Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2014

Met een spectaculair vuurwerk werden de spelen in Sotsji afgesloten. Ik heb er geen seconde naar gekeken, niet naar het vuurwerk, niet naar de rest. Nochtans, goede Spelen, dat is als een goed boek lezen. Spanning en intriges. Uitzinnige triomf bij de ene en hopeloos verdriet bij de andere. Echte emoties, niet van die plastieken brol die ons via realityformats in de maag gesplitst worden. (Reality TV is er voor diegenen die niets noemenswaardigs kunnen maar toch graag bekeken worden of willen compenseren voor een tekort aan aandacht tijdens de kindertijd. Op zoek naar 5 minuten van goedkope roem worden dwaze kunstjes opgevoerd en laat men zich al te graag manipuleren door een regisseur die wil scoren. Het is verachtelijk, walgelijk exhibitionisme. De mens als karikatuur van zichzelf, gereduceerd tot zijn laagste instincten en meest dierlijke impulsen. Woede, walging, angst).

Hoe verfijnd is de tragiek van de atleet die zich 4 jaar voorbereidt – in eenzaamheid en in alle stilte – op één moment, op één enkele race, en die zich gedisqualificeerd weet omdat hij van zijn baan afwijkt of 2 opeenvolgende valse starts veroorzaakt? Hoe verheven de heroïek van de gedoodverfde winnaar die in het zicht van de meet geklopt ziet door een wieltjeszuiger of een valse trage met een langere adem? Wie vervloekt de goden hartsgrondiger dan hij die valt of struikelt tijdens een sprong, een schroef, een salto die op training – echt waar, echt waar – steeds foutloos ging? Wie dankt hen meer dan wie scoort door blind toeval op het cruciale moment en zo zijn team de overwinning bezorgt?

Wie denkt aan de zwemmer die voor dag en dauw in het koude water ligt, het lijf stijf en het slijmvlies geprikkeld door het bijten van het chloor? Wie kent de vermoeidheid van de skiër en de schaatser die de stramheid van zijn knieën en zijn rug negeert en de pijn van al het andere verbijt tijdens lange trainingsuren? Wie kent de obsessieve monomanie van de loper die tussen twee intervaltrainingen aan de kant gaat staan om gal te spuwen en die de smeekbedes van zijn lichaam om te stoppen keer op keer negeert?

Maar Sotsji, dat is voor mij herleid tot de blik in die ogen van de ene Oezbeek.

Het verhaal gaat zo.

–          Kolja! Ik heb werk voor jou. Ver weg, aan de oevers van de mooie Zwarte Zee. De gekke Russen hebben je nodig om voor hen te metsen en te bouwen, te zagen en te boren, Stachanov gelijk.

En Kolja kuste zijn zwangere vrouw ten afscheid en stilde haar verdriet door te zeggen dat hij na 6 maand terug zou komen met roebels in zijn zakken en cadeautjes in zijn armen. Een gouden rammelaar zei hij, voor het kind in haar buik.

In Sotsji beult hij zich af. Werkt zich krom van voor het krieken van de dag tot na het vallen van de avond. In een winderige barak hokt hij samen met de andere arbeiders die net als hij uit in hun armzalige dorpen waren weggelokt. Een slaapzaal met metalen stapelbedden en dunne matrassen. Op een elektrisch vuurtje koken ze hun hun potje: rudimentaire kost, zoals aardappelen en ajuinen. Of ajuinen met aardappelen, voor de afwisseling. Tussen de bedden hangt de was te drogen.

Met tienduizenden zijn ze om in sneltempo vorm te geven aan de megalomanie van een president die niet de hunne is maar ook weer wel. Hele wijken van Sotsji zijn door bulldozers met de grond gelijk gemaakt. Onteigend voor een appel en een Russisch ei, wie protesteert wordt afgedreigd of erger. De bouwpromotor bij wie Kolja onder contract ligt is een vriend van een vriend van de elite. Rijk als Croesus  is hij al, maar genoeg is het nooit.

Na enkele maanden wordt het duidelijk dat de beloofde roebels een vage belofte zullen blijven. Als de voorman lang genoeg aandringt krijgen ze een aalmoes toegestopt, een fractie van het bedrag dat hen verschuldigd is. Voor die luttele centen haalt hij zijn handen open en slijt hij zijn dagen ver van huis. Hoe het met zijn vrouw is weet hij niet.

Met een camera in de buurt legt hij met de ploegbaas honderden kilometers af naar het hoofdkantoor op zoek naar uitleg, iemand die verantwoordelijk is, iemand die hen eindelijk uitbetaalt zodat hij terug naar huis kan keren. Als een man, niet als klaploper die nergens voor deugt.

Ach, u weet al hoe dit afloopt. Kolja wordt afgeblaft en weggejaagd als een schurftige hond. In de achtergrond van het beeld staat hij, de handen in de zakken en de schouders naar beneden. Stoïcijns is zijn blik, gelaten zijn houding. Alsof hij al duizenden jaren lang zo wordt behandeld en de gang van zaken ondertussen wel al kent.

