Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2012

Oh, wat heb ik het gehad met de jongens en de meisjes van deze tijd. Die in verwarmde koffiehuizen hun gedecafeïneerde lattes bestellen met afgeroomde sojamelk. Die opzichtig zuchtend lijden aan spleen en heimwee en melancholie en neerslachtig zijn. Ze herkauwen het leed van anderen, zwelgen in de bitterheid ervan en boetseren het met hun lange vingers om tot weemoedige zinnen. Minzaam nemen ze opgewonden kreetjes van bewondering in ontvangst. ‘Vergeet je niet, hoe ongelukkig ik wel ben?’ vragen hun ogen, hun handen, de bestudeerde snor, het slordige baardje, het gestileerde kapsel. ‘Vergeet je niet, hoe ongelukkig ik wel ben?’, vragen de kraagjes, de rokjes, de designerschoenen, de knoopjes en de sjaaltjes, de geverfde oogopslag en dat ene stomme puistje.

Ze hebben allergietjes en intolerantietjes, fobietjes en neuroses. Migraine die op goed uitgekiende momenten op komt zetten. Hooikoorts, zodat hun zomers nooit zorgeloos zijn. Ze zijn lethargisch, laf en week als oesters. Ze zijn overgevoelig en hogelijk begaafd, hypersensitief, creatief en ze weten maar al te goed wat synesthesie is. Hun hart doet zeer, hun ziel doet pijn, hun darmen zijn verkrampt. Ze slapen niet maar dromen wel. Ze eten niet, ze drinken wel. Ze roken sigaretten op het perron, want ze zijn altijd onderweg. Ach, wat is hun leven zwaar. Men verwacht hen op premières, op een lezing, op een avond waar hun talenten gevierd zullen worden. Ze kondigen aan duizend keren te sterven aan het onbehagen van de dag.

Wie houdt hen vast, vragen ze? Wie troost hen en fluistert hen lieve woordjes toe? Wie legt hen aan de moederborst, zoals het vroeger was? Wie dekt hen toe, wie houdt de wereld buiten, de duisternis weg. Wie zegt hen dat alles goed komt? Wie leest hen sprookjes voor en drenkt hun koekjes in de met honing opgewarmde melk? Wie geeft hen het mooie meisje? Wie koopt hen de jurk van een bruid?

Dan zullen zij zeggen dat zij anders gehouden willen worden, zachter liefst en ook niet daar. Zij zullen de troost weglachen en zeggen dat je lieve woordjes banaal zijn, hun verheven ziel onwaardig. Zij zullen bijten in je borsten en grijnzen om de wonden die zij daar achterlaten. Je verhaaltjes zullen hen vervelen, zoals het hele leven hen verveelt.

Ze kennen de mensen die mensen kennen. Ze hebben de baantjes die je zou willen, als je wat jonger was geweest. Ze zijn de elite van hun tijd. Ze hebben de telefoon die je zou willen, de kleren die je zou willen, de smaak die je zou willen. Ze komen in de krant of op de radio en op TV. Ze hebben problemen die je zou willen.

Advertenties

Read Full Post »

Dag mijnheer de burgemeester van Aalst,

 

Ik hoor dat u in dit land de eerste man bent die is opgestaan om te zeggen dat het zo niet langer verder kan. Dat u het bent die moedig, onversaagd en tegen de dictatuur van het politieke correcte denken in de puntjes op de i heeft gezet. U heeft, om het zo te zeggen, moedig de vinger op een lang zwerende wonde gelegd en de kat de bel aangebonden. Vastberaden en zonder omkijken treedt u op waar anderen blijven palaveren, gelijk enkel grote staatsmannen dat kunnen. De rest twijfelt, u neemt beslissingen zonder angst. Voorwaarts moeten wij, en u gaat stoutmoedig waar de rest bleef treuzelen.

