Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Literatuur’ Category

In The Warmth of Other Suns worden 3 persoonlijke verhalen gemengd met wetenschappelijk geschiedkundig onderzoek om een beeld te schetsen van The Great Migration, de migratie dus van zwarten uit Zuiden van de VS naar het Noorden tussen 1910 en 1970. Het resultaat is een even magistraal als ontluisterend beeld van een behoorlijk donkere periode uit de recente geschiedenis. 
Begin 20ste eeuw is in de Zuidelijke Staten – die zich tijdens de burgeroorlog achter de confederatievlag schaarden – een systeem van wetten en regels van kracht dat bekend staat als ‘Jim Crow’. In principe is de slavernij afgeschaft, in de praktijk zorgt Jim Crow ervoor dat zwarten tweederangsburgers zijn zonder rechtszekerheid. Een verkeerd woord of een verkeerde blik kan leiden tot een lynchpartij, de daders gaan vrijuit. Zwarte families bewerken de katoenvelden in een soort van Middeleeuws pachtsysteem: de blanke eigenaar roomt de helft van de oogst af en berekent dan of dat genoeg is om de kosten van zaaigoed en levensmiddelen te dekken. Als dat niet het geval is wordt een schuld opgebouwd die de volgende seizoenen ingelost moet worden. 
De Eerste Wereldoorlog is doet een eerste migratiegolf ontstaan: de Noordelijke industrie ontbeert mankracht en laat haar oog vallen op de goedkope arbeidskrachten in het Zuiden. Families trekken weg – dikwijls in het geniep – langs het traject van de grote spoorlijnen en komen in Chicago en New York terecht. Een kleinere stroom trekt richting Californië (Los Angeles). De Exodus valt pas stil in 1970 en kent een hoogtepunt in de jaren ’40 en ’50. 
Wilkerson documenteert uitstekend waarom en hoe families vertrekken, wat hun traject is en hoe ze zich vestigen in het Noorden. Ze legt daarbij ook de complexe dynamieken bloot tussen de blanke inwijkelingen uit Zuid- en Oost-Europa en de zwarte arbeidsmigratie uit het Zuiden. Zwarten werden vaak ingezet als stakingbrekers. Ze stonden helemaal onderaan de sociale ladder, werden minder betaald dan blanke arbeiders en in sommige fabrieken of industrieën werden ze helemaal gediscrimineerd. Ze hadden dus de neiging om elke job tegen elk loon aan te nemen en dat had ook zijn impact op de lonen van blanke migranten. 
Wie dit boek, dat trouwens uitstekend geschreven is en fijn afwisselt tussen wetenschap en anekdotiek, leest zal beter de symboolwaarde begrijpen van de verkiezing van Barack Obama en de historische wortels zien van bewegingen zoals Black Lives Matter. Je krijgt een les geschiedenis die je niet licht zult vergeten en die eigenlijk veel te lang onder het stof is blijven liggen: hoe tot diep in de jaren ’60 bijvoorbeeld nog wetteloosheid heerste in het diepe zuiden, maar ook hoe zwarte families in Chicago en LA hun recht om te wonen in een witte wijk voor de rechtbank moesten afdwingen en in sommige gevallen leidde tot dagenlange rassenrellen.
Zijn er dan geen minpunten aan dit boek? Wel ja: de laatste paar hoofdstukken zijn er te veel aan en soms worden er conclusies uit de losse pols getrokken. Dat neemt niet weg dat het overgrote deel ervan wel goed onderbouwd is, dus het lezen meer dan waard! 

Advertenties

Read Full Post »

