Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2014

Twisten met Bart Eeckhout

Het valt weinig voor, dat je ’s morgens uit je bed tuimelt en nog voor je kop koffie op is een uitnodiging van Bart Eeckhout om te twisten achter de kiezen hebt. Op den duur wordt het toch wel weer ‘shouten’ natuurlijk.

Weet je nog, Bart, hoe Sofie Peeters een jaar of 2 geleden met haar documentaire ‘Femme de la Rue’ een schokgolf door de samenleving joeg? Het enige dat ze daarvoor hoefde te doen was een doodgewone dag van een doodgewone vrouw in een doodgewone wijk in beeld te brengen. Was er eigenlijk iemand niet gedegouteerd door de manier waarop die verliep? Zoals ze voortdurend aangesproken en tegengehouden wordt door mannen op de straat. De kusgeluidjes, het gesis, de doorzichtige pogingen tot complimentjes die overgaan in gratuite beledigingen (hoer, slet!) als duidelijk wordt dat ze er niet op in gaat.

Als ‘Femme de la Rue’ 1 verdienste heeft gehad, dan is het wel dat de docu liet zien dat ‘een beetje seksisme’ niet bestaat. Bestaan er gradaties? Oh ja, zeker wel. Verkracht worden is erger dan nageroepen worden op straat. En dat verhoudt zich dan weer op een andere manier tegenover de loonkloof, maar op de één of andere manier hangt het wel allemaal samen. En ook:  het ene seksisme is niet ‘echter’ dan het andere. Het heeft allemaal impact: als jonge (of niet zo jonge) vrouw voortdurend het recht moeten afdwingen op je veilig voelen in de openbare ruimte is vermoeiend en zou niet moeten hoeven. En het voelt even ‘echt’ aan als je te realiseren dat je misschien een job niet krijgt omdat je een vrouw bent. Of wel de job krijgt, maar minder carrièreperspectieven dan je mannelijke collega. Enzovoort enzoverder.

Je bent vast slim genoeg om de analogie met het racismedebat te ontdekken. Zijn jullie bij De Morgen hardcore racisten? Nee, dat denk ik niet, en dat heb ik ook nooit en nergens beweerd. Maar was de bewuste zinsnede van Hans Vandeweghe over ‘Afrikanen die zich geen 6 weken kunnen concentreren’ racistisch geladen? Oh ja, absoluut wel. En dat aanklagen is niet het ‘verabsoluteren’ van racisme en spijkers op laag water zoeken. Net zomin als Femme de la Rue seksisme ‘verabsoluteerde’ en er daardoor voor zorgde dat ‘echt’ seksisme als onderwerp van tafel werd geveegd.

Bloeden uit duizend kleine sneetjes, hoorde ik onlangs Asha ten Broeke zeggen. Ze had het over hoe mannen en vrouwen voortdurend blootgesteld worden aan alle mogelijke stereotiepe voorstellingen van hoe ze zouden moeten zijn, wat ze wel of niet kunnen, waar ze voor deugen en waarvoor net niet. En hoe dat daadwerkelijk een verschil maakt in je leven.

Eén Marokkanenmop kan grappig zijn, maar komt nooit alleen. Ted Bwatu is Antwerpen niet ontvlucht omdat hij 1 enkele negermop van Alex Agnew moest verduren. Maar het was wel één van de vele druppels die de emmer lieten overlopen. En hoe welkom denk je dat iemand met een migratie-achtergrond zich dan voelt zoals dat dan zo mooi heet als hij voortdurend in het stereotiepe cliché van ‘ongeconcentreerd’ wordt geduwd. Niet die ene keer in een krant door een columnist die gedurfd wil zijn en er plezier in schept tegen al te politiek correcte schenen te schoppen (dat komt er gewoon bij hoor), maar elke dag van de week wel op de één of andere manier. De woning die net verhuurd is als jij belt. De dancing die net vol is als jij toekomt. De job die je op het lijf is geschreven maar waarvoor je toch weer niet in aanmerking komt. De onverholen verbazing over het goede Nederlands dat je spreekt.