50

Read Full Post »

Gisteren onder een slecht gesternte dan toch maar naar het tweede deel van Nymphomaniac gaan kijken. Nieuwsgierigheid, daar is de kat aan doodgegaan. In zaal 5 van – jawel – de Studio Skoop ging de nymfomane haar vierde week in, en het volk stroomde massaal toe om dat te bekijken. Beetje jammer wel dat zaal 5 hoop en al plaats biedt aan pakweg 50 man/vrouw, dus het werd een beetje schuiven en verschuiven om niet met je neus op het scherm te zitten.

Maar goed. Na afloop zei mijn lief dat het De Wereld van Sofie was, maar dan voor seksverslaafden. Charlotte Gainsbourg in de huid van emotioneel kille vrouw die niet in staat is enige band met de wereld aan te gaan. Functioneert niet op het werk. Brengt haar kind in gevaar, laat uiteindelijk haar gezin in de steek. Masturbeert obsessief tot bloedens toe. Maar het is de maatschappij die ‘hypocriet’ is.

Von Trier stapelt de clichés op: de zwaar geschapen zwarte man. Een rant over hoe ‘de maatschappij’ diegenen die het goed kunnen zeggen maar slecht menen aanbidden en omgekeerd. Het is moeilijk om daar niet een verongelijkte verwijzing in te zien naar Von Triers rampzalige passage op Cannes van enkele jaren geleden. Afsluiten met een ontknoping die voor niemand onverwacht is.

Op het einde een rant over de dubbele standaarden waaraan vrouwen en mannen worden afgemeten. Jaja, we weten het wel, maar het extreme voorbeeld dat in de film wordt opgevoerd is niet echt een geloofwaardig rolmodel om om die realiteit aan te klagen.

Het zal wel aan mij liggen, maar ik word enigszins moedeloos van die mooi verpakte gebakken lucht. Dan nog liever het waarlijk hersenloze entertainment van een gemiddelde Hollywoodflick, dan dit gezwets waarmee men onder een bepaald slag intellektuelen wel zal scoren. Het soort mensen dat op Instagram enkel in beeld komt met de juiste boeken opengeslagen en incheckt in de juiste restaurants. Het soort mensen dat de minder hippe medemens wel mee wil op reis om de kosten te delen, maar achteraf zorgvuldig een fotoalbum samenstelt zonder de minder modieuze derde in beeld.

Op zondag luister ik ’s avonds tussen zes en acht naar Opus 14-18 op Klara. (Ach, meerwaardezoeker, laat vallen toch het hinkelspel der itempjes waarmee men tegenwoordig op Radio1 om de oren wordt geslagen, en laaf u aan de podcasts van Klara of France Culture of France Inter). In dat Opus wordt u gedurende 2 uren meegevoerd richting Groote Oorlog, zonder de vervuiling die human interest heet. Neen, op Klara wordt nog onbeschaamd aan volksverheffing gedaan, al mag het waarschijnlijk per decreet niet meer zo genoemd worden. Een stuk over ‘Treurend Ouderpaar’, het beeldhouwwerk van Käthe Kollwitz dat het kerkhof in Vladslo siert. Historica Sophie De Schaepdrijver nuanceert het beeld van de pacifistische kunstenares en haar protest tegen de oorlog. Volgens haar is het beeld een ode aan de opoffering van haar zoon en tegelijkertijd aan de ongeveer 65 miljoen jonge mannen die sneuvelden toen. Dan Rudyard Kipling wiens zoon ook viel, daar ergens in de Vlaamse polders. Volgens M. werd vorig jaar nog zijn stoffelijk overschot ergens gevonden. ‘Ze halen er daar elk jaar nog ik weet niet hoeveel skeletten boven’, zegt hij. Ik krijg een visioen van een boer die bieten oogst die groeien uit de buiken van gevallen soldaten, van aarde die gevet wordt door hun bloed en opengereten ingewanden.

Ik doe die opoffering gauw af als zinloos, wreed, overbodig. Niet meer van deze tijd, gelukkig maar. Vandaag staat Kiev in brand en geven jonge mensen hun leven voor grote woorden als Vrijheid en Democratie. Ik lach met mezelf als ik me realiseer hoe onconsequent dit denken is.

