Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for maart, 2010

Computer says ‘No’.

– Dat is dan 55 sssssentjes, Mevrouw.
– Tiens, in de rayon is dat maar 48 cent geprijsd hoor.
– De scanner is altijd juist, Mevrouw.
– Nee, dat is niet waar. Jullie zijn verplicht om te verkopen aan de prijs die geafficheerd wordt.
– Maar dan maken wij verlies, Mevrouw.
– Tja, dan moeten jullie maar beter opletten bij het uithangen van de prijzen hé.

(En dan had ze geluk dat ik niet veel tijd had, want anders maak ik daar dus ruzie over).

Advertenties

Read Full Post »

Mar Adentro

Zware kost op zondagavond, vond ik dat gisteren op Canvas. Niet dat een thema als een euthanasievraag bij tetraplegiepatiënten geen mooie film zou kunnen opleveren, maar ik begin er wel altijd aan met lange tanden. Uiteindelijk viel het allemaal wel mee wat betreft tranentrekkerij. Het ging vooral over relaties en de onontkoombare frustraties, hoe we allemaal een rol spelen in het leven van een ander. (Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt, zoals Brouwers het al machtig schoon verwoordde …). Geen goedkoop sentiment dus, en evenmin een drammerig pamflet voor of tegen. Eén van de mooiste scènes vond ik die waar de verlamde priester een ware calvarietocht onderneemt om Sampedro te overtuigen af te zien van zijn vraag. Mooie en fijne humor zonder te vervallen in smakeloze slapstick.

Mindere punten vond ik de slecht uitgewerkte liefdesrelatie met Julia. Ze laat hem in de steek, maar daar krijgt de kijker geen enkele verklaring voor. Is ze dan al te ver heen door haar ziekte? Is het lafheid? En als het dat is, hoe is dan de scène te verklaren waarin ze ruzie maakt met haar man? Is het een manoeuvre geweest om Sampedro toch zijn boek te laten publiceren? Versta me niet verkeerd: ik hoef niet alles uitgespeld te krijgen, maar het is toch fijn om af en toe een kleine hint te krijgen. Nu krijg ik de indruk dat de regisseur zelf niet goed wist waarheen met dat gegeven.
Ook de muziek vond ik bij momenten storend sentimenteel, maar ik ben dan ook zo’n kniesoor die daar op let.

Wat ik me ook de hele tijd heb zitten afvragen: hoe zijn de grimeurs er in hemelsnaam in geslaagd om Bardem (de mooie, jonge god van de Spaanse cinema) er zo oud te laten uitzien? Dikke pluim daarvoor, het heeft zelfs even geduurd voor ik hem in Sampedro herkende!

Een goede film dus, maar niet het geweldige document waarvoor het in sommige kringen doorgaat …

Read Full Post »

Soms – nu dus – loop ik verloren rond. Geen zin om iets te doen, ook geen zin om niets te doen. Het ene idee na het andere dwarrelt in mijn hoofd, en wordt even snel als het opdook van de hand gewezen. Te saai. Te moeilijk. Te druk. Nu niet. Het enige wat overblijft is een vaag gevoel van kregelige verveling. Onrust. Ik loop daar ambetant van. Honger hebben, maar geen zin hebben in wat dan ook. Niet eten dan maar. Maar wel goesting willen hebben in iets.
Ik zou willen weten waar dat gevoel vandaan komt, want vandaag is eigenlijk een betrekkelijk goede dag. De kinderen zijn wel wat druk, maar dat is kinderen eigen zeker?

In tegenstelling tot het vorige & redelijk rampzalige ‘kinderweekend’, had ik vandaag nog eens het gevoel deel uit te maken van een gezin. Een groter geheel, waar er gepraat wordt, overlegd en gepland. Waar we zij aan zij de wilgenboompjes snoeiden en hij mij ineens over mijn rug streelde. Ik vind dat fijn, omdat het betekent dat er terug een soort intimiteit teruggevonden wordt. En tegelijk weet ik – haarscherp tekent die gedachte zich in mijn hoofd af – dat dit niet het sein is dat ‘alles’ terug in orde komt. Het is enkel een evenwicht dat zich begint te manifesteren, een modus vivendi die voor ons beiden leefbaar is.

Straks, als de kinderen in bed liggen, gaat hij nog iets drinken. Het is een eufemisme uiteraard, maar het deed me eigenlijk niet bijster veel. Ik registreerde en antwoordde. Ik werd er niet onrustig van, of verdrietig, of zenuwachtig. Ik voelde me niet tekort gedaan, niet verontwaardigd, niet in de steek gelaten. Ik was zo neutraal als Zwitserland.

