Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2010

Hoe het gisteren was.

Jij komt thuis nog voor je me begroet (van ver, kussen is er lang niet meer bij), bij het openen van de deur begin je te kankeren over wat ik doe. Ik trek me terug, gekwetst door het ontbreken van begrip, warmte, verband, de aanwezigheid van enige kameraadschap. Jij sluit je op in je gelijk, onderneemt nog een stuntelige poging tot het herstellen van enige onrechtstreekse communicatie. Ik ga er niet op in (denk dan: de pot op met je halfslachtige excuses) en daarna voel ik me schuldig omdat ik de kans liet liggen. Moet ik dan bijten in elk brokje aas dat me wordt voorgehouden?

Onmiddellijk krijg ik het ijzig koud, mijn voeten zijn ijsklompen. Ik begin te huilen, maar je merkt het niet op of wil het niet opmerken (stel je voor dat je mij een troostende schouder zou moeten lenen, voor even). Ostentatief ga je je eigen gang en sluit voor mij de deuren. Deze strijd put mij uit, maakt mij mentaal zo moe dat ik mijn lichaam te slapen zou willen leggen.

’s Avonds heb ik met vrienden afgesproken. Er wordt over liefde en hoe daarin te geloven gepraat (en hoe kan ik daar niet cynisch of sarcastisch op reageren?). Waar ik vroeger – zoals iedereen en elk van jullie – bang was voor de pijn die liefhebben soms met zich meebracht, ben ik nu een totale non-believer. Sinds twee mensen, waarvan ik meende dat zij door liefde en vriendschap tot eerlijkheid en loyaliteit verplicht waren, mij schaamteloos belogen en bedrogen, mij met valse beloftes en leugenachtige verhalen ten val brachten is het weg. Dàt is het allerergste, dat gevoel van meer dan illusie dat weg is. Dat ik moet leven met de overtuiging dat wij egoïsten zijn en dat woorden zoals (nog maar eens) liefde en vriendschap hol zijn, een geraamte dat in een schoon kostuum gestoken wordt. Doelbewuste misleiding van simpele zielen. Schaamteloze oplichting.

En ik blijf achter met de wetenschap dat ik verbitterd ben en dat ik enkel nog kan doen alsof ik het niet ben. Dit is waar jij mij toe veroordeelt. Rechter en beul tegelijkertijd. (En hoe ik gisteren Grunberg las die schreef dat beulen ontroerd kunnen raken door het werk dat zij doen).

De avond loopt ten einde, ik keer terug naar huis. Ik kruip bij jou in bed en val in en uit slaap. Flarden dromen. De uren die ik op de wekker zie voortschrijden. De zakelijke communicatie van deze morgen.

Read Full Post »

Genesis (3).

Ik rijg de letters aan elkaar, van links naar rechts en van boven tot onder. De woorden schuif ik in elkaar, als een houten treintje. In het karkas van de taal ga ik op zoek naar wat er achter ligt. Het merg zuig ik uit gekraakte botten. Ik slurp en smak, ik proef en lik mijn vingers af. Een rijpe vijg die open spat en zichzelf prijsgeeft. Betekenis is het vruchtvlees van een handvol rijpe kersen. Soms de oogst van een behoedzame zoektocht naar rijpe zwammen, met een geur die nog lang in je neus blijft hangen. Onzichtbare sporen in zwermen door de lucht, vallen, zoeken naar wat de aarde vruchtbaar maakt. Wij steken onze monden vol met schimmel en ademen uit wat rot is.

Om te kunnen begrijpen moeten wij soms deuren openbreken, groter dan onszelf. Of vallen in donkere, diepe kelders. (Voor woorden als troosteloos, bijvoorbeeld. Of wanhoop). Grandeur is een woord dat omringd wordt door rood pluche. Het ruikt naar weemoed en dingen die voorbij zijn. Langzaam gestorven en vervolgens wordt het woord gemummificeerd, en getoond aan wie nu leeft.

Sommige woorden treffen mij als dodelijke projectielen. Het is de haat, de minachting, de onverschilligheid voor wat ik voel. Sommige woorden vertrappelen mij als een kind dat stampvoet. Zonder omzien, zonder mededogen val ik weer ten prooi.

