Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Persoonlijk’ Category

Meestal begin ik aan een nieuw jaar vol verwachting en met een milde opwinding. Vandaag niet zo echt. Ik heb teveel het gevoel dat de slechteriken zullen winnen. Zoals iemand het ooit op Twitter treffend schreef: de idioten zijn in de meerderheid. Met die droge vaststelling zullen het moeten doen in 2017.

En ja, ik weet dat voornemens niet sexy zijn en natuurlijk ben ik niet van plan mij er aan te houden want doorzettingsvermogen schmoorzettingsvermogen.

Meer bewegen, vrijen, lachen zoenen. Meer staren uit het raam. Minder moeten, meer mogen. Meer willen, meer ja. Minder verbieden, meer vertrouwen. Meer bloemen en bijtjes. Meer tijgers en leeuwen en hier een daar een wildebeest. Neushoorns en ooievaars, kikkers en salamanders. Meer vissen in de zee. Meer bossen. Meer fruit en meer groenten. Minder vlees. Meer moelleux van Mirte. Meer vrouwen in de Tijdloze: (Beyoncé, Amy, Madonna, Lady Gaga, Anouk, Yasmine, Skinn, Lianna La Havas, Janelle Monae, M.I.A., Rihanna, Florence & The Machines, PJ Harvey, Birdy, Lorde, Britney Spears, Ginny Blackmore, Dolly Parton, Siouxie and the Banshees, Selah Sue, Lady Linn, An Pierlé, Nina Simone, Billie Holiday, Janis Joplin, Dani Klein, Whitney Houston, Aretha Franklin, Diana Ross, Adèle, Dusty Springfield). Minder oude middelmatige venten. Veel minder oude middelmatige venten.

Minder opinies, meningen, columns. Minder lijstjes van heb ik jou daar. Meer feiten en stukken die je blik op de wereld verruimen. Meer boeken. Minder nieuwe boeken, meer goede boeken. Meer klassiekers (De Meester en de Margarita). Meer leren, meer filosofie. Meer radicale ideeën en wild verzet. Meer traagheid en niemand die zichzelf voorbij loopt.  Minder wegwerp, minder afval. Minder mensen van plastiek. Meer museums, meer schoonheid, meer troost. Meer weten, minder gissen. Meer muziek, meer uit, Minder zetel. Meer jazz, all that jazz. Hier en daar een cocktail. Dansen in de regen. Meer haren in de war. Meer diepgang, minder oppervlakte en simplisme. Meer aandacht, meer mededogen voor de juiste mensen. Minder geduld, meer geduld. Meer groen, meer gras, meer zon. Meer maan, meer sterren, minder licht en mist en nevel. Minder auto, meer te voet. Meer wandelen, flaneren, fietsen, ontdekken, avontuur.

Minder beloven, meer doen. Minder selfies, minder zelfzucht en meer aandacht voor de ander. Minder mensen die niemand opmerkt en stilletjes verdwijnen zonder dat iemand hen mist. Minder drammen, meer luisteren, horen, voelen, zwijgen. Minder drama, meer theater, meer cinema. Meer roze, geel en blauw. Minder wit en minder zwart. Misschien nog eens schaken. Meer zingen zonder te letten op valse noten. Meer vrijheid. Meer stilte, minder ruis. Meer inspiratie en meer kruisbestuiving. Meer vreugde, meer eenvoud, meer neerwaarts kijkende hond. Minder verschil, meer diversiteit en meer eenheid. Minder verlies en minder pijn, minder koorts. Minder zorgen en minder angst. Minder vluchten, minder bommen, minder verwarring. Minder valse profeten en wraakzuchtige goden, minder macho’s, minder gekrenkte zielen en gekwetste ego’s.

Morgen begin ik er zeker aan.

Read Full Post »

2016

Facebook blijft me maar mijn ‘momenten’ van 2016 voorschotelen.  Wel, het jaar begon aan de overkant van de globe. Op bezoek bij mijn zus die ik ondertussen alweer een paar jaar niet meer had gezien in levenden lijve. Mijn vader en ik kregen niet echt een warm welkom, er werd op de zenuwen gewerkt. Onverteerd zeer naar boven gehaald, een emotionele worstelpartij waar niemand iets bij won. Op Oudejaarsavond werd ik vroeg naar mijn bed gestuurd, feestgedruis was overbodig. De volgende paar weken bracht ik alleen door terwijl ik mijn lief vreselijk miste. Elke dag Facetimen maakte het enkel erger.

