Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Gezondheid’ Category

Moe

Ik ben moe. Mijn haar is moe, mijn mond is moe en mijn ogen vallen toe. Mijn nek is moe van mijn hoofd te dragen. Mijn armen zijn moe van het tillen, mijn benen zijn moe en slepen zich voort. Mijn buik is moe en rammelt maar wat.

 De plant is moe, het licht is moe en laat het duister te voorschijn sluipen uit de kieren en de gaten van het huis. De trap is moe en kreunt en kraakt en jammert onder het gewicht van lamlendige lichamen die zich naar boven toe slepen. Zuchten op een bed met metaalmoeë pootjes en een doorgelegen matras. De tafel is moe en de stoel is moe en slaapt de hele dag door. De zetel is moe en staart voor zich uit.

Het kind is moe en dreint en jengelt en zeurt. De minnaars zijn moe en sterven niet meer. De moeder is moe, meer moe dan ze ooit is geweest. De vader is moe, wat doet het ertoe? De opa’s en oma’s zijn moe. De sint is moe, de kerstman is moe en God is lang dood. De reiziger is moe en wil gewoon naar zijn huisje toe. De vluchteling is lang moe en gaat gewoon zitten. De poes is moe en snurkt op de vensterbank. De hond is moe en kwispelt niet meer. De koe is moe van het loeien.

De soep is moe en verzuurt in de pot. De melk is moe, het bier is moe en verschaald. De wijn is moe en doet zelfs geen moeite, de champagne blijft stil en verdwijnt. Het vlees is moe en verstorven. De kaas is zacht en bezweet. De groenten zijn moe en verslensen.
Alles zakt in, naar beneden, verdwijnt onder de grond en de aarde. Moe van het groeien, moe van het leven, moe van het draaien, het vliegen en het springen. Moe van het treinen en moe van de bussen, moe van auto’s overal. Moe van de tanker, de treiler, de loods op het water.

De wind is moe, de regen valt moe langs het keukenraam tot op de moeë stoep. De wolken zijn moe en laten zich zwaar hangen over het uitgestrekte vlakke land. De bomen zijn en vallen om. De wormen zijn moe en geven het op. De spinnen zijn moe net als de vliegen, de muggen en sprinkhanen. De bijen slapen, de kikkers zijn gestopt met kwaken. De padden liggen in de gracht en zijn het trekken moe.

 Het gras is moe, het zand is moe en de zee is moe van alle eb en alle vloed. De maan is moe en heeft het koud. De zon is moe van het schijnen. De sterren zijn moe en verdwijnen. De zomer is moe en de herfst is moe. De winter moet nog beginnen.

De wereld is moe en doet de boeken toe.

Advertenties

Read Full Post »

Mijn hoofd hangt achterover in de wasbak. Mijn ogen gesloten, ik voel hoe de leerling-kapster door mijn haren woelt. Met een onverwacht sterk West-Vlaamse tongval vroeg ze me daarstraks of ze de massagefunctie van mijn stoel mocht aanzetten. (Dat mocht). Traag wordt nu mijn rug gekneed door een onzichtbaar mechanisme onder het nepleer van de stoel waarop ik zit. Op hetzelfde ritme als het gekneed voel ik misselijkheid opkomen en terug wegebben. Ik denk aan La Nausée en de Engelse variant ervan, nauseous. Het is alsof ik het woord op mijn tong proef, met de vette sisklank in het midden. La Nausée. Van die woordcombinatie gaat dan weer een onbestemde dreiging uit, ietst groots dat een mens teneer drukt. Ik moet het in het Nederlands doen met misselijk, alsof het een vergissing is.

Hoofdpijn. Altijd hoofdpijn. Ik merk het pas als ik opsta en eens geen hoofdpijn heb. Virussen verschuilen zich in mijn bloed, ik voel me op en af ellendig. Ik kan niets denken en ik kan niets doen. Ik weet dat ik moet rusten. In mij ijsbeert de onrust als een leeuw in een kooi. Ik moet actief zijn, productief zijn, resultaten laten zien, niet in ijdelheid mijn dagen doorbrengen. Ik moet voortdoen, afwerken, schrijven, afwassen, dweilen, douchen, eten maken, lezen. Geld uitgeven.

