Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Werk’ Category

Gisteren schreef ik voor het werk iets over brutalisme in webdesign. Dat is natuurlijk een van de heerlijke voordelen aan een job in een iets creatiever bedrijf waar het er toe doet hoe de dingen er uitzien. Na jarenlang tekstjes schrijven over de voordelen van deze of gene software is het een verademing.

Maar goed, brutalisme. Ik ga me niet voordoen als een grote kenner van architectuur, tot een paar maanden geleden had eigenlijk nog nooit van de term (of de bouwstijl) gehoord. En toen ontdekte ik een aantal foto’s van gebouwen in brutalistische stijl uit het Sovjettijdperk. Het was liefde op het eerste gezicht, zowel met de term als met de gebouwen. Het woord ‘brutalisme’ beschrijft ook zonder veel omhaal de stijl accuraat, het is niet moeilijk om je in te beelden over welke soort gebouwen het gaat. Ik hou ervan hoe ze het landschap domineren, opeisen en overheersen, of het nu gaat om een stadslandschap of een ruraal gebied. De stille dreiging die ervan uitgaat, de imposante grootsheid. Maar ook het gebrek aan afwerking. Alsof de constructie op de een of andere manier arrogant heeft beslist dat het al die tierlantijntjes niet nodig heeft om af te zijn.

Het is natuurlijk niet toevallig dat de bouwstijl opgang maakte vanaf de jaren ’50. De oorlog was net afgelopen, het verwoeste Europa moest in ijltempo heropgebouwd worden, de desillusie verwerkt. De koude oorlog diende zich aan en de bom ging vallen dus veel ruimte voor frivoliteiten was er niet. Die ernst en somberheid voel je ook in die constructies, je hebt niet het gevoel dat het binnenin een zee van licht en vreugde is. Tegelijkertijd doen de ruimteschipachtige vormen van sommige complexen je dromen van andere en verre werelden, je hoeft enkel het gebouw binnen te gaan om te ontsnappen.

Dat ik een zwak heb voor esthetiek die wat inspanning vereist om ‘mooi’ gevonden te worden komt natuurlijk omdat ik er mijzelf mee identificeer. Ik ben zelf ook moeilijk, weinig toegankelijk. Eerder afstandelijk en soms koud. Rationeel en weinig hartelijk. (There’s nothing you can throw at me/ That I haven’t already heard).

En ook als het gaat over brutalisme in webdesign, dan dekt de term de lading erg goed. Het gaat niet enkel over ruw en rudimentair design, maar ook over een totaal afwijzen van UX (gebruikerservaring). Want laten we wel wezen: gebruikerservaring is er in de eerste plaats op gericht om je zo snel mogelijk te laten ‘converteren’. Klant worden, iets downloaden, kopen. En die ervaring zo lekker en smooth laten verlopen dat je er niet genoeg van krijgt.

Brutalistische websites hebben daar lak aan. Ze zien eruit alsof ze uit de jaren ’90 stammen, met lelijke kleuren en dito lettertypes. Ze werken op je zenuwen omdat niet functioneren zoals alle andere sites uit het tijdperk van de klant centraal stellen en je snel en zonder fout en superlogisch van de ene naar de andere pagina loodsen (en voor je het weet heb je je e-mailadres achtergelaten of je creditcard gegevens ingevoerd). Ze zijn irritant, traag en lomp. En ik vind ze zonder meer geweldig.

Advertenties

Read Full Post »

Brief terug

Dag T.,

Gisteren zat je brief in de bus. 4 handgeschreven kantjes lang voor je afsluit met de gedachte aan een glas wijn en een aflevering van Dexter. En dit doe je in 2015 elke dag blijkbaar. Chapeau, ik zie het mezelf niet doen. Dat soort consistentie en discipline is me volkomen vreemd. Ik bewonder het wel in anderen, dus ook in jou.

Ik hoop dat je het me niet kwalijk neemt dat ik je langs deze weg antwoord, maar geloof me vrij: anders komt het er gewoon niet van. Er is een te grote hoeveelheid praktische zaken die ik zou moeten overwinnen, zoals geschikt briefpapier vinden en een balpen die het doet. Dan het schrijven zelf. Ik ben zo iemand die vindt dat de dingen vanzelf moeten gaan, het lijkt wel alsof ik aan plannen een broertje dood heb. (Dat van dat broertje zou nog waar kunnen zijn, aangezien ik enkel twee zussen heb. Haha, flauw mopje). Uiteindelijk, als er ooit eens een magisch moment zou geweest zijn waarop papier, pen en even niets anders te doen zouden geresulteerd hebben in een brief, dan is er nog altijd de zoektocht naar een enveloppe en een postzegel. En een brievenbus.

