Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for mei, 2012

Een aanbeveling.

Ik ben geen grote liefhebber van huis- tuin- en keukenblogs. Voilà, ik heb het gezegd. Pas op, niets tegen de mensen die ze schrijven hé, maar ik ben wel zo egoïstisch dat ik compleet niet geïnteresseerd ben in de consistentie, kleur, geur en regelmaat van de stoelgang van andermans kinderen. Die desinteresse strekt zich ook uit over blogs die het voornamelijk hebben over zwangerschappen, verbouwingen of handwerkjes. Opnieuw: het zou goed kunnen zijn dat ik in ’t echt goed overeen zou komen met de dames in kwestie (het zijn toch meestal vrouwen die op die manier bloggen), maar hoe ik ook mijn best doe: het boeit me allemaal voor geen ene centimeter. Ik ben legendarisch onhandig, en zelfs in de lagere school stonden de lessen knutselen, breien of haken voor mij gelijk aan eindeloze verveling. Geen haar op mijn hoofd dat zelfs maar overweegt om naald en draad ter hand te nemen om mee te surfen op de nieuwe naai-, haak en breitrends. Uit Kringloopwinkels en van rommelmarkten blijf ik liever weg, ik scoor mijn kleren wel in de één of andere goedkope kledingwinkel met labeltjes Made in China.

Het gebeurt wel eens dat ik enthousiast een blog begin te volgen waar allerlei persoonlijke perikelen uit de doeken gedaan worden (over het algemeen van relationele aard), maar op den duur begin ik toch te denken ‘hoe lang kan een mens naar zijn eigen navel staren’? En ja, ik weet wel dat blogs bijna per definitie van zeer persoonlijke aard zijn en dat die van mij daar geen uitzondering op is, maar het vermoeit me op den duur toch zo om weer iets te lezen over ‘het lief’ of net geen lief, en dat liefst met een overdaad aan bijvoeglijke naamwoorden en gezochte metaforen. En nog eens: waarschijnlijk zijn de schrijvers in het werkelijke leven allemaal wreed aangename types waar ik graag eens op café mee zou gaan.

Er zijn ook een handvol blogs die zeer graag lees en die mij na een jaar of langer blijven boeien. Niet dat ze allemaal zo regelmatig upgedate worden, maar ik ben toch altijd blij als er weer iets nieuw verschijnt.

Ten eerste: de überblog in Vlaanderen en omstreken, die van Michel Vuijlsteke. Ik vermoed dat ongeveer iedereen die Vlaamse blogs leest ook die van hem leest, en terecht. Toegegeven, de laatste posts over zijn verbouwingen, die heb ik met een half oog bekeken, maar er is niemand die

a/ zo productief is (quasi elke dag 1 of meerdere posts, en dat al jaren aan een stuk).

b/ over zoveel verschillende onderwerpen ongemeen boeiend weet te schrijven.

Serieus. De ene dag gaat het over zijn kinderen en de volgende dag heeft hij het met kennis van zaken over geekstuff. Ideale combinatie van persoonlijke zaken, technische shit, boeken, politiek, literatuur en nog ongeveer duizend andere dingen. De dag dat hij stopt met schrijven moet ik op zoek naar een nieuw ochtendritueel.

Het enige minpunt is dat ik nog altijd niet weet waar die ‘zog’ voor staat. Ik moet dan altijd denken aan een film die ik ook zag waarin ZOG stond voor Zionist Occupied Government, maar ik kan me niet voorstellen dat dat het is.

 

Ten tweede: ’t Vliegend Eiland. Als die blog nog een nobele onbekende is voor u (wat ik me haast niet kan voorstellen): haast u er heen. Tenminste, als u in de mood bent voor traag doordringende hersenkrakertjes en fijnzinnige verhaaltjes voor het slapengaan die u onrustige dromen beloven. Zelden iemand (?) zo trefzeker en glashelder la condition humaine weten neerzetten. Te consumeren in afgemeten doseringen wel!

Wie die blog schrijft weet ik niet. De frequentie van de updates doet me bijna aan een collectief van gelijkgestemden denken. Maar zeker  weten doe ik het niet en het kan me eerlijk gezegd ook weinig schelen. Zolang ’t Vliegend Eiland bestaat en de blogbaas aldaar zijn troepen in het gareel houdt ben ik content!

 

Ten derde: Radio Plasky. De gebroeders Plasky zijn niet altijd even lovend of vriendelijk voor de mens die iets doet ‘in de media’. Dat levert een mens in deze contreien al gauw het predikaat ‘verzuurd’ op, maar ik blijf mij gretig laven aan de in vitriool gedrenkte pen van deze heren.

’t Enige dat er scheelt is dat de gebroeders blijkbaar al van een redelijke leeftijd zijn en het niet altijd even nauw nemen met begrippen zoals arbeidsethiek en regelmaat, waardoor een mens soms wel weken aan een stuk op zijn honger blijft zitten!

 

Read Full Post »

The Loneliness of the Long Distance Runner is zo’n titel waar romantische zielen zoals ikzelf zich van alles bij voorstellen. (In dezelfde categorie ook ‘Al te luide eenzaamheid’ van Hrabal, maar dat is dan weer een volledig ander verhaal).