Het is geen geheim dat ik Fallada een geweldige schrijver vind. Bovenal is hij een geweldige verteller die met veel liefde complexe personages schetst die in de complexe tijden van het Duitse interbellum proberen te overleven. Bij hem geen bordkartonnen helden, maar gewone mensen met gewone levens die domme dingen doen, geld verbrassen of op tragische manier de held proberen uithangen (zie: Alleen in Berlijn). Zijn eigen levensloop van 12 stielen en 13 ongelukken zal daar ook wel voor iets tussen zitten. Onder het naziregime probeert Fallada zelf te overleven en weigert hij – zoals zoveel van zijn collega’s wel doen – het land te verlaten. En omdat hij wil (en moet) blijven werken betekent dat ook toegevingen doen aan de censuur en een evenwicht vinden tussen verzet en volgzaamheid. Die dubieuze houding en het feit dat hij bleef publiceren onder de nazi’s zal hem na de oorlog niet in dank worden afgenomen en er blijft nog lang een aura van collaborateur rond de schrijver hangen. Van op de veilige afstand die de verstreken tijd ons biedt kunnen we zeggen dat dat ten onrechte was. Fallada was een ritselaar en een sjoemelaar die besefte dat hij zijn grote principes uit zelfbehoud af en toe opzij moest schuiven, maar de nazi’s en hun praktijken altijd is blijven haten.

In 1944 wordt Fallada opgesloten in de gevangenis omdat hij tijdens een echtelijke ruzie een schot heeft gelost. Niemand raakt gewond en beide echtelieden verklaren dat er niet eens werd gericht, dat het een ongeluk was, maar de autoriteiten zien hun kans schoon om even van de lastige luis in de pels af te komen en gooien hem in de bak. Daar vindt hij even rust van de zoveelste passage in zijn alcohol- en drugsverslaving en slaat aan het schrijven. In die paar maanden ontstaat het manuscript voor ‘De Drinker’ én ‘In mijn vreemde land’. (Even een zijsprongetje: Burroughs zou luttele jaren later zijn vrouw Joan Vollmer neerschieten tijdens een dronken Willem Tell spel, waarvoor hij nooit een gevangenisstraf zou krijgen).

In ‘In mijn vreemde land’ vertelt Fallada op fragmentarische wijze over zijn leven in de jaren ’30 en tijdens de oorlogsjaren. Dat is niet altijd strikt autobiografisch – over zijn huwelijkscrisissen weidt hij bijvoorbeeld helemaal niet uit – maar hij schetst wel een realistisch beeld van de Duitse maatschappij in die jaren. Hoe zijn werk steeds meer aan allerlei restricties wordt onderworpen, hoe de nazi’s steeds brutaler en meedogenlozer hun tegenstanders opjagen en broodroven. Hoe hij zelf wordt gedwongen om mee te werken aan een scenario van een propagandafilm (die er uiteindelijk nooit zal komen). Hoe hij zijn principes keer op keer moet opgeven om zijn eigen vel te redden. En – zoals we van Fallada gewoon zijn – laat hij zich ook dit keer kennen als een verteller pur sang, die op bijzonder vermakelijke wijze kond doet van zijn conflicten met geniepige aanhangers van de NSDAP die nu hun kans schoon zien om hun (financiële) slag te slaan.

De jaren dertig.

De vraag die zich in deze tijden automatisch opdringt is: kunnen we deze tijden beschouwen als een heruitgave van die zwarte jaren ’30? Het korte antwoord is nee. Het lange antwoord ook ten andere, maar dan met iets meer letters.

Toen Hitler in ’33 aan de macht kwam begon hij systematisch met het uithollen van alle rechtsprincipes die burgers moeten beschermen én zorgde hij er tegelijkertijd voor dat het vervolgen en opsluiten van Joden en politieke tegenstanders ongestraft kon gebeuren. Voor het discrimineren van Joden werd dan weer wél een wettelijke basis gecreëerd: zij werden uitgesloten van scholen en beroepen en het hele maatschappelijke leven. Uiteindelijk werd hun uitroeiing gedecreteerd.

Wat Fallada goed duidelijk maakt in dit boek is hoe die rechtsonzekerheid iedereen treft die de marsorders niet wil volgen. Hoe er een sfeer van verdachtmakerij, verklikking en afperserij heerst. Hoe de straffeloosheid van de SS, de SA en de Gestapo voetje voor voetje verder gaat tot die niet meer te stoppen valt. Er valt op dit moment veel te zeggen over structurele discriminatie in ons land of de manier waarop er wordt omgegaan met mensen die oorlog en armoede ontvluchten, maar dat gelijkstellen aan ‘de jaren ‘30’ doet die jaren onrecht aan. Als burger leven we hier nog altijd met relatieve rechtszekerheid, beheersen extreem-rechtse knokploegen de straten niet en word je niet gebroodroofd omdat je een mening uit die ingaat tegen die van die ene partij.

