Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for april, 2012

Daadkracht voor Dummies.

Ok, ok, het is al goed. Ik ben niet de enige prutser in dit land of deze stad. ‘Wij zijn met velen’, vertrouwde een collega-prutser me toe. Wij, de hopeloze uitstellers, de laatkomers, de vergeetkoppen, de rommeligen van geest. Wij, die liggen laten wat opgeruimd en aangepakt moet. Wij, die ja zeggen en nee bedoelen. Wij, die goed van bedoeling zijn maar over weinig karakter beschikken en na al die jaren nog altijd durven geloven dat ‘eventjes’ echt ‘eventjes’ is. Dat eentje geen kwaad kan, of dat we deze keer op tijd in bed zullen liggen. Dat morgen – echt waar – de dag wordt waarop het stof zal worden weggeveegd, de matten uitgeklopt, de rekeningen betaald, de brieven geschreven én gepost.

Magisch morgen, ontsnappingsroute naar ooit en nooit. Dag die nooit of nimmer komt. Morgen is immer altijd op de vlucht voor vandaag, de dag die we gebruiken om te vullen met nutteloze activiteiten, lege overpeinzingen en de doodgewone leeghangerij die onze levensmissie lijkt te zijn.

‘Maar doe daar toch gewoon iets aan’, is de voor de hand liggende opwerping van de niet-prutsers en de ex-prutsers. Zijn er niet genoeg methodes, lijstjes, boeken of apps voorhanden misschien om er voor te zorgen dat je niets meer hoeft te vergeten, uit te stellen en over het hoofd te zien? En denk toch eens dat aan dat heerlijke gevoel van trots en voldoening op het moment dat een mens overvalt na het volbrengen van allerlei vervelende klusjes en uitgestelde karweitjes. En hoeveel handiger en praktischer is het leven wel niet als je leeft volgens lijstjes en afspraken en volgehouden planningen of weekmenu’s?

Volgens de wetten van de redelijkheid en het gezond verstand hebben die mensen gelijk natuurlijk. Maar het lukt me niet. Ik kan het niet anders zeggen, ik kan het niet meer verstoppen, ik kan het niet langer ontkennen. Ik kan niet anders dan volstrekt schuldig pleiten, zonder dat ik de luxe van verzachtende omstandigheden kan inroepen.

De eerste stap, beste prutsers, is gewoon toegeven dat je een prutser bent. Omhels je cryptoprutser alsof het een innerlijk kind was. (Nu heb ik een hekel aan innerlijke kinderen, omdat die nogal de gewoonte hebben om volwassen etters te maskeren, maar jullie begrijpen vast wat ik bedoel). Stop met doen alsof je ooit wel georganiseerd en geregeld zult kunnen leven.

De tweede stap is op zoek gaan naar een methode om het werkbaar te maken. Ik zeg wel: werkbaar. Prutsers moeten ook niet te veel willen natuurlijk. Zo ken ik iemand die de puinhoop van zijn administratie overzichtelijk houdt door ze mee te nemen naar zijn werk en alles te behandelen als was het een professioneel dossier. Met een grijs gemarmerde klasseur waarop met alcoholstift slordig staat ‘Person. Admin.’ Het lukt niet altijd om de inkomende brieven, facturen en aanmaningen op tijd op mee te nemen naar het werk natuurlijk, maar het is een systeem dat hem uit de problemen houdt.

Zelf heb ik nogal baat bij iemand die me aan mijn oren trekt. Die me weken voor datum begint te mailen met de aankondiging dat deze of gene administratieve klus er zit aan te komen. Waarop mijn antwoord steevast is dat ik dat wel weet. En dat ik het wel zal doen. Dat hij wel nog zal verschieten als het werk deze keer op tijd binnen zal zijn. (Haha, that will be the day).  Komt de deadline dichterbij, dan worden de mails veelvuldiger, de toon dwingender. En dan komt er een moment dat ik geen excuses meer kan verzinnen en ik me aan het werk zet en zuchtend doe wat van mij wordt verwacht.

Wat mij ook helpt is de openbaarheid opzoeken. Madame hier wil een boek schrijven? Wel, vertel het aan zoveel mogelijk mensen dat je er mee bezig bent. Zet het op je blog. Zeg het aan je collega’s, je vrienden en je dode bomma. Gemiddeld twee keer per dag krijg je dan de vraag hoe het met dat meesterwerk in spe is gesteld. Wie dan een beetje eergevoel heeft, die zou ’s nachts beginnen opstaan om eens iets anders te kunnen zeggen dan dat je aan je tweede hoofdstuk bezig bent.

En as u mij nu wil excuseren? Ik moet gaan trainen voor die 10 kilometer op 20 mei.

Read Full Post »

Ik beken.

Ik zal maar direct bekennen dat ik een prutser ben. Een amateur die zich in hult in de vermomming van de professioneel. Veel te rap content. Ik hoor het mijn vader nog zeggen, talloze keren. ‘Gij zijt veel te rap content met uzelf!’. Soms gebruikte hij de vermanende variant ‘ge moet zo rap content niet zijn’. Mijn vader is natuurlijk nog van de generatie ‘Altius, Fortius, Citius’. Content zijn met jezelf zat er voor zijn leeftijdsgenoten niet in, integendeel.