Wij moeten de problemen durven benoemen en radicale oplossingen voorstellen. Zo, en enkel zo, zal dit land, deze regio uit het diepe dal van crisis, onkunde, laksheid, entropie, fatalisme, apathie en onverschilligheid kunnen klauteren. Wij hebben symbolen nodig en een identiteit. Vaandels, waar wij ons gezwind en met zijn allen achter kunnen scharen. Banieren, fier wapperend in de wind die ons aansporen verder te gaan, sterk en strak als Vlaamse kerels.

Het doet mij deugd, mijnheer de burgemeester van Aalst, dat u het bent die getuigt van visie en inzicht. Dat u het belang van de bevlagging van de gebouwen naar waarde schat. Al te lang werd deze belangrijke materie in handen gegeven van een onbetekenend ambtenaartje op de dienst ‘Protocol’. Het zou mij zelfs niet verwonderen dat de ambtenaar in kwestie halftijds werkte als hij al niet afwezig was wegens langdurige ziekte. U geeft de fiere Vlaamse leeuw – onderdeel van onze Vlaamse identiteit zoals ik u gisteren zo juist hoorde verklaren met grote stelligheid – de plaats die hij verdient. Prominent aanwezig, en niet weggemoffeld in een donkere kelder zoals jarenlang door de socialisten en hun handlangers werd gedaan.

Met lede ogen heeft u moeten aanzien hoe de campagne de afgelopen weken draaide rond onnozeliteiten zoals ‘mobiliteit’ of ‘betaalbaar wonen’ en ‘kinderopvang’. De prangende kwestie van de bevlagging der overheidsgebouwen? Schandelijk over het hoofd gezien! Gelukkig bent u wel in staat de hoofdzaken van de bijzaken te onderscheiden en het kaf van het koren.

Vlaggen. Ze zijn het antwoord op vele problemen. Ten eerste: zij moeten geproduceerd worden. Aalst kan terug de textielhoofdstad van het land, van Europa of zelfs de wereld worden. Aha! Daar hebben uw criticasters natuurlijk niet van terug. Laat de Aalsterse weefgetouwen terug snorren, dag en nacht, volcontinu! Aangezien de N-VA in nogal wat steden en gemeenten de burgemeester mag leveren is de afzetmarkt verzekerd. En niet van die goedkope polyesterbrol! Neen, de Vlaamse identiteit bestaat niet uit kunststof, maar uit zwaar gesponnen katoen, kleurvast.

Ten tweede: wie zijn gebouwen, straten, kerken en pleinen voldoende bevlagt is tenminste zeker van een schoon decor. Zeker als er her en der in uw stad nog halfvergane krotten zijn. Hang daar een Vlaamse leeuw voor, van 30 m² en er is niemand die dat nog ziet. Opsmuk is ook een onderdeel van de Vlaamse identiteit. We zullen aan niemand zeggen dat die Russische generaal Potemkin het u ooit al voordeed, en met groot succes nog wel.

Mag ik wel nog een goede raad geven? Ik zag u gisteren een paar keer zeggen dat Aalst een ‘warme’ stad is. Wel opletten daarmee: voor u het weet loopt uw stad vol negers die afkomen op die combinatie van warmte en leeuwen.

Read Full Post »

’t Is gebeurd.

Wat iedereen – behalve Patrick Janssens zelf – van mijlenver zag aankomen. De Nieuw-Vlaamse Alliantie heeft de verkiezingen gewonnen in ’t Stad en op de parking. Dat is blijkbaar moeilijk te verteren voor wie zich in Vlaanderen en België links noemt. Wie stemde voor de N-VA weet zich ‘slecht opgeleid’, terwijl anderen de minder eufemistische term ‘dom’ gebruiken. Goedele mag in De Standaard ongestoord verkondigen dat ze van De Wever moet stoppen met praten over seks (ondertussen haar nieuwe boekje ‘Start to Sex’  dat blijkbaar op elke salontafel te lande moet liggen promotend). In die andere kwaliteitskrant komt een professor zich zorgen maken over de manier waarop De Wever het stadhuis ‘fysiek’ inneemt, Termont meent plots referenties naar de jaren ’30 te ontwaren. Her en der duikt die oude foto van een kortgeknipte De Wever in het gezelschap van Le Pen terug op als ultiem bewijs dat hij wel degelijk een vuile, vorte NAZI is.