Wat Fallada dan wel weer – onbewust misschien – laat zien is hoe de niet-aflatende propaganda over de Joden ook zijn geest vergiftigt. Hoe een negatief voorval met een Joodse medewerker van een uitgeverij tot de conclusie leidt dat ‘Joden inderdaad anders omgaan met geld’, en dat niet meer aan de persoon zelf maar aan een hele bevolkingsgroep wordt gekoppeld.

Is Trump Hitler?

Ik las dit boek uit voor Trump aan zijn presidentschap begon en toen er dus nog niet zoveel gekke executive orders werden getekend, maar het is duidelijk dat hij in elk geval poogt om discriminatie op basis van afkomst en religie te wettelijk te legitimeren én dat hij zich weinig aantrekt van de grenzen van de wet. Dus ja, dat er met argusogen gekeken wordt naar wat zich in de US afspeelt is zeker terecht. No pasaran!

23-77312609-23-77312891-1454433506

Read Full Post »

Vorig jaar kocht ik bij Das Mag een pakketje van 3 e-books voor 15 €. Daarin zaten Het Smelt van Lize Spit, Schuld van Walter van den Berg en Er moet iets gebeuren van Maartje Wortel. Het is vrij ironisch om te zien hoe het minst goede van die drie boeken uiteindelijk al een jaar lang met de meeste aandacht gaat lopen.

De verhalenbundel van Wortel las ik het laatst, zonder te weten dat ik er het meest van onder de indruk zou zijn. Over de figuur van Maartje Wortel vind ik weinig terug. Ze zit niet op Twitter, er is geen Facebookpagina. Geen controversiële televisie-optredens of veelbesproken columns, voor zover ik weet. Enkel een summiere website, en daar moet je het dan maar mee doen. Ook goed, een beetje mysterie mag wel.

Thema’s in de verhalenbundel zijn vervreemding, eenzaamheid en verlies. Dat klinkt allemaal zeer zwaar, maar Wortel houdt zich ver van onnodig sentiment. Haar stijl is licht laconiek en compact, zodat situaties op tijd en stond iets tragikomisch krijgen zonder dat ze belachelijk worden. In weinig woorden slaagt ze er in om je kennis te laten maken met de bewoners van een afgeleefde flat in een sociale woonwijk die hun hond willen begraven. Of met een koppel dat de verveling van een winterse zondag wil verdrijven door een boswandeling te maken. Of een cafébezoek, ze raken er niet goed aan uit. Met hetzelfde gemak tovert la Wortel dan weer hopeloze middenklasse juffrouwen uit haar pen die op zoek zijn. Naar liefde of anders naar de juiste therapie.

Verhalen die me het meest zijn bijgebleven:

  1. Nachtruiters

De avonturen van 4 hangjongeren tijdens de zomermaanden die vindingrijk en slim en ondernemend zijn. Een beetje te, maar het loopt uiteindelijk toch goed af. Of slecht. Het is maar zoals je het bekijkt.

Fragment

Wij zijn de grenzeloze generatie. Wij weten niet wanneer iets ophoudt, of wat er na ons komt. En alles wat wij wel weten, willen wij met elkaar delen.

– Wat weten wij van onszelf?

We kennen onze namen. Onze plaats. De tijd

  1. De schrijver II

Het langste verhaal uit de bundel waarin de schrijfster een verboden liefde achterna jaagt in het losbandige Istanbul. En terugkomt naar Nederland. Nog eens naar Istanbul gaat. Uiteindelijk een nieuwe Nederlandse liefde opdoet. Etc.

Fragment

Liefde is ook wilskracht en op een gegeven moment is je wilskracht op. Dit was het moment. Ik liet het huis achter. Ik wilde dat bankstel in de woonkamer toch al niet. Een lerares van de kunstacademie met wie ik destijds mijn weerstand deelde, zei: Een bankstel is het begin van het eind. Ze zei: neem een beamer. Ze dacht dat we dan kunstavonden konden organiseren bij ons thuis. Uiteindelijk verschillen kunstavonden en bankstellen niet zo heel veel van elkaar. Het blijft hoe dan ook een zoektocht naar een zo comfortabele manier om samen het leven door te komen.

