Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2011

Ze zijn er mee aan het lachen, natuurlijk. If it’s music, you can dance to it. Misschien niet altijd even elegant, maar zodra je op een muziekje met één of ander lichaamsdeel kunt wiebelen, dan ben je aan het dansen toch? ’t Akkoord dat er muziek bestaat die moeilijker is om er op te dansen. Purple Rain van Prince, bijvoorbeeld, is een beetje tricky met al die tempowisselingen. Tenzij je van plan bent om John Travoltagewijs show te geven op de dansvloer, blijf je er tijdens dat soort nummers beter weg. Ga een pintje halen aan de bar, check je haar bij madame pipi of schep buiten een fris luchtje. De durvers onder ons kunnen misschien eindelijk die kerel of die griet waar ze al de hele avond lang naar zitten te lonken aanspreken en iets te drinken aanbieden.

Toen ik een jaar of 16 was mocht ik soms naar een fuif. Meestal werd die fuif georganiseerd door een plaatselijke jeugdbeweging in één of ander parochiezaaltje, welwillend ter beschikking gesteld door de pastoor. Zo’n fuif begon rond acht uur ’s avonds, wat erg handig was omdat ik tegen middernacht (of bij wijze van hoge uitzondering om één uur!!) terug thuis moest zijn. En middernacht is middernacht in zo’n geval. Vijf minuten later en ik kon het voor de volgende paar weken vergeten. Vanaf een zekere leeftijd vind je natuurlijk wel een deel truken uit om aan dat soort restricties te ontsnappen, maar als de oudste van drie moest ik mij vooral aan de orders houden of het zat er grondig tegen.

In die tijd werd er een vrij strikt ondscheid gehanteerd tussen rock en pop langs de ene kant, en new beat langs de andere. New beat was toen de verzamelnaam voor alle elektronische muziek, en werd toen exclusief  gedraaid in discotheken zoals de Boccacio in Destelbergen. Er was natuurlijk wel al van in het begin wat cross over tussen pop en new beat (Mel & Kim, bijvoorbeeld), maar ik kan me toch niet herinneren dat er op scoutsfuiven bijvoorbeeld al new beat werd gespeeld, tenzij bij wijze van slechte gimmick.

Die fuiven verliepen ook altijd volgens een vast stramien: een uur of twee rock en pophits werden op tijd en stond afgewisseld met drie slows na elkaar. (Voor de echte jonkies onder de lezers: een slow is een traag nummer, en de jongens moesten dan vragen aan de meisjes of ze met hen wilden dansen). Pure horror waren die slows meestal wel. Ofwel werd je niet ‘gekozen’, en dan stond je daar maar wat te staan en schaapachtig rond te kijken. Ofwel werd je wel gekozen en was je quasi verplicht om 3 liedjes lang (dus dat is toch wel een kleine tien minuten) te blijven schuifelen op een tegel met een kerel die in de meeste gevallen niet kon dansen. Het vervelendst was het wel als de partner in kwestie het een juist moment vond om je te beginnen kussen (dat waren de durvers) of als je voelde dat hij een erectie kreeg. Ik realiseer me nu dat het voor die jongens waarschijnlijk nog vervelender was dan voor mij.

Een ander stukje cultuurgeschiedenis dat ondertussen een stille dood is gestorven, is de kusjesdans. Bij de eerste tonen van La Bamba werd je verondersteld met zijn allen in een heel grote kring te gaan staan. Eén iemand stond in het midden en koos iemand anders (over het algemeen van het andere geslacht) om er mee te kussen, in het midden van de kring. Hij/zij die werd uitverkoren, moest dan op zijn/haar beurt iemand anders kiezen, enzovoort enzoverder tot het nummer gedaan was. Het voordeel van deze formule was natuurlijk dat het veel minder opviel als je niet werd aangewezen. Je draaide dan gewoon verder in het rond. Afhankelijk van wie er zich in het midden bevond hoopte je wel te worden gekust, of probeerde je wanhopig om weg te kijken zodat je er zeker niet werd uitgehaald.

Er waren ook gasten die er een hele show rond verkochten en op één knie gingen zitten. De bedoeling was dan dat er getongzoend werd, in plaats van de kuise kusjes op wang of lippen uit te delen. Op de één of andere manier leek je wel verplicht om daar in mee te gaan, wat er op sommige momenten een erg onsmakelijke aangelegenheid van maakte, van die hele Bamba.

