Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2012

De eerste keer dat ik een film zag van Quentin Tarantino, werd ik slecht. Het moet juli 1992 geweest zijn, en ik had mijn eerste academiejaar er op zitten. Eerste kandidatuur geschiedenis, 13 vakken. Voor 3 ervan was ik er door. Voor 1 vak (oefeningen Latijn & Grieks) had ik met moeite examen mogen afleggen omdat ik geen werkjes had afgegeven tijdens het jaar. Ik had geprobeerd om van onder mijn tweede zit uit te komen, maar daar hadden ze thuis geen oren naar.

Mijn geheugen bedriegt me, de feiten zijn van roestvrij staal. Mijn herinneringen vervormen het verleden, laten stemmingen en jaren en gebeurtenissen in elkaar over lopen.

Het is zomer, en warm. Een laatavondvertoning op zaterdag, een barstensvolle zaal. Ik in het gezelschap van mijn lief en de man die ik tegenwoordig af en toe zie opduiken in Ter Zake. Professioneel verontwaardigd, hamerend op de cijfers die het failliet van het grootkapitaal moeten bewijzen. Op het scherm ligt een man de hele film lang dood te bloeden op de tonen van muziek uit de jaren 70.

Wij drie brengen onze nachten door in het café van De Vooruit of in De Hemel. Ik bestel een rondje aan de bar en laat een pint tegen de grond kletteren. Ik ben dronken en kijk schaapachtig naar de barman, die me zonder veel plichtplegingen een nieuwe pint tapt die hij me niet aanrekent. (Misschien is dit niet gebeurd en heeft mijn brein deze gebeurtenis geconstrueerd, samengesteld uit stukjes andere dingen die er ooit wel waren).

Na de film. We waggelen als schapen mee, volgen het traject door hoekige gangen dat naar buiten leidt. Zaterdagavond (nog steeds) en de vrolijkheid heerst. Mensen hebben de film al van zich afgeschud nog voor de aftiteling ten einde liep. Wij houden onze bek. Ik ben lichtjes misselijk. Op café zullen mijn lief en zijn maat zich aan een marxistische analyse van de film wagen. Ik zal luisteren met de gretigheid van een jonge novice. Het marxisme veroordeelt het gebruik van het gratuite geweld en het ontbreken van enig klassenbewustzijn in de film. Het is ook altijd hetzelfde.

 

Read Full Post »

De Toverberg.

Ik voel mij op de hielen getrapt door de tijd, die genadeloze slokop. Dat monster dat stil maar zeker zijn eigen kinderen opvreet. Ik, ik bijt enkel mijn eigen nagels stuk omdat ik schijnbaar niets gedaan krijg. Niemand verandert, ook ik niet. Terwijl een technologische revolutie het aanzicht van de wereld radicaal omvormt, blijf ik dezelfde.

Op de radio hoorde ik een reclameman van vroeger zeggen dat wij veel kunnen leren van de maskers die mensen opzetten. Hij heeft gelijk natuurlijk. De maskers die mensen opzetten laten zien wie mensen graag zouden willen zijn en dus per definitie (nog) niet zijn. Ik, bijvoorbeeld, zou graag een doorzetter zijn. Ik zou graag krachtig willen zijn, met een lichaam strak gestaald. Immuun en stressbestendig. Gezond en jong volgens een revolutionair ideaal. Onvermoeibaar. Niet die weke brij die zich van mijn eisen niets lijkt aan te trekken.

Na veel vijven en zessen heb ik besloten dat ik astma heb. Mijn moeder zegt: ‘Kind, jouw luchtwegen, dat is altijd al een probleem geweest. En nu je ouder wordt, zal dat enkel erger worden’. Daarna volgt het verhaal van mijn geboorte. Eigenlijk is het geen verhaal meer, maar een mythe. Bij elke vertelling duiken er nieuwe details op die voorheen onbesproken bleven. Er komt bloed aan te pas en onwillige nonnen. Een onbekwame dokter en een vrouw in 7 x 7 uren barensnood. Het kind dat uiteindelijk aan de opengescheurde moederschoot werd onttrokken was blauw en bewegingsloos. Het kind is dood, dacht mijn moeder voor ze in elkaar zwijmelde. Maar ik leefde, het kind van de buurvrouw werd geboren met een open rug en stierf.