  1. Het is al gebeurd

Een vader probeert de zelfmoord van zijn zoon een plaats te geven door hem op te bellen en boodschappen in te spreken op zijn voice-mail. Zeer ontroerend zonder op één enkel moment tranerig te worden. Grote klasse.

Ik lees zonder te weten dat ik lees. En steeds vaker denk ik: ik leef zonder te weten dat ik leef. En steeds vaker twijfel ik eraan of dat aan jou ligt of dat jij destijds iets in mij herkend hebt, dat je sneller van begrip was.

das-mag-leesclubavond-maartje-wortel-over-korte-verhalen-en-vrijheid-e1450262968424

Read Full Post »

Sektes in al hun verschijningsvormen, ze hebben me altijd gefascineerd. Net zoals terroristische groupuscules, maar het is dan soms ook niet helemaal duidelijk waar de sekte overloopt in de terroristische beweging of omgekeerd. In ‘The Girls’, het debuut van Emma Cline wordt de aanloop naar de moorden op Sharon Tate door de volgelingen van Charles Manson beschreven.

Evie is een 14-jarig meisje dat in de buurt woont van de ranch die door ‘The Family’ wordt gekraakt. Het meisje worstelt tijdens de zomervakantie met de scheiding van haar ouders, het verlies van een jeugdvriendschap en de wetenschap dat ze volgend schooljaar naar een kostschool wordt gestuurd. Haar vader is er vandoor met zijn nieuwe vriendin en haar moeder heeft het erg druk met daten. In dat vacuüm zoekt Evie toenadering tot het vreemde en fascinerende groepje jonge vrouwen dat The Ranch bevolkt. Niemand die haar mist als ze haar dagen en haar nachten doorbrengt in de afgelegen plek waar de vervreemding van de wereld nog intenser wordt door de drugs, de nachtelijke feesten en rituelen, de seksuele inwijding.

Russel Hadrick (aka Charles Manson) is geobsedeerd door een muziekcarrière en als de producer die daarvoor moet zorgen zijn eerder gemaakte beloftes niet kan waarmaken is het tijd voor wraak. De rest van het verhaal is gekend: Sharon Tate en haar vrienden worden op beestachtige wijze afgeslacht. De volgende nacht wordt die stunt nog eens dunnetjes overgedaan in een andere wijk van LA. Het is eerder door stom toeval dan door geweldig speurwerk dat de daders uiteindelijk gevat worden.

Cline leeft zich bijzonder goed in in de psyche van een eenzame en onbegrepen tiener die bij The Family de liefde, steun en waardering krijgt die ze zoekt.

Is dit grote literatuur? Neen, maar het boek leest bijzonder aangenaam weg en Cline toont zich een talentvolle schrijfster die een jonge taal hanteert. Ze komt met onverwachte metaforen op de proppen die bijzonder goed werken.

Gisteren bekeek ik nog een aantal documentaires over het fenomeen Charles Manson en zijn ‘Family’. Hoe hij tijdens de Summer of Love in San Francisco profiteerde van de sfeer van peace, love & understanding om zich te omringen met jonge vrouwen (en mannen) die zoekende waren. Hoe isolatie van het werkelijke leven, een drang naar rebellie en grootse dingen, industriële hoeveelheden drugs en een hele hoop kosmische bullshit de rest deden. Het blijven onwerkelijke beelden van de drie jonge daders die zich tijdens het proces vrolijk zingend en lachend naar de rechtbank begeven. Geen greintje spijt lijken ze te hebben op dat moment. In latere interviews, als ze al lang achter slot en grendel zitten en vrouwen van middelbare leeftijd zijn, vertellen ze dat ze ook tijdens het proces LSD bleven nemen. De enige reden waarom ze aan de doodstraf ontsnapten was omdat die werd opgeheven niet lang na hun veroordeling. De drie vrouwen die lijken in de loop der jaren wakker te zijn geworden, en beseffen maar al te goed wat ze hebben aangericht. Manson kraamt nog altijd dezelfde onzin uit als hij nog eens geïnterviewd wordt.

