Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for oktober, 2011

Tijdens het weekend liet ik me verleiden om via facebook te reageren op deze post van Jan Pollet. Die entry verwees dan weer naar een bericht op de site Alphavillle waar een bijdrage te lezen is van Johan Sanctorum, die de tekst ook publiceerde op zijn eigen weblog ‘Visionair België’. (Héhé!).

Enfin, omdat ik het niet echt eens was met wat Sanctorum schrijft, werd me de bal teruggekaatst, zodat ik wel verplicht was om een gefundeerd antwoord te formuleren. Het werd uiteindelijk een tekst van 4 pagina’s, dus het is voor de liefhebbers.

Kort geformuleerd stelt Sanctorum dat Beyoncé mag pikken van De Keersmaeker, omdat dat we in een bad genaamd ‘intertekst’ leven, en dat intellectuele rechten toch problematisch zijn en daarbij: het getuigt van mentale frisheid in een maatschappij als ideeën vrij kunnen circuleren.

Wie is Johan Sanctorum?

Het is in dit debat relevant om de achtergrond van Sanctorum te belichten. Niet om op de man te spelen, maar wel om de achtergrond van enkele standpunten te belichten. Volgens Wikipedia: “Zo is hij een voorstander van algehele afschaffing van cultuursubsidies en hekelt hij het “Belgisch patriottisme” van de Vlaamse culturele wereld. Het is dus duidelijk dat Sanctorum een Vlaams nationalist is (in de zin dat hij streeft naar een onafhankelijk Vlaanderen) en bekend staat als de tekstschrijver van Bruno Valkeniers.

De afkeer voor dat ‘Belgisch patriottisme’ sijpelt al door in de eerste paar zinnen van zijn kritiek op: De reactie van de bekendste Vlaamse (of moet ik in haar geval zeggen: Belgische) choreografe is dubbelzinnig.”

Ok, Johan, we horen je. De Keersmaeker heeft zich nog niet bekeerd tot het Vlaams nationalisme, en is dus per definitie een product van het zo verfoeide Belgische establishment. ( … “barones Anne Teresa De Keersmaeker binnen de cocon van het Vlaams-Belgische subsidiecircuit is groot geworden”.)

Hoewel Sanctorum in het begin van zijn tekst de merites van De Keersmaeker looft (Zonder twijfel is Anne Teresa De Keersmaeker een mijlpaal in de geschiedenis van de moderne dans …), wordt deze verdienste enkele zinnen later gereduceerd tot de kunst van het binnenrijven van subsidies.

Voor zover ik de kronkelige redeneringen van Sanctorum juist interpreteer is De Keersmaeker dus ‘zonder twijfel een mijlpaal’, maar groot geworden binnen de cocon van het Vlaams-Belgische subsidiecircuit. Is dat dan eigenlijk geen bewijs van de bijzondere efficiëntie van datzelfde subsidiecircuit? Of gooien we tegenwoordig gewoon alle consequentie en logische conclusies overboord? Maak er eens uw gedacht van, mijnheer Sanctorum.

Sanctorum doet trouwens ook geen enkele moeite om zijn beweringen als zou De Keersmaeker dankzij dat zo verfoeide Vlaams-Belgische subsidiecircuit groot geworden zijn op enige manier te staven. We hebben hem op zijn woord te geloven, en laat ik dat nu net niet doen. Bewijzen graag, mijnheer Sanctorum. Harde feiten en cijfers, in tegenstelling tot stemmingmakerij.

De reactie van De Keersmaeker?

De officiële reactie van De Keersmaeker is deze: “People asked me if I’m angry or honored. Neither, on the one hand, I am glad that Rosas danst Rosas can perhaps reach a mass audience which such a dance performance could never achieve, despite its popurality in the dance world since 1980s. And, Beyoncé is not the worst copycat, she sings and dances very well, and she has a good taste! On the other hand, there are protocols and consequences to such actions, and I can’t imagine she and her team are not aware of it”.

