Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2014

Blanco

In een niet nader genoemde grote stad van een niet nader genoemd land wordt het volk op een zonnige zondag naar de stembus gesommeerd. Nu ja, zonnig. Eigenlijk regent het zo hard dat de voorzitter van een niet nader genoemd stembureau zich afvraagt of de zondvloed is begonnen. Tegen de middag breekt plots de zon door, en in een lichtjes feestelijke stemming komt de bevolking haar stem uitbrengen. Tot grote verbijstering van de machthebbers zijn die overwegend blanco. In die mate zelfs dat het niet uit te maken valt welke partij heeft gewonnen en wie de verliezers zijn. Na gepalaver over en weer wordt beslist om de stemming een week later te herhalen, en ondertussen worden de burgers bestookt met de oproep om hun verantwoordelijkheid te nemen. Er worden complotten vermoed van staatsontwrichtende radicale fracties die de geesten en de harten van brave mensen hebben vergiftigd.

Het resultaat van de volgende stembusgang is geen verrassing. Nog massaler dan de vorige edities dwarrelen de oningevulde stembiljetten uit de urnes. De politici plegen overleg op het hoogste niveau, de legertop wordt er bij gehaald en de stad wordt in quarantaine geplaatst. Zonder politici – zo is de redenering – is het een kwestie van dagen vooraleer de chaos regeert en zal er gesmeekt worden naar de terugkeer van het politieke establishment.

In de stad gaat het leven ondertussen gewoon door. De aangekondigde staking van de vuilnismannen waar de overheid voor één keer naar uitkeek wordt opgeschort. De scholen blijven open, de ziekenhuizen, de winkels, de restaurants … Alles functioneert en de sfeer is gemoedelijk.

Hoe dit verhaal verder afloopt leest u zelf wel in ‘De Stad der Zienden’ van Saramago. Het boek is voer voor de stelling dat noch in de politiek, noch in de rest van ons bestaan ooit zaken gebeuren die al niet beschreven werden in de literatuur. Wie het leven wil kennen moet lezen, of zich op een andere manier aan kunst blootstellen.

Voor één keer kijk ik uit naar maandag, omdat ik hoop dat deze circusvoorstelling ‘kiescampagne’ geheten dan eindelijk voorbij zal zijn. Ik ga stemmen voor de goeie van mij, jij voor de goeie van jou.

Er zijn dingen waar de politiek niet bij kan. De vraag is: hoeveel geduld heb je met een kind dat zijn wiskunde niet begrijpt en tranen in de ogen heeft van frustratie? Neem je de auto om naar de apotheker te gaan of haal je toch de fiets van stal? Loop je de kantjes er af, melk je het systeem uit gewoon omdat het kan en het net niet illegaal is? Rijd je het gras of laat je het groeien? Ga je uit of blijf je thuis? Hoe hard erger je je aan kinderen die spelen in het park? Sta je op of blijf je zitten in de bus? Wassen op 40° of op 60°?

De absurde banaliteiten van ons dagelijks gespartel en de keuzes die we maken.

We kunnen blanco stemmen. Blanco leven dat gaat niet.

 

Advertenties

Read Full Post »

Gewoon.

‘Zeg, die laatste blog van jou. Waar gaat die eigenlijk over? Allez, ik bedoel: wat was de inspiratiebron?’ vraagt mijn lief van de overkant van de tafel. Hij doopt een stukje brood in de saus. We zitten in één van die goedkope Turkse restaurants in de Sleepstraat. We hebben geaperitiefd in de bar van een duur restaurant dat altijd volzet is en waar we misschien eens zouden gaan eten. Het geklungel achter de bar waar drie mensen een soort absurd ballet opvoerden om onze cocktails te shaken doet ons deze beslissing voor onbepaalde tijd uitstellen.

Ja, wat was de inspiratiebron? Ik begin een incoherent verhaal over een radiopresentatrice die een serie op de radio aanbeveelt met de woorden ‘kei graaf’. Een jonge kerel die de opiniepagina’s van een krant onveilig maakt, niet met jeugdige branie maar met de arrogantie en het uitgespreide ego van hoofdredacteuren op leeftijd. Hij steelt zonder scrupules de stem van zijn leeftijdsgenoten en maakt die tot de zijne. De generatie in wiens naam hij meent te spreken is succesvol en de kansen groeien als plukklare vruchten aan de bomen, het is enkel kwestie van ze in je schoot te laten vallen. Er zijn geen losers, drop-outs of verstotelingen die op jonge leeftijd al murw geschopt zijn door het leven. Er is geen angst, er is geen depressie, er is geen leven op de vlucht of op de dool. Er is geen wanhopig zoeken naar werk, eender welk. Neen, zijn generatie is op zoek naar een leuke job die uitdagend en spannend is en die hen naar plaatsen zal brengen waar de zon altijd schijnt en de champagne koel staat. Zijn generatie kent geen leden die opgegroeid zijn in beschimmelde krotten waar sponzen boterhammen uit de supermarkt dun belegd worden met goedkope confituur.