Read Full Post »

Boek.

Ineens was het weg. Mijn bloeddruk zakte, mijn goesting stuikte ineen, de inspiratie was plots weg. Ik probeerde nog op de tanden te bijten en ondanks magistrale hoofdpijn toch iets te forceren. Het werd niets natuurlijk. Ik verweet mezelf een gebrek aan doorzettingsvermogen. Een beetje wanhopig zocht ik naar een klein restje discipline in mij en toen ik dat niet vond lonkte een vieze, vuile depressie.

Er waren wat bad vibes op het werk, de omstandigheden waren me niet gunstig gezind. Mijn baas liep geïrriteerd rond, ik werd er zenuwachtig van. Niets gebeurde van wat moest gebeuren, en daar werd ik natuurlijk op aangesproken. Nu ja, dat was ook meer voor de vorm, omdat le boss wel wist dat hij zelf eigenlijk een onderdeel van het probleem vormde. Hij slaat en hij zalft. Het is bijna een wetmatigheid geworden: eerst geeft hij mij onder mijn voeten voor één of andere onbenullige reden, de volgende dag kan hij het niet laten om mij per mail een compliment te geven. ‘Goed bezig’ is daarbij de meest voorkomende term.

De zomer was net begonnen, de regen viel met bakken uit de hemel. Meestal haal ik mijn schouders op wanneer andere mensen klagen over het weer. Ik vind het futiel, je kunt er toch niets aan doen. Maar het was te veel. Werd ik ’s nachts wakker, dan hoorde ik hoe de druppels zich op het plastiek afdak stortten. Ik stond ’s morgens in de file, veroorzaakt door een combinatie van teveel regen, slechte automobilisten en wegenwerken. Ik moest met de auto naar de yoga, omdat ik er anders druipnat zou toekomen. Serieus, ik kan er niet meer tegen. Ik kan geen regen meer zien of horen.

Mijn huis verkommerde, omdat ik niet veel anders deed dan mijn tijd verknoeien aan de computer, terwijl ik te veel wijn dronk en te veel sigaretten rookte. Ik rationaliseerde, ik analyseerde en ik sloot mezelf af voor alles en iedereen. Omdat ik wilde schrijven, of het op zijn minst wilde proberen. Geen letter heb ik op papier (enfin, papier, …) gekregen.

En toen klaarde alles op. Ik kan me bijna nog het exacte moment herinneren, het was alsof het doek openging, de zon door de wolken brak, de rook om mijn hoofd verdween. Zomaar en zonder reden of oorzaak die ik me kan herinneren. Ik zal mij daar bij moeten neerleggen, vrees ik, bij die stemmingswisselingen die uit het niets komen en me helemaal overmeesteren. (Het klinkt trouwens allemaal erger dan het is, luitjes. Geen paniek. Ik ben niet aan de pillen, en ik ben ook niet suïcidaal. Het is enkel een doorgedreven vorm van lethargie waar ik me tegen probeer te verzetten en waar ik me schuldig over voel. Het is dan alsof alle creativiteit en inspiratie opgeslokt worden, en dan bevind ik mij plots in de buik van de walvis. Eigenlijk moet ik dan gewoon braaf wachten tot ik weer uitgescheten word, in plaats van er tegen in te willen gaan en dan kwaad op mezelf te worden omdat het niet lukt.)

Soit. Het ziet er weer beter uit, ik heb weer moed en zin. Ik neem de pen weer ter hand (morgen hé!) en schrijf terug stilletjes voort. Het enige waar ik voor vrees is dat jullie allemaal met pensioen zullen zijn tegen dat mijn lang aangekondigde boek eindelijk af is. Maar dan hebben jullie tenminste tijd om het te lezen …

Read Full Post »

Yoga.