Sanctorum noemt deze reactie ‘dubbelzinnig’, ik vind ze dan weer genuanceerd. De Keersmaeker erkent dat ze dankzij Beyoncé een groter publiek bereikt dan ooit tevoren en heeft ook lof voor haar dans- en zangkwaliteiten. Tegelijkertijd wijst ze Beyoncé en haar management op hun verantwoordelijkheid inzake copyrights, auteursrechten en intellectuele eigendom.

Hoge Kunst vs. Lage Kunst.

Sanctorum maakt in één klap ook het intentieproces van De Keersmaeker: “Een groot deel van De Keersmaekers discours omtrent Beyoncés zogenaamde misstap draait rond dat moreel-intellectueel superioriteitsgevoel”. Hij baseert zich daarvoor op de officiële reactie van De Keersmaeker. (“Now that I see Beyoncé dancing it, I find it pleasant but I don’t see any edge to it. It’s seductive in an entertaining consumerist way”).

Mensen die Rosas appreciëren doen dat volgens Sanctorum vooral om “in interessante gesprekken te tonen hoe gecultiveerd ze wel zijn”. Het is een beetje gek, toch, om De Keersmaeker te verwijten een arrogante houding aan te nemen in de discussie om dan hetzelfde te doen in de omgekeerde richting. Wie liefhebber is van moderne dans heeft ook een hoog ‘zelfknuffelgehalte’, wat daar dan ook mee bedoeld wordt.

Uiteraard wordt moderne dans (en bij uitbreiding dans tout court) gesmaakt door een welbepaalde culturele elite. Tijdens een voorstelling van Rosas, Cherkaoui, Vandekeybus, … zal 99% van het publiek deel uitmaken van de blanke middenklasse, alle initiatieven om dat soort cultuuruitingen laagdrempeliger te maken ten spijt. Het is dezelfde klasse die museums bezoekt, boeken leest, dichtbundels koopt en naar experimentele theatervoorstellingen gaat.

So what, om het met de woorden van Sanctorum te zeggen.

Waardeoordeel.

“Wel bemerk ik een latent superioriteitsgevoel van de “hoogcultuur” t.o.v. de “populaire cultuur”. De eerste manifesteert zich als experimenteel, vernieuwend, origineel, doordacht, intensief, diepzinnig. Van daaruit wordt de tweede geëtiketteerd als “mainstream”, inspiratieloos, entertainend, oppervlakkig, commercieel”.

Ik heb er alvast geen probleem mee om te te geven dat ik kunstuitingen die experimenteel, vernieuwend, origineel, doordacht, intensief en diepzinnig zijn meer waarde toe ken dan wat inspiratieloos, entertainend, oppervlakkig en louter commercieel gericht is. Nee, ik ga niet mee in de postmodernistische, relativerende onzin als zouden deze twee soorten kunst dezelfde merites hebben. Dat wil niet zeggen dat ik inspiratieloze edoch goed geproducete pop van meiskes als Britney Spears en c° niet zou kunnen smaken bij momenten. Om maar eens een belegen cliché uit de kast te halen: ik kan bij momenten gerust genieten van een pretentieloze Big Mac, maar ik wéét dat het geen kwaliteit is.

Low middle class.

(…) ik zal me beperken tot de vaststelling dat het zogenaamde materialisme en de diva-allures van Beyoncé Knowles wortelen in de sociale ambities van een Texaans, cultuurloos low middle class gezin (…)”

Oh, als je maar uit een cultuurloos low middle class gezin komt is het o.k. om je sociale ambities op volstrekt illegale wijze te realiseren door op ordinaire wijze te gaan pikken? Als je die redenering doortrekt, dan treft de jeugdige veelpleger die vorige week in Borgerhout werd neergestoken ook weinig schuld, want ook zijn zogenaamde materialisme zal wel geworteld zijn in de sociale ambities van een ontwortelde jongeman uit een achtergesteld milieu.

Iets in mij zegt dat Johan ‘Ik stel gewoon de clash tussen twee werelden vast’ Sanctorum, al dan niet bij monde van Valkeniers (of vice versa) het daarmee oneens zal zijn.

SABAM, intellectueel eigendom & citaatrecht.