Afwezig. 

Nevermind, dat Janssens ostentatief afwezig was tijdens de campagne, op een lullig tijdschriftje na. Laten we vooral over het hoofd zien dat hij weigerde rechtstreeks in debat te gaan met zijn uitdager. We schuiven zijn uitspraken à la ‘ik maak mij niet ongerust, mevrouw’ onder tafel. Dat hij daarmee zijn electoraat in slaap wiegde en De Wever vrij spel gaf scheen de meester-strateeg uit Antwerpen volledig te ontgaan. Ik parafraseer Sinardet in De Standaard: Janssens heeft zijn kiezers op geen enkel moment de indruk gegeven dat er iets op het spel stond. Als Janssens de indruk wekte dat hij op zijn beide oren sliep, is het niet moeilijk dat zijn electoraat dat ook deed.

Ach, laat ons toch een kat een kat noemen. Janssens heeft het verlies in Antwerpen grotendeels aan zichzelf te danken.

Goed beleid. 

Ja maar, hoor ik de laatste dagen, het ging zo hard de goede kant uit met onze stad. Er werd goed bestuurd. Dat kan allemaal wel zijn, maar daar werd ten eerste vreselijk slecht over gecommuniceerd. Ten tweede: ook N-VA zat in het college (via kartelpartner CD&V), zodat De Wever een deel van de pluimen op zijn hoed kon steken.

Met goed beleid alleen komt men er niet. Dat goede beleid moet in verkiezingstijd dik in de verf gezet worden, een mens is namelijk geneigd om het negatieve te onthouden en het positieve als ‘normaal’ te beschouwen. Nogmaals: had de SP.A met haar boegbeeld Janssens een sterke campagne gevoerd in plaats van hooghartig op de lauweren te rusten, het plaatje had er vandaag anders uit kunnen zien.

Ecervelés. 

Als er al iets duidelijk werd de afgelopen dagen, dan vooral dat een groot deel van wat zich ‘links’ en ‘progressief’ noemt de nederlaag van Janssens in Antwerpen moeilijk kan verkroppen. Geen seconde wordt de hand in eigen boezem gestoken. Vlijtig wordt de geschiedenis herschreven: dat de N-VA geen concreet programma zou hebben voor Antwerpen bijvoorbeeld. Nochtans is het programma van 68 pagina’s makkelijk terug te vinden. Oeps, daar gaat de illusie als zou de ‘linkse’ kiezer zich vooral laten leiden door het zorgvuldig bestuderen van partijprogramma’s om dan na lang beraad de juiste keuze te maken.

Er wordt De Wever verweten de Walen tot vijanden uit te roepen (correct) en prompt gaat men de kiezers van de N-VA met alle zonden Israëls beladen. Elke mogelijkheid tot dialoog wordt teniet gedaan, de politieke tegenstander wordt door een hysterisch-emotionele bril bekeken als was hij de baarlijke duivel. Wie zorgt hier eigenlijk (mee) voor polarisatie?

Bang. 

De bange, blanke man van Vermandere is een socialist, die om een duistere reden bang is van De Wever en zijn ‘retoriek & stijl’ die plots vergeleken moeten worden met die van de jaren ’30. Deze zinsnede moet trouwens gelden als afdoend bewijs. Nu ja, wie bang is kan zich terugtrekken en hoeft de ander niet de hand te reiken of te verstaan. Je kunt met zijn allen in een hoekje gaan zitten schrik hebben, en elkaar versterken in dat gevoel. Je blijft elkaar opjutten en begint werkelijk te geloven dat die grote boze Bart zal stoppen met scholen bouwen om zo een leger hersenloze N-VA-stemmers te kweken.