Vandaag ben ik te laat opgestaan, zodat ik dit weekend niet meer naar de yoga zal kunnen gaan. Dat is een beetje jammer, maar ook niet meer dan dat. Mensen bekijken me een beetje vreemd, elke keer ze merken dat ik het serieus meen, met die yoga. ‘Waarom???’ is de meest gestelde vraag, terwijl men mij meewarig en een beetje hoofdschuddend aankijkt. Omdat ik iets fysiek wil doen, leg ik dan rustig uit. Omdat het mij deugd doet een puur lichamelijke activiteit te hebben, nadat ik een hele dag stil achter mijn computer heb gezeten. Omdat ik af en toe ook eens uit mijn hoofd moet komen, en yoga is daar ideaal voor, toch in mijn geval. Het rustgevende effect van onder begeleiding een reeks bewegingen te herhalen en daar je ademhaling op af te stemmen. De concentratie op het eigen lichaam, de cadans van in- en uitademen.

‘Zou je dan niet beter een echte sport doen?’. Daarmee wordt dan bedoeld dat ik het leger in spandex gehulde joggers, fietsers of spinners zou moeten vervoegen, om mij in het schuim en het zweet te werken. Vorige maandag kwam ik in een ‘all levels’ les terecht, bedoeld voor enigszins gevorderden terwijl ik normaal gezien altijd naar de beginnersles ga. Drie dagen later voelde ik het nog. Dat komt natuurlijk omdat mijn conditie minimaal is, maar ook omdat yoga wél een ‘echte’ sport is. Traag versterk je alle spieren, ook die waarvan je niet wist dat ze bestonden.

Ik heb het geprobeerd, het joggen en de fitness. Maar ik greep altijd het eerste het beste excuus aan om niet te moeten gaan. Met yoga heb ik eindelijk een sport gevonden waar ik naar uitkijk. En heel af en toe ga ik ook eens inline skaten aan de Blaarmeersen. Meer zit er voor mensen als ik niet in. Ik heb daar vrede mee. Nu u nog.

Read Full Post »

Het zal wel dat het lang geduurd heeft voor ik a song that you know all the words to kon kiezen. Ik ben namelijk een sucker for lyrics, en ik kan werkelijk verliefd worden op een nummer omdat er een slimme zinsnede in zit. Zo ben ik een onvoorwaardelijke fan van Placebo, omdat ze mij jaren geleden singlegewijs wisten te vertellen ‘All it takes is one decision – A lot of guts – A little vision’ (uit Slave To The Wage). En ik smelt werkelijk iedere keer ik hun Song To Say Goodbye hoor. Als je een zin als ‘You were always one of those – Blessed with lucky sevens – And a voice that made me cry’ kunt verzinnen, dan bestaat er geen twijfel over: ge kunt mij krijgen. (En dan hebben we het nog niet gehad over de bijhorende videoclip hé).

Gelijkaardig verhaal met The Last Shadow Puppets. Dat is godverdomme met moeite een kwarteeuw oud en dat schrijft dingen als ‘And she was walking on the tables in the glass house – Endearingly bedraggled in the wind – Subtle in her method of seduction – The twenty little tragedies begin’.  Dat getuigt niet enkel van een uitstekende taalbeheersing, maar ook van een levenswijsheid die je niet verwacht van kereltjes die zich nog maar net zijn beginnen scheren.

Eigenlijk zou dat nog een goed idee zijn voor een blog, om dat soort teksten te gaan ontleden, in context te plaatsen en er allerlei symbolische lagen in te vinden waar geen mens (laat staan de auteur ervan) al aan heeft gedacht …

Maar het werd tijd om de Engelse hegemonie een beetje te doorbreken, dus in tegenstelling tot wat ik zelf lange tijd heb gedacht over deze challenge is het een Frans nummer geworden. En eerlijk is eerlijk: ik heb indertijd een paar dagen moeten blokken om deze tekst helemaal van buiten te leren (ja, sorry, ik weet het, soms heb ik een beetje rare trekjes en dat wordt enkel erger met de jaren), maar ik vond dat de moeite waard.

De eerste keer hoorde ik het nummer in het radioprogramma van Friedl Lesage, op radio 1. Ik ben eigenlijk nog altijd een beetje kwaad dat ze dat programma hebben afgeschaft en vervangen door het verschrikkelijke ‘Peeters & Pichal’, maar ik begin er langzaam overheen te komen. Lesage interviewde toen Maaike Cafmeyer die Martha Wainwright kort daarvoor aan het werk had gezien, en voornamelijk lyrisch was over de manier waarop ze ‘Dis, quand reviendras-tu?’ van Barbara coverde.  Ik kende op dat moment noch Martha Wainwright, noch Barbara, noch het nummer in kwestie, maar ik was wel onmiddellijk verkocht.