Maar goed. Astma dus. Eergisterenavond lag ik in bed en ik voelde hoe mijn rechterlong kramp kreeg. Hetzelfde soort kramp dat je kuiten doet ineenkrimpen, maar dan in je ribbenkast. En maar happen naar adem. En je hapt en je ademt diep in, alleen lijkt de lucht niet aan te komen waar ze moet. Alles blijft steken in je keel. De deur naar paniek zwaait wagenwijd open. Je zuigt fanatiek aan je dispenser met de magische combinatie van corticosteroïden en nog iets. Het gevoel dat je long zich van de binnenkant van je ribbenkast wil scheuren blijft, maar op de één of andere manier adem je terug.

Zou ik vroeger, 100 jaar of langer geleden, naar een sanatorium zijn gestuurd? Naar de bergen of de zee, waar de buitenlucht helder is en jodiumrijk. Afgesloten van de wereld en haar rusteloze harteklop. Weken, maandenlang enkel moeten ademen, in en uit.

 

Read Full Post »

Aan de slag in Nieuw-Zeeland

Eerder deze week droomde ik over mijn zus, die in Nieuw-Zeeland woont. Ik ben er veel mee bezig op dit moment, omdat ik voel hoe de donkere dagen van de herfst en de winter dichterbij sluipen. Het is niet de kou, de wind of de regen waar ik mee inzit. Wel de grauwheid en de duisternis die zo lang alles zullen overheersen. De rit naar het werk in het pikdonker en tegen dat je terug thuis bent lijkt de nacht wel al gevallen. Overdag moet je opkijken naar een deprimerend grijs wolkendek dat de tristesse van onze Vlaamse provinciesteden benadrukt. Soms ga ik in die periode naar de zonnebank. Niet omdat ik er wil uitzien als een wortel, maar omdat ik die warmte en dat licht gewoon teveel mis tijdens de winter.

Vorig jaar heb ik zo geen last van gehad, omdat ik van half december tot half januari bij mijn zus op bezoek was, terwijl het daar hoogzomer had moeten zijn. Ok, het was daar toen de natste zomer in jaren en het kon ook al eens grijs zijn, maar ik was toch content dat het vroeg klaar werd en de avond pas viel op het moment dat het ook echt avond was.

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik de magie rond Nieuw-Zeeland niet goed snap. Ok ja, het is daar wreed schoon, maar het eten trekt daar op niet veel, tenzij je zelf kookt natuurlijk. Het ironische is natuurlijk dat ik – die eigenlijk liever in Europa reis – nu om de 5 jaar of wat toch eens naar het andere einde van de wereld zal moeten trekken als ik mijn zus nog eens wil zien. Maar goed, er zijn erger dingen natuurlijk.

 

 

Werk.

Het gerucht doet de ronde dat het ontzettend moeilijk is om naar Nieuw-Zeeland te emigreren of er te werken, maar dat moet toch wel een beetje genuanceerd worden. Vergeet niet dat het land ontzettend dun bevolkt is, zeker het Zuidereiland. We spreken hier over  ongeveer 4 miljoen inwoners in een land dat ongeveer 9 maal zo groot is als België. Daarvan wonen er nog eens ongeveer anderhalf miljoen in Auckland. Als je daar dan nog eens een gestage uitstroom bij telt van jonge arbeidskrachten richting Australië, dan is het geen wonder dat bijna elk beroep dat geschoold personeel vereist een ‘knelpuntberoep’ is. Verplegend personeel, dokters en IT’ers zijn enorm gegeeerd, maar ook iedereen die kaas heeft gegeten van mechanica of in de bouw iets kan betekenen is welkom. En als je dat allemaal niet kunt, volstaat het dikwijls de handen uit de mouwen te willen steken bij de een of andere boer of een fabriek.

Jonger dan 30? 

Wie jonger is dan 30, gezond van lijf en leden en hier geen zaken heeft uitgestoken die je een strafblad hebben opgeleverd komt bijna per definitie in aanmerking voor een ‘work permit’ met een geldigheidsduur van 1 jaar. Voor zover ik goed geïnformeerd ben, kun je dat op voorhand aanvragen of je kunt het papierwerk ter plaatse in orde brengen.

Met je ‘work permit’ kun je tijdens het juiste seizoen uiteraard, vrij snel werk vinden op de één of andere boerderij. Dikwijls kun je zelfs op voorhand al solliciteren. Ik ben tijdens mijn reis vorig jaar een boer tegengekomen die een voorkeur had voor Denen of Zweden, maar Europeanen in het algemeen liggen goed in de markt. De kerel in kwestie zorgde zelfs voor logies en stelde zijn seizoensarbeiders zelfs een camionette ter beschikking, zodat ze tijdens hun vrije tijd konden rondtoeren.