Ik hap naar adem, mijn lief luistert en eet ondertusen onverstoorbaar verder. Hij wacht op wat er nog zal volgen en probeert ondertussen orde te scheppen in de chaos, niet enkel die van mij.

Dan vertel ik verder over hoe ik niet snap dat emoties op TV verpatst worden. Dat niemand het principe zelfs nog maar in vraag stelt en dat er dus lang verloren familiebanden aangehaald worden onder de blik van een camera, een geluidsman en een interviewer/presentator. Dat een camera niet enkel registreert, maar ook de ervaring tekent, bijstuurt, inkleurt. Dat mensen zich anders gaan gedragen als er een camera in de buurt is, zelfs al willen ze het zelf niet. Zelfs al merken ze het zelf niet. Enfin, zeg ik, hoe haal je het eigenlijk in je hoofd om dat te vragen aan de mensen, of ze dat willen doen?

Mijn lief kijkt me aan, maar ik merk aan zijn blik dat hij het niet helemaal snapt. Nu ja, zeg ik, uiteindelijk gaat het gewoon waarover dat de mensen willen dat het gaat hé.

We spreken over andere dingen dan, ik laat de helft van mijn eten liggen. Later wil ik op de tram stappen die de verkeerde richting uitgaat, maar hij is helder genoeg van geest om ons de juiste te laten nemen.

Wat ik niet prijsgeef: het beeld van de verdronken zeeman dat ik heb uit een nieuwsbericht over een zeeman uit Chili die in de Gentse haven tussen wal en schip terecht kwam en verdronk.

Wees toch eens niet zo hermetisch, foeter ik tegen mezelf. Gééf de mensen iets waar ze iets aan hebben, dat ze kunnen vasthouden. Iets om je aan te herkennen. Schrijf over de dingen die je graag hebt of eet, over je banale ergernissen in plaats van altijd zo raar en zo speciaal te willen doen.

Ach, denk ik bij mezelf. Als ik nu eens wat meer hartelijk was en wat minder stug. Open in plaats van gereserveerd als een oud lid van oude adel met oud blauw bloed in de aderen. Als ik nu eens de kunst leerde van ergens bij te horen, van vriendelijk te zijn en te blijven tegen de juiste mensen in plaats van afwachtend en onzichtbaar. Ik ben aaibaar als een bosje prikkeldraad.

 

Read Full Post »

Stroom.

Dan zoek je. Iets dat je lang geleden verloor aan het strand. Je vingers zeven zand zo oud als de wereld. Alles is weg, Je onschuld en ook wat je nog aan verwachtingen had. Toch zoek je, naar dingen die puur zijn en van waarheid gemaakt. Je wou dat je dit spel niet zag, van dalen, van rijzen. Van eeuwig komen en eeuwig gaan, zoals de golfslag de kustlijn streelt elk uur van de dag en elk uur van de nacht.

Wij laten ons verblinden door het verleden, staren als konijnen verdwaasd in de koplampen van een aansnellende auto. Nooit is de cirkel rond. Eenzaam waakt de vuurtoren in de nacht over de haven die in vergane glorie grossiert. Het water zwijgt als nooit te voren, verdronken zeemannen wiegen in de donkere baren. De scheepsjongen luidt de bel, en denkt een nieuw lied te zingen. Over dertig jaar is hij het evenbeeld geworden van wat zijn vader was.

Piepend, krakend en steunend draait de oude carrousel zijn rondjes. Een wit paard mist een achterpoot, een toverkoets in suikerstokken kleurtjes wankelt om de as. Het oude orgel giert, de kermiskramer lacht zijn gele tanden bloot en wenkt. ‘Stap op, stap op’, maar je loopt voorbij. Je wuift nog even naar de kinderen die kraaien, hun haren wapperen in de wind die uit het niets de kop opsteekt.

De muziek verstomt.

Dan zoek je, tot je weet van waar de schoonheid komt. Er zijn wolken, er is gras. Een vergezicht onder de zon. Nevel in de ochtend over een verlaten veld waar je met de trein doorheen glijdt. De geur van regen als het droog is geweest. Er is de troost van een schilderij waarvan je het geel nog niet kent. Een zin in een boek die je bijblijft, een versregel die letter voor letter haar geheimen prijsgeeft. Het geluk van plots iets te begrijpen dat je voordien ontglipte. Er is de liefde die niet langer wiskundige bewijzen behoeft. Het kind dat opgroeit en op een vreemde manier van jou is en toch weer niet.