Terwijl ik zat weg te kwijnen in die paradijselijke tuinen aan de andere kant van de wereld ging David Bowie dood. Voor hij onverwacht het schouwtoneel verliet om voorgoed in de coulissen te verdwijnen orchestreerde hij nog op magistrale wijze zijn afscheid. Hints op Twitter, een laatste plaat waarin hij zijn wanhoop en verdriet de vrije loop liet. Op zijn laatste foto lacht hij en staat hij er ontspannen bij. Alsof hij vrede heeft met zijn nakend overlijden, alsof hij alles heeft afgewerkt, alsof hij zijn taak heeft volbracht.

Ook Prince ontviel ons, later op het jaar. Het kleine muzikale genie ging roemloos ten onder aan een verslaving aan opiaten. De zinloosheid van dat soort overlijdens verbijstert me nog steeds. De onrechtvaardigheid ervan, hoe een klein detail het verschil kan maken tussen leven en dood. Het verschil tussen er zijn en er niet meer zijn, er nooit geweest te zijn, is een seconde. Een onbenullig moment waarop het onomkeerbaar verkeerd loopt. De mens is tegelijkertijd sterk als staal en fragiel als fijn kristal. Spinrag.

Even vergeefs was de dood van een onschuldige jongen, een kind bijna nog. In putje zomer, terwijl de hele stad zich overgaf aan feesten en vertier crepeerde hij van ontbering. Vermorzeld tussen de kaken van een systeem, procedures, structuren, regels, verordeningen, omzendbrieven, ambtelijke diensten, ministeriële dictaten en ander gezwets. De mazen tussen het net zijn ondertussen zo groot dat een mens al moet kunnen hinkstapspringen op Olympisch niveau om er niet tussen te vallen. En ja, daar kwam Van Deurzen piepen dat er dit en dat er dat en si en la en patata … En ondertussen schuiven de marges van de maatschappij verder en knabbelen ze aan het midden.

Schrijven kon ik niet meer, omdat ik niet niet daarover kon schrijven, over die breuk met mijn zus. Dus ik schreef maar niets, of toch niets dat er op de één of andere manier ook maar enigszins toe deed. Traag ben ik, inert bijna.

De wereld om me heen, om ons heen, desintegreert dan weer tegen een razend tempo. Brexit, Trump, Aleppo, Istanboel. Brussel. Parijs, al is dat ook al weer even geleden. De oorlog, het domme geweld, de hersenloze agressie. Het nihilisme van machthebbers en hun instituten, de hoogte van hun ivoren torens, marmeren trappen en gouden deuren. De onverschilligheid waarmee het eigen geweten gesust wordt, de angst wordt opgestookt als een haardvuur tijdens een koude winter.

2014bowie_press_311014-article_x4

Read Full Post »

Gisteren schreef ik voor het werk iets over brutalisme in webdesign. Dat is natuurlijk een van de heerlijke voordelen aan een job in een iets creatiever bedrijf waar het er toe doet hoe de dingen er uitzien. Na jarenlang tekstjes schrijven over de voordelen van deze of gene software is het een verademing.

Maar goed, brutalisme. Ik ga me niet voordoen als een grote kenner van architectuur, tot een paar maanden geleden had eigenlijk nog nooit van de term (of de bouwstijl) gehoord. En toen ontdekte ik een aantal foto’s van gebouwen in brutalistische stijl uit het Sovjettijdperk. Het was liefde op het eerste gezicht, zowel met de term als met de gebouwen. Het woord ‘brutalisme’ beschrijft ook zonder veel omhaal de stijl accuraat, het is niet moeilijk om je in te beelden over welke soort gebouwen het gaat. Ik hou ervan hoe ze het landschap domineren, opeisen en overheersen, of het nu gaat om een stadslandschap of een ruraal gebied. De stille dreiging die ervan uitgaat, de imposante grootsheid. Maar ook het gebrek aan afwerking. Alsof de constructie op de een of andere manier arrogant heeft beslist dat het al die tierlantijntjes niet nodig heeft om af te zijn.