Racisme is niet enkel ‘echt’ op het moment dat je in een wit pak kruisen verbrandt op de parking van De Morgen, zoals je vorige week al grappend op Twitter schreef. Het is niet enkel ‘ernstig’ op het moment dat mensen afgeknald worden omdat ze de verkeerde kleur of godsdienst hebben. Racisme kent veel gedaantes, vormen en gradaties. Je zegt dat  het keurslijf van afgedwongen eenheidsdenken over racisme jou en je krant niet past. Fair enough, maar in één en dezelfde adem eis je wel dat anderen – die zowel groot racisme als al te banale discriminatie dagelijks aan den lijve ondervinden – jouw visie op wat racisme nu echt en werkelijk is onderschrijven , want anders. (Ja, wat anders eigenlijk?)

We kunnen blijven discussiëren tot we een ons wegen, dus ik laat het hier maar bij. Voor ik je een prettige verderzetting van het weekend wens nog 2 tips: in The Guardian verscheen eerder deze week een uitstekend en onderbouwd artikel over waarom Afrikaanse teams onderpresteren. Aan een gebrek aan concentratie leek het in elk geval niet te liggen. En ten tweede: het is niet omdat het kantoor van de CEO dicht bij de receptie ligt, dat hij (meestal is het een hij) daarom een receptionist is. Iemand die dagelijks meerdere pagina’s in de krant volschrijft is geen columnist, maar een volwaardig lid van de redactie, ook als hij Hans Vandeweghe heet.

Advertenties

Read Full Post »

De zijlijn.

Geamuseerd sta ik aan de zijlijn. Niet om instructies uit te delen (ben je gek?), wel om te gniffelen met het schouwspel dat zich in de arena afspeelt en me tegelijkertijd te verwonderen over het gedrag van de hordes supporters op de tribunes. De koele kinderen met hun broek vol swag die zich anders nooit buiten wagen zonder de kapmantel van de ironie beschermend om de schouders geslagen laten zich volledig gaan. Nu mag het, nu mag de adrenaline vrijuit stromen en mag de passie eindelijk van de ketting. Het eeuwige schouderophalen (kan het mij wat schelen vraag ik je?) wordt vervangen door gebalde knuistjes in de lucht.

Week na week wordt bijna geruisloos de opdracht van informateur De Wever verlengd. Er wordt wel wat over geschreven, maar echte aandacht vangt het allemaal niet. Misschien moeten we verkiezingen telkens rond een uitbarsting van brood en spelen organiseren, dan zijn we tenminste verlost van politici die zich schwalbegewijs (en dus in de hoop een tegenstander een gele kaart te bezorgen) met veel theater druk maken om niets. Nu het alziende Saurons-oog van de media ander vertier verslaat is er misschien een kans op iets dat op visie lijkt in het beleid te smokkelen. (Ik ben naïef, ik weet het).

Ik ging naar de dokter en weet je wat hij zei? Weet je wat hij zei? Hij zei dat hij het ook niet wist en dat ik rusten moest. En ademen, maar niet te snel. Maar opgewonden ben ik wel. (Vorige week kreeg ik bericht dat een verhaal dat ik instuurde voor de kortverhalenwedstrijd uitgeschreven door de krant ‘Brussel Deze Week’ bij de 8 laureaten zit en dus ergens deze zomer gepubliceerd wordt. Volgende week valt het officiële verdict met een prijsuitreiking en ik hoop dat Marc Didden er zal zijn met wie ik natuurlijk niet op de foto zal durven. Ben je gek? Laat die mens toch met rust, en daarbij: hij heeft wel wat anders te doen).