Dat kwam natuurlijk ook omdat ik de vraag ‘Dis, quand reviendras-tu?’ zelf geregeld moest stellen aan mijn toenmalig lief. Dat toenmalig lief was namelijk een klootzak op hoog niveau, die ergens anders nog een lief had. En nog ergens anders nog een lief, maar dat wist ik toen allemaal niet. In die periode leefde ik voornamelijk op hoop die werd aangewakkerd door vage beloften. (En ook op goedkope wijn en sigaretten, natuurlijk). Als een domme hond wachtte ik op telefoontjes (die niet kwamen) of maakte ik mij klaar om bezocht te worden op momenten dat het hem paste. Ik liet mij door hem maandenlang aan het lijntje houden, het was alsof ik blind, doof en dwaas tegelijk was. Mensen rondom mij probeerden mij voorzichtig aan het verstand te brengen dat mijn beeld van hem niet helemaal overeenstemde met de werkelijkheid, dat al mijn wachten op niets zou uitdraaien. Ik beloonde hen door ruzie met hen te zoeken, door verontwaardigd hun goeie bedoelingen in twijfel te trekken. Ik sloot mij op, barricadeerde mij in mijn huis, ik bleef thuis want het zou wel eens kunnen dat hij zich zou verwaardigen om langs te komen. En ik luisterde naar het lied van Barbara in de versie van Martha Wainwright terwijl ik werkelijk tranen met tuiten huilde.

Gelukkig is er de laatste strofe van het nummer, die zoals in oude sonnetten een breuk is met de vorige …

J’ai beau t’aimer encore, j’ai beau t’aimer toujours,
J’ai beau n’aimer que toi, j’ai beau t’aimer d’amour,
Si tu ne comprends pas qu’il te faut revenir,
Je ferai de nous deux mes plus beaux souvenirs,
Je reprendrai la route, le monde m’émerveille,
J’irai me réchauffer à un autre soleil,
Je ne suis pas de celles qui meurent de chagrin,
Je n’ai pas la vertu des femmes de marins,

Als er één ding duidelijk is, dan wel dit: je n’ai vraiment pas la vertu des femmes de marins …

Read Full Post »

Smeekbede.

Gij godverdomse hoer, gij lelijk oud wijf. Gij trut, gij seut, gij miserabel manipulatief nest. Geen letter, geen woord, geen zin is mij gegund. Vandaag niet, gisteren, eergisteren. Ik loop hier rond, gelijk een kieken zonder kop, zoekend naar wat ik toch niet vinden zal. Ik ram mijn toetsen bijna kapot, maar gij zit op een ander. Amuseert ge u daar een beetje? Zonder u is wat is schrijf mager, het lezen niet waard. Geen twee woorden krijg ik achter elkaar gezet, zonder dat ze mij staan uit te lachen. Allez, zie dat hier nu staan! Waar trekt dat eigenlijk op? En gij zoudt willen schrijven? Het is misschien beter dat ge u een jobke zoekt als caissière in de Delhaize, dat ligt meer binnen uw mogelijkheden. Een mens moet immers zijn beperkingen kennen.

Ah, gij dacht eventjes rond te bazuinen dat ge een boek zou schrijven? Denk maar rap iets anders, gij arrogant stuk vreten. Gij omhoog gevallen marketeer van mijn voeten, gij over het paard getilde filologe (en dat zelfs niet eens). Niets, dat zijt gij zonder mij. Ik zal met u spelen, gelijk een klein kind met een cadeautje gekregen van Sinterklaas. En ben ik u beu, of vind ik iets dat interessanter is, of schoner, of iets dat meer mijn goesting is, dan laat ik u achter zonder verpinken. Ik zal u verlaten, en overleveren aan het leven van elke dag met enkel de ijdele hoop dat ge mij ooit terug ziet. Op uw knieën zult ge kruipen, tot ze bloeden. Ge zult de wanhoop leren kennen, en in uw halfslaap zal ik wat geniale invallen in uw oor gieten. Maar ge moet niet denken dat ge ’s morgens ook maar één letter zult kunnen schrijven. Alles wat ge neerpent zal belachelijk zijn, de taal zal u ontsnappen. De woorden zullen als weerbarstige, kribbige bronco’s zijn, ontembaar. Op elke zin zult ge zwoegen, en na veel twijfelen en schrappen zult ge alles toch weer in de vuilbak moeten smijten, omdat het op niets trekt.

