Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for augustus, 2014

Zomergasten – David van Reybrouck

Ik blijf er niet voor thuis, maar gisteren deed de gelegenheid zich voor en dus ging ik er maar voor zitten. Zomergasten, het drie uur durende speelkwartier voor de intellectueel of voor iedereen die zich intellectueel waant. Soms valt het mee, soms valt het tegen. De constante is wel dat voor- en tegenstanders van het programma klaar staan met het fileermes om zowel gast als gastheer genadeloos de keel over te snijden.

Twee mooie momenten zijn mij bijgebleven, naar het einde toe zakte de soufflé een beetje in elkaar en werd er net iets te veel in clichés gegrossierd.

De eerste keer dat er iets gebeurde was toen Van Reybrouck het had over de vorig jaar overleden Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. Hij beschreef hoe ze elkaar ontmoet hadden en hoe ze vrienden waren geweest. Toen stokte hij even, je zag hem iets wegslikken. Wilfried De Jong liet het gebeuren, liet Van Reybrouck naar adem happen. En toen ging het weer voort. Over de poëzie van Hettinga, het Fries, de paarden. Niet onverschillig, maar met veel liefde. Met een beheerste en ingehouden emotionaliteit.

Het is iets dat we niet meer lijken te kennen, die pudeur. Een ouderwets woord dat niet meer gebruikt wordt omdat het overbodig is geworden. Luidruchtig ventileren we elk emotietje dat ons overvalt in de uren dat we wakker zijn. We lijken op ongedisciplineerde peuters die voor elk pijneke – ingebeeld of niet – een portie moederkeszalf eisen van onze peers op onze sociaal-emotionele netwerken. Op quasi ironische wijze krijsen we om aandacht op het moment dat onze koffie te koud of te heet is, de radio een verkeerd muziekske speelt of de juffrouw aan de kassa een slechte dag heeft. We zagen over onze eerste wereld probleempjes via de hashtag #fml en we zakken niet eens door de grond van schaamte. We vervallen in onnozel, puberaal en goedkoop sentiment en we vinden van onszelf dat we diepzinnig en authentiek zijn. We kokketeren met emotionele dipjes en innerlijke autisten om interessanter te lijken dan we ooit zullen zijn. Luid klinkende holle vaten zijn we, met de diepgang van FC De Kampioenen. Leeghoofdige egocentrische exhibitionisten, haantjes op een mesthoop.

Verdriet, pijn, ziekte en ander leed: het is onderdeel geworden van citius, altius, fortius. Wie biedt meer dan een depressie en een angstaanval? We klagen over het gebrek aan privacy, maar zijn er wel als de kippen bij om onze meest intieme gevoelens in de etalage te zetten in ruil voor wat bijval of een virtuele knuffel van één of andere wildvreemde. Een schouderklopje van iemand met veel volgers. Een homeopathische verdunning van gevoelens, omdat we te bang, te laf en te onvolwassen zijn om ons nog werkelijk te laten raken,  kwetsen of engageren.

Schroomvallige sereniteit zoals we gisteren zagen – ook toen het ging over het absurde verlies van vrienden – waar en wanneer zijn we dat eigenlijk kwijt geraakt? (En vinden we het ooit nog terug?).

Advertenties

Read Full Post »

Melancholia.

Ik heb deze zomer nooit helemaal begrepen, nooit helemaal gevat. De dagen werden uitgerokken tot ze doorzichtig waren, ik bekeek ze achter glas. Het is alsof je je geliefde streelt met rubberen handschoenen aan. De regen valt en valt en valt. Ik ben geheel uit onrust opgetrokken nu, mijn lichaam vertrouwt me voor geen meter. De hele dag worstel ik met het leven. Een weerbarstige telefoon, het stof dat uit het niets verschijnt in hoeken en in kieren. Afwas, rommel en vuile ruiten. Sleutels die verdwijnen, planten die verkommeren. Op het werk wordt mijn blik wazig, mijn gedachten dwalen af. De tredmolen stopt nooit. De aarde draait rond haar eigen as aan 1674 kilometer per uur, de dagen snellen voorbij. Het enige wat ik doe is bijbenen en achter de feiten aan hollen. De wereld is te wreed geworden en ik wil het niet meer weten.

(In het jaar 2006 reed ik met mijn vrienden helemaal naar het Zuiden van Europa. Een karavaan van vluchtelingen voor het leven. De Extremadura bleef maar duren. Woestijn, een eindeloze autostrade en veel tankstations. Ik vreesde en ik hoopte dat ik zwanger was – niets van dit alles was waar. Het was loeiheet in Portugal, ik verdorde waar ik bij stond. De bomen in het landschap waren klein en krampachtig, enkel aan de kustlijn ontdekte ik wat kleur. Een koffie voor een paar centen, de gebronsde mannen spraken Frans. In hun eigen taal sprak de herinnering aan de wereldnatie die zij ooit waren, heersend over zeeën. Na 2 weken stak de zon mij grondig tegen, de hitte benam me de adem. Ik verlangde naar de koelte van het normale leven, naar regen op mijn huid. En ik dacht dat je ondertussen terug zou zijn gekomen. Vanuit Spanje reed ik in ruk door naar huis, als een waanzinnige jockey joeg ik mijn reisgenote op. Lange ritten, korte pauzes. Een koffie hier en daar, en vooral veel onrust om me wakker te houden. Op de ring rond Parijs begon het eindelijk te regenen, ik was opgelucht. Dit kende ik. In mijn achteruitkijkspiegel zag ik een ongeval gebeuren, ik duwde op het gaspedaal. Misschien was de auto achter mij in de problemen geraakt door een onverwacht manoever dat ik had gemaakt tijdens het wisselen van rijstroken. Het kon me niet schelen, ik hield mijn blik gefocust op de borden boven de weg. Naar het Noorden, naar huis.