Nogmaals: het is redelijk moeilijk om de glibberige kronkels in de redeneringen van Sanctorum te volgen en er enige logica in te ontwaren. De man lijkt er een sport van te maken om – zonder veel argumenten – van alles en nog wat op een hoopje te vegen en daar zijn gelijk uit te halen. De passage over Sabam hangt met veel haken en ogen aan elkaar, maar ik probeer even het kluwen te ontwarren voor u.

“Binnen dat cultureel establishment was er groot begrip voor de houding van De Keersmaeker, al klonk het hier en daar ook wel dat dit ontmaskerde plagiaat een mooie publiciteit oplevert”. Euh ja, Johan, als je even de moeite had genomen om de officiële reactie van De Keersmaeker helemaal te lezen, dan had je al kunnen constateren dat ze dat zelf ook erkent.

 “Wat ik in de discussie mis, is de cultuurfilosofische pointe: wat betekent “plagiaat” nu eigenlijk, en bestaat er zoiets als “intellectueel eigendom”? Interessante vraag. Maar geeft Johan er ook een antwoord op? Niet voor zover ik kan zien. Er komt een tirade tegen Sabam (die ik zelfs grotendeels onderschrijf), waarna hij naadloos overgaat tot de vaststelling: “Intellectueel eigendom” is in onze cultuurgeschiedenis altijd al iets problematisch geweest”. Is dat zo, mijnheer Sanctorum? En krijgen we daar misschien ook voorbeelden bij? Wordt deze stelling ergens onderbouwd? Niet dus.

Strafrecht.

In elk geval: in het strafrecht bestaat de term ‘intellectueel eigendom’ wel. Deze tekst, bijvoorbeeld, is mijn intellectueel eigendom. Ik hoef ze daarvoor nergens te deponeren of te beschermen. Ik heb ze gecreëerd en gepubliceerd, en dat is voldoende.

In het geval van De Keersmaeker vs. Beyoncé lijkt het me ook overduidelijk dat het gaat over het stelen van intellectueel eigendom, met als verzwarende omstandigheid dat de diefstal moet dienen om zichzelf te verrijken, zonder dat men de originele eigenaar daarin wil kennen. De arrogantie waarmee dit gebeurt is stuitend, en volgt een modus operandi. Het is niet de eerste keer dat Beyoncé van plagiaat beschuldigd wordt. Wie even de moeite neemt om te zoeken, merkt dat het internet vol staat met gefundeerde berichten in die zin. Plagiaat is voor Beyoncé een constante die weggemoffeld wordt onder het label van ‘zich laten inspireren’ in de hoop de originele bedenkers niet te moeten betalen voor hun werk.

Ik daag u overigens uit om het werk van Beyoncé te plagiëren. Het zal niet lang duren vooraleer u een dagvaarding in de bus vindt van Columbia Records. Maar dat zal dan wel weer kaderen in de materialistische ambities van een low middle class gezien, vermoed ik.

Uit de bocht.

Hoeveel keer is het thema van Don Juan vanaf de renaissance tot heden overgenomen en doorgegeven, zonder copyrightperikelen? Moet een onderzoeker de nazaten van Einstein toestemming vragen om de relativiteitstheorie te gebruiken?”, vraagt Johan Sanctorum zich af.

Wel, Johan, op het eerste deel van uw vraag (namelijk: hoeveel keer), daar is moeilijk op te antwoorden. Maar ik kan me moeilijk voorstellen dat u als min of meer geleerde mens daar zelf geen antwoord op kunt formuleren. Het is namelijk zo dat ‘intellectueel eigendom’ zich beperkt in de tijd uitstrekt, al was het maar omdat de bedenker van een bepaalde tekst, thema, boek, lied, melodie, …. op een bepaald moment de pijp aan Maarten geeft. U mag dus, zonder bang te zijn voor problemen, een uitvoering opnemen van pakweg ‘De Toverfluit’ van Mozart. Daar geldt dus geen ‘auteursrecht’ meer op. Een snelle opzoeking via Google leert me dat binnen de E.U. auteursrecht geldt tot 70 jaar na het overlijden van een artiest. De eerste auteur die ‘Don Juan’ in een boek opvoert, is Gabriel Téllez, die overleden is in 1648.

Einstein.