Ge zult verlangen naar de tijd dat alles makkelijk ging, vanzelf. Dat ge kon schrijven zoals een ander mens gaat kakken. Dat ge iets las, en zonder twijfel kon denken ‘dat kan ik zoveel beter’. Ge blaast nu niet meer zo hoog van uw toren, nu. Me dunkt dat een lesje in nederigheid u wel zal leren, zeker?

 

Read Full Post »

Ik ga een beetje ‘zeuren’ met deze post. (Ik weet niet of er veel Nederlanders deze blog lezen, maar in ons dialect betekent ‘zeuren’ vals spelen, en niet ‘zagen’). Het nummer dat ik heb uitgekozen hangt immers niet samen met één welbepaalde gebeurtenis, maar wel met een periode in mijn leven.

Op dit moment is de ‘opwarming van de aarde’ natuurlijk het doemscenario du jour, maar tot diep in de jaren 80 van de vorige eeuw was men ervan overtuigd dat de mensheid aan haar einde zou komen door een nucleaire oorlog. Op politiek vlak was de wereld redelijk strak verdeeld in een ‘Oostblok’ en het ‘Vrije Westen’, elk met hun ideologie. Nu ik er zo over nadenk, was het allemaal erg on-postmodern hoor. Met die kernbommen was ik als kind eigenlijk wel veel bezig, normaal zal het niet geweest zijn. Ik vond het allemaal erg spannend, en ik fantaseerde er vaak over hoe ik zou reageren mocht er effectief een kernbom vallen. Ik ben zelfs een paar keer begonnen aan het graven van een schuilkelder in de tuin, zonder verder te geraken dan een paar steken met de spade. En last but not least had ik een vereniging opgericht (iets in de zin van ‘Kinderen tegen Kernbommen’), waarvan ik jammer genoeg het enige lid was en bleef. Er waren blijkbaar niet zoveel tienjarigen die wakker lagen van het feit dat het toenmalige arsenaal aan kernwapens groot genoeg was om de hele aarde een keer of 40 naar de verdoemenis te helpen. Nochtans waren er andere kindjes die brieven schreven naar Gorbatsjov en daarmee het nieuws haalden. Stiekem was dat ook mijn betrachting, maar het is er nooit van gekomen. Ik kende het verschil tussen A-bommen en H-bommen en welke schade ze toebrachten. Toen ik een jaar of twaalf was, kwam er een film uit (The Day After) over de gevolgen van een nucleaire aanval en de daaropvolgende fall out, waar ik niet naar mocht gaan kijken natuurlijk.

Mijn moeder nam ons dikwijls mee op zondagnamiddagen om te betogen. Mijn ouders waren studenten tijdens de late jaren ’60 en zo betrokken geraakt bij de politieke beweging die later AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders) zou worden en die nu PVDA heet. Betogen op zondagnamiddag was bij ons het equivalent van een familie-uitstapje. Ik heb betoogd tegen kernenergie (in Doel, en op de terugweg plaste ik bijna in mijn broek omdat de buschauffeur niet wilde stoppen) en kernwapens (de grote anti-rakettenbetogingen in Brussel, met honderdduizenden mensen), voor het recht op abortus en verder voor ongeveer alles waar een mens voor of tegen kan betogen. Nu hoeft dat betogen voor mij niet meer zo, maar ik vond het wel leuk toen.

‘De Bom’ is natuurlijk een erg pessimistisch nummer, maar het vat wel goed de tijdsgeest samen denk ik. In mijn herinnering was de dreiging van een nieuwe wereldoorlog met het gebruik van kernwapens erg reëel en we leken er eigenlijk van uit te gaan dat het enkel een kwestie was van tijd voor de één of andere wereldleider op de spreekwoordelijke knop zou drukken. Het album 4US van Doe Maar was trouwens de eerste L.P. die ik kocht, toen ik in het zesde leerjaar zat. Met het geld dat ik bijeen had gesprokkeld rond nieuwjaar ging ik naar de Bilbo, en ik had net genoeg gespaard om twee platen te kopen. De andere was van Urbanus (don’t ask …).