Niets krijg ik gedaan, geen letter op papier. Nergens zin in, er blijft niet veel van mij over behalve woede en ergernis. De manier waarop wij behandeld worden, ons laten behandelen, zelf anderen behandelen. De kortzichtigheid, het eigenbelang, de lafheid, de principeloosheid. (Och zwijg toch. Altijd met dat zelfde gezaag).

De coiffeuse komt zelf mijn haar uitspoelen en merkt op dat ik veel haar verlies. Dat weet ik, en dat is altijd zo geweest maar haar observatie is goed wat milde paniek. Word ik kaal? Mijn haar is al zo dun. Is er iets aan te doen? Gelukkig heeft ze folders en pillen en shampoos, serums met geheimzinnige molecules die je haar dikker maken of het er toch zo laten uitzien. Uiteindelijk wint mijn aangeboren luiheid het toch en doe ik niets (behalve dan een namiddag driftig rondsurfen op zoek naar wetenschappelijk verantwoorde remedies. Eens ik begrijp dat die er zijn ben ik genoeg gerustgesteld en rust ik op mijn lauweren).

Later merk ik dat het kleuren niet zo goed gelukt is, een pluk grijs vooraan is grijs gebleven. Ach ja.

Ik ontwijk nieuws, kranten, tijdschriften omdat de inhoud mij deprimeert en quasi overal hetzelfde is. Radio verdraag ik nauwelijks nog, meestal Klara, een enkele keer Radio 1 maar dan enkel na het ochtendblok. Het is alsof ik allergisch ben geworden aan die hap-snap formats waarbij een onderwerp ten gronde behandeld moet worden in 10 minuten of minder. Soms vraag ik me af of ik gewoon in en dipje zit of er iets anders aan de hand is. (Er is niets anders aan de hand).

Er is kunst. Een boek dat je leest en dat altijd op merkwaardige wijze aansluit bij wat er in je leven speelt op dat moment.

Op zondagmorgen schuifel ik met zoveel anderen over het speciaal daarvoor donker gebeitste parket van het SMAK. Op zoek naar schoonheid en naar de troost die zij mag bieden. Er zijn dekens en verwrongen karkassen waarin je nog een half mens herkent. Het indrukwekkende paard dat ophangt in een grote ruimte en dat je zou willen strelen.

Er is angst, er is schaamte maar er is ook de belofte van tederheid en zorgen voor. (Misschien ben ik aan de beterhand).

WP_20141019_006

Read Full Post »

(Voorwoord: kun jij iets geestig schrijven over penissen, vroeg iemand bij De Morgen mij. Maar toen gebeurde er allemaal echt nieuws en raakt mijn stukje niet gepubliceerd. Bij deze dus). 

Peter Dowling, Australisch parlementslid nam een foto van zijn piemel, hangend in een glas rode wijn en stuurde deze door naar zijn minnares. Er achteraan kwam een grijzende foto van zichzelf, klaar om hetzelfde glas wijn op te drinken. De Londense brandweer moest in juli van dit jaar een publieke waarschuwing uitsturen om mannen te waarschuwen hun penis niet (ik herhaal: NIET!) in de broodrooster te steken. Ze hadden namelijk 1 keer te veel moeten uitrukken voor zo’n man die hem er nadien niet meer uit kreeg.

Heren van de schepping, ik vrees dat we toch eens moeten praten. Ik weet dat jullie het een beetje warm krijgen van dit soort aankondigingen, maar het is voor jullie eigen bestwil. En voor die van jullie kleine grote vriend. (Neen, hiermee wilde ik niet insinueren dat je een klein pietje hebt).