Omdat ik nog altijd leef alsof ik hier eeuwig zal zijn (ondertussen begint het besef binnen te sluipen dat ik waarschijnlijk al over de helft zit en ik mij dus beter wat zou haasten, maar daar komt vooralsnog niet veel van in huis) loop ik qua literatuur en films bijna een goed decennium achter. Zo komt het dat ik pas enkele weken geleden de in mijn ogen uitstekende prent ‘A Winter’s Bone’ zag. Sterke vertolkingen, zeer sfeervolle fotografie en een goed verhaal. Het is zo’n film waarin veel gezwegen wordt en die deels lijkt opgebouwd uit losse fragmenten waarvan het niet altijd onmiddellijk duidelijk is welke plaats die in het verhaal innemen. Je moet er wel even je hoofd bij houden dus. Ik hou daar wel van, van dat lichtjes dwingende karakter van een film of een boek waarin alles belangrijk is zodat je aandacht volledig wordt opgeëist. De setting van het verhaal deed me denken aan Tartt’s The Little Friend, aka de meest gehate roman van het Westelijk halfrond of zoiets. In tegenstelling tot de rest van de wereld heb ik dat boek jaren geleden wel graag gelezen, en de broeierige sfeer ervan blijft me tot vandaag bij. Er zijn een aantal sleutelscènes die ik me nog altijd haarscherp herinner. Ter vergelijking: een paar weken geleden las ik Barnes ‘A sense of an ending’ en ik moet al diep in mijn geheugen graven wil ik mij nog het verhaal voor de geest halen.

Weet je wat ik ook grappig vond? De zoveelste poging tot vadermoord van Peter Casteels op Joël De Ceulaer. De laatste schreef een boek getiteld ‘Gooi God Niet Weg’ en Casteels schoot in (uit?) zijn atheïstische krammen op zijn blog. Ik Heb Altijd Gelijk is de redelijk pompeuze titel ervan, en als kritische Freudiaan met een hekel postmoderne ironie zal ik Peter natuurlijk nooit geloven als hij mij zal willen overtuigen van het postmoderne ironische gehalte van dat label. In zijn boek probeert De Ceulaer te doorgronden waarom pakweg 3/4de van de wereldbevolking nood heeft aan een godsbeeld. Casteels’ steen des aanstoots is de manier waarop De Ceulaer geen heil ziet in kunst als manier om de mensheid naar een hoger kennisniveau te tillen. Om het ongelijk van Joël te bewijzen komt Peter aandraven met het feit dat hij van een reeks als The Wire veel geleerd heeft over het drugsmilieu van Baltimore en de  werking van de politie aldaar. Jaja, dat is natuurlijk wereldse kennis waar een jonge kerel uit wat is het? Antwerpen? iets aan heeft. Voor wie kennis op wil doen over het misdaadmilieu in Halle en omstreken kan ik kunst aanraden in de vorm van Witse, en van Hubert Damen kunnen we collectief leren wat politiecommisarissen op leeftijd drijft.

Moeha.

Read Full Post »

Dat je je abonnement op een krant opzegt door middel van een open brief, het is een beetje pathetisch. Maar nu ‘Thuis’ er voor een maand of drie mee is opgehouden zijn mensen vast op zoek naar een nieuwe portie dagelijks drama. Daarbij, een groot deel van de media drijft op de cyclus van relletje schoppen – reageren – tegengas geven en de volgende dag helemaal opnieuw beginnen. De Griekse tragedies zijn niets tegen de Dramatische Titels met veel Uitroeptekens!!! waarmee de consument gelokt moet worden. Steekvlamjournalistiek en steekvlampolitiek lijken verwikkeld in een eeuwigdurend kat-en-muisspelletje, waarbij de één de ander achternaloopt tot plots – om een onbekende reden – de muziek verandert van toonaard en de rollen weer worden omgekeerd. Het riedeltje fantaseert u er vast zelf bij.

Maar goed, mijn eigen pathetische afscheidsbrief dus.