Weet je dat ik zelfs gepostzegelde ansichtkaarten heb liggen van op reis die ik nooit heb gepost? Zo erg is het met mij dus gesteld.

Je schrijft dat je Harelbeke, de stad waar ik sinds kort werk, maar een grauw oord vindt. Ik zou het niet weten eigenlijk. Voorlopig heb ik het hier enorm naar mijn zin. Ik heb de grondige ommekeer in mijn leven bijzonder goed verteerd eigenlijk. Het merkelijk vroegere opstaan bijvoorbeeld, zorgt op dit moment helemaal niet voor problemen en het pendelen bevalt me bijzonder goed. Het helpt natuurlijk dat de trein richting Kortrijk nooit overvol zit. Aan het station te K. spring ik gezwind op de Blue Bike en een dikke tien minuten later sta ik op het werk. ’s Avonds heb ik in de dubbeldekker trein quasi een hele wagon voor mezelf. Onderweg lees ik wat, of ik beluister een podcast. Nu ben ik bezig in A Visit from the Goon Squad van Jennifer Egan. Als je dat nog niet hebt gelezen, dan zou ik je het wel durven aanraden. Er gaat een zekere melancholie van uit, en sommige passages doen me denken aan de hand van Brett Easton Ellis.

Jij woont dus in Menen, daar beland in de nasleep van een danig gebroken hart. Ja, daar heb ik ook wel een beetje ervaring mee. En nee, ik ga niet zeggen dat het over gaat, dat weet je ondertussen ook wel. Maar als je hart echt grondig aan stukken wordt geslagen, dan verandert het je wel. Je onbezonnenheid verdwijnt. Het vermogen om je helemaal aan iets of iemand over te geven wordt aangetast. Er sluipt een zeker cynisme in je omgang met geliefden. De onschuld wordt uit je kleren gewassen.

Nu gebiedt de eerlijkheid mij wel te zeggen dat ik ook wel hier en daar een hart gebroken heb, en dat spijt me zeer. Maar ik heb het nooit gedaan op de berekende, sluwe, doordachte manier waarop anderen dat van mij ooit vertrappeld hebben. Het leek wel alsof het met voorbedachten rade werd gedaan, en daar ben ik nog altijd niet goed van.

Aan de foto’s op je Facebookprofiel te zien amuseer je je wel in Menen eigenlijk. Je bent zelfs bij de majorettes, iets wat ik zelf ook graag had gedaan toen ik klein was. Toen ik dat idee opperde zei mijn vader dat hij mij niet in mijn bloot gat over straat wilde laten paraderen. En daarmee was de kous af.

Soit, ik ga eens aan mijn werkdag beginnen. Bedankt nog eens voor je brief, en ik wens je voor de volgende 297 exemplaren nog veel inspiratie toe!

Hartelijke groeten van Wendy.

Read Full Post »

Demotiveren voor dummies

Het moet niet altijd positief nieuws zijn. We hebben al genoeg handleidingen bij het leven genre “7 dingen die je nooit moet zeggen tegen singles die net hun huisdier zijn verloren” of “22 tips voor ruglijders met astma-aanvallen die graag romantische strandwandelingen maken”. Neen, vandaag hebben we eindelijk nog eens aandacht voor de witte welvaartsmotor van deze samenleving, de bezieler van de heilstaat der KMO’s, de patroonheilige van de Hardwerkende Vlaming, ofwel hij (en in sommige gevallen zij) die door het leven gaat als “den baas”.

Den baas is het Alfa en het Omega der dingen natuurlijk, en heeft een miljoen dingen tegelijkertijd aan zijn hoofd want de loonlasten zijn te hoog en de belastingen ook al en het personeel te lui en te weinig competent. En je kunt geen krant meer open slaan of het gaat over de balans tussen werk en privéleven of over burn out. Uiteindelijk ben je als baas beter af zonder personeel, maar ja, ontslagpremies en vakbonden en al. Nochtans is de oplossing klaar en simpel: demotiveer uw werknemers! De kans is groot dat ze dan zelf andere horizonten opzoeken, en jij hebt er geen last meer van. Opgeruimd staat netjes!

Met deze simpele tips klaart u de klus in geen tijd.