Soit, omdat het blijkbaar hard nodig is en uit liefde voor jullie favoriete orgaan een aantal tips. Toppolitici, lees vooral mee want de verkeerde penis op de verkeerde plaats op het verkeerde moment al vaker bloeiende carrières om zeep heeft geholpen. Ja, ik kijk naar u mijnheren Strauss-Kahn en Weiner!

Om te beginnen en nu we het er toch over hebben: zeep. En dan eerder te veel dan te weinig, en liever te vaak dan te zelden. Het is niet de bedoeling dat er een stalen schuurborstel aan te pas komt, maar wie zijn piemel op tijd en stond een liefdevolle wasbeurt geeft met water en zeep zal zijn kansen op copulatie of orale seks drastisch verhogen. Wie ooit de snikkel van die pizzajongen uit de ondeugende filmpjes bestudeerd heeft weet dat daar geen spikkeltje kopkaas te bespeuren valt. Aandacht voor persoonlijke hygiëne in de onderste regionen zorgt er ook voor dat er – op het moment dat je je zizi qui est dressé vers le ciel (comme le Tour Eiffel) de vrijheid geeft – geen walm uit je broek ontsnapt vergelijkbaar met de geur van een druk gebruikt urinoir na 10 dagen Gentse Feesten. Tenzij je partner olfactorisch gehandicapt is zul je je boeltje direct terug mogen inpakken, geloof me vrij.

Ten tweede en opnieuw aansluitend bij de tip hierboven: gebruik in geval van hoogdringendheid een urinoir of een toilet, tenzij je je ergens diep in het bos bevindt. Ik weet wel dat een penis een geweldig instrument is dat je dat dus werkelijk op elk moment van de dag kunt boven halen om wijdbeens tegen een voorwerp naar keuze te plassen, maar in de bewoonde wereld is het een dikke vette no-no. Je bent toch geen drie meer? En was je handen achteraf. Wie denk dat ik overdrijf: ik heb al mannen op klaarlichte dag en zonder aarzeling een plasje weten maken op een perron bijvoorbeeld.

Ten derde (en nu wordt het serieus): het is niet omdat een voorwerp over een gat of een opening beschikt dat het ok is om je piemel er in te steken. Hoe gênant is het niet om tijdens zomerse barbecues voorwerp te zijn van anekdotes die smakelijk verteld worden door verplegend personeel op spoeddiensten of brandweerlui? Een korte zoektocht doorheen het alwetende internet leert ons dat mannen met hun penis klem raken in stofzuigers, broodroosters, afvoerputjes, filters van zwembaden, kachels en speelgoedtreintjes. Er is een verder ongedokumenteerd verhaal over een man die vast zat in een kip. En dan zeggen ze dat vrouwen mysterieuze wezens zijn! De enige reden die ik kan bedenken om je eigen lul aan hoger vernoemde martelingen te onderwerpen is een soort oncontroleerbare masochistische dwang die sommige mannen blijkbaar af en toe overvalt, maar ik zou jullie aanraden om dan gespecialiseerde dienstverleners te bezoeken of één en ander met je partner te bespreken. Laat de mannen (m/v) van de brandweer en de verplegers op spoed doen wat ze moeten doen: mensenlevens redden en branden blussen, in plaats van vastzittende penissen te bevrijden.

En dan nog iets: de combinatie eten en euhm … menselijke worstjes is misschien goed voor grappige hoofdstukken in boeken van Philip Roth of Tom Lanoye die een jeugdig hoogtepunt bereiken in respectievelijk een rauwe lever en tussen twee verse koteletjes, maar dat is het dan ook zo wat. In de beslotenheid van de eigen slaapkamer of keuken kan het dan wel geestig zijn om te experimenteren met een hotdog en choco, confituur of slagroom (ik zou zelf sambal afraden), maar wie professioneel met eten bezig is: hou je broek toe aub! Google staat vol met verhalen van jonge ambitieuze mannen die hun carrière als broodjesbelegger bij Subway geknakt zagen omdat ze zo nodig trots foto’s van hun eigen Wiener tussen een stokbrood de wereld in moesten sturen.