Hoe raar het ook mag klinken in deze zoutloze tijden, toen De Morgen bij ons thuis binnenkwam betekende dat nog iets. Een onbeschaamd linkse gazet die mijn vader trots op tafel zwierde ’s morgens aan de ontbijttafel. De Morgen lezen was niet minder dan een statement, en het lief waar ik mee aanhield tijdens mijn jaren aan de universiteit kon levendig vertellen over de collectebussen waar hij enkele jaren daarvoor mee geschud had om de krant van het faillissement te redden. Zonder al te nostalgisch te worden: het waren tijden waarin mensen nog op onironische wijze geëngageerd waren en zich oprecht identificeerden met wat ze Waar en Juist vonden. Toegift aan de meer cynische lezers: het is waar dat al dat engagement niet buitensporig veel heeft opgeleverd, maar dat is dan weer een ander verhaal.

Soit, we wijken af en dat is niet de bedoeling. Kort en krachtig moeten we zijn, de lezer blijft niet hangen bij zoveel goedkoop sentiment. Ook toen ik het huis uit was ben ik De Morgen blijven lezen. Niet dat ik zelf altijd een abonnement had, maar er was altijd wel iemand die ik kende of een huisgenoot die dat wel had. Of we namen collectief een abonnement of ik kocht losse nummers. Om maar te zeggen: De Morgen is gelijk een oud lief van mij. De laatste jaren zagen we elkaar vooral online en in het weekend, maar toch. Al was de liefde na al die jaren wat bekoeld, er bleef er toch een zekere genegenheid. De herkenning van de letterzetting bijvoorbeeld, die me lang noopte tot de uitspraak dat De Standaard vooral een saaie krant was.

Maar er waren ook ergernissen, zeker de laatste tijd. Niet alleen omwille van dat papierverspillende magazine dat uiteindelijk enkel een vehikel is voor advertenties van laaifstaailgedoe (adverteren doet leven, ik begreep dat) maar vooral door de racistische blunders. De gorilla-Obamafoto’s waarop een halfslachtig excuus volgde. We hadden het collectief niet begrepen. De zin die stelde dat de redactie van De Morgen dacht dat ‘racisme is deze tijden en in deze maatschappij’ helemaal niet meer aanvaard was en hen dus deed besluiten dat die ‘satire’ wel zou passeren zindert nog na. Ik kon er niet bij hoe wereldvreemd, hoe afgesloten van de echte wereld zo’n redactie dan wel niet moest zijn. Maar goed, zoals je een lief ook niet buitengooit omdat hij met een ander kustte, zo legde ik me neer bij dat sorry, not so sorry editoriaal. Omdat ik dacht dat de les geleerd was, en we met een schone lei terug van start konden.

Dit weekend was het opnieuw prijs: badinerend geneuzel over hoe ‘neger’ echt niet beledigend is op basis van etymologie (geeuw, die hadden we nog niet gehad). De hoofdvogel werd afgeschoten door sportjournalist Hans Vandeweghe. ‘Afrikanen, ach, die kunnen zich niet gedurende zes weken concentreren. Dat is statistisch en empirisch bewezen’. U denkt dat ik parafreer en overdrijf? Nope. In 2014 wordt dergelijke puur racistische nonsens nog altijd afgedrukt en verspreid.

En het spijt me: maar voor dat soort gore toogpraat wil ik niet betalen. Het kruipt me op dit moment zelfs onder mijn vel dat ik door middel van mijn lopende abonnement zelfs een klein deel heb bijgedragen aan de vergoeding van iemand die zulke prietpraat vertelt. Ik krijg het ook niet in mijn kop gestoken dat de redactie zo’n dingen laat passeren en al helemaal niet in het licht van de faux-pas van de afgelopen maanden.

Tijd voor iets anders dus. Blendle bijvoorbeeld, dat wil ik wel eens proberen.

En voor wie er nog aan twijfelt: neen, De Morgen en ik, we zijn niet als goede vrienden uit elkaar gegaan.

 

Read Full Post »