Het is natuurlijk niet toevallig dat de bouwstijl opgang maakte vanaf de jaren ’50. De oorlog was net afgelopen, het verwoeste Europa moest in ijltempo heropgebouwd worden, de desillusie verwerkt. De koude oorlog diende zich aan en de bom ging vallen dus veel ruimte voor frivoliteiten was er niet. Die ernst en somberheid voel je ook in die constructies, je hebt niet het gevoel dat het binnenin een zee van licht en vreugde is. Tegelijkertijd doen de ruimteschipachtige vormen van sommige complexen je dromen van andere en verre werelden, je hoeft enkel het gebouw binnen te gaan om te ontsnappen.

Dat ik een zwak heb voor esthetiek die wat inspanning vereist om ‘mooi’ gevonden te worden komt natuurlijk omdat ik er mijzelf mee identificeer. Ik ben zelf ook moeilijk, weinig toegankelijk. Eerder afstandelijk en soms koud. Rationeel en weinig hartelijk. (There’s nothing you can throw at me/ That I haven’t already heard).

En ook als het gaat over brutalisme in webdesign, dan dekt de term de lading erg goed. Het gaat niet enkel over ruw en rudimentair design, maar ook over een totaal afwijzen van UX (gebruikerservaring). Want laten we wel wezen: gebruikerservaring is er in de eerste plaats op gericht om je zo snel mogelijk te laten ‘converteren’. Klant worden, iets downloaden, kopen. En die ervaring zo lekker en smooth laten verlopen dat je er niet genoeg van krijgt.

Brutalistische websites hebben daar lak aan. Ze zien eruit alsof ze uit de jaren ’90 stammen, met lelijke kleuren en dito lettertypes. Ze werken op je zenuwen omdat niet functioneren zoals alle andere sites uit het tijdperk van de klant centraal stellen en je snel en zonder fout en superlogisch van de ene naar de andere pagina loodsen (en voor je het weet heb je je e-mailadres achtergelaten of je creditcard gegevens ingevoerd). Ze zijn irritant, traag en lomp. En ik vind ze zonder meer geweldig.

Read Full Post »

Proclamatie

Ik heb me nooit beziggehouden met oudercomités of -verenigingen of hoe die ondingen ook mogen heten. Voor mij geen ellenlange discussies met overijverige ouders over welke boom waar op de speelplaats moet of welk beleg er ’s middags tussen de boterhammen mag. De school, dat was haar wereld, waar ik haar ’s morgens afzette en ’s avonds ophaalde voor ze er zelf heen ging. Werd het mij gevraagd, dan bracht ik plichtmatig een bezoek als er een opvoering was of ik ging eens voorlezen. Het zou kunnen dat ik ooit zelfs een cake heb gebakken voor een schoolfeest. Oudercontacten jawel, al kan ik mij er bijzonder weinig van herinneren. Uiteindelijk lijk je er toch altijd zelf een beetje op appel te komen. Ofwel doet je kind het goed en proberen zowel ouders al leerkracht de hen toegemeten tijd vol te lullen met gemeenplaatsen, ofwel loopt er iets mis en moet er een oorzaak gevonden worden. Als ouder valt je altijd wel iets te verwijten: je bent gescheiden of net niet, te veel of te weinig aanwezig, te zenuwachtig of net te veel laissez-faire. Leerlingen vinden al sinds het begin der tijden dat die leraar hen moet hebben. En de leraar zit daar in zijn natuurlijke habitat superieur te wezen terwijl zijn autoriteit buiten de schoolpoort sneller afbrokkelt dan de gletsjers in Antarctica. (Zijn er gletsjers in Antarctica?). Het is – achteraf bekeken – natuurlijk een behoorlijk amusant schouwspel, een ingewikkeld web van steeds weer verschuivende machtsverhoudingen.

Ze is afgestudeerd nu, mijn enige dochter. Het was een lastige eindsprint, niet in het minst omdat ze een paar emotionele opdoffers kreeg te verwerken. Er is weinig dat meer knaagt aan een ouderhart dan te zien hoe je kind twijfelt en worstelt met de gevolgen van beslissingen van anderen.