Programma. 

De Wever is een uitstekend debater en beschikt over een goed gevoel voor humor en timing. In deze tijden telt dat zeker voor een aantal procenten. Maar ook een figuur als Termont maakt daar handig gebruik van. Het zwakke (of sterke) punt – afhankelijk van het perspectief – van de N-VA is haar programma. Ga daarover in discussie, in plaats van het te hebben over de blik in de ogen van De Wever of het feit dat hij er een stuk minder gezellig uitziet dan vroeger. Laat De Wever het ‘confederalisme’ waar hij het over heeft eens gedetailleerd uit de doeken doen. (Een journalist die zich met een kluitje in het riet laat sturen daarover is trouwens een slechte journalist). Laat hem duidelijk maken waar hij precies wil besparen en welke impact dat zal hebben voor wie. Wie dat kan, heeft de sleutel in handen om het tij te keren. Al de rest is koren op de molen van De Wever.

 

Read Full Post »

Een relatietje.

Spijt?

Was het een gebroken man, die we op Ter Zake zijn verhaal zagen doen? Zat daar iemand die gebroken was door wroeging en handenwringend een publieke schuldbekentenis deed, hopend op vergeving? Of zat Vandereycken daar omdat hij zich eindelijk ontmaskerd wist,  probeerde hij controle te houden over de communicatie door zelf als eerste zijn verhaal te doen? Had hij spijt van zijn gedrag, of vond psychiater Vandereycken het eerder spijtig dat zijn spelletje uit was?

Laten we wel wezen: natuurlijk gaat het over het laatste. Wie echt spijt heeft over zijn daden, stopt dat gedrag lang voor er camera’s in de buurt zijn om het mea culpa op te nemen.

Minzaam, beheerst en zonder veel emotie deed Vandereycken zijn verhaal. Dat hij relatief beroemd was. Dat hij toch een fameuze carrière had uitgebouwd. En dat er helaas pindakaas ook een donkere bladzijde was waar hij het moreel enorm lastig mee had. En dat hij dan maar – als dat nodig zou blijken – vervroegd met pensioen zou gaan.

Schuldbesef? Ah ja. Het zinnetje over ‘de brokstukken die niet meer te ruimen waren’. Die brokstukken, dat waren de patiëntes die Vandereycken onder zijn hoede had en waar hij ongeoorloofde relaties mee aanging.

Deontologie. 

En ja, Vandereycken wist het wel. Relaties, zelfs vriendschapsrelaties met patiënten zijn uit den boze. Men kan niet tegelijkertijd therapeut, vriend, minnaar of geliefde zijn. Moeilijk is het niet. De regels waar therapeuten zich aan te houden hebben (psychologen zowel als psychiaters) zijn zonneklaar: men heeft buiten de therapie geen contact met patiënten. En binnen het kader van de therapie gedraagt men zich professioneel, en stelt men geen handelingen die eventueel als grensoverschrijdend beschouwd zouden kunnen worden. Punt.

Die elementaire deontologische regel is er niet om therapeuten met de neiging om hopeloos ‘verliefd’ te worden op tal van patiënten te kloten. Die regel is er in de eerste plaats om patiënten te beschermen en hen van een veilige omgeving te verzekeren om te werken aan hun geestelijke en mentale gezondheid en te leren omgaan met hun trauma’s. Dat patiënten zeer dikwijls gevoelens krijgen voor hun therapeut is normaal, en wordt al door Freud beschreven als ‘erotische overdracht’.

Dat hoeft ook niet te verwonderen: de veiligheid, aandacht, begrip, hulp en (h)erkenning die een therapeut biedt na een dikwijls zeer lange periode van worsteling met zichzelf, kan bijna niet anders dan leiden tot zeer intense gevoelens ten opzichte van de therapeut. Het is net de taak van diezelfde therapeut om een zeer duidelijke positie in te nemen tegenover zijn of haar patiënten en een veilige afstand te bewaren. Enkel op die manier wordt er vooruitgang geboekt en wordt de patiënt richting zelfredzaamheid of genezing gestuwd.