Einstein, slimme kerel, wordt over het algemeen beschouwd als de bedenker van relativiteitstheorie. Waarschijnlijk klopt dit niet helemaal met de werkelijkheid, de bijdrage van zijn vrouw bijvoorbeeld, wordt blijkbaar onderschat. 

Wil een wetenschapper zich baseren op deze theorie dan mag dat, en wel onder het citaatrecht. Dat maakt het namelijk mogelijk om bepaalde bronnen te citeren (met bronvermelding, natuurlijk) ten behoeve van kritiek, polemiek, recensie, onderwijs, of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden.

Het is trouwens op dit citaatrecht dat ik mij al een hele tijd aan het beroepen ben. Idem dito voor de student die een thesis schrijft, want dat schijnt u zich ook af te vragen.

Intertekst.

Sanctorum denkt het warme water te hebben uitgevonden door te stellen dat we tegenwoordig in bad zouden leven dat door filosofen ‘intertekst’ genoemd wordt.  Ideeën moeten kunnen bewegen om gerecycleerd te worden. Het vermogen tot imiteren, absorberen, kopiëren, parafraseren, permuteren ,… is zelfs een maat voor de mentale fitheid van een samenleving. Beschermde ideeën zijn dode ideeën”. Afgezien van het feit dat het woord ‘permuteren’ een beetje moeilijkdoenerij is van Sanctorum ben ik geneigd om het daarmee eens te zijn.

De denkfout die hij maakt is echter dat het niet de ideeën zijn die beschermd zijn, maar wel de bedenkers ervan. Er is niets tegen parafraseren, kopiëren en als het God belieft ‘permuteren’, maar er is nog een verschil tussen parafraseren (wat dus onder het citaatrecht valt), parodiëren en platweg stelen om er zelf materieel beter van te worden. Beyoncé imiteert schaamteloos, zonder enige artistieke meerwaarde te creëren. Dat getuigt niet van mentale fitheid, wel van intellectuele luiheid.

Read Full Post »

Er zijn overal verhalen.

Vorige zaterdag sta ik aan te schuiven aan de kassa van het grootwarenhuis waar ik gauw-gauw nog enkele boodschappen ophaal. Ik laveer als een geoefende militair doorheen de drukte, ga als een jager zonder omwegen op de prooi af. Aan de afdeling ‘Groenten & Fruit’ probeert een moeder één van de twee kleuters die ze onder haar hoede heeft te berispen. Maar jongetjes van een jaar of vier laten zich niet zomaar de les spellen, en een kleine machtsstrijd ontstaat. Natuurlijk verliest mama glorieus, zeker op het moment dat ze begint te dreigen dat ze hem in de hoek zal zetten of ergens achterlaten. Er is namelijk geen hoek in de Delhaize, en op het moment dat je een dreinende kleuter ergens op de afdeling verse vis pleurt dan is het maar een kwestie van tijd vooraleer een goedbedoelende moeial komt vragen ‘zijde gij uw mama kwijt, manneke?’. Waarop die kleine het natuurlijk nog harder op een huilen zet. En zo geschiede.

Omdat het zaterdagnamiddag is staat er aan elke kassa een lange rij, en ik wil ook cash betalen dus de self-service kassa is geen optie. Ik wurm me door de buitenste rijen, omdat die altijd het langst zijn en kies een rij ergens in het midden die er het kortst uit ziet. Lusteloos, traag en immuun voor het zenuwachtige schuifelen van de mensen aan haar kassa schuift de jonge caissière de artikelen van de klanten langs de barcode scanner. Om de irritatie de baas te blijven grijp ik op zo’n momenten meestal naar mijn gsm. Een sms sturen, inchecken of Foursquare, eventjes facebooken. Ondertussen werp ik een blik op de boodschappen van de mensen voor mij. Een jonge dertiger met een zak chips, een pak spaghetti, een beetje gehakt en een bokaal voorbereide tomatensaus. Een pakje gemalen kaas. Niet moeilijk wat die gaat eten, deze avond.