Verder weten we dat jouw penis ongetwijfeld de mooiste/ grootste/ dikste/ langste etc ter wereld is. En dat je ongelooflijk trots bent op je genotsknots, klaar om de vrouwtjes eens alle hoeken van de kamer te laten verkennen. Maar toch deze goede raad, want sommigen vatten het blijkbaar echt niet: vrouwen zitten er niet (ik herhaal: NIET) op te wachten om tijdens de eerste twee minuten van een verkennend gesprek ongevraagd bestookt te worden met foto’s van je fiere instrument. Als je haar dan toch in cyberspace wil laten kennis maken met je grote Jan, vraag het haar dan. ‘Hey, ik ben Geert en wil je eens mijn penis zien?’

Vergeet niet dat het in deze tijden heel gemakkelijk is om achter het mailadres van je moeder te komen, aan wie we dat soort triomfantelijke foto’s kunnen doorsturen.

Ah, en voor de dames: als het internet beweert dat een teentje look in de vagina helpt tegen een schimmelinfectie, dan is het misschien verstandiger om gewoon naar de apotheker te stappen om een tube zalf. De lijst met voorwerpen die vrouwen inbrengen en zonder medische hulp niet meer verwijderd krijgen is zo mogelijk nog vreemder dan die van de verschillende soorten gaten waarin mannen hun penis in vastklemmen.

Read Full Post »

Moe was ik, moe van buiten en van binnen. Moe van lijf en leden. En zoveel te doen ondertussen. Niet kunnen uitslapen, is het niet omdat je je naar het werk moet slepen dan wel omdat je gewoon ’s morgens wakker bent. En de carrousel in je kop is ondertussen alweer vrolijk rondjes aan het draaien.

En hoofdpijn, dat ook wel. Ik zou het aan mijn moeder moeten vragen, maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat ik geboren ben met pijn in mijn hoofd. Een paar keer per jaar stralingshoofdpijn, doordat mijn nek vastzit. Opgehoopte spanning en de bovenste wervel die aan je schedelpan lijkt vastgeschroefd. Dan begeef ik me spoorslags naar mijn zus met haar gouden handen waarmee ze een kommetje vormt waarin ze mijn hoofd laat rusten. Dan zegt er iets ‘krak’ en is alles weer helemaal goed.

Op gewone dagen: vage hoofdpijn links of rechts of bovenaan. Ik ben het ondertussen zo gewoon dat ik er niet eens meer op let. Sinds een klein jaar is het erger. Op het ritme van mijn cyclus dient zich om de zoveel weken migraine aan. Mijn slapen geklemd tussen een onzichtbare tang, af en toe lichtschuw en een milde misselijkheid. Druk boven mijn oogkassen, alsof ik mij 10.000 mijlen onder zee bevind. Ik word er bleek van, en mijn ogen vernauwen. Mijn dochter ziet het al aan me. ‘Je hebt weer hoofdpijn, zeker?’, vraagt ze dan.   Op aanraden van mijn huisdokter neem ik Ibuprofen en sterke koffie, dat zou de aders in mijn hoofd terug moeten vernauwen. Of zoiets.

Het lukt wel overdag, maar ik moet mijn best doen en mij hard concentreren. Balanceren tussen mijn die draaglijk is en een beetje dwaas zijn door de pijnstillers. ’s Avonds moe en prikkelbaar en kwaad omdat ik niet veel anders meer kan doen dan in de zetel zitten en staren naar de televisie.

Ga toch naar een dokter, hoor ik u al mompelen. Wel ja, ik heb al een bril (helpt ietwat om mijn ene verziend oog wat te laten slabakken) en ik behelp me voor de rest wel met vrij verkrijgbare pijnstillers. Wie met hoofdpijn bij de dokter komt mag zich verwachten aan een zucht en de zin: ‘ja, dat kan vanalles zijn hé’. En ik heb op dit moment geen zin om in extenso mijn leven en mijn voedingspatroon onder de loupe te laten nemen in de hoop op binnen enkele maanden eventueel een miniem resultaat.