Kwetsbaarheid. 

Wie een therapeut opzoekt doet dat niet voor de lol. De  anorexiapatiëntes van Vandereycken al helemaal niet, voor hen kon een goede behandeling het verschil maken tussen leven en dood. Tussen genezen en levenslang hervallen. Tussen ooit een normaal leven kunnen opbouwen en zwerven van de ene opname naar de andere. De correlatie tussen eerdere ervaring met seksueel misbruik en anorexia is trouwens zeer groot.

Het is dus des te wraakroepender dat patiëntes met een dergelijk ziektebeeld overgeleverd werden aan Vandereycken die hen onder het mom van ‘verliefdheid’ in een ‘relatie’ manipuleerde en er ongeoorloofde seks mee had. Zal ik even de persoonlijkheidskenmerken van anorexiapatiënten zoals ze worden opgelijst door Vandereycken zelf citeren? Hier gaan we: overmatig inschikkelijk, introvert, competitief, perfectionistisch, impulsief. Voor iemand als Vandereycken – specialist is in de materie – is het een koud kunstje om patiëntes met een dergelijk ziektebeeld in te laten stemmen met een ‘relatie’.

De gevolgen laten zich raden: zelfmoord en zelfmoordpogingen op het moment dat Vandereycken, zijn speeltje beu, een einde maakt aan de relatie. En dan hebben we het nog niet gehad over het teniet doen van mogelijk jaren van vooruitgang. Patiënten kunnen weer terug naar af, zien hun terugkeer naar een ‘normaal’ maatschappelijk leven alweer uitgesteld.

Het einde van de relatie betekent in deze ook het einde van de therapie en een nieuwe zoektocht naar een geschikte therapeut. Die nieuwe therapeut mag trouwens beginnen met het opruimen van de ‘brokstukken’ achtergelaten door Vandereycken. Begin na een dergelijke ervaring maar eens opnieuw het zo noodzakelijke vertrouwen tussen patiënt en therapeut op te bouwen.

Het menselijk leed en de maatschappelijke kost van de folietjes van Vandereycken zijn niet te overzien.

Schandpaal. 

De reacties op de bekentenis van Vandereycken uit de sector zijn op zijn minst gemengd te noemen. Meer dan een vluchtig excuus richting slachtoffers kon er niet af. In het algemene discours werd het woord ‘slachtoffers ‘ zelfs niet gebruikt, terwijl die term wel degelijk op zijn plaats zou zijn. Op de radio (Hautekiet) werd verklaard dat er aandacht moest zijn voor de ‘kwetsbaarheid van de therapeut’. Yves Desmet riep ons op om toch mensen die ‘verliefd’ werden buiten de norm niet klakkeloos aan de schandpaal te nagelen. De roep om nuance klonk zo sterk, dat een sterke veroordeling van het totaal laakbare gedrag van Vandereycken er niet meer leek af te kunnen. En dat terwijl we nu toch al zouden mogen weten dat het erkennen van de slachtoffers een eerste stap is naar genezing.

Asymmetrische relaties. 

De nieuwspraak vierde hoogtij. In plaats van te spreken over ongeoorloofd machtsmisbruik ten aanzien van patiëntes dook de term ‘asymmetrische relaties’ op. Zo is het makkelijk natuurlijk om seksueel misbruik door personen met een machtspositie – want dat is het – onder de mat te schuiven. Vandereycken ontkende – het zal geen verrassing zijn – formeel dat er sprake zou zijn van verkrachting, of van seksueel ongewenst gedrag. Elke vorm van seksuele handelingen gebeurde met volledige instemming van beide partijen, zo klonk het. Dat is natuurlijk een bewering die niet vol te houden op het moment dat één van beide partners door de vorm en de aard van de relatie van zijn vrije wil is beroofd. U weet het of u weet niet, maar in België is ook penetratie afgedwongen door middel van list gelijkgesteld aan verkrachting.