Achter mij legt iemand een fles goedkope vodka op de rolband. Daarna nog één. En nog één tot er in totaal vier flessen ter betaling aangeboden zullen worden. Ondanks het feit dat het dus de goedkoopste vodka in het aanbod is, hangt er rond elke fles een plastiek ding dat diefstal moet voorkomen. Jaja, Delhaize kent zijn pappenheimers wel. Het prentje op de flessen doet me een beetje denken aan de nationale vlag van Moldavië of zo. Een zwart gevleugeld beest met twee koppen die elk een tegenovergestelde richting uit kijken. Er gaat iets agressiefs van uit, vind ik, al kan ik niet zeggen waarom. De koppen hebben een opengesperde bek met een lange, krullende tong die er uit steekt. Misschien is het dat.

Ik wacht op het vervolg van de boodschappen, maar er komt niets meer. De tristesse die van dat beeld uitgaat is messcherp.  4 flessen van de goedkoopste vodka (37,5° alcohol, waarschuwt het etiket nog) – en verder helemaal niets. Ik draai me om, zodat ik kan zien wie de persoon is die bij de flessen hoort. Het is een vrouw, en dat had ik eigenlijk niet verwacht. Ze heeft een met stof beklede boodschappentrolley bij, zoals mijn grootmoeder er vroeger ook één had. Mijn zussen en ik wilden altijd dat ding achter ons aan trekken als we met haar naar de markt gingen, zodat mijn grootmoeder een beurtrol moest bedenken.

De vodka-vrouw is nog niet zo oud, eigenlijk. Mijn leeftijd misschien? Ze ruikt naar sigarettenrook, en ook drank. Dat laatste verbeeld ik me maar, denk ik. Liever had ik gehad dat het een jonge kerel was, zodat ik nog kon denken dat hij een feestje in het vooruitzicht had, met veel vrienden. De vrouw achter me ziet er niet uit alsof ze naar een feestje gaat, of dat ze veel vrienden zou hebben. Koopt ze vier flessen vodka op zaterdagnamiddag om het uit te zingen tot maandagmorgen?

 

Read Full Post »

“I think it’s less about grief than remembrance,” she said. “Grief starts to become indulgent, and it doesn’t serve anyone, and it’s painful. But if you transform it into remembrance, then you’re magnifying the person you lost and also giving something of that person to other people, so they can experience something of that person.”

Patti Smith, in een interview dat je hier kunt lezen.

Ik heb de laatste tijd genoeg kunnen nadenken over verlies, verdriet en hoe dat op een mens (of toch de mens die ik ben) inwerkt. Af en toe observeerde ik een beetje verwonderd mijzelf, en hoe ik op de dingen reageerde.

Rouwkledij, waarom bestaat dat eigenlijk niet meer? De eerste twee weken nadat Mara was gestorven, liep ik rond alsof mijn vel van kop tot teen één grote brandwonde was. Ik kan het moeilijk op een andere manier uitleggen. Zoals bij brandwonden de aanraking van een laken of ruwe kledij pijn doen, zo werd ik gekwetst door harde woorden en zielloos cynisme. Ik wilde zachtjes en liefjes toegesproken en aangeraakt worden, ook door de caissière van de Delhaize. Ik had zin om onbeleefde chauffeurs die toeterden en zwaaiden en gebaarden te stoppen, zodat ik hen verontwaardigd kon toesnauwen of ze zich wel realiseerden dat wij net in onze familie een kind verloren waren??? En toen besefte ik dat ‘men’ dat niet aan mij zag, dat verlies. Voor zij die mij kennen was het waarschijnlijk duidelijk, dat ik met mijn voeten sleepte en dat in mijn ogen droefheid de bovenhand haalde. Maar dat zijn tekenen die slechts zichtbaar zijn voor geoefende ogen van zij die nabij zijn. Voor alle anderen ben je gewoon maar iemand, die in de weg loopt of verstrooid blijft staan als het al lang groen is geworden.

En ik moest denken aan alle andere keren, dat ik ook toeterde of cynisch deed. Hoeveel keer ben ik niet diegene geweest die onwetend zout in de wonde wreef? Hoevele keren heb ik iemand tot haast en spoed aangemaand, terwijl die enkel stil wilde blijven zitten?