Read Full Post »

Een tijdje terug gekocht voor een spotprijsje bij Mediamarkt. Toen ik tiener was ooit gezien, maar gisteren beseft dat ik er toen eigenlijk veel te jong voor was en er weinig tot niets van begreep. Of toch alleszins geen flauw benul had van de culturele referenties die er in die film zitten. Coppola is overduidelijk schatplichtig aan Sergeï Eisenstein (en via hem ook aan Tarkovski, natuurlijk).

Dat spel met de schaduwen! Die theatrale manier van acteren! Het gebruik van muziek of achtergrondgeluiden om een constant dreigend effect te creëren! Voor mij is dat genieten van het eerste tot het laatste shot, eigenlijk. Het verhaaltje is uiteindelijk flinterdun, maar je merkt dat een goede regisseur niet veel meer nodig heeft om zelfs dan een uitstekende film af te leveren.

Lang uitgesponnen scènes die zich meestal afspelen op verlaten industrieterreinen, magazijnen, uitgeleefde appartementen en donkere achterbuurten. Zalig lange dialogen die onderbroken worden door dramatische stiltes, en Matt Dillon die ongeveer de rest van de cast naar huis speelt (behalve dan Dennis Hopper). Vechtscènes die meer weg hebben van een vlekkeloos uitgevoerd ballet dan van een ordinaire knokpartij.

In 1983 ging men er in – ook in de V.S. – nog van uit dat het publiek een verwijzing naar de Griekse mythologie, en meer bepaald die van Cassandra zou begrijpen.

Dit alles om maar te zeggen dat ‘Rumble Fish’ een film is om vingers en duimen bij af te likken.

Read Full Post »

Het is waar, het is te lang geleden dat ik hier iets heb gepubliceerd. Maar daar zijn redenen voor (en geen excuses!). Wat ik de laatste tijd schreef, werd gestuurd naar diegene(n) waar het voor bedoeld was. Wegomleidingen blijven volgen werkt nogal desoriënterend, eigenlijk.

Er zijn dus bakens uitgezet, krijtlijnen getekend en afspraken gemaakt, zoals dat dan heet. In de duisternis is licht gebracht, en daar waar chaos heerste is er orde geschapen, en rust en glasheldere duidelijkheid. Dat was pijnlijk, maar noodzakelijk. En erg bevrijdend. Echt, u heeft er geen gedacht van hoe licht ik mij soms voel.

Soms verdrink ik nog in mijn verdriet, ga ik kopje onder, zink ik diep. Ik zou mijn hart wel willen uitrukken op die momenten, om niet te hoeven voelen hoe bij elke klop de pijn mijn lijf wordt rondgepompt. Dan rook ik, dan drink ik, dan schrijf ik en dan wacht ik tot het overgaat. De jaren hebben mij geleerd dat het overgaat, alhoewel het op dat moment voor eeuwig lijkt.

Ik vermijd deze mazen in het net door strakke planningen en uitjes met vrienden, vriendinnen, kennissen en omzeggens elke hond met een hoedje op die ergens heen wil. Ik heb nog nooit zoveel livebandjes gehoord als de afgelopen weken.

Op een dag zal ik iemand tegenkomen, voor wie ik de zon mag zijn. En alle andere hemellichamen in ons zonnestelsel zullen slechts door mijn stralen verlicht worden, en zij zullen bleek uitvallen in mijn licht. Op een dag zal ik voor iemand weer de liefste en de mooiste zijn. De enige vooral. Op een dag zal ik terug gekoesterd worden en zal ik ’s avonds in de zetel kunnen zitten, dicht tegen iemand aan. Wij zullen liefkozen en blij zijn met elkaar. Wij zullen ons verwonderen over hoe wij elkaar begrijpen, aanvullen, in tandem functioneren.

Voilà, u bent weer mee. En samen met u, ben ik dat ook.

Read Full Post »

Procastrination.

  • Het klepje van de tank van je auto niet open krijgen. Drie keer in- en uitstappen om de instructies van het instructieboekje lezen.  Bellen naar een man waarvan je denkt dat die je van op 35 km met dat probleem kan helpen. Geen goesting hebben om naar de garage te rijden voor zoiets stom. 10 minuten later, na het voor buitenstaanders uitvoeren van bijzonder vreemde handelingen, toch dat klepje opengeprutst krijgen. Tanken en bijna een ticketje vergeten.
  • Naar huis met de trein. In het stationsbuffet een koffie drinken omdat je denkt dat die daar én beter en goedkoper zal zijn dan in die fancy toko in de aankomsthal. Bedrogen uitkomen (wel goedkoper, vooral niet beter).
  • In de trein luisteren naar mensen die telefoneren en aankondigen dat ze in de trein zitten, maar dat ze gewoon direct zullen terugkeren omdat ze geen goesting hebben.
  • De was ophangen. Buiten. Nadat je die gisteren tijdens het nachttarief hebt laten draaien. Jezelf daarom een goede huisvrouw vinden.
  • De gang vegen. Omdat je gisteren door het huis hebt lopen paraderen met dezelfde schoenen waarmee je eerder in de tuin hebt gewerkt.
  • De haard aanmaken, omdat je het zonde vindt om het hele huis te verwarmen met dure mazout als je toch de hele tijd in dezelfde ruimte zit. Jezelf enorm milieubewust en zuinig vinden.
  • Onnozel doen op de computer.
  • De haard opnieuw aanmaken, omdat die tijdens het onnozel doen op de computer is uitgedoofd.
  • (En nog eens).
  • De keuken vegen (omdat je gisteren dus door het huis hebt lopen paraderen ….).
  • Een mailtje sturen.
  • Een mailtje beantwoorden.
  • Thee maken in je schattige theepotje.
  • Morsen met dat theepotje omdat schattige theepotjes niet gemaakt zijn om praktisch te zijn.
  • Besluiten om toch nog maar wat in de tuin te werken.
  • Onnozel doen op de computer.
  • Naar buiten gaan om te werken in de tuin.
  • Na een half uurtje terug naar binnen komen omdat het buiten te hard waait.
  • De haard opnieuw aanmaken omdat die tijdens het buiten werken in de tuin is uitgedoofd.