  1. Eén baas is geen baas.

Bazen zijn tof. Bazen zijn prachtig. Bazen zijn gewoonweg de max. Je kunt er dan ook niet te veel van hebben. En je personeel krijgt er ook nooit genoeg van! Een getuigenis van ene Wendy die verder anoniem wenst te blijven:

Ik heb 4 bazen. Om te beginnen is er mijn directe chef. Toffe gast, die zelf het goede voorbeeld geeft door mails te versturen tot diep in de nacht. Maar er is natuurlijk ook zijn baas. Die heeft soms ook dringende zaken die moeten afgewerkt worden, en omdat mijn bureau in zijn gezichtsveld staat is het niet meer dan normaal dat hij soms op mij af komt gestormd met één of andere taak.

En dan zijn er ook nog de 2 zaakvoerders/aandeelhouders van het bedrijf waar ik op de payroll sta. Die kunnen natuurlijk ook altijd langskomen of mailen met een opdracht. Die dringend moet uitgevoerd worden. Zonder dralen ook. En zo geraakt mijn dag goed gevuld.”

  1. Details, details, details.

Grote lijnen en visie, allemaal goed en wel. Details, dat is pas belangrijk! En het leuke is, je kunt er je werknemers zo heerlijk de kast mee opjagen. Als ze zich de hele dag de schoenen van onder het lijf lopen om één of ander evenement in goede banen te leiden, waarom zou je dan niet eens gaan mierenneuken over een brochure die verkeerd ligt, een logo dat scheef staat, een banner die volgens jou niet op de juiste plaats is opgesteld of – en hier kun je echt scoren – je naam die op je badge AAN elkaar geschreven is in plaats van VAN elkaar.

Creatief zijn is hier de boodschap: zoek elke keer een ander detail om te mekkeren, dat verhoogt het gevoel van onzekerheid omdat je werknemer nooit kan anticiperen op wat je gaat zeggen en hij zal zeker nooit het gevoel hebben dat hij een goede prestatie heeft neergezet.

  1. Apprecieer het werk van uw werknemers op uw eigen manier.

De tijd van Baas Gansendonck is al een tijdje voorbij. Maar dat wil niet zeggen dat er geen manieren genoeg zijn om het werk van uw werknemers te appreciëren en tegelijkertijd niet te appreciëren. Voorbeeldjes?

  • Zeg: deze taak heb je goed gedaan, maar <insert waslijst aan dingen (zie ook vorige punt) waar “ruimte” is voor verbetering>.
  • Laat duidelijk merken dat je een document waar je 37 keer DRINGEND om hebt gevraagd niet hebt gelezen.
  • Kom onvoorbereid en steevast te laat toe op meetings. Niets dat je minachting voor je personeel dikker in de verf zet.
  1. Delegeer.

Delegeren is een kunst. Een mens kan nu eenmaal niet alles zelf doen, zoals koffie halen bijvoorbeeld. Of restaurants boeken voor jouw leuke avondactiviteiten in exotische steden. Het leukste is delegeren aan mensen die niet weten dat je dingen aan hen hebt gedelegeerd. Out of the blue kun je dan plots mails beginnen sturen met ‘kun je er in het vervolg zorgen dat x of y wordt opgevolgd, want ik zie dat dat hier weer helemaal in de soep loopt’. Zorg er ook voor dat x of y een complete pietluttigheid is die in wezen weinig te maken heeft met de kerntaken van de werknemer in kwestie. Zoals het opzetten van de Kerstboom, ik zeg maar wat.

Read Full Post »

P = F/A

Vandaag is de dag gewoon de dag. Ik moet nergens heen, er wordt niets van mij verwacht. Ik word niet aangejaagd of opgejaagd door de vurige zwepen ‘economie’ en ‘productiviteit’. De radio staat op, de keuken is een rommeltje, op het koude fornuis staat een restje spaghettisaus lekkerder te worden. Er zijn te weinig van die dagen geweest, de laatste tijd.