manson

Read Full Post »

Ja, ik weet het. Er is al zeer veel inkt gevloeid over de Nederlandstalige literaire hype van 2016, dus mijn bedenkingen kunnen er ook nog wel bij. Ik heb me sowieso bewust ver van de controverse gehouden, omdat ik het boek zonder al te veel vooringenomenheid wilde kunnen lezen. Als ik dan op voorhand al erg polariserende recensies en meningen in duik wordt dat te moeilijk omdat ik onderhuids dan toch een aantal verwachtingspatronen voel opspelen. Een eerlijke blik is wel het minste dat je als lezer een auteur verschuldigd bent.

Maar goed, Het Smelt dus (ik moet mijzelf vaak corrigeren om niet ‘Het Spit’ te schrijven of te zeggen trouwens). Hoofdpersonage Eva vertrekt op een winterse dag eind december met een groot ijsblok in de koffer naar het dorp waar ze opgroeide. Een van haar jeugdvrienden geeft een feest ter herdenking van zijn oudere broer die jaren geleden het leven liet én zijn nieuwe melkerij wordt geopend. Reden genoeg dus om oude en nieuwe bekenden op te trommelen richting Bovenmeer. Wat volgt is een goed geconstrueerd verhaal over een disfunctionerend gezin, opgroeien in een kleine dorpsgemeenschap en kinderlijke wreedheden.

En toch vond ik Het Smelt niet bepaald een goed boek. Ook niet hallicunant slecht, maar er zijn me teveel mankementen die ik voornamelijk wijt aan haast om het debuut van Spit uitgegeven te krijgen en een bijzonder slechte (of afwezige) redactie. Slechte punten voor Das Mag in elk geval. Erg slechte punten zelfs. Het boek wemelt van slecht geconstrueerde zinnen die soms bijzonder houterig overkomen. Lelijke zinnen die het leesplezier soms echt vergallen. Nodeloze uitweidingen die het verhaal enkel vertragen en verder niets wezenlijk bijdragen. Toen ik daar op Facebook een opmerking over maakte vroeg iemand zich af of een auteur nog mag groeien en of ik niet te streng was. Natuurlijk mag een debuterend auteur op enige clementie rekenen, maar groeien (of beter worden) lukt niet als iedereen enkel vol bewondering ‘oe’ en ‘aah’ roept.

De spanningsopbouw is doordacht en noopt de lezer tot haastig verder lezen. Anderzijds – en Het Smelt is niet het enige boek dat in dat bedje ziek is – wordt het orgelpunt dan zo’n beetje tussen de soep en de patatten afgehaspeld. En dat brengt ook een ander probleem van dit debuut aan het licht: de personages zijn weinig geloofwaardig. Op geen enkel moment had ik het gevoel dat het mensen zouden kunnen zijn die ook werkelijk zouden kunnen bestaan. De gebeurtenissen van de zomer van 2002 – waarrond het boek grotendeels pivoteert – raken me niet omdat ik het gewoonweg niet geloof.

Kan Lize Spit schrijven? Zeer zeker. In ‘Het Smelt’ zit zelfs een meer dan behoorlijk boek verborgen. Echt jammer dat de redacteur noch de uitgever van dienst niet meer moeite heeft genomen om het er ook uit te halen.

 

Read Full Post »

Vet hart

Ik heb nog eens een dichtbundel gekocht. Niet van mijn gewoonte, ik lees eigenlijk zeer weinig poëzie. En blijkbaar ben ik niet alleen, want dichtbundels worden eigenlijk door niemand aangeschaft. Tenzij je natuurlijk een junkie bent die al een aantal jaar dood is, dan stijgt de verkoop plots wonderbaarlijk.

Volgens mijn eigen aanvoelen en verder totaal ononderbouwde theorie kopen mensen geen dichtbundels omdat ze niet het gevoel hebben waar voor hun geld te krijgen. Je betaalt er ongeveer evenveel voor als voor een ‘gewoon’ boek en je krijgt er wat voor in de plaats? Een stuk of wat gedichten. Er is te veel witruimte op de bladzijden en bovendien denken de meeste mensen ook nog eens dat ze het zelf ook kunnen. Je plakt wat woordjes die op het eerste zicht niets of toch niet veel met elkaar te maken hebben achter elkaar, drukt op de entertoets midden in een zin en hop! je hebt een gedicht geschreven.