Read Full Post »

Over Goudeseune kan ik – als onvoorwaardelijke liefhebber van zijn proza – niet objectief genoemd worden. Lang geleden las ik al zijn ‘Vuile Was’, en vorig jaar tikte ik toevallig zijn ‘Het boek is beter dan de vrouw’ op de kop bij een boekenuitverkoop.

Wie op zoek is naar een verhalende roman in de enge betekenis van het woord is er bij Goudeseune aan voor de moeite. Zowel ‘Het boek is beter dan de vrouw’ als zijn nieuwste worp (Wat duurt op drift zijn lang) zijn brievenromans, die je een inkijk bieden in het leven en de denkwereld van de auteur. De brieven aan Benno Barnard maken het leeuwendeel uit van beide boeken. Barnard wordt daarin aangesproken als mentor, als surrogaatvader en spitsbroeder. Brieven over het schrijverschap en de daarbij horende moeilijkheden en de slangenkuil die het Vlaamse & Nederlandse schrijverswereldje klaarblijkelijk zijn wisselen af met conversaties over religie. Hier en daar maakt een vrouw haar opwachting of wordt er gealludeerd op het huiselijke leven van de familie Barnard.

Anders dan in ‘Het boek is beter dan de vrouw’ is ‘Wat duurt op drift zijn lang’ gestructureerd in drie delen (1. Barnard, 2. Vrouwen, 3. Barnard, vrouwen en een verdwaalde brief aan Verhelst). Doorheen het hele boek mag de lezer ook genieten van een aantal gedichten, die daar meestal wonderlijk op hun plaats staan. De keuze om gedichten op te nemen is van economische aard (dichtbundels verkopen nu eenmaal niet zo goed).

Goudeseune klaagt en voelt zich misbegrepen, wordt hopeloos verliefd en verliest zich in de meest triviale details. Hij laveert tussen himmelhoch jauchzend en zum Tode betrübt, tussen goede voornemens en wiet en bier, tussen hoge cultuur en de banaliteit van zijn bestaan als taxichauffeur, tussen frustratie over het begrip aan erkenning en de liefde met grote L.
En dat alles in hemelse brieven, niet minder dan geniaal geschreven.

Waar Verhulst beschrijft en de pil nodeloos verguldt met makkelijke ironie en humor, exploreert Goudeseune schaamteloos en op bijna exhibitionistische wijze de eigen kleine kantjes, de bitterheid van het bestaan, de Vlaamse kneuterigheid. Hij observeert genadeloos zichzelf en zijn medemens, en schetst een door en door eerlijk portret (en daarom ook lelijk – de cover met een detail uit Ensors ‘Maskers’ is veelzeggend).

Het is jammer dat Goudeseune niet het talent heeft om zichzelf te verkopen door televisieoptredentjes in De Laatste Show zoals Verhulst of Brusselmans dat wel kunnen (terwijl wat zij schrijven veel minder om het lijf heeft).

Vorige week was ik op de boekvoorstelling van ‘Wat duurt op drift zijn lang’. Annelies Rutten las als een bedeesd schoolmeisje een brief voor om het aanwezige publiek warm te maken voor het boek. Ze weidde nodeloos uit over haar eigen pennenvriendinnetjes en berispte de auteur over zijn zelfbeklag. Een liefdesbrief van Goudeseune wilde ze wel krijgen. Ik voelde een beetje plaatsvervangende schaamte. Daarna las Benno Barnard voor uit zijn correspondentie met Goudeseune. (Aardig. Leuk, met de obligate kwinkslag). Het glas dat ons daarna werd aangeboden door de uitgeverij was niet te drinken. Toen ging ik naar huis.

Read Full Post »

Older Posts »