Het duurde twee dagen voor ik het zoemen in mijn oren en ogen kwijt raakte. De regen kletterde tegen de ramen, dag na dag. Ik bracht 14 dagen in de zetel door, omdat ik dan zeker de bel zou horen als jij kwam. Een andere man bood mij onbijt aan. Ik weigerde beleefd. Verder herinner ik mij niet meer zoveel, behalve de eenzaamheid die mij verpletterde).

Ik hou niet meer van dikke regendruppels in de zomer nu.

Het membraan dat mij van de rest van de wereld scheidt. Ik wil schreeuwen ‘heb mij lief’, maar ik ben luchtledig en ik durf niet bovendien.

Read Full Post »

Terug/Weg

Verdwalen in de statige steden van het oude Europa, dat anachronistische continent dat niet meer weet waar het begint en waar het eindigt.  Deze breedsprakerige boulevards en weidse pleinen droegen vroeger andere namen en behoorden andere landen toe. De geschiedenis golft heen en weer, volkeren spoelen aan als wrakhout op oevers van rivieren. Ze drogen hun kleren, rechten hun rug en bouwen wijken en kwartieren waar ze bidden wonen werken. Hun bloed verdunt, hun taal wordt week, ook hun levens behoren nu deze stad toe. Geschiedenissen worden legendes, kronieken van verbeelding en wensdromen. We kennen de generaals, de keizers, de rijkaards en de grootheidswaanzinnigen. We zijn de dienstmaagden vergeten, de leerlooiers, de beenhouwers, de bakkers. Als het goed is krijgen ze een achterafstraatje toebedeeld.

In dit kluwen van veldslagen, invasies, heersers die komen en gaan, grenzen die schuiven en weer teruggelegd worden, migraties van verre volkeren moet iets gedestilleerd worden dat identiteit heet. Er is taal, religie, grond, beroep. Stambomen die uitgevonden worden en waar men zich aan vastklampt zoals een drenkeling aan een stuk van de mast. We proberen de uitkomst te zijn van een vergelijking met louter onbekenden. We graven onze wortels op en poetsen de blazoenen tot ze blinken in de zon. We negeren de moordpartijen op onschuldigen, de armoede, de hongersnoden, de domheid, het slaafse volgen van volksmenners en poujadisten.

In Boedapest laat ik mij leiden door mijn nieuwsgierigheid, ik slenter en ik stop. Onbeschaamd dring ik onverwachte binnenpleintjes in, negeer de meisjes en hun koffies. Ik kijk naar boven en zie spuwertjes en versierde frontons. Bloembakken en andere tekenen van leven. Ik zweet en op het einde van de dag doen mijn voeten zeer. Heel de stad lijkt aan het knutselen geslaan. Klokken van oude vinylplaten, tassen van overbodige mesh banners, juwelen, bestek, meubels. Hebbedingetjes voor de hedendaagse hipster. Trendwatchers aller landen, verenigt u. Hier valt iets nieuws te ontdekken, een vibe te beschrijven, het abnormale te normaliseren en te marketen. Te targeten en geld aan te verdienen.

Er staat wijn op de kaart en de rekening komt met de mededeling ‘service not included’ dik en rood omlijnd. We vermijden de keten waar schreeuwerig de happy hours geafficheerd worden, omdat we daarvan ongelukkig worden.

Onveranderlijk grijsbruin is de Donau waarvan we de loop volgen. Soms snelstromend, andere keren breed en languit gestrekt in het landschap. Havens, binnenschepen, halve tankers glijden onbekommerd voorbij. Waar, o waar is de Donau blauw?

Als Boedapest een weerbarstige tiener is, dan is Wenen een gezette dame in een bejaardentehuis. Goed geconserveerd, zoals ze zeggen, maar een beetje saai. Er is bladgoud van de kelder tot de nok, plaasteren dikbuikige engeltjes overal. Beate Marias, treurige Jezussen en onnoemelijk veel lijdende heiligen. Krullen en tierlantijntjes, waanzinnige exuberante, exorbitante decoratieve excessen. Het is de eerste keer tijdens de reis dat ik de drang heb om het steedse leven te ontvluchten. Ik heb even genoeg van mensen die tegen me opbotsen en arrogante obers. Zoals de dichters uit de Romantiek verlang ik even naar koele wouden en lieflijk stromende beekjes. De barokke overdaad komt me even de oren uit.

Read Full Post »