Maar goed, passons. De bundel waar ik het over heb is de laatste worp van Koenraad Goudeseune. Vet hart is de titel. In elk geval: het geldelijke argument gaat hier niet op. Voor 16,50 € word je getrakteerd op maar liefst 105 pagina’s die allemaal samen meer dan 80 gedichten bevatten. Was ik beter in hoofdrekenen, ik zou je direct vertellen hoeveel eurocent je per vers betaalt.

Dat ik voor Goudeseune een uitzondering maak is omdat ik al jaren fan ben van ’s mans proza (dat hij met mondjesmaat op de wereld loslaat) en zijn persona. Goudeseune wordt quasi nergens meer besproken en wordt quasi op geen enkel poëzie-festival gevraagd omdat hij met zowat iedereen die iets te betekenen heeft in het literaire wereldje gebrouilleerd is. Een vadermoord op zijn laatste beschermheer Barnard, een vernietigende bespreking van één van de laatste dichtbundels van poëzie-Paus Nolens, een ongenadig fulmineren tegen alles wat ruikt naar sentimentele romans en karamellenverzen? Hij draait er zijn hand niet voor om. Hij is het jongentje dat roept dat de keizer geen kleren draagt en prompt beloond wordt met een draai om de oren van de omstaanders die zulks niet willen horen. Jullie begrijpen ongetwijfeld mijn bijna grenzeloze sympathie voor de man.

Ik ben dus geen doorgewinterde kenner van poëzie, dus verwacht hier geen doorspitte vormelijke of andere analyses. Wat ik wel weet is dat Goudeseune zich ver houdt van wat moet doorgaan voor poëtisch taalgebruik. Bij hem weinig verhevens, schoons of zweverigs. Weinig hoofse liefde, af en toe seks met gewone mannen en gewone vrouwen. Geen lentebriesjes of Beatrices met ranke halzen. Wel blote konten, chronisch geldgebrek en flats die ruiken naar bejaarden. Een plastic tuinstoel, potjes yoghurt en de Tour de France. Enfin, je moet het lezen om het te geloven. Tegelijkertijd spreekt er veel humor uit zijn poëzie, en tederheid. Maar ik vermoed dat je al iemand moet zijn met een afwijkend gevoel voor zijn om het op te merken. Nu ja, ook de eeuwige buitenstaander heeft af en toe behoefte aan herkenning en last van al te luide eenzaamheid. (Over wie heb je het nu eigenlijk?).

Ik heb al die 80 gedichten natuurlijk nog niet gelezen, maar dit is wel een van mijn favoriete.

Moeder

Ik weet nog dat het september was

want dan krijg ik van de belastingen

wat ik teveel betaalde en de zon

was vroeger op dan ik en zwemmen

 

was nog iets wat ik dagelijks deed

gewoon baantjes trekken en daarna

in de taverne koffie en de krant

waarin ik las dat het concert in de abdij

 

vanwege ziekte van de dirigent

die heel speciaal uit Israël kwam

geveld door koorts en mijn zus

berichtte me dat de mis

 

voor mijn moeder dit jaar is verschoven

en ik noteerde het in mijn agenda

en ik dacht dat ik het ook wel zo

onthouden zou maar voor de zekerheid.

 

(Het doet me een beetje denken aan het nummer Tom’s Diner van Suzanne Vega).

img_20161003_215201

Read Full Post »

Na een laatste leessprintje deze zondagmorgen is ook het laatste deel van Ferrante’s 4-delige reeks uit. Naast ‘De geniale vriendin’ (1) omvat deze tetralogie ook nog de boeken ‘De nieuwe achternaam’ (2), ‘Wie vlucht en wie blijft’ (3) en ‘Het verhaal van het verloren kind’ (4). Dat laatste komt in de Nederlandse vertaling pas uit in de loop van deze maand. Ik las het in de Engelse vertaling.

Het eerste deel las ik deze zomer, en wat ik daarvan vond lees je hier.