De wekker loopt af op het moment dat je nog veel te diep slaapt, er is nog geen spoortje daglicht. De nacht was onrustig omdat het maalde en knetterde in je kop want alles komt weer tegelijk op je af. De snoozeknop indrukken, indommelen. In de verte dreunt de kerktoren zijn zeven trage slagen om verstrijken van de tijd aan te geven, je hoort het rammelen van een trein. Shit, ik moet nog voor brood zorgen deze morgen. Plots moet het snel gaan, in het halfduister probeer ik een verse onderbroek uit de wasmand te vissen. Een kattewasje, tanden poetsen, rap naar beneden. Water voor de koffie opzetten, in mijn handtas zoeken naar kleingeld voor een brood en eventueel een doughnut met chocolade. Sleutels, waar heb ik mijn sleutels gelegd? Over en weer naar het oude bakkertje op de hoek, boterhammen smeren. Hoe laat is het? 7h35, nog een strakke 15 minuten voor ik weg moet zijn om de trein te halen die wel weer te laat zal zijn. Hopelijk niet weer zoveel vertraging dat ik ook de bus mis en een collega moet bellen om me te komen oppikken aan het station omdat ik anders een uur moet wachten. Ik probeer de gedachte weg te duwen, ik maak me er later wel druk over.

Waar is mijn dochter? Hoor ik al beweging op de trap? Nee, dus vlug nog even naar boven spurten, merken dat je al bijna buiten adem bent bij de gedachte alleen al omdat dat verdomde virus nog steeds in je bloed rondzwerft. Goed, ze is wakker, ik wens haar succes met het examen waar ze voor staat terwijl ik alweer naar beneden hol. Nog 7 minuten, koffie zit er niet meer in. Hopelijk ben ik op tijd in het station om een dubbele espresso te kopen, anders ben ik aangewezen op het spul dat op het werk voor koffie moet doorgaan. Sleutels, telefoon, laptop. Geld. Een balpen om mijn keycard in te vullen. Niet vergeten om de verwarming uit te zetten voor ik vertrek.

Op het werk lijk ik honderdduizend dingen tegelijk te moeten doen, ik zadel mijn nieuwe collega op met een saai maar noodzakelijk werkje waar ze d’r handen wel een paar uur vol mee heeft. Dat geeft me de mogelijkheid lijstjes van lijstjes te maken. Te beslissen wat er eerst moet gebeuren, zodat niet alles in het honderd loopt. Mijn baas komt er tussen met een opdracht waar ik veel tijd mee verlies. Hij verliest zich in details die er eigenlijk niet toe doen, ik wil hem niet teleurstellen en blijf maar prullen aan twee logos die ik niet juist krijg afgebeeld. Ik test de godganse boel zevenendertig keer, druk uiteindelijk op de verzendknop om dan te merken dat die email toch nog verkeerd in ongeveer 3.000 inboxen terecht komt. Voor zover het mogelijk is, zakt de moed me nog verder in mijn schoenen en lijkt de berg echt werk nog onoverkomelijker. Nog zoveel dagen en ik heb 14 dagen verlof, alhoewel ik niet weet of ik dat zal kunnen aanhouden.

Ondertussen raast de wereld door: ik moet beginnen denken aan cadeautjes en feestmenus, ik lees iets op Facebook over een poging tot inbraak bij mijn zus en ik kan het niet opbrengen te vragen hoe het met haar is. Of ze niet te veel geschrokken zijn en hoe de kinderen reageren. Zijn ze niet te angstig nu? Ik beloof te veel en doe te weinig. Waarom gebeurt er zoveel? Iedereen schreeuwt vooruit, vooruit, vooruit en ik wil gewoon even blijven stilstaan. Het jaar zit er opnieuw bijna op.

Ik vraag me af hoe andere mensen dat doen, hoe ze het volhouden. Werken, kinderen, boodschappen doen, het huis op orde krijgen. Waarom word ik gesloopt door stress en heb ik werkelijk zoveel tijd voor mezelf nodig of ben ik gewoon lui? En als ik gewoon lui ben, waarom is dat dan zo erg? Ik wil wel meedoen, alleen niet zo hard.

Vandaag laat ik de dag gewoon de dag. Een roodborstje hopt in de tuin, en ik denk: zo koud is het niet, voor de tijd van het jaar.

Read Full Post »

Ja, ik weet het, het is oud nieuws. En ja, ik moet nog eens kunnen zagen want anders blijf ik er mee zitten. Als nu iemand anders al de kastanjes uit het vuur had gehaald, ik had iets anders kunnen doen deze voormiddag dan nog maar eens op dezelfde nagel te kloppen. Maar goed, vooruit met de geit en spuug het uit zou mijn grootmoeder zeggen.