En nu: stoppen met zagen. Ik lijk wel zo’n angstige twintiger. Begrijp mij niet verkeerd, ik ben een vriend van de jeugd van tegenwoordig. Ik hou van branie en gespierde taal, van trappelen en de wereld willen veroveren. Mij zul je niet zo snel betrappen op vroeger was alles beter retoriek, want herinneringen zijn bedrieglijk. Ik ben blij met de snelheid van vandaag en de wereld die verandert. Niet dat ik pretendeer mee te zijn met wat zij als van hen beschouwen. Hun muziek, hun taal, hun gewoontes, hun kledij, hun haar. Het is van hen en ik kijk er naar als een buitenstaander. Dat maakt dat ik zie dat de buitenkant verschilt van hoe wij ooit waren, maar het werkelijke wezen blijft toch grotendeels hetzelfde. Ik zie dezelfde opwinding voor concerten of nieuw albums, dezelfde soort boysbandjes, dezelfde ‘wat weet gij daar nu van?’ – blik als die ik mijn eigen ouders toewierp. Ik zie meisjes nog altijd giechelen als toen en jongens die nog altijd onhandig zwijgen, de veel te groten handen in de zakken van hun jeans gepropt. Panta rhei, maar de rivier blijft wel de rivier.

Alleen, een paar maanden geleden was ik op de opening van kleine tentoonstelling waar jongmensen inspiratie voor kunst hadden moeten opdoen door te kijken naar een Rorschachvlekken. Er waren tekeningen, schilderijtjes, poëzie en zelfs iets op een computer. Er waren ijs- en ijskoude pintjes. Maar er was vooral veel angst. Elk werk sprak van verlamming en neuroses en ik durf niet. Van keuzestress en veel te veel vrijheid en chaos in het hoofd. Bang om te falen, bang om te slagen, bang van de wereld, bang van zichzelf, bang van succes, bang van zichzelf.

En toch stonden ze daar allemaal: met hun fijne jobs in trendy sectoren, met hun hippe kleren en hun nieuwe bril. Met hun fiere vaders en moeders of hun lief. Buiten meer volk dan binnen, want ja: roken.

Uiteindelijk durfden ze allemaal wel.

Read Full Post »

Deze week zei een jonge vrouw tegen me: ‘Mijn leven is één grote, latente paniekaanval’. Ik heb weet van andere jonge mensen die Xanax nemen om hun angsten de baas te kunnen. Het verbaast me telkens weer, omdat net zij alles binnen handbereik lijken te hebben. Ze zijn vaak hoog opgeleid, in het bezit van één of meerdere masters waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Daarnaast zijn ze quasi zonder uitzondering creatief; ze tekenen, schilderen, dansen, schrijven, dichten. Opgegroeid in het digitale tijdperk, smartphones altijd in de hand. Jobs in de media of marketing, of onderzoek aan een binnenlandse of buitenlandse universiteit. Het lijkt alsof het hen nergens aan ontbreekt, alsof ze alles hebben. En toch zijn ze in de greep van angsten en depressies.

Het is een publiek geheim dat wij Belgen in Europa koplopers in het gebruik van antidepressiva. Zelfmoord is in dit land de eerste doodsoorzaak bij mannen tussen 30 en 50 jaar en bij vrouwen tussen 20 en 40 jaar.

We doen aan preventie en sensibilisering als het gaat over doden in het verkeer, we zamelen massaal geld in om het onderzoek tegen kanker en HIV een duwtje in de rug te geven. Maar over de epidemie van angst, depressie, burn-out en andere veel voorkomende geestelijke problemen die jaarlijks vele slachtoffers eist zwijgen we in alle talen.

Ik vroeg aan de vrouw die haar leven beschreef als één lange patente paniekaanval wat ze zag als oorzaak van die onrust. ‘Denken dat je verschillende dingen tegelijk kan doen, en liefst tegelijkertijd. Noem het multitasking. Noem het leven in het nu.’, was haar antwoord.