Ferrante blijft de gemoederen beroeren: er zijn hevige voor- en tegenstanders, er is het hele gedoe rond haar (of zijn) verborgen identiteit die misschien toch niet meer zo onbekend is. Ik ben – laat ik er maar direct voor uitkomen – een redelijk grote fan. Mijn moeder vraagt zich dan weer wanhopig af of er wel mannelijke lezers zijn die Ferrante weten te appreciëren (het antwoord is ‘ja’, trouwens) en probeert daarmee de auteur te reduceren tot iemand die zich enkel met ‘vrouwenthema’s’ bezighoudt. Dat is volgens mij a/ niet het geval en b/ zelfs als het zo zou zijn, et alors? We mogen wel eens ophouden met a/ ‘mannenthema’s’ als universeel geldend te beschouwen en b/ het overgrote deel van de lezers van fictie zijn vrouwen, dus het zou niet eens zo gek zijn om de stem en de belevingswereld van vrouwen van allerlei afkomsten, gezindtes en leeftijden wat centraler te stellen. Maar goed, dat is een andere discussie. Of niet, maar daar kom ik straks misschien nog op terug.

Het vierluik van Ferrante vertelt het verhaal van de Napolitaanse vriendinnen Lila en Lena, en dat van hun prille kindertijd tot en met de mysterieuze verdwijning van Lila op het moment dat ze vooraan in de 60 is. Naast de twee vriendinnen speelt ook de stad Napels een prominente rol. De arme volkswijk waar beiden opgroeien is vergeven van geweld, armoede en afpersing door de lokale Camorra. De jonge vrouwen proberen zich eraan te onttrekken, maar de lokroep blijft luid weerklinken en op de een of andere manier is er nooit een afscheid van mogelijk.

Lena, alhoewel niet de meest getalenteerde of intelligente van de twee, slaagt er in te studeren en zich op te werken tot de intellectuele middenklasse. Lila moet het zonder enige vorm van opleiding stellen en heeft het dus veel moeilijker om een uitlaatklep te vinden voor haar creativiteit en haar ondernemende geest. De levensloop van beide vrouwen is als een rivier die ontspringt en zich later vertakt, soms mijlenver uit elkaar loopt maar uiteindelijk toch steeds weer dezelfde bedding vindt.

Lena’s ervaringen worden opgehangen aan de bredere context van de woelige jaren 60, 70 en 80 in de linkse intellectuele milieus. De pietluttige discussies tussen links, linkser, linkst zijn hilarisch en komisch tegelijkertijd. De vrouwelijke insteek is er in de zin dat Lena in die tijd haar eigen feministische ontwaken beschrijft: ze ziet hoe de mannen die in de meest dramatische termen oproepen tot revolutie, een andere maatschappij en Alle Macht Aan de Arbeiders zich uiteindelijk wel nog altijd als pasja’s laten bedienen door hun vriendinnen of hun zussen. Hoe ze schaamteloos de intellectuele arbeid van hun echtgenotes of minnaressen stelen en er roem mee vergaren, hoe ze hun vrouwen en geliefden zonder omkijken met de zorg voor hun kinderen opzadelen.

Lila en Lena trouwen, krijgen kinderen, scheiden, laten de wijk en Napels achter zich, komen terug, worden opnieuw verliefd, strijden om hun eigenheid te behouden, verliezen zich weer en vinden elkaar terug. Ze houden van elkaar, kunnen elkaar dan weer niet verdragen. Beschuldigen elkaar ervan de ander te willen beperken of gemeen te zijn tegen de kinderen van de ander. Het leven zoals het is, quoi.

De Napolitaanse romans zijn – onder andere – een verhaal van vriendschap, maar zonder de suikerzoete Hollywoodlaag van idealisering. Maar bovenal is het een epos waar aan de kleine levens van twee vrouwen veel meer wordt opgehangen: politieke geschiedenis, het verlies van illusies en idealen, de manier waarop vooruitgang en de vaart der volkeren een eeuwigdurende processie van Echternach is, hoe Clio zich soms verslikt en hoe mensen in het tumult en de stofwolken soms vermorzeld worden.

Zoals ik zei: ik ben fan 🙂

Read Full Post »

Older Posts »