Ik pulk aan het behang, op zoek naar wat daar achter ligt (ander behang), tot ik op pleister stuit. Of leem, baksteen, lei, stro of hout. Altijd moet er wel iets anders zijn, denken wij. Dat wat dieper is, of beter, of simpelweg anders dan al hetgene dat wij al kennen. Wij vermoeden dat in het nieuwe een onbekende wereld is te vinden, en dat wij nog eens zouden kunnen beginnen. Dat wij er zonder zonde zouden zijn, dat wij daar wel boven onszelf zouden kunnen uitstijgen.

Wij moeten graven, zoeken, zuchten tot wij botsen op het einde van de dingen. Daar wordt alles ijl en vluchtig en valt niets meer te zeggen. Ik vraag: wat vindt een mens achter de laatste ster? Wat was er voor de tijd bestond? Hoe lang duurt altijd? Is elk begin een einde? Is elk einde een begin?

Met het Woord dat God was en God die het Woord was en het Woord dat God was zoek ik de grenzen van de rede. Wanneer het woord verschuift, verplaatst zich ook de rede tot de waanzin overneemt. Ik word het Woord en ik word God. Los van al het andere bepaal ik betekenis en zin.

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.- Alle dingen zijn door het Woord geworden.” (Joh.1:1,3)

Read Full Post »

Genesis (2).

Ik rijg de letters aan elkaar, van links naar rechts en van boven tot onder. De woorden schuif ik in elkaar, als een houten treintje. In het karkas van de taal ga ik op zoek naar wat er achter ligt. Het merg zuig ik uit gekraakte botten. Ik slurp en smak, ik proef en lik mijn vingers af. Een rijpe vijg die open spat en zichzelf prijsgeeft. Betekenis is het vruchtvlees van een handvol rijpe kersen. Soms de oogst van een behoedzame zoektocht naar rijpe zwammen, met een geur die nog lang in je neus blijft hangen. Onzichtbare sporen in zwermen door de lucht, vallen, zoeken naar wat de aarde vruchtbaar maakt. Wij steken onze monden vol met schimmel en ademen uit wat rot is.

Om te kunnen begrijpen moeten wij soms deuren openbreken, groter dan onszelf. Of vallen in donkere, diepe kelders. (Voor woorden als troosteloos, bijvoorbeeld. Of wanhoop). Grandeur is een woord dat omringd wordt door rood pluche. Het ruikt naar weemoed en dingen die voorbij zijn. Langzaam gestorven en vervolgens wordt het woord gemummificeerd, en getoond aan wie nu leeft.

Wij moeten graven, zoeken, zuchten tot wij botsen op het einde van de dingen. Daar wordt alles ijl en vluchtig en valt niets meer te zeggen.

Ik pulk aan het behang, op zoek naar wat daar achter ligt (ander behang), tot ik op pleister stuit. Of leem, baksteen, lei, stro of hout. Altijd moet er wel iets anders zijn, denken wij. Dat wat dieper is, of beter, of simpelweg anders dan al hetgene dat wij al kennen. Wij vermoeden dat in het nieuwe een onbekende wereld is te vinden, en dat wij nog eens zouden kunnen beginnen. Dat wij er zonder zonde zouden zijn, dat wij daar wel boven onszelf zouden kunnen uitstijgen.

In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.- Alle dingen zijn door het Woord geworden.” (Joh.1:1,3)

Read Full Post »

Wat ik zou willen …

Ik zou wel willen dat je mij nog eens wilde. Hard en heftig, zodat het bijna angstaanjagend werd. Ik zou willen dat jouw tasten grijpen werd, je handen ongeduldig. Ik zou willen dat je handen mijn polsen omklemden en je mond weer gulzig was en kussen bijten werd. Ik zou willen dat jouw lijf weer tegen dat van mij werd aangedrukt, geschurkt als om van twee weer één te maken. Ik zou willen dat mijn blik het bloed doet stromen naar je pik, en mijn lichaam je verstand verlamt. Ik zou willen dat je in mij viel, dat je je in mijn armen stortte en je hoofd tegen mijn borsten drukte. Dat ik het terug het bonzen van je hart was, en het eerste wat je dacht ’s morgens toen je wakker werd.