Ik moest denken aan wat Paul Verhaeghe zegt in zijn boek ‘Identiteit’ dat vorig jaar verscheen, en waar hij – als één van de weinigen – de kat de bel durft aanbinden. Hij wijst op de grote paradox: onze samenleving is nog nooit zo veilig geweest als nu, en toch lijken we met zijn allen meer en meer in de ban van de angst. Angst om niet goed genoeg bevonden te worden, bang voor het oordeel van de ander.

Verhaeghe heeft het verder ook over wat hij de vernietigende invloed noemt van onze meritocratie. Het lijkt alsof succes in het leven enkel en alleen afhangt van een individuele keuze. Alsof sociale afkomst en het milieu waarin iemand opgroeit van geen tel meer zijn. Dat succes wordt dan ook nog eens in de eerste plaats afgemeten aan geld en de sociale status die iemand bereikt. Met welke auto men rijdt, of we het laatste nieuwe model telefoon hebben, welke reizen we maken en of er ‘manager’ op ons visitekaartje staat. Onze kinderen moeten hippe hobby’s beoefenen en hoogbegaafd zijn. Geen wonder dat de één na de ander afhaakt in deze doldwaze wedloop naar meer geld en meer succes, al dan niet onder invloed van een uitgeputte geest in een even uitgeput lichaam.

Praten doen we er niet of nauwelijks over. Weet u wie van uw vrienden, kennissen of collega’s pillen slikt om overeind te blijven? Wie van hen elke week bij de therapeut op sofa zijn hart en ziel uitstort en poogt om in deze gefragmenteerde wereld waar ‘echt’ contact zeldzaam is terug zijn of haar plaats te vinden? Waarschijnlijk niet, want op een enkeling na wil men met zijn of haar angsten of depressie niet te koop lopen. Het is nog altijd een teken van zwakte in de ogen van velen.

Wanneer komen we eindelijk op voor meer geld en dus hulp voor hen die lijden? Wanneer vinden we het eindelijk genoeg en zorgen we voor breed opgezette preventie- en sensibiliseringscampagnes om vroegtijdig signalen op te vangen en het aantal zelfmoorden terug te dringen?

Hoe lang zullen we nog morsen met het talent van jonge mensen die deze maalstroom niet langer aan kunnen?

In De Standaard: Trots op de gym, beschaamd om de therapeut.

Via Tales from the Crib (blog) – Beside the Ditch (blog)

Paul Verhaeghe over ‘Identiteit’ in NRC.

Read Full Post »

Het gebeurt dat ik op een vrij moment achteloos doorheen de profielen van mijn facebookvrienden struin. Mensen die ik al jaren ken en waar ik vele herinneringen mee deel. Vrienden en familieleden waarmee ik samen op reis ben gegaan, feest mee heb gevierd, plaatsen heb bezocht. Ik bekijk dan hun fotoalbums, soms van jaren geleden. Die digitale fotografie, dat is nogal een uitvinding hé mijnheer!

Onvermijdelijk stoot ik dan op foto’s van mezelf. Een familiefeest in de tuin onder de zon, het glas geheven in een toost die duurt tot in de eeuwigheid. Vakantie met vrienden in Frankrijk, we kijken blij in de camera. Foto’s van barbecues en uitstapjes, fuiven en trouwfeesten. Foto’s genomen in verre landen, en ik ben bruin als caramel. Een andere waar ik straal onder een paraplu. Mijn dochter en ik, gevangen in een omhelzing.

En telkens weer denk ik bij het zien ervan: ben ik dit werkelijk? Zag ik er echt zo uit? Vol leven en goesting, slank, mooi. Het is dat het bewijs mij zo duidelijk op mijn scherm tegemoet komt, want anders had ik het nooit geloofd. Ik kan me namelijk geen enkel moment in mijn leven voor de geest halen dat ik mij ervan bewust was dat dat lijf van mij eigenlijk best ok was. Ik had er altijd wel wat op aan te merken. Mijn kont was te dik en mijn buik te slap. Er zaten putten in mijn billen en mijn knieën waren veel te knokig. Geen mens die het uit mijn hoofd kon praten. Het is pas de afstand die de tijd creëert die mij vrede laat nemen met dat lijf van me.

