Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for december, 2016

Gisteren kon je in De Standaard een reconstructie lezen van de laatste levensmaanden van Jordy. De 19-jarige jongen werd eind augustus dood teruggevonden in een tentje in De Blaarmeersen, nadat hij op de dool was geraakt sinds hij op zijn 18de verjaardag de deur van de instelling waar hij opgroeide achter zich dichtsloeg. Zijn moeder soupeerde zijn klein spaarpotje op, zijn vader keek niet naar hem om. Erg slim was hij niet, hij had een zwakke gezondheid en hij leek ook nog eens lichtjes autistisch. Je hoeft niet bij Madame Soleil te rade te gaan om te weten het zonder begeleiding fout zou aflopen. Quod erat demonstrandum.

Hoewel millennials stilletjes aan terecht hun plaats veroveren in het medialandschap hoor noch lees je ooit iets over of van de Jordy’s van dit land. Tenzij ze dood zijn en voldoende interessant zijn om als zaak onderzocht te worden. Ze hebben geen populaire blogs of podcasts of Instagramaccounts. Ze zitten niet op Twitter, waar een beetje journalist tegenwoordig zijn nieuws vergaart. Ze gaan niet naar hippe feestjes en ze schrijven al helemaal geen boeken. Ze richten niet voor de lol een politieke partij op en ze kijken niet naar de 7de dag. Als ze een alcoholprobleem hebben, of in het geval van Jordy: een verslaving aan aanstekergas, dan doen ze dat in alle anonimiteit. Ze ventileren hun meningen niet door middel van columns of opiniestukken. Soms hebben ze vlog. Of een treitervlog waarmee ze de goegemeente tegen de schenen schoppen.

Jongeren die niet opgroeien in de comfortabele warmte van een modaal middenklasse gezin kennen we niet, zien we niet, horen we niet en zijn er dus niet. (Ouderen ten andere ook niet). We weten niets van hun levens, hun verzuchtingen en hun dromen. Hun ambities of hun politieke voorkeuren. Wat ze uit dit leven hopen te halen.

Diversiteit in de media, gelukkig begint het een beetje door te dringen. Allochtone stemmen beginnen eindelijk wat aan bod te komen en af en toe zie je in een modebijlage al eens een model dat niet hyperslank is of wit. Maar ook die allochtone stemmen blijven het perspectief behouden van de goed opgeleide middenklasser. Ze beheersen het juiste jargon, ze spreken de juiste taal, ze schoppen stennis op Twitter waar een beetje journalist tegenwoordig zijn nieuws vergaart. Ze richten mee voor de grap een politieke partij op. Ze zijn eigenlijk net als ons, alleen hebben ze een achternaam die ons vreemd in de oren klinkt of hebben ze een hoofddoek op. We geven onszelf een rondje applaus voor hoera diversiteit.

Maar waar blijft het perspectief van de postbode en de poetsvrouw? Van de bandarbeider of de treinbegeleider? De bakker of de slager op de hoek? De uitbater van de nachtwinkel waar we chips, bier en sigaretten kopen? De verpleegster en de bejaardenhelper, de taxichauffeur? Van de langdurig werkloze of de chronisch zieke? Waarom worden mensen met een beperking weggestoken in emo-programma’s als Radio Gaga zodat we medelijden kunnen hebben, 50 minuten in de week? En kom me niet vertellen dat mensen die buiten het hogeropgeleide middenklasse kader vallen ‘niet interessant’ genoeg zouden zijn. Of dat ze niet zouden nadenken of niet tot waardevolle maatschappelijke inzichten kunnen leiden. De fratsen van goed geconnecteerde marketingboys halen wel de kranten, waarom zouden we dan de neus moeten ophalen voor de verhalen van mensen met een diploma uit het beroepsonderwijs en een bescheiden baan?

Diversiteit wordt pas echt diversiteit op het moment dat het naast gender, ras, afkomst en leeftijd ook aandacht heeft voor het verschil in sociale klasse.

schermafbeelding-2016-09-06-om-09-28-35

Read Full Post »

Paterson is een film over een dichter. Hij is gedurende de week ook buschauffeur.
Elke dag wordt hij wakker rond kwart over zes. Ten laatste om half zeven.
Zijn mooie vriendin ligt naast hem en ze vertelt over haar droom.
Dat ze een tweeling kreeg of in het Oude Perzië een zilveren olifant zag.