 

Read Full Post »

In de zomer van 1996 emigreerde ik, eindelijk. Sinds mijn prille jeugd droomde ik al van verre buitenlanden, maar mijn ouders waren geen grote reizigers. Mijn vakanties spendeerde ik meestal aan de Belgische kust, waar mijn grootouders woonden. Toen ik mijn humaniora had afgewerkt vatte ik zelfs het wilde plan op om een jaar in Parijs te gaan wonen als au pair, maar mijn toenmalig vriendje zag dat niet zitten. Mijn vader gaf hem gelijk en ik ging braaf 38 kilometer verder op studeren. (Enfin, studeren, …). Met dat lief raakte het na een paar maanden op kot toch wel uit, maar Parijs kwam niet in zicht. Heel af en toe maakte ik vage plannen om ergens anders te gaan studeren, maar daar bleef het dan ook bij.

Tijdens de eerste zittijd van mijn tweede licentie schreef ik een sollicitatiebrief naar een bedrijf in Engeland dat mensen zocht om via de telefoon ‘gepersonaliseerde balpennen’ aan bedrijven te verkopen. Ik kreeg een brief terug met de melding dat ik mij op een bepaald uur en op een bepaalde dag in een chique Brussels hotel moest gaan presenteren (wat ik dus deed) en een paar weken later mocht ik mij werknemer noemen bij de firma Adler International. Vanuit hun kantoren in Slough belde ik de hele dag naar mensen met de vraag of ze 50 balpennen wilden kopen voor de luttele prijs van 4.000 frank.

Ik deelde een huisje met drie jonge Engelsmannen, waarvan er twee dezelfde job deden als ik. Ze leerden me WipEout spelen op de Playstation en ik moest Marmite on crumpets eten. Mijn mond trekt nog samen bij de herinnering aan die walgelijke smaak van dat gist-extract. Op vrijdagavond bestelden we pizza of Indisch, daarna trokken de jongens naar de pub voor hun boys night out. Tegen een uur of één kwamen ze dan terug, stomdronken. Die Engelse pubs, dat was voor mij toch even wennen: ik was om te beginnen niet gewoon dat er tapis-plein lag in cafés. Eigenlijk ligt er in heel Engeland ongelooflijk veel tapis-plein, ik heb zelfs keukens en badkamers gezien met gebloemde tapijt.  Ik weet niet of het nu nog zo is, maar toen combineerden ze dat dan met gebloemd behangpapier en gebloemde gordijnen. Liefst allemaal in een verschillend motief en kleurenpatroon.

Omdat de pubs op een bepaald uur sloten (ik geloof 23h tijdens de week, en om 24h op vrijdag en zaterdag), repte de gemiddelde Engelsman zich op vrijdagavond snel-snel naar zijn stamcafé om zich lazarus te zuipen. Ik weet het, het is een cliché, maar zo werkte het toen. De vrouwen die op café gingen, die deden dat ook nooit zonder zich uitgebreid te maquilleren, volgens hetzelfde principe als hun binnenhuisdecoratie. Come to think of it; de meeste Engelse vrouwen komen eigenlijk bijna nooit buiten zonder make up. Ik was bepaald atypisch, om niet te zeggen het lelijke, vreemde eendje in de bijt.

Op een avond gingen we met de collega’s uit naar een discotheek in Maidenhead, de Zoots. (De Spice Girls woonden in die periode in Maidenhead, werkend aan hun grote doorbraak). Ik kende het nummer ‘Born Slippy’ natuurlijk wel al van op de radio, maar het zal voor mij wel altijd verbonden blijven met Zoots, waar ik er toen op danste. Na afloop was er een schoon negertje dat mij iets te drinken aanbood, maar ik heb dat aanbod toen nogal onhandig en vrij onbeleefd afgeslagen, jammer genoeg. Als ik dat niet had gedaan, dan had ik nu misschien een paar melkchocolade kindjes.

 

Read Full Post »