig toen Dirk hem vertelde over zijn lidmaatschap van De Loge.

– Allez gast, nu zit je bij de Rotary van de vrijzinnigen.

Dirk protesteerde voor de vorm, maar moest later toch toegeven dat het vooral een ons-kent-ons clubje was dat enkel pretendeerde niet elitair te zijn. Naarmate de avond vorderde en het bier vloeide, begonnen ze harder te lachen met de gekunstelde rituelen waarover Dirk met veel smaak vertelde.

Ging het over politiek, dan werd de toon serieuzer. Bitsig soms zelfs.

– Jij hebt makkelijk praten, mijnheer de onkreukbare journalist. Wij zitten er elke dag in, in de stront. En ja, soms moet je uit tactische overwegingen al eens iets doen of stemmen dat tegen je principes in gaat. Maar wat wil je dan? Als de kat de vis wil vangen, moet ze ook haar pootjes nat durven maken.

– Tegen je principes? Tegen je principes? Ik vraag mij af welke principes jullie eigenlijk nog hebben? Weet je wat jullie geworden zijn? Een partij voor yuppies met een schuldgevoel. Voor biogroentenfretters met een plooifiets.

Het was een lange, onverwachte val naar beneden voor Cies. Oké, het was niet erg verstandig geweest om een korte, maar hevige affaire te beginnen met de vrouw van de hoofdredacteur. En nee, het was ook niet erg netjes geweest om dat te doen op het moment dat voornoemde hoofdredacteur 6 weken lang in het ziekenhuis verbleef, officieel wegens ‘oververmoeidheid’. Maar goed, hij was er de man niet naar om de passie uit de weg te gaan als ze zich aandiende. Hij had alleen niet kunnen voorzien dat de vrouw in kwestie alles zou opbiechten.

Hij zat dan ook gewoon rustig te werken aan zijn bureau, toen zijn baas onverwacht het verdiep kwam binnengestormd en recht op hem af kwam. Voor hij het goed en wel besefte incasseerde hij 2, 3 toeken op zijn bakkes. Hij had nog wel weerwerk geboden, maar hij was niet opgewassen geweest tegen de woede van de bedrogen echtgenoot. Het was zelfs een beetje een schaamtelijke vertoning geweest op den duur, zoals hij daar lag te ‘stop, stop’ lag te kermen en met zijn bloedneus. Ria, de receptioniste van de redactie had uiteindelijk een taxi voor hem gebeld, en toen ze hem hielp instappen zei ze nog: ‘Ik stuur je je persoonlijke spullen wel op. Het is misschien beter dat je hier niet meer komt’.

Read Full Post »