Afgelopen donderdag werd ze dan samen met haar jaargenoten op het podium geroepen in het gebouw van de Cercle Royal Artistique et Littéraire om haar diploma in ontvangst te nemen. Dat gebeurt natuurlijk niet zonder omkaderend ritueel. Toespraken van de Voorzitter van één of ander bestuurscomité, de directeur, een krakkemikkig en goedbedoeld muzikaal intermezzo. Obligate bedankingen, iemand die afscheid neemt en in de bloemetjes gezet wordt. Ondertussen stonden ongeveer 40 jongens en meisjes te trappelen als bronco’s, klaar om zonder omzien alles achter te laten en de grote wijde wereld te bestormen. Fier, ongeduldig, gulzig. 18jarige hoofden vol van dromen en idealen, waanzinnige plannen en in de vaste overtuiging dat zij het anders zullen doen en beter. Dat er niets is dat hen zal stoppen.

De directeur had over en voor elk van hen een zin of twee voorbereid in zijn toespraak. Dat ze in hun talenten moesten geloven of dat ze het nog ver zouden schoppen. L. werd geprezen voor haar kritische geest en haar tegendraadse karakter. Ach ja. Ze heeft – voor zover ik het kan inschatten – ook een zachtere kant, die haar misschien zal behoeden voor nodeloze schenenschopperij. Daar geraak je tenslotte ook niet altijd even ver mee.

Wat geef je mee aan goede raad tijdens zo’n ceremonie? Een heleboel, zo blijkt. Hopelijk hebben ze er niets van onthouden. Want het enige dat je zou kunnen zeggen is dat ze de hemel moeten bestormen en dat ze overeind moeten krabbelen als ze naar beneden vallen.

En zonnecrème. Dat ook.

Read Full Post »

Dag P.

Gisteren werd er voor jou een ‘korte afscheidsplechtigheid’ gehouden in Lochristi. Ik werd ervan op de hoogte gebracht door je oom, quasi in die woorden. Ik vroeg me af waarom er niet het woord uitvaart of begrafenis in voorkwam. En waarom die plechtigheid zo nodig ‘kort’ moest zijn.

Ik moest redelijk vroeg de bus nemen. Eerst tot het station en daarna nog een lange rit op een andere lijn tot bij het crematorium. Onderweg checkte ik op mijn telefoon mijn Twitterfeed en er was ‘iets’ gebeurd in Zaventem. Ik vloekte omdat mijn batterij maar op 27% stond en ik er dus zuinig mee zou moeten zijn, ook al omdat ik mijn ticket per SMS betaald had.

Het is niet dat we vrienden waren, jij en ik. Daarvoor liep onze levensloop te ver uiteen. Maar ik kende je wel en ik vond dat je ik je niet van deze wereld mocht laten verdwijnen zonder dat ik je nog een laatste keer had gegroet. Zonder een laatste keer te hebben erkend dat jij er was geweest in mijn leven, en dat je daarin van betekenis was geweest.

Ik leerde je kennen toen je na een lange moeilijke periode terug overeind was gekrabbeld. Af en toe liet je een paar woorden vallen over je jeugdjaren. Je had armoede gekend, niet die van kunstzinnige of romantische aard. Wel die van kou, honger en uitsluiting. Je moeder verloren in gruwelijke omstandigheden. Knokken en vechten om er te komen en uiteindelijk een diepe, persoonlijke crisis.

Veel scholing had je niet gehad, maar grote theorieën of moeilijke woorden had je niet nodig om goed te doen. Gisteren was er een mevrouwtje van de zorgboerderij waar je stage liep die een tekstje voorlas. Ze herinnerde zich dat je haar had gezegd dat ze een mooie lach had en glinsterende ogen. Je was misschien de eerste en de enige die haar dat ooit had gezegd, maar zo was je dus.

De korte afscheidsplechtigheid werd trouwens georganiseerd door een organisatie die zoiets doet op het moment dat de familie dat niet kan of wil. De crematie had al plaatsgevonden, er lagen wat bloemen rond een urne. Twee foto’s waarop je stond te glunderen en zoals ik me je herinnerde. Vrijwilligers lazen op zeer ernstige toon generieke tekstjes voor waarin vooral gesproken werd over ‘loslaten’ en ‘afscheid’. En springen van ster tot ster. Ik mag daar niet cynisch over doen, jij zou het goed hebben gevonden. Ik heb dat altijd in je bewonderd, dat vermogen om zelfs in het meest banale en futiele iets mooi of verheven te vinden.