 

Sinds vorige week weet iedereen wie Frank Van Massenhove is. Dat is de nieuwe baas van de NMBS. Ik wou dat ik kon schrijven dat de man verdiend die job heeft binnengehaald, nadat hij uitgebreid getest werd bijvoorbeeld. Of omdat hij een degelijke visie heeft ontwikkeld op mobiliteit zodat we op zijn minst de hoop hebben dat die kerel de veelgeplaagde NMBS terug op de rails kan krijgen. De diepe kloof van wantrouwen tussen de reizigers en het spoorwegpersoneel kan overbruggen, de oneindige lijst aan vertragingen en incidenten kan inperken en ervoor kan zorgen dat het spoorwegbedrijf eindelijk de 21ste eeuw in dendert. De waarheid is dat hij naar de top is gekatapulteerd omdat hij de juiste politieke vriendjes heeft, blank is en in het bezit van een piemel. Net zoals de heren Luc Lallemand (Infrabel), Koen Van Loo (FPIM), Jannie Haek (Nationale Loterij) en Johan Decuyper (Belgocontrol).

Nu ja, er is genoeg te doen geweest over het schaamteloze schouwspel van de politieke benoemingen en ik ga niet stilstaan bij de impact ervan op het democratische proces of het geloof van de burger in eerlijke politiek, noch op wie daarvoor de rekening zal gepresenteerd krijgen op 25 mei 2014. Het staaltje van ‘it’s not what you know, it’s who you know’ waar we de afgelopen maanden getuige van mochten zijn is eigenlijk de perfecte illustratie van de noodzaak voor quota voor gendergelijkheid in topjobs. Want ondanks mooie woorden en schone Koninklijke Besluiten waarin de federale overheid zichzelf als doel stelt dat tegen 2013 1/3 van de topambtenaren een vrouw zou moeten zijn, hebben we afgelopen weken kunnen ervaren hoe het écht werkt: blanke mannen van middelbare leeftijd kennen andere blanke mannen van middelbare leeftijd, geven elkander schouderklopjes en schone postjes. Als volleerde koppelaars arrangeren ze het zo dat de macht in handen blijft van diegenen die ze al eeuwen lang in handen hebben. Het subtiele old boys netwerk in de praktijk. Ons kent ons, niet waar?

Ach, ik weet het wel, het gebeurt allemaal niet bewust of met opzet. Het is het natuurlijke verloop van de dingen. Zo natuurlijk zelfs dat we het normaal vinden en dat we het zelfs bijna niet opmerken dat opnieuw hetzelfde clubje zich behaaglijk schurkt in het rode pluche van de macht. Tegenstanders van quota beweren nogal eens dat het genderevenwicht zich ‘vanzelf’ zal herstellen. Wel ja, aan het huidige tempo zal zal ‘vanzelf’ nog minstens 70 jaar duren. Tegenstanders van quota beweren dat men zou moeten kiezen op basis van competentie en objectieve criteria. Ik lach een holle bulderlach bij het aanhoren van zoveel naïviteit. Daarna sla ik ze om de oren met wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat mannen steevast als ‘competenter’ gepercipieerd worden en dat in de huidige situatie competentere vrouwen door dat soort mechanismes uitgerangeerd worden ten voordele van middelmatig presterende mannen. Better the devil you know.

Daarna volgen argumenten als zouden vrouwen niet ambitieus zijn en zich als madonna’s ver verheven moeten voelen boven het soort machinaties en intriges dat ervoor zorgde dat er op een totaal van 12 ‘topbenoemingen’ 2 vrouwen mochten figureren. Ik noem eeuwen van socialisatie die vrouwen voorspiegelt dat ze dociel moeten zijn en content met een kleine rol achter de schermen. Onschuldige lijkende vragen als ‘hoe zo’n carrière te combineren is met een gezin’ en die de impliciete boodschap sturen van slecht moederschap.

Als vrouwen mee de dienst willen uitmaken zullen ze – voorlopig toch – op tafel moeten kloppen en eisen dat de quotaregelingen gerespecteerd worden. Op geheel onvrouwelijke wijze zullen we lawaai moeten blijven maken en stoppen met vriendelijk te vragen of er misschien ook een kruimeltje van de taart onze richting kan geschoven worden. Laat jezelf niets wijsmaken: mannen hebben zich honderden jaren bediend van quota en die mechanismes werken nog steeds door. Macht laat zich niet ‘vanzelf’ verdelen, macht moet je bevechten, opeisen en grijpen.

De wereld zal pas gelijk zijn als incompetente vrouwen evenveel te zeggen hebben als incompetente mannen.