Mijn moeder was niet veel beter. Voor mijn 15de verjaardag of zo kreeg ik van haar een ex libris cadeau met daarop de niet mis te verstande zinsnede ‘Plus Est En Vous’. En nu gij! Niet dat de reprimandes van mijn vader of de subtiele hints van mijn moeder veel hebben geholpen. Ik bleef me verder over de sloot hakken doorheen mijn humaniora. Leraren voelden zich persoonlijk beledigd door mijn ostentatieve desinteresse in hun vakgebied. Mijnheer Facon die fysica gaf heb ik blijkbaar ooit ongelooflijk geschoffeerd door op het examen met Kerstmis 98% te halen, terwijl hij mij op het volgende rapport een magere 3/10 moest geven. Ik ben er zeker van dat mijn leraar Latijn, mijnheer Nelis me een paar examens persoonlijk naar de 50% heeft geloodst omdat hij nog met mijn moeder had gestudeerd (en een beetje bang van haar was).

Aan de universiteit van hetzelfde laken een broek. Op een bepaald moment wist ik dat het mogelijk was om weken aan een stuk te brossen. In plaats van naar de les te gaan verdeed ik mijn tijd en mijn geld op café of las ik Kafka voor aan fragiele jongens die dat nooit meer te boven zijn gekomen. Vlak voor de Paasvakantie wrong ik een deel seuten van mijn jaar de arm om zodat ze mij hun onberispelijke nota’s leenden. Meestal was ik er nog door in eerste zit ook. En ik content natuurlijk.

De laatste jaren ben ik mijn innerlijke prutser meer en meer beginnen accepteren. Ja, ik kan uitstellen en tijd verliezen als geen ander. Ik kan mij voornemen om vanalles te doen om dan vier dagen verder te constateren dat er niets, maar dan ook niets van in huis is gekomen. Als ik min of meer mijn weg terug vind in mijn kamer is het ook goed. Nee, ik zal nooit het grote administratiewonder van dit tijdvak worden. Ja, ik weet dat ge beter uw boetes en uw rekeningen op tijd betaalt omdat ge anders aanmaningskosten moet betalen. Nee, ik betaal ze nog altijd niet op tijd, tenzij ge mij een domiciliëring aan mijn been kunt lappen. Er zijn waarschijnlijk videotheken in dit land die door mij hun faillissement hebben moeten aanvragen. Uit bibliotheken ben ik geband. Ik heb er meer dan een jaar over gedaan om een bewonerskaart voor mijn auto aan te vragen. Dat heeft me ettelijke retributieticketjes opgeleverd van 25 € wegens het niet betalen van een parkeerticket. Soit, ik ga stoppen voor ik helemaal slecht word.

Dus ja, ik sta nu moedig recht bij de vergadering van de Anonieme Prutsers en ik zeg: mijn naam is Wendy, en ik ben een prutser. (Applaus).

Read Full Post »

Ik heb een aan/uit knop. Het ene moment loop ik warm voor iets, om er het volgende zonder verpinken de brui aan te geven. Het is nu al van oktober geleden dat ik nog eens naar de yoga ging, terwijl ik er vorig jaar toch in slaagde om twee tot drie keer in de week te gaan. En nu zou er een hele uitleg kunnen volgen over hoe ik op reis vertrok en terugkwam en tijd die er niet was, maar dat zijn uiteindelijk allemaal maar excuses. De keiharde bottom line is dat ik sinds oktober niet meer ben gegaan.

En dus zat ik hier vadsig te wezen in de zetel, of propte ik op café alle nootjes en chipsvarianten die op tafel gezet werden in mijn mond, ondertussen gulzig slurpend van een glas bier of wijn. En tussen al dat schransen door dacht ik wel eens ‘ik zou terug wat moeten bewegen voor ik helemaal transformeer in een hele hoop blubber’. Of ik vatte het plan op om op een mooie dag, als ik eens zou beschikken over een goede fiets eens helemaal naar het werk te rijden 30 kilometer verder.

Enfin, op een gegeven moment legde ik nog eens bijzonder veel initiatief aan de dag. Het resultaat? Een gratis paar goede loopschoenen, een gratis conditietest met prikjes in mijn oor en op maat gemaakte trainingsschema’s. Voorwaarde is wel dat ik mee doe aan de stadsloop in Gent op 20 mei. Nooit van mezelf gedacht dat ik mij ooit zou bewegen tussen een horde loopgekken die nodig moeten tonen hoe gezond ze op hun oude dag wel zijn, maar het zit er dus wel aan te komen. Maar ik heb dat nodig, zo’n concreet doel. Anders haalt mijn luie natuur het steeds van mijn intenties. Als de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens, kan ik met die van mij een viervaksbaan aanleggen. Als het de blessuregoden belieft, zal ik op 20 mei dus 10 km door Gent tjaffelen in het gezelschap van zo’n 6.000 andere monomanen.

Deze week ben ik al twee keer gaan lopen, geheel volgens het mij opgelegde schema. Ik mag niet snel lopen, en op dit moment eigenlijk ook niet zo lang. Waar ik vooral op moet letten is dat mijn hartslag onder de151 blijft, zodat ik mijn vet aanspreek tijdens de inspanning (en niet mijn suikers). Wat me het leven makkelijk maakt is dat ik langs de Leie woon, niet zo ver van de Blaarmeersen. Ik moet dus mijn voordeur maar opentrekken en beginnen lopen langs een bijzonder pittoresk baantje.

Ik kan daar zo van genieten eigenlijk. Voelen dat je in het goede ritme zit. Het geluid van je voeten op de grond, het zweet in de palmen van je handen. Hoe je haar op en neer deint, de blikken van verstandhouding die je uitwisselt met collega-sporters. Vandaag zag ik een reiger zitten op de oever. Kalm en roerloos liet ze (hij?) de ochtenddrukte aan zich voorbij gaan. Drie dikke duiven in het gras waggelen weg als ze mij in de gaten krijgen. Een brutale kauw wijkt geen millimeter. De zon warmt mijn hoofd, en op de terugweg zie ik Gent vredig liggen in de mist.

 

Read Full Post »