Verliefd. 

Ach, klonk het hier en daar, die man was verliefd. Dan kon het toch geen kwaad? Oh nee? Ik zou de pedofielen die ‘verliefd’ zijn op hun slachtoffer niet te eten willen geven.

Men kan zich trouwens de vraag stellen hoe ziek iemand zelf wel niet moet zijn om keer op keer ‘verliefd’ te worden op de te behandelen patiëntes. Die systematiek van een verfijnde modus operandi is niet gelijk te stellen met ‘het uit het oog verliezen van de grens tussen empathie en seksueel misbruik‘, zoals Desmet deed in De Morgen. Vandereycken is niet de therapeut de na jaren trouwe dienst een éénmalig accident de parcours heeft. Het is een man die systematisch en gedurende lange jaren de grenzen van het toelaatbare opzocht en overschreed. Hij kon dat doen door het wegkijken van zijn collega’s en het stilzwijgen van zijn professionele omgeving onder het mom van zijn vele ‘verdiensten’. Doen alsof ‘verliefdheid’ ook maar de minste vorm van excuus levert is niet enkel tergend naïef, het doet ook afbreuk aan het leed van de vele slachtoffers.

Read Full Post »

Op ziekenbezoek.

Mijn tante ‘nunne’ ligt in het ziekenhuis. 99 is ze, en vastbesloten om het nog 5 maanden vol te houden tot ze er in februari 100 wordt. In het klooster ga ik nooit bij haar op bezoek. Geen tijd, geen goesting en weinig affiniteit. Toen mijn dochter geboren werd mocht ik zelfs niet op bezoek komen, wegens niet getrouwd en toch goed gepoept.

Maar goed, om mijn karmabalans toch een beetje in evenwicht te houden ging ik dus zondagnamiddag met lange tanden en een paar veel te harde peren in mijn tas naar Aalst. Die peren zaten trouwens in mijn biopakket en ik lust geen peren. Ik hoefde dus geen 5 € uit te geven aan een miezerig plantje.

Toen ze me in het deurgat zag verschijnen haastte ze zich om uit bed te komen. Ik moest haar knuffelen en en ze zei: ‘Maar gij zijt mooi!’. De rest van de namiddag leek ze beter bij de pinken. Ik toonde haar het magazine waar mijn dochter de voorpagina van sierde, en ze vroeg mij waarom ze niet was meegekomen. Voor de stilte kon vallen die valt nadat je alle praktische mededelingen hebt gedaan (bloedklonters, het is hier warm, wanneer komt uw mama?, leert uw dochter goed? hoe is het op uw werk?), schuifelde een jongere collega-non binnen. Ze zal zo’n jaar of 60 zijn vermoed ik, en dus duidelijk het jonkie van de bende.

– Zuster, ik kom eens zien of gij nog genoeg proper goed hebt om aan te doen.

De zin leidde tot een uitgebreid bespreken en vergelijken van grote, witte onderbroeken. Die met de bloemekes op waren de beste, dus Zuster Jonkie zou de volgende dag een voorraad fris gewassen bloemekesonderbroeken aandragen.

– Zijt ge naar de mis geweest, Zuster? (Jonkie).

– Neen, schudde mijn groottante het hoofd. (Het hoofd van mijn tante schudt altijd, ze heeft Parkinson’s). Het was half twaalf tegen dat ze mij kwamen wassen en met die voet (steekt been uit met een griezelig strak vel over een opgezwollen poot), dat gaat niet hé.

– Maar hebt ge wel de communie gehad?

– Jaja, dat zijn ze komen brengen rond een uur of acht deze morgen. Maar, voegt ze er verlegen aan toe, ik was wel al aan het ontbijten. Want anders komen ze dat wegnemen hé!

– Ach, Zuster, Onze-Lieve-Heer zal dat wel verstaan.

– ‘ Is te hopen!

Read Full Post »