Read Full Post »

Beste Mijnheer Libeer,

Ik weet dat u een druk bezet man bent, en het zou kunnen dat u dit weekend nog naar een communiefeest moet of zo. Maar ik zou toch eens een paar minuutjes van uw tijd willen vragen. Tenzij u de hele voorbije week op één of andere handelsmissie in een ver, ver land was, is u waarschijnlijk de heisa niet ontgaan die Sofie Verschueren heeft ontketend. In de Knack verscheen haar noodkreet. Over hoe moeilijk het is om als koppel met een kleine voltijds te blijven werken zonder dat je het gevoel hebt dat je dat kind eigenlijk onrecht aandoet.

Ik weet het, als goede ultraliberaal kijkt u natuurlijk naar de overheid om kwalitatieve kinderopvang te organiseren, maar ik kan enkel samen met u vaststellen en betreuren dat deze marxistische regering daar op dit moment schromelijk tekort schiet. Daarom had ik gedacht, mijnheer Libeer, dat uw creatieve en innoverende ondernemers misschien wel ter hulp zouden kunnen snellen. We weten immers allemaal, dat als het moeilijk wordt, Ondernemerman voor ons klaar staat met visie en passie en keihard werken om ons te redden van de nakende ondergang.

Wacht nog even met op uw achterste poten te staan: ik zal u hier eens haarfijn uit de doeken doen hoe we hier samen onverkort een win-win situatie van maken.

Stel u eens voor dat de verschillende ondernemingen die samen op 1 groot bedrijventerrein liggen allemaal samen zouden werken om voor hun werknemers die het nodig hebben op die plek een crèche te openen. Wat zijn daar de voordelen van?

Ten eerste:  de werknemers van die bedrijven zijn content, want ze moeten zich niet suf zoeken naar kinderopvang. Ik weet dat het waarschijnlijk ver van uw bed is, maar geloof mij: een plaats bemachtigen in een goede crèche is in een stad als Gent een helse klus, een kwestie van ellebogenwerk en in het slechtste geval 15 kilometer verder een plaatsje vinden bij een onthaalmoeder die u als ouder misschien niet helemaal ligt. En dat soort kopzorgen, dat zorgt bij de werknemers bij stress. En die stress en dat gepieker, dat zorgt ervoor dat de werknemers er misschien niet helemaal goed met hun gedachten bij zijn op het werk. En dat is niet goed voor Ondernemerman. Want dan worden er fouten gemaakt, of meldt de werknemer zich sneller ziek omdat hij ’s nachts wakker ligt. Of hij krijgt een maagzweer, een burn out, een depressie of een andere vieze ziekte. En wie mag daar weer voor opdraaien? Ondernemerman.

Ten tweede: het is een kwestie van efficiëntie. Vandaag rijdt werknemer A met bedrijfswagen B naar de crèche/onthaalmoeder C. En van daar naar het werk. En ’s avonds diezelfde weg in de omgekeerde richting. En wie betaalt die kilometers? Werkgever D die elke maand een dikke vette factuur in de bus krijgt van het tankstation. En hoe zou het morgen kunnen zijn? Werknemer A rijdt met bedrijfswagen B naar het werk. Stopt 500 m voor hij op het werk aankomt bij crèche C waar hij/zij baby E. afzet. Wie is er op het einde van de maand gelukkig met minder afgelegde kilometers? Aha!

Ten derde: gedaan met de 9 tot 5 mentaliteit! Vandaag kijkt werknemer A vanaf kwart voor 5 op de klok, want baby E moet met bedrijfswagen B op tijd afgehaald kunnen worden, anders zwaait er wat. Om 17h01 spurt werknemer A over de parking richting bedrijfswagen B om zich in het verkeer te storten in de hoop op tijd de kleine te kunnen afhalen. Dat er nog een klant aan de lijn hing, een dringende offerte moest worden afgewerkt of een bestelling moest worden ingevoerd, dat is er niet meer van gekomen, en dat is wel heel jammer. Zeker voor Ondernemerman die misschien een klant verliest of omzet misloopt omdat werknemer A echt geen kwartier langer aan zijn bureau kon blijven zitten. Maar als de crèche vlakbij is en bovendien lang genoeg open blijft, dan zal geen enkele gemotiveerde werknemer het erg vinden om eerst rustig zijn taak af te werken en dan op zijn gemak baby E te gaan ophalen.