Je tantes hadden veel verdriet, en ik kon niet veel anders doen dan ‘sterkte’ en ‘mijn deelneming’ mompelen. We waren wellicht met meer dan verhoopt of berekend, want een doodsprentje kon ik niet meer bemachtigen en het zaaltje liep goed vol. Je had veel vrienden omdat je warm en hartelijk was, altijd en overal. Niemand was je te min of te vreemd.

Je hart was groot, maar jammer genoeg niet sterk genoeg.

Dag P. dus. Ik hoop dat ik af en toe nog aan je mag denken.

Beeld: Stephan Vanfleteren

Beeld: Stephan Vanfleteren

Read Full Post »

Brief terug

Dag T.,

Gisteren zat je brief in de bus. 4 handgeschreven kantjes lang voor je afsluit met de gedachte aan een glas wijn en een aflevering van Dexter. En dit doe je in 2015 elke dag blijkbaar. Chapeau, ik zie het mezelf niet doen. Dat soort consistentie en discipline is me volkomen vreemd. Ik bewonder het wel in anderen, dus ook in jou.

Ik hoop dat je het me niet kwalijk neemt dat ik je langs deze weg antwoord, maar geloof me vrij: anders komt het er gewoon niet van. Er is een te grote hoeveelheid praktische zaken die ik zou moeten overwinnen, zoals geschikt briefpapier vinden en een balpen die het doet. Dan het schrijven zelf. Ik ben zo iemand die vindt dat de dingen vanzelf moeten gaan, het lijkt wel alsof ik aan plannen een broertje dood heb. (Dat van dat broertje zou nog waar kunnen zijn, aangezien ik enkel twee zussen heb. Haha, flauw mopje). Uiteindelijk, als er ooit eens een magisch moment zou geweest zijn waarop papier, pen en even niets anders te doen zouden geresulteerd hebben in een brief, dan is er nog altijd de zoektocht naar een enveloppe en een postzegel. En een brievenbus.

Weet je dat ik zelfs gepostzegelde ansichtkaarten heb liggen van op reis die ik nooit heb gepost? Zo erg is het met mij dus gesteld.

Je schrijft dat je Harelbeke, de stad waar ik sinds kort werk, maar een grauw oord vindt. Ik zou het niet weten eigenlijk. Voorlopig heb ik het hier enorm naar mijn zin. Ik heb de grondige ommekeer in mijn leven bijzonder goed verteerd eigenlijk. Het merkelijk vroegere opstaan bijvoorbeeld, zorgt op dit moment helemaal niet voor problemen en het pendelen bevalt me bijzonder goed. Het helpt natuurlijk dat de trein richting Kortrijk nooit overvol zit. Aan het station te K. spring ik gezwind op de Blue Bike en een dikke tien minuten later sta ik op het werk. ’s Avonds heb ik in de dubbeldekker trein quasi een hele wagon voor mezelf. Onderweg lees ik wat, of ik beluister een podcast. Nu ben ik bezig in A Visit from the Goon Squad van Jennifer Egan. Als je dat nog niet hebt gelezen, dan zou ik je het wel durven aanraden. Er gaat een zekere melancholie van uit, en sommige passages doen me denken aan de hand van Brett Easton Ellis.

Jij woont dus in Menen, daar beland in de nasleep van een danig gebroken hart. Ja, daar heb ik ook wel een beetje ervaring mee. En nee, ik ga niet zeggen dat het over gaat, dat weet je ondertussen ook wel. Maar als je hart echt grondig aan stukken wordt geslagen, dan verandert het je wel. Je onbezonnenheid verdwijnt. Het vermogen om je helemaal aan iets of iemand over te geven wordt aangetast. Er sluipt een zeker cynisme in je omgang met geliefden. De onschuld wordt uit je kleren gewassen.

Nu gebiedt de eerlijkheid mij wel te zeggen dat ik ook wel hier en daar een hart gebroken heb, en dat spijt me zeer. Maar ik heb het nooit gedaan op de berekende, sluwe, doordachte manier waarop anderen dat van mij ooit vertrappeld hebben. Het leek wel alsof het met voorbedachten rade werd gedaan, en daar ben ik nog altijd niet goed van.

