Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2014

Betty Blue

Dit was mijn inzending voor de A.L. Snijdersprijs 2014. De longlist is ondertussen bekend, maar deze zit er niet bij. 

Beloof je dat je nooit meer weggaat? We lagen hand in hand in de beschutting van de duinen. Hoogzomer, late namiddag, zinderend zand. We kenden elkaar een dag of twee. Een waas van een ontmoeting op strandfeestje, onzingesprekken rond het vuur, samen lurken aan joint. Een paar uur slapen in de tent. De nieuwsgierigheid naar elkaar maakt ons wakker, onze lijven zijn lang en lenig. Hongerig ook.

Beloof je dat je nooit meer weggaat? Ze vroeg het vlak voor ze in slaap viel en het antwoord niet meer hoorde. Een eenpersoonsmatras op een gore vloer, waar we ons soms dagen aan stuk op verschuilen konden voor de wereld. Ze leefde als opgejaagd wild, met een heftigheid die me soms verontrustte. Als ze danste, dan danste ze tot aan de morgen. Dronk ze, dan tot de fles leeg was. Als ze liep, dan tot ze neerviel. Dan raapte ik haar op en droeg haar de trap op. Wiegde haar zolang het nodig was.

Beloof je dat je nooit meer weggaat? Nu moest ik naar haar zwaaien van op de parking, zij achter een raam ergens in de verte. Haar tijd was op, zeiden de dokters. Genetische predispositie, wat wil je dan? Ik bezocht haar een laatste keer omdat ik wou dat ze een gewond vogeltje was dat ik kon laten vliegen.

Read Full Post »

Limbo

Ik rek. Ik strek. Armen, benen, enkels. Rug en wervels. Ik weet dat ik er belachelijk uit zie, dus ik vermijd blikken in de spiegel of in de weerkaatsing van het raam. Kijk naar binnen, zegt de leraar. Voel je adem. En je organen. (Jaja, denk ik. Dat zal wel). Hij houdt zijn stem met opzet laag, zalvend. Op onze matjes buigen we ons elke week een uur op zijn bevel. Kont omhoog of stamelend op één been in boomhouding. Uiteindelijk haalt het allemaal geen reet uit, daarvoor doe ik het te weinig. Als ik tijdens één van de lessen te veel een houding moet verlaten omdat mijn refluxprobleem net iets te hevig opspeelt geeft hij me na afloop zijn kaartje mee. Hij doet aan holistische massages en misschien kan hij mij wel helpen, beweert hij. Iets met zenuwknooppunten in het middenrif en zonnevlechten en meer van die shit. Ik mompel bedankt en ik denk ‘yeah right’ bij mezelf. Mijn lief zegt dat ik naar de dokter moet, en ik zeg dat ik dat zal doen. (Ik doe het niet, nu niet. Nog niet. Omdat het toch weer op niets zal uitdraaien. Een rits vage, dwaze klachten die meer ongemak veroorzaken dan iets anders. Het is niets).

Andere dagen wandel ik in snel tempo op een loopband met een gemiddelde hellingsgraad van een procent of 8. De ijdele hoop om het comfortabele speklaagje dat zich rond mijn lichaam wikkelt te laten wegsmelten en terug een pezig wezen te worden. Katachtig en soepel, jong en gezond. Ach ja, een mens mag dromen, niet waar? Lopen lukt niet meer, in geen tijd beland ik in de blessuretijd omdat ik nu eenmaal geen maat weet te houden.

Rondom mij doen mensen succesvolle dingen. Er zijn prijsuitreikingen en feestjes, drinks en twunches, popupdingen en masterclasses. Storytelling en contentcreation. De boekenbeurs ook, dat zag ik aan de gestage stroom van berichten in allerlei newsfeeds waarin schrijvers allerlei aankondigden op deze of gene dag te signeren. Op het einde van de rit winnen de kookboeken de race. En Kiekeboe. Het lijkt alsof al de rest in een enorme vergeetput verdwijnt, tenzij je iets schrijft over natte dozen. En dan nog.

In dit donkere seizoen met dit prachtige najaar ben ik in limbo. Alsof ik met mijn voeten in zwarte, zuigende modder vastzit. Mijn leven is een eeuwig status quo, permanent blijf ik aan de wal. Wat verandert doet dat buiten mij, zonder mij. Ik ben passief, langoureus, immobiel. Een onverstoorbare kei in een snelle bergrivier. Honderd jaar later lig ik daar nog.

Ik verlang naar verandering. Op sollicitatiegesprekken probeer ik mezelf te verkopen, ik probeer net dat te zeggen wat de ander wil horen. Ik doe alsof ik dynamisch ben en laat achteloos termen vallen die daar iets te betekenen hebben. Een succesvol jong mens in zijn dertiger jaren, genre ondernemer vraagt me in alle ernst: kun je eens vertellen hoe andere mensen, je collega’s bijvoorbeeld, jou zien?

En ik denk bij mezelf: wat – in hemelsnaam – doe ik hier?

Read Full Post »