Read Full Post »

In het kader van het project ‘bezoek af en toe eens een cinema’ trokken mijn lief en ik gisterenavond naar de Studio Skoop. Het was de eerste keer in lange tijd dat die brave man zich niet in een Kinepoliscomplex bevond, want de verwondering over de infrastructuur en de organisatie was groot. En het klopt inderdaad wel dat daar de tijd is blijven stil staan, maar 1.000 keer liever de charme van de Studio Skoop dan de gladde en ijskoude Kinepolismachine waar je je toch altijd een beetje een lam voelt op weg naar de consumentenslachtbank. Sinds mijn studententijd is er aan het concept van de Studio Skoop niets tot weinig veranderd, behalve dan misschien dat je in het cafe niet meer mag roken. De rest is hetzelfde gebleven: het gezellige café, het voorhistorische hokje waar de kassajuffrouw of mijnheer in gaat zitten een half uurtje voor de voorstelling en de toegangsticketjes die ouderwets van het rollint worden afgescheurd. ‘Het is net alsof ik me in de jaren ’80 in de cinema van Ieper bevind’, gniffelde mijn gezelschap.

Maar goed Nymphomaniac dus. Ook 12 Years a Slave was even in de running geweest die avond, maar we voelden er beiden niet veel voor om de rest van de avond met bedrukt gemoed tegenover elkaar op een stoel te zitten, dus kozen we maar voor de laatste Von Trier. De film begon, en toen op het zilveren scherm in koeien van letters NYMPHOMANIAC verscheen klonk in de rij achter ons een paniekerige vrouwenstem: ‘Dat is hier toch voor Philomena hé?’. Niet dus.

Dat Von Trier een geweldige estheet is, bewijst hij direct al in het openingsshot: eerst enkel het geluid van de vallende regen, daarna inzoomend op volle dakgoten en andere details tot je op de grond van een onbestemde steeg een beweegloze lichaam van een vrouw ziet liggen. Bruintinten vormen de hoofdmoot van het kleurenpalet. Geen detail ontsnapt aan het alziende Von Trier oog: van kledij en kapsel van de hoofdrolspeelster tot de theepot in haar appartement; alles is doordacht op elkaar afgestemd. Het gehavende gezicht van Charlotte Gainsbourg is schaamteloos lelijk en schreeuwt ‘doorleefde authenticiteit’ zoals je nog maar weinig ziet in doorsnee films en series waar alles gericht is op verbloemen en uitvlakken. Nu ja, het is geen geheim dat Von Trier lef en overgave vraagt van zijn acteurs en daarvoor is hij bij Gainsbourg aan het juiste adres. Langs de andere kant moet er wel iemand vertellen aan Lars dat zijn tussenshots van de Horsehead Nebula ondertussen gezien en gekend zijn.

Verhaal en thema van de film dan. Ik verklap natuurlijk niets als ik zeg dat de titel van de film de lading probeert te dekken: een onverzadigbare seksbeluste vrouw vertelt over haar leven en de talloze mannen waar ze mee geneukt heeft. Alleen valt het – in dit eerste deel althans – reuze mee met die seksbelustheid. Niet dat er niet genoeg van bil gegaan wordt, alleen is het een danig zielloze bedoening waar de vrouw in kwestie bijzonder weinig plezier aan lijkt te beleven.  Joe laat zich berijden en blijft zelf passief, af en toe wordt een orgasme gesuggereerd. Het is haar – zo vertelt ze – vooral te doen om de pussy power die ze ontdekt als 15-jarige. Eens lief glimlachen, knipperen met de ogen en de mannen vallen bij bosjes in katzwijm. Of je troont ze in elk geval vlug mee naar de eerste de beste WC waar ze hun piemel in een soort levende lappenpop kunnen duwen tot ze klaarkomen. Wat ze dan blijkbaar ook zonder uitzondering doen.

Het soort beeld dat Von Trier hier ophangt is niet dat van bevrijdende seks om de seks waar beide partijen volop van genieten. Het is problematische seks, om een emotionele leegte te vullen of om een trauma te vergeten. Verveling te verdrijven en te verhinderen dat men wezenlijke vriendschapsbanden aangaat. Het is seks die er paradoxaal genoeg op  gericht is om elke vorm van intimiteit te ontwijken. In die zin is het eerste deel van Nymphomaniac een soort waarschuwing tegen seks.

De enige uitzondering op de regel is – surprise, surprise – seks met het geheime ingrediënt liefde. Casanova wist ons dat al te vertellen en die haalde de boter ongetwijfeld bij de Oude Grieken, dus onder deze zon niets nieuw.

Is Nymphomaniac I een goede film? Wel als je je kunt laten beroeren door de fotografie en scenografie en als je ontvankelijk bent voor de manier waarop Von Trier zeer subtiel een trauma suggereert dat zich wellicht in de familiesfeer afspeelt. IJzersterke scène ook die zich in het ziekenhuis afspeelt, één van de enige keren dat de film mij echt wist te raken met ongenadige rauwheid. Daar zie je Von Trier op zijn toppunt.

Maar voorlopig heb ik hetzelfde gevoel bij Nymphomaniac I als bij het lezen indertijd van La Vie Sexuelle de Cathérine M. : hoeveel talent moet je eigenlijk hebben om seks zo saai te kunnen maken? Laat u niet misleiden door het prentje hieronder: de poster is spannender dan de film.

Read Full Post »