Ten vierde: goodwill en incentive. Door als ondernemer en werkgever te tonen dat u daadwerkelijk inzit met de ‘work/life’ balance van uw werknemers creëert u goodwill. De personeelsleden voelen zich gewaardeerd, en zijn bijgevolg gemotiveerd, zetten zich 100% in, zijn minder afwezig wegens ziekte en stuwen zo mee de onderneming voort naar betere resultaten.

Ten vijfde: employer branding en imago. Zeker voor ondernemingen die op zoek zijn naar schaarse profielen is het niet simpel om de juiste personeelsleden aan te trekken. Door maatschappelijke betrokkenheid te tonen en een daadwerkelijk antwoord te bieden op reële problemen van (potentiële) werknemers wordt uw bedrijf aantrekkelijk om voor te werken.

Soit, mijnheer Libeer, dit is mijn plan in een notendop. Waarschijnlijk zijn er hier en daar nog wat onvolkomenheden te vinden, maar er zijn ook nog wel wat voordelen te bedenken aan mijn plan. Zoals het feit dat er opnieuw actief jobs gecreëerd worden, bijvoorbeeld.

Weet u wat? Laat het mij eens van naaldje tot draadje uit de doeken doen tijdens een presentatie op een volgende VOKA-congres. Ik zal een schone Power Point Presentatie van maken, met grafiekjes en zo. En dan kunt u het tijdens de receptie terug bijleggen met Mevrouw Krekels!

Deal?

Uw toegenegen Wendy.

Read Full Post »

Gisteren blogde ik ‘De mythe van de competentie‘, waar ik dus een lans breek voor quota voor vrouwen. Uiteraard kwam daar reactie op, en voor het internet zijn doen redelijk interessant en inhoudelijk (in plaats van onnozele dooddoeners en persoonlijke aanvallen). Het verdedigen van quota is een niet makkelijk omdat de materie complex is. Daarom hieronder een analyse van de kritiek.

Naast competentie zijn er zó veel meer criteria op te noemen die mensen in de richting van een bepaalde job sturen. Overigens: ik begrijp niet waarom ‘mensen’ opgedeeld zouden moeten worden in ‘mannen’ en ‘vrouwen’, zo kan ik nog wel een stuk of honderd andere categorieën maken om mensen in 2 groepen te verdelen, en altijd zal er dan één categorie ondervertegenwoordigd zijn. Maar why the fuck.”

Ok, toegegeven, de interessante kritiek begint redelijk zwak. Het is niet alsof ‘mannen’ en ‘vrouwen’ 2 arbitraire categorieën zijn. Verschillen tussen de geslachten zijn er nu eenmaal en het is absoluut geen toeval dat mannen en vrouwen anders behandeld worden. Uiteraard kun je mensen opdelen in willekeurige groepen, om dan tot de conclusie te komen dat er bijvoorbeeld zeer weinig éénbenige bedrijfsleiders zijn of zoiets. Maar passons en over naar waar het wel zinnig wordt.

In het bedrijf waar ik werk — een opleidingscentrum voor laaggeschoolde volwassenen — is meer dan 80 % van het personeel een vrouw, gesteld dat er quota voor mannen zouden komen, dan zou dit de kwaliteit van onze organisatie serieus naar beneden halen, gewoon omdat het een beroep is dat de meeste mannen minder ligt.”

De man heeft gelijk en ongelijk: gelijk als hij zegt dat mochten er op dit moment quota ingevoerd worden voor mannen in zijn organisatie de kwaliteit van de organisatie naar beneden zou halen. De reden daarvoor is dat de instroom aan mannen in dat soort van onderwijs te laag ligt. Er zijn veel te weinig leraren lager en middelbaar onderwijs, en dat is een kwalijke evolutie. Daar moeten dringend oplossingen voor gevonden worden die ervoor zorgen dat mannen het beroep terug aantrekkelijk gaan vinden. In elk geval zou ik de HR-verantwoordelijke van het opleidingscentrum voor laaggeschoolde volwassenen aanraden vooral op zoek te gaan naar mannelijke docenten en in het geval van gelijkwaardigheid van kandidaten resoluut voor mannen te kiezen.