Alles is geschreven, alles is gelezen. Alles is gebeurd en alles is gedaan. De verhalen zijn verteld, de profetieën uitgesproken. De patronen gekend. De vuren zijn gedoofd, het lam geslacht. Elke Messias zullen wij verraden, tot het einde van de tijden.

Read Full Post »

De man.

Hij laat de wekkerradio 1 keer ratelen, zelfs al ligt hij al een lange tijd klaarwakker de nacht aan te staren. Naast hem beweegt de vrouw die hij door het geluid wilde laten wekken. Elke morgen is hij niet minder dan verbaasd dat ze daar nog altijd ligt, naast hem. Dat ze niet in het holst van de nacht is weggelopen, nadat ze een briefje op de tafel gelegd met daarop de boodschap dat ze er eindelijk was achter gekomen wat voor een armtierige nietsnut hij was en het dus maar voor bekeken had gehouden. (In zijn hoofd is het geen kwestie van of, maar van wanneer deze feiten zich zullen afspelen)

Hij zucht en zet zich recht, grijpt naar zijn bril op het nachtkastje. Hij voelt de zwaarte van zijn lijf, voelt zich vadsig, dik. Hij zou er geld voor geven om zich één dag in zijn leven aantrekkelijk te voelen. Eén enkele dag maar. In de ochtendkou gaat hij pissen, trekt daarna zijn kamerjas aan. In het donker daalt hij de trap af en opent de deur naar de keuken. Knipt het licht aan en ziet dat de afwasmachine die hij op nachttarief liet draaien gelekt heeft. Hij zucht enkel, heeft de kracht niet meer om te vloeken. Uit het berghok haalt hij een trekker en ruimt zwijgend de boel op. In zijn hoofd hangt mist. Hij zet twee koppen koffie. Smaken doet het hem allang niet meer, even goed kon hij warm slootwater drinken. In de tweede kop gooit hij precies anderhalf klontje suiker.

Op het terras rookt hij zijn eerste sigaret van de dag. Het is nog nachtduister, geen spoor van daglicht te bekennen. Er valt regen uit een dik wolkendek. In de verte hoort hij het monotone razen van auto’s op de weg ten teken dat de dag alweer begonnen is.

Binnen begeeft hij zich naar de badkamer, onderaan de trap laat hij de vrouw boven weten dat er 20 minuten verstreken zijn en dat de koffie klaar staat. Hij wacht tot hij haar voetstappen hoort en trekt de deur van de badkamer achter zich  dicht. Hij maakt zich klaar om zich te scheren en vermijdt daarbij naar zijn eigen gezicht te kijken. In plaats daarvan concentreert hij zich op elk afzonderlijk plekje dat van baardstoppels vrij gemaakt moet worden. Hij snijdt zich.

Onder de douche voelt hij nauwelijks hoe het water zijn huid raakt. De inspanning die van hem gevergd wordt om de kraan zo af te stellen dat de temperatuur hem aangenaam voorkomt is een berg van duizelingwekkende hoogte. Een taak waar hij dus al een tijdje niet meer aan begint. Zoals gewoonlijk slaat nu de vermoeidheid toe. Een doffe pijn achter zijn ogen, zijn oren worden geplaagd door een hoge onafgebroken fluittoon. Hij verzet zich tegen de aandrang zich op de bodem van de douche te zetten en daar te blijven liggen.

Hij herinnert zich niet meer wanneer hij voor het laatst nog echt sliep. Niet het woelen en draaien van de laatste maanden. Niet de hazenslaapjes die hem gedurende enkele ogenblikken (of zijn het minuten) in de metro of op het werk in een verlammend diepe slaap storten en waaruit hij wakker schiet met een verwilderde blik in zijn ogen. Niet de luttele uren ultralichte halfslaap die hem af en toe ’s nachts gegund worden, en die gevuld zijn met terugkerende dromen over dood en vernieling, slangen en addergebroed. Zo mogelijk voelt hij zich nadien nog meer geradbraakt en vermoeid dan ervoor. Als de vrouw straks zal vragen hoe de nacht was zal hij ‘niet zo best’ antwoorden, zoals gewoonlijk.

De man komt de dag enkel door omdat hij nooit meer verder denkt dan het volgende moment, de volgende taak, de volgende eenvoudig uit te voeren handeling. Zoals een jong kind gevoerd wordt, een hapje, slikken. Nog een hapje, slikken. Plots is het bord leeg. Hij is niet langer bij machte te denken over de volgende dag, de volgende week, de volgende maand. Te dromen over alles wat nog moet komen of plannen te maken. Elke morgen heeft hij slechts één doel: de avond halen zonder kleerscheuren.

Read Full Post »