 

Auto. 

Over een auto gesproken: het is een veel voorkomende praktijk van mensen die langere tijd in NZ verblijven om een auto te kopen. Wie een beetje het internet afspeurt vindt een boel mensen die hun auto verkopen, een WOF (Warranty of Fitness) inclusief. Zo’n WOF is te vergelijken met onze keuring, en een auto krijgt meestal een WOF van 6 maand. Een verzekering is niet verplicht, een WOF wel.

Hostels. 

Nieuw-Zeeland is bezaaid met hostels (jeugdherbergen). Je kunt er privé-kamers huren of een bed in een gemeenschappelijke kamer (dorm) tegen een schappelijke prijs. Maar wat meer is: het zijn ook hotspots voor werkgevers en werkzoekenden. In veel hostels kun je bijvoorbeeld in ruil voor een paar uur werk per dag gratis onderdak krijgen. Op de prikborden vind je werkaanbiedingen allerhande: horeca, boerderijwerk, taallessen geven, …

Zwart. 

Deze sport is Nieuw-Zeelanders onbekend. Alhoewel er heel wat minder papierwerk aan te pas komt bij bijvoorbeeld het onbezoldigd werken, er is geen werkgever die het in zijn hoofd zal halen om je werk te geven als je niet in het bezit bent van een werkvisum.

Links: 

Volgende links helpen je al een eind op weg voor wie de grote stap wil wagen. Het zijn er maar een paar en er zijn verder legio plaatsen op het internet waar mensen vertellen over hun ervaringen en tips uitwisselen. Je kunt er een heel leven over lezen en het nooit doen!

http://www.newzealandnow.govt.nz/working-in-nz : site van de overheid die alles op een overzichtelijke manier uitlegt en waar je je zoektocht kunt beginnen.

http://www.backpackerboard.co.nz/ : site waar er jobs aangeboden worden, specifiek gericht op het backpackers publiek.

http://www.couchsurfing.org/ : Couchsurfing heeft een redelijk uitgebreide NZ- sectie, waar je zeer veel reis- en werktips kunt vinden.

 

Read Full Post »

Focus.

Oh, wat hou ik van september. Die maand die balanceert tussen hoogzomer en herfst. De maand die de terugkeer naar het normale leven inluidt en die de doldwaze mallemolen van zomerfestivals, happenings, feesten en partijen, vakanties, barbecues, kampvuren, braderieën, feeërieën, concerten, picknicks, pretparken en nachtelijke ritten naar de zee vertraagt en uiteindelijk laat stilvallen. Het Rad van Fortuin moet eens tot stilstand komen, al dan niet op het vakje ‘Bankroet’.

September is de maand die je weer toelaat om je op de zetel te nestelen, voor de TV en onder een dekentje dat laat op de avond niet meer louter decoratief is. De maand waarop je elegant kunt ontsnappen aan de dictatuur van terrasjes doen, smakeloze cocktails, zure wijn en veel lawaai tot ’s morgens vroeg.

September is de maand van geheimzinnige ochtendnevel en van ijverige spinnen in hun web. Mist beperkt het zicht. De maand waarop het schemerdonker opnieuw zijn intrede maakt en de morgenlucht de belofte van kilte in zich draagt.

Het zal ook de maand zijn die ik zal gebruiken om het boudoir te sluiten en en langzaam de trappen van de ivoren toren te beklimmen. Daar, boven, hoog tussen de wolken zal ik mij in een vacht van stilte hullen. Een lakei zal het haardvuur doen knetteren en verstrooid zal ik hem wegsturen als hij aanstalten maakt om mij aan te spreken. ‘Geen tijd, geen tijd’, zal ik hem zeggen. ‘Of denkt u misschien dat dit debuut dat de wereld met verstomming zal slaan zichzelf zal schrijven’?

Dus, dra slaat weer het donker toe, en ook de regen en de hagel. De treinen zullen tot stilstand komen, de stenen zullen uit de grond vriezen. En ik zal de wereld aan mij laten voorbij gaan terwijl ik de pen gedisciplineerd ter hand zal nemen.

(Ach, reeds slaat de twijfel toe). 

Read Full Post »