Ongelijk heeft hij in het discours dat onderwijs een beroep is dat ‘de meeste mannen minder ligt’. Deze manier van denken is een schoolvoorbeeld van hoe schadelijk genderstereotyperingen zijn. Tot diep in de jaren 60 was het overgrote deel van het onderwijzend personeel mannelijk. Vrouwen mochten het beroep uitoefenen tot ze getrouwd waren en werden dan verondersteld thuis te blijven. Een onderwijzer genoot status en aanzien. Er was niemand die het in zijn hoofd zou halen om te zeggen dat onderwijzen een vak was dat ‘de meeste mannen minder ligt’. Dat dat nu wel gebeurt, is te wijten aan een aantal culturele verschuivingen die ervoor gezorgd hebben dat vooral vrouwen voor het beroep kiezen: het feit dat het makkelijker is om voor je gezin te zorgen, bijvoorbeeld. Dat je er makkelijk deeltijds aan de slag kunt. Tegelijkertijd met de instroom van vrouwen kunnen we ook een afwaardering in status van de functie vaststellen, wat de ‘mannenvlucht’ nog versnelt, jammer genoeg. En hoe minder mannen in het lager en middelbaar onderwijs, hoe minder mannelijke docenten die laaggeschoolde volwassenen gaan begeleiden, hoe minder rolmodellen voor jongens in die functies. De evolutie versnelt in die zin zichzelf, de uitval in het onderwijs bij jongens wordt steeds groter. Iemand poneerde onlangs dat een van de mogelijke redenen daarvan is dat het verwerven van kennis door bepaalde groepen niet meer als ‘mannelijk genoeg’ ervaren wordt. Ik weet niet of het onderzocht is, maar het lijkt me een zeer interessante piste.

Ik durf er verder mijn handen voor in het vuur te steken dat wie het organigram van het bedrijf in kwestie bekijkt tot de conclusie zal komen dat hoe hoger de functie is, het aantal mannen exponentieel zal toenemen. Onder de docenten zal het misschien een 80/20 verhouding zijn in het ‘voordeel’ van de vrouwen, aan de top van het bedrijf zou het goed kunnen dat je net de omgekeerde verhouding aantreft.

En ja: er bestaat zoiets als de ‘glazen kelder’, er meer ongeschoolde mannen dan er ongeschoolde vrouwen, waardoor de meeste vuilnismannen mannen zijn. Maar dat is dan weer een heel ander debat.

(deze vorige zin mag ik trouwens zonder problemen schrijven, omdat het over mannen gaat, want zou ik het zelfde beweren over vrouwen, dan ben ik een gore sexist).”

Euhm … Het debat zou makkelijker te voeren zijn, mochten mensen zich onthouden van dit soort emotionele uitbarstingen die nergens op slaan en slechts willen benadrukken hoe zeer de arme mannen tegenwoordig slachtoffer zijn.

Ik heb de betrekkelijke en zeer noodlottige eer gehad om een paar politieke kandidates (als rechtstreeks gevolg van de quota voor kieslijsten) te ontmoeten op straat, vorig jaar in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Ik bleek hun partijprogramma beter te kennen dan zij zelf, …”

Aah, de casuïstiek! Mijn grootvader rookte elke dag een pakje sigaretten en is 90 geworden. Laten we alle studies overboord gooien, want iemand kent iemand wiens hondje in dezelfde straat woont (enzzzzzzzzzzzzzzzzz …).

” dus uw bewering “Quota installeren betekent niets meer of niets minder dan op zoek gaan naar de bekwaamste vrouw voor een bepaalde functie”slaat volgens mij (en ook volgens het woordenboek) echt nergens op (vraag maar aan de politieke partijen die hun lokale lijsten opvullen met “echtgenotes”). EN uiteraard spreek ik over een minderheid, haast ik mij om er bij te zeggen. EN uiteraard zijn er onder die politieke nitwits evenveel mannen, haast ik mij nog vlugger om er bij te zeggen. Die mannen hadden geen quota maar alleen dikke ellebogen nodig om op die kieslijsten terecht te komen. Maar het resultaat is helaas hetzelfde.”

Quota installeren voor bepaalde functies waar de instroom van bekwame vrouwen WEL groot genoeg is (zoals bijvoorbeeld de academische wereld, het bedrijfsleven), maar waar vrouwen omwille van tal van andere redenen dan competentie niet worden geselecteerd blijft de beste manier om vrouwen vooruit te helpen.

” Ook al volg ik voor een groot deel uw argumentatie en ook al heb ik zelf geen eenvoudig alternatief voor het veel te eenvoudige systeem van quota… ik blijf tegen quota. Waarom? Quota zijn pertinent oneerlijk, zo simpel is dat.”

Zijn quota een simpel systeem? Waarschijnlijk wel. Maar ze zijn niet oneerlijk. Ze zijn de manier bij uitstek om een pertinent oneerlijke situatie snel om te buigen.

 

Read Full Post »

Older Posts »