En ook vandaag zit ik verwikkeld in een lijfstrijd, alsof het zich ooit zou laten temmen. Gelukkig was daar het moment van de goede voornemens, en ik ben blijmoedig op de kar gesprongen. Om de overvloed van de feestdagen uit mijn lijf te spoelen heb ik mijzelf op een alcoholvrije maand getrakteerd. Mijn vrienden en kennissen keken raar op, toen ik hen deelgenoot maakte van die vrijwillige zelfkastijding. Meewarige blikken, en een enkeling barstte zelfs spontaan in lachen uit. Alsof ik hem een geweldige grap had verteld. Het zegt waarschijnlijk iets over mijn reputatie.

Voor u mij bezorgd het nummer van de lokale A.A. bezorgt, ik heb het niet over mijn reputatie van drankorgel. Eerder doel ik op mijn voorgeschiedenis van 12 stielen en 13 ongelukken, van het spoor aan half afgewerkte projecten en plannen dat ik achter laat. Deze keer schijnt het wel te lukken, dankzij een goede voorbereiding en veel supporters aan de zijlijn. Het zou ook kunnen dat het ligt aan het realistische en concrete doel dat ik mij heb gesteld: 30 dagen helemaal geen alcohol, daarna enkel nog tijdens het weekend of bij speciale gelegenheden.

Ik ken mezelf kleine beloninkjes toe: lekkere drankjes zoals Bionade na een hele dag water en thee. Een fijn stukje chocolade na een wandeling in de sneeuw. En mocht het ooit een dag toch mislopen, dan heb ik met mezelf afgesproken dat ik dan de dag erna met verse moed opnieuw begin. Liever struikelen en recht krabbelen dan te struikelen en dan kwaad te zijn op mezelf dat ik viel.

Het is alsof ik langzaam maar zeker vrede kan sluiten met mijzelf. Alsof ik besef dat ik ook de foto’s die ik vandaag met een lichte afschuw bekijk binnen enkele jaren met een milde blik zal omarmen.

Read Full Post »

Bloednuchter.

Dus ja, het is nu al meer dan een week geleden dat ik nog een druppel alcohol heb aangeraakt. Oké, ik reken dat ene flesje bruin bier dat ik gebruikte om vorige week zaterdag een mals en sappig varkenshaasje in te stoven er niet bij. Maar verder: geen enkele keer over de schreef gegaan.

En eerlijk? Het kost me niet eens moeite. Ach, er zijn natuurlijk momenten waarop ik denk: nu zou een glas wijn me wel smaken. Verder dan dat gaat het niet, heroïsche gevechten met mijzelf heb ik nog niet moeten voeren. Langs de andere kant: de voordelen die me werden beloofd zijn ook uitgebleven. Ik heb nog regelmatig hoofdpijn en op die reflux die me nu al maanden teistert heeft mijn geheelonthouding absoluut geen invloed. Het lijkt zelfs lichtjes erger geworden, maar het kan ook zijn dat ik het gewoon beter voel. Ik heb nog altijd te veel behoefte aan slaap.

Niet dat ik nu de behoefte heb aan opgeven, verre van. Ik zit nog niet  als een dorstige ziel in de woestijn te snakken naar mijn eerste glas bier, de maand zal snel genoeg voorbij zijn. In het najaar, na de uitspattingen van de zomer en voor de nieuwe ronde eindejaarsfeesten, heb ik ondertussen al een nieuwe alcoholvrije maand ingepland.

De enige afknapper deze week was de quizavond van vorige maandag. Bij een caféquiz hoort een pint of een glas wijn, veel meer valt daar niet over te zeggen. Bionade, allemaal goed en wel, maar als je dat een hele avond moet drinken valt dat toch wat tegen.

 

Read Full Post »

Older Posts »