Paterson bedenkt tijdens zijn eenzame ontbijt zijn eerste vers van die dag.
Hij schrijft alles op in een notitieboekje. Een geheim notitieboekje.
Niemand mag het lezen, behalve de kijker.
Daarna vertrekt hij met de bus.

Onderweg luistert hij naar de gesprekken van zijn passagiers.
De mannen scheppen op. De vrouwen rollen met hun ogen.
De anarchisten doen pedant.

’s Avonds keert hij terug naar huis. Hij haalt de post uit de brievenbus.
Zijn vriendin heeft gordijnen gemaakt of deurlijsten geschilderd.
Ze droomt ervan rijk te worden door cupcakes te bakken.
De volgende dag wil ze een gitaar krijgen en een beroemde country-zangeres worden.
Ze heeft heel veel dromen.

Paterson vindt het allemaal best.
Elke avond wandelt hij met de hond een blokje om.
Hij heeft een hekel aan de hond.
De hond heeft een hekel aan hem.

Daarna drinkt hij een pint in steeds dezelfde kroeg.
Het huis is mooi en altijd netjes opgeruimd.

Wat zou er toch kunnen gebeuren?

wp-image-136682864jpg.jpg

Read Full Post »

2016

Facebook blijft me maar mijn ‘momenten’ van 2016 voorschotelen.  Wel, het jaar begon aan de overkant van de globe. Op bezoek bij mijn zus die ik ondertussen alweer een paar jaar niet meer had gezien in levenden lijve. Mijn vader en ik kregen niet echt een warm welkom, er werd op de zenuwen gewerkt. Onverteerd zeer naar boven gehaald, een emotionele worstelpartij waar niemand iets bij won. Op Oudejaarsavond werd ik vroeg naar mijn bed gestuurd, feestgedruis was overbodig. De volgende paar weken bracht ik alleen door terwijl ik mijn lief vreselijk miste. Elke dag Facetimen maakte het enkel erger.

Terwijl ik zat weg te kwijnen in die paradijselijke tuinen aan de andere kant van de wereld ging David Bowie dood. Voor hij onverwacht het schouwtoneel verliet om voorgoed in de coulissen te verdwijnen orchestreerde hij nog op magistrale wijze zijn afscheid. Hints op Twitter, een laatste plaat waarin hij zijn wanhoop en verdriet de vrije loop liet. Op zijn laatste foto lacht hij en staat hij er ontspannen bij. Alsof hij vrede heeft met zijn nakend overlijden, alsof hij alles heeft afgewerkt, alsof hij zijn taak heeft volbracht.

Ook Prince ontviel ons, later op het jaar. Het kleine muzikale genie ging roemloos ten onder aan een verslaving aan opiaten. De zinloosheid van dat soort overlijdens verbijstert me nog steeds. De onrechtvaardigheid ervan, hoe een klein detail het verschil kan maken tussen leven en dood. Het verschil tussen er zijn en er niet meer zijn, er nooit geweest te zijn, is een seconde. Een onbenullig moment waarop het onomkeerbaar verkeerd loopt. De mens is tegelijkertijd sterk als staal en fragiel als fijn kristal. Spinrag.

Even vergeefs was de dood van een onschuldige jongen, een kind bijna nog. In putje zomer, terwijl de hele stad zich overgaf aan feesten en vertier crepeerde hij van ontbering. Vermorzeld tussen de kaken van een systeem, procedures, structuren, regels, verordeningen, omzendbrieven, ambtelijke diensten, ministeriële dictaten en ander gezwets. De mazen tussen het net zijn ondertussen zo groot dat een mens al moet kunnen hinkstapspringen op Olympisch niveau om er niet tussen te vallen. En ja, daar kwam Van Deurzen piepen dat er dit en dat er dat en si en la en patata … En ondertussen schuiven de marges van de maatschappij verder en knabbelen ze aan het midden.