Het boek heb ik eigenlijk nog niet gelezen, maar ik herinner mij flarden van de film, en mijn vader die ik om uitleg vroeg. Het is een rare speling van het lot dat ik mij uit mijn vroege jeugdjaren op zijn minst 2 loopfilms herinner: voornoemde Loneliness of the Long Distance Runner en Chariots of Fire. Van allebei staan me aangrijpende scènes bij in zwart/wit. Voor jullie is dat misschien een banaal gegeven, voor mij is het dat net iets minder. Ik geloof dat ik al in het vijfde of zesde leerjaar zat toen er bij ons voor de eerste maal een televisietoestel binnenkwam. Waarschijnlijk gekregen, en het kwam er op aan om het geruis en de sneeuw van de échte beelden te onderscheiden. De enige zenders BRT1 en BRT2.

Ik heb op dat toestel afleveringen gezien van Oshin en ik heb mijn moeder de oren van de kop gezaagd om op een zondagnamiddag te mogen kijken naar een verfilming van het jeugdboek De Spoorwegkinderen dat ik toen erg graag had gelezen.

The Loneliness of the Long Distance Runner is een typisch Angry Young Men verhaal.  Een jonge kerel, lower class die op het slechte pad raakt. In de jeugdgevangenis begint hij te lopen om zijn eenzaamheid en zijn frustraties kwijt te raken. Zijn talent zou hem een enkeltje richting vrijheid kunnen opleveren, maar hij kiest ervoor een dikke middenvinger op te steken richting establishment.

Van Chariots of Fire herinner me de heroïek en mijn vader die daar sentimenteel op reageerde. Dat van dat overdreven emotioneel reageren is niet helemaal atypisch, het zit een beetje in onze familie vrees ik.

Het blijft intrigerend, die fascinatie voor mensen die op hun eentje een uur of langer lopen. Die afstanden afleggen, lopend, waar anderen voor op de fiets of in de auto springen. Ik hou ervan, van die zelfgekozen eenzaamheid. Ik heb het eigenlijk altijd graag gedaan, dat lopen op je eentje. Als prille tiener heb ik een paar jaar aan atletiek gedaan, duurlopen stonden regelmatig op programma. Op zondagmorgen een uur lopen in een vochtig bos. Je moet het gedaan hebben om er charme van te kunnen proeven.

Deze week heb ik het, in voorbereiding van deelname aan de stadsloop van volgende week zondag, nog eens geprobeerd. Ik wilde er zeker van zijn dat ik 10 kilometer zou kunnen lopen. Ik heb er uiteindelijk één uur en 17 minuten over gedaan. Ik weet wel dat dat betekent dat ik op dit moment nog een gemiddelde snelheid haal van iets meer dan 8 kilometer per uur, wijsneuzen, maar snelheid is op dit moment het minste van mijn zorgen.

Eigenlijk komt het er voor elke duurloop op neer dat je doorheen de eerste 15 minuten moet worstelen. Er komt in dat eerste deel altijd een moment waarop je denkt dat je het niet zult halen, dat je je voeten met moeite van de grond geheven krijgt. Dat gaat over. En dan wordt het heerlijk. Het lijkt alsof je lichaam zich in een natuurlijk, oeroud ritme bevindt waar het thuis hoort. Je ademt in, je ademt uit. Je zweeft tussen twee passen in en je zou zweren dat je een hinde was.

Read Full Post »

Het is nog maar onlangs dat ik bij mezelf dacht: ik mis je eigenlijk helemaal niet meer.  Ik vraag me wel nog af, van tijd tot tijd, hoe het met je is. Nog altijd hetzelfde zeker? Het lijkt alsof ik je nog altijd kan horen rondscharrelen als een groot insect in het halfduister van je nooit verluchte appartement. In de kieren tussen de parketplanken rijpt het vuil van jaren ver. Een uitgerafeld tapijt waar niets meer onder te schuiven valt. Het schaakbord waarop je je veldslagen wint en verliest. De gitaren waar je je vrouwen mee verleidt. De goedkope whisky waarmee je alles doorspoelt.

Die oude fauteuil, die je ooit redde van het groot huisvuil, zou die daar nog staan? Waar ik ooit in zat, mijn benen nonchalant over de leuning, een sigaret in de hand. Ik luisterde naar hoe jij jezelf hoorde praten. Veel handgezwaai en je begon al op voorhand te lachen om je eigen grapjes. Minutenlang kon je zo doorgaan. Een half uur, eens je op dreef raakte. Je verviel in tirades over alles. Over de baan van Pluto, de toestand van de economie, het gebrek aan naakte borsten op de stranden, de voordelen van vlees eten en waarom Herman Brusselmans het voordeel van de twijfel verdiende.

Er was weinig dat je kon doen ophouden, behalve dan de aanblik van een stuk been of borst. Dan kon je stokken, midden in een zin en begon je mij te kussen alsof het de eerste keer was.

Het is jaren geleden ondertussen. Tegen mij spreek je niet meer, en ik niet tegen jou.

Ik hoor dat je nog steeds de grote doorbraak najaagt. In dat hol van je slijp en polijst je. Ondertussen rook je zenuwachtig de zoveelste sigaret. Minstens 3 keer per jaar kondig je aan te zullen stoppen met roken. Het gaat niet meer, je wordt er ziek van. Je vloekt op die ene man die schijnbaar de macht heeft om je talent de pas af te snijden door je niet op de radio te draaien. Als een nijdige, jaloerse hond blaf je naar wie jong en succesvol is. Jij liet zoveel keer de trein passeren, te bang om in te schepen.

Maar je hebt iemand nodig die zorg voor je draagt en de weemoed uit je lakens schudt. Iemand die je laat knijpen in haar vel. Die je laat huilen aan haar borst, om alles van lang geleden. Iemand die jou graag ziet, zodat jij dat niet hoeft te doen.

Read Full Post »