Aan de foto’s op je Facebookprofiel te zien amuseer je je wel in Menen eigenlijk. Je bent zelfs bij de majorettes, iets wat ik zelf ook graag had gedaan toen ik klein was. Toen ik dat idee opperde zei mijn vader dat hij mij niet in mijn bloot gat over straat wilde laten paraderen. En daarmee was de kous af.

Soit, ik ga eens aan mijn werkdag beginnen. Bedankt nog eens voor je brief, en ik wens je voor de volgende 297 exemplaren nog veel inspiratie toe!

Hartelijke groeten van Wendy.

Read Full Post »

Therapie (piloot)

Het kantoor ziet er uit als een bibliotheekruimte in de jaren ’70. Overheersende tinten: oranje en bruin/beige. Van vloer tot plafond zijn de wanden bedekt met boekenkasten, uiteraard. Vakliteratuur en lijvige romans van Europese auteurs van betekenis. Er staat een bureau met daarop twee stapels tijdschriften, een blocnote en schrijfgerei en een bureaulamp. Er is geen sofa, wel twee eenpersoonsfauteuiltjes, tegenover elkaar opgesteld met een lage salontafel ertussen. Genre: 2 verdiepingen, houten boord en in het midden emaillen tegeltjes met een gevlamd motief. Op momenten dat het nodig is, haalt de psychiater met een discrete beweging een doos zakdoekjes naar het bovenste tafelblad.

Het kantoor bevindt zich in één van die flatgebouwen aan de uitvalswegen van de stad. Statig, op het protserige af, met immer gemillimeterd gazon in de voortuin. 3 verdiepingen hoog. In de hal een plakkaatje dat aanspoort om steeds de deuren goed af te sluiten en zeker geen onbekenden binnen te laten. Op de bovenste verdiepingen wonen welgestelde bejaarden, op de onderste etage houden tandartsen, boekhouders en psychiaters hun praktijk.

– Ik twijfel, begin ik.

– Waaraan twijfel je dan precies?

– Aan alles. Aan wat ik doe. Aan wie ik ben. Aan wat ik zou moeten doen of aan wie ik zou moeten zijn. Ik schrijf zinnen neer, delete ze weer, begin opnieuw en opnieuw en opnieuw. De hele tijd hoor ik gefluister: iemand heeft dit al gezegd en geschreven, en vele malen beter dan jij dit ooit zult doen. Het verlamt me, en het is alsof ik iets mis. Arrogantie, misschien?

– Hoe bedoel je dat laatste?

– Ik weet het niet. Is niet elke kunstenaar, artiest, schrijver, schilder, …. whatever arrogant? Te denken dat er iemand zit te wachten op wat hij doet of zegt?

– Is dat zijn drijfveer om te scheppen?

– Misschien niet van l’artiste brut, maar van de anderen? Toon mij een schrijver die niet wil gelezen worden, een schilder of een fotograaf die niet wil gezien worden. Een muzikant die niet wil gehoord worden, een acteur die voor een lege zaal wil staan. Dat bestaat toch niet?

– Jij lijkt er in elk geval zeer stellig van overtuigd.

– Ik weet het. Misschien te stellig. Zie je, nu twijfel ik opnieuw.

– Waaraan twijfel je precies?

– Waarom heb ik zoveel bevestiging nodig?

– Heb je dan zoveel bevestiging nodig?

– Ik weet het niet. Onbewust, misschien. Ik erger me aan mensen die ik er naar zie hengelen. Ik erger me zelfs aan mensen die ik teveel complimentjes zie uitdelen. Ik vertrouw ze voor geen haar.

– Waarom vertrouw je ze voor geen haar?

– Omdat ik me afvraag wat ze willen.

– Waarom zouden ze iets willen?

– Dat weet ik niet, daar moet ik even over nadenken. Mensen willen zoveel van je eigenlijk. Toch?

– Zullen we het hier maar bij laten voor vandaag? En denk tegen de volgende keer maar na over de vraag.

– Dat zal ik doen.

– Ik ben benieuwd. Dat is dan 50 €, graag.

Read Full Post »

Older Posts »