Ik zou willen dat wij terug vanzelf zouden gaan, en dat wij niet bezwaard werden door het leven dat ons opeist tot wij niet meer weten wie of wat wij samen waren. Dat jij terug Adam was en ik jouw Eva, en wij naakt, onschuldig en zonder boete zouden kunnen blijven. Dat wij niets zouden weten, behalve dan elkaar.

Read Full Post »

Heb jij een gelukkig leven?

Peter D. heeft je toegevoegd als vriend, meldt de mail in mijn inbox. Of ik dat even wil bevestigen, dat Peter D. mijn vriend is. De naam zegt me in elk geval niets. Ik bekijk de foto en realiseer me dat Peter D. lang geleden mijn vriendje was. Ik moet 16 of 17 geweest zijn, hij een jaar of twee ouder. Ik bevestig zijn verzoek en algauw krijg ik een mailtje. Hoe gaat het met me? En dat het wel lang geleden is, zeg! (Inderdaad, het moet zo’n jaar of 15 geleden zijn dat we elkaar nog zagen. En of hij nog gitaar speelt?). We hebben het over kinderen en zijn ex-vrouw die overleden is. (Ik herinner me vaag een via-via verhaal over zelfmoord, maar ik durf niet te vragen of dat nu klopt. Het maakt ook niet veel uit). Hun drie kinderen voedt hij nu alleen op.

We herinneren ons blijkbaar dezelfde dingen, alhoewel ik onze laatste ontmoeting in een ander café situeer dan hij dat doet. Hij is verbazend vlot ter taal (mensen met enige internetervaring snappen mijn verwondering ongetwijfeld) en hij spreekt enige heimwee uit, nu ons beider herinneringen boven komen drijven.

Zijn laatste bericht sluit hij af met de vraag ‘Heb jij een gelukkig leven?’. Hij zegt dat hij tevreden is.

Heb jij een gelukkig leven? De cursor knippert, en ik verzin een antwoord.

Read Full Post »

My own blue Monday.

Dit is voor die dagen waarop de angst waarmee je wakker wordt een smaak in je mond is. Het grijs van de ochtend dat de hele dag blijft hangen. De onbekende onrust die je gedachten beheerst, je handen doet trillen en je de keel lijkt dicht te nijpen. Als geruis op de achtergrond blijft het zoemen, slechts opgemerkt eens het wegvalt. Wat je zegt en wat je doet, hoe je je beweegt door de dagelijkse dingen is de doos die de leegte heeft verpakt. Je hart, dat bonst maar door en stuwt je bloed je lichaam rond. Je huid bladdert niet af, je haren laten niet los, niet je nagels vallen uit. De ontbinding blijft vanbinnen. De buitenkant doet wat verwacht wordt.
De wanhoop is als natte, kleverige klei die in je haren plakt, je neus verstopt en het ademen bemoeilijkt. Het moeras slokt eerst je hoofd op. Onzichtbaar allemaal.

Dit is voor de nachten van groot verdriet, van diep zinken en een lege fles. Van verlangen zo hard, dat het pijn doet in je borst. Voor de eenzaamheid die je maag samentrekt en later merk je dat je huilt of huilde. Of droomt of droomde dat je huilt of huilde.
Dit is voor de nachten waarop je waakt en waakt, alsof het hopen zin heeft. Je ligt en je luistert. Je schuilt voor de dag die ongenadig is.

Read Full Post »

Doink

Kind: Oma, oma, ik heb toets gehad van Frans, en ik had 23 op 25.

Oma: Oei, jongen, wat is er misgelopen? Wat had je allemaal fout misschien?

(Waarop die kleine effectief begint uit te leggen dat hij een opgave niet had begrepen, of dat ze op verschillende manieren geïnterpreteerd kon worden zodat hij het eigenlijk toch wel juist had, maar dat de meester het zo niet begrepen had).

Man bijt hond in onze living, quoi …

Read Full Post »

Older Posts »