Schrijven kon ik niet meer, omdat ik niet niet daarover kon schrijven, over die breuk met mijn zus. Dus ik schreef maar niets, of toch niets dat er op de één of andere manier ook maar enigszins toe deed. Traag ben ik, inert bijna.

De wereld om me heen, om ons heen, desintegreert dan weer tegen een razend tempo. Brexit, Trump, Aleppo, Istanboel. Brussel. Parijs, al is dat ook al weer even geleden. De oorlog, het domme geweld, de hersenloze agressie. Het nihilisme van machthebbers en hun instituten, de hoogte van hun ivoren torens, marmeren trappen en gouden deuren. De onverschilligheid waarmee het eigen geweten gesust wordt, de angst wordt opgestookt als een haardvuur tijdens een koude winter.

2014bowie_press_311014-article_x4

Read Full Post »

Winter

Het gewicht van jaren ver hangt aan je lijf. De zorgen voor morgen bezwaren je gemoed. Het grijs van laaghangende wolken maakt je blik troebel en week. De eeuwige schemer van deze donkere dagen. In je gewrichten sluipt de pijn van nog maar eens een winter zonder hoop. Je bloed stroomt waterdun en weifelend door je lijf. In je oren zeurt een pieptoon nu al jaren. Je spieren een orgie van spasmen. Schimmeltenen en stinkvoeten. Vreemde blauwachtige landschappen op je benen, bobbelige spataders. Bovenarmen die slap hangen, dunne polsen. Vieze, vuile lange vingernagels die barsten van de kou. Je zak jeukt en je lul is verlamd. Je pist in horten en stoten, de kleur van slappe koffie. De kou kruipt onder je huid sluipt naar je hart.

Je tanden rotten in je bek, je likt je droge lippen. Angst baant zich op gezette tijden een weg vanuit je darmen omhoog tot je keel helemaal vol zit, je adem stokt en het koude zweet je uitbreekt. Alsof een bijtend gif door je aderen spoelt. Je blijft overeind, nog net. Je leven is geen puinhoop meer, maar een vuilnisbelt. Een poel die stinkt als een zwavelput. Een onoverzichtelijke berg van schuld en zonde zonder boetedoening die tot verlossing leidt. Ergens is er een pad dat hierheen heeft geleid. Vroeger kon je nog denken dat er ooit een tijd zou komen waarop dingen goed zouden komen. Dat de pijn tijdelijk was, dat je mislukkingen uitzonderingen waren en geen patroon dat zich oneindig veel herhalen zou. Dat je ooit dingen zou doen waarvoor je geprezen zou worden.

Je geheugen hapert door een verleden van goedkope drank en dito drugs. Soms sijpelen flarden uit een vorig leven door. Zoals die keer van die overval toen je nog met de taxi reed. 127 euro hadden ze buitgemaakt terwijl jij de schrik van je leven opdeed. Uiteindelijk kwam je er vanaf met twee hechtingen in je voorhoofd en een vuile onderbroek, maar rijden zat er niet meer in. Je was gewoon niet zo’n held, opgeven zat meer in je natuur. Het was nu ook niet dat een taxichauffeur zoveel verdiende en inspiratie voor een baanbrekende roman zat er ook al niet in. Tegen de verwachtingen was dat, maar goed. Eigenlijk bleef heel dit bestaan ferm onder de voorspelde vooruitzichten. Niets nieuws onder de zon dus.

Waar begint de dag, waar eindigt de nacht? Een zwarte kraai krijst onheilspellend. Buiten blijft het donker. Een vuile mist kleeft aan ramen, auto’s, zweeft laag over straten en pleinen. Je ademt moeizaam, je borstkas lijkt ingesnoerd. Alsof je een strenge dame van stand was uit een ver vervlogen tijd. In je keel stapelt bitter slijm dat je niet ingeslikt of uitgespuwd krijgt. Het duizelt in je hoofd, in je oogbollen ontploffen zwarte sterren. Waarom gaat alles moeizaam?  Je tast, je scharrelt, je strompelt en je struikelt. Er ligt niets meer voor je behalve duisternis van zwarte gaten en niemand die je ooit heeft gekend.

Hoe oud ben je? Je bent achterhaald als perkament.

the_road_2009_02

Read Full Post »