Nog niet zo heel erg lang geleden droeg wie een verlies te betreuren had het uniform van de rouwenden. Volgens strikte regels werden weduwen in het zwart gestoken, of men droeg een rouwband om de arm. In elk geval, het was voor onwetende buitenstaanders duidelijk dat enig mededogen gepast was. Het concept zou me wel van pas gekomen zijn (en nu moet ik mij tegenhouden om niet uit te barsten in een tirade tegen dit postmodernistische tijdperk zonder Grote Verhalen).

Maar door terug aan het werk te gaan beginnen de dingen min of meer in hun plooi te vallen. Je merkt dat er ook nog een leven is buiten dat ene feit waarrond je meende je bestaan te moeten laten pivoteren. Er is voor Mara en na Mara, maar evengoed moet de gele zak met restafval zondagavond buiten gezet worden. En voor je het weet, durf je terug te lachen om een onnozele lol op facebook. Eerst is dat nog een beetje stiekem, want als Iemand Die Iets Te Verwerken heb je toch een bepaalde status op te houden. De waardigheid van het slachtoffersambt moet toch bewaakt worden. En je voelt je toch ook een beetje schuldig. Want jij denkt aan vuilbakken of je durft lachen, eten, spelen, werken, onnozel doen, sporten, … En zo snel al! Is dat eigenlijk normaal?

Waarschijnlijk is dat normaal, zeker als we niet wijsneuzerig vragen ‘wat is dat, normaal?’ Het is ook een gemis van iemand die er nog niet was. Het is anders, denk ik, op het moment dat er iemand wegvalt die je écht hebt gekend, waar je herinneringen aan hebt, waar je gewoontes mee had opgebouwd. Het heeft jarenlang geduurd, bijvoorbeeld, dat ik in de stad of op café een krullenbol zag met een bril en dat ik dacht: ‘Hey, daar is Jo!’, om dan een fractie van een seconde later te beseffen dat het Jo natuurlijk niet kon zijn, want die is dood. (Full story here).

En bij mij was het vooral verdriet om het verdriet van iemand anders. Voor mijn nicht zal het wel anders zijn, maar zij begint nu toch al voorzichtig te zeggen dat ze het opnieuw wil proberen. En dat jaagt mij enorm veel schrik aan, maar tegelijkertijd weet ik ook dat dat eigenlijk een goede zaak is. Wij (als in: onze familie) zullen toch niet twee keer na elkaar door zo’n stom, onnozel toeval getroffen worden.

En Patti Smith heeft gelijk. Het is een raar ding, dat ‘slachtofferschap’. Je krijgt respect toegezwaaid, en anderen noemen je ‘sterk’ terwijl je daar zelf helemaal niet van overtuigd bent. Mensen willen vanalles voor je doen, in een onhandige poging je verdriet te milderen. Ik kan me goed voorstellen dat die self indulgence waar ze het over heeft om de hoek ligt te loeren. Transform it into remembrance, and the story becomes an entirely different one …

Read Full Post »

Random thoughts on October.

Ik heb jullie een beetje verwaarloosd omdat ik tegenwoordig ook schrijf voor filmblog Supercalifragilistic. Wie wil weten wat ik vind over deze of gene film, zal het dus voortaan daar moeten zoeken. Voorgaande zinnen impliceren natuurlijk dat ik ervan uitga dat jullie en masse zitten te wachten op mijn mening over films en dat er enige ontreddering ontstaat onder mijn lezers op momenten dat ik minder blog. Dat komt omdat ik mijn reputatie van arrogant kutwijf hoog moet houden en dat lukt bij deze vrij aardig, denk ik.

Er zijn mensen die ik niet ken, maar die mij wel kennen. ‘ t Is te zeggen: ze kennen mijn ‘echte’ naam, en als ze zich in hun kruis getast voelen door mij omdat ik niet onverdeeld lovend ben over hetgeen ze schrijven, denken ze dat ze die naam op ’t internet moeten zwieren. Tja. Ik weet ook wel dat het niet zo heel erg moeilijk is om mijn naam en eventueel mijn adres en telefoonnummer op te snorren, maar moet dat eigenlijk echt? In plaats van mij te vragen ‘zeg Wendy, uw kritiek op mijn schrijfsels, ik vind die eigenlijk niet terecht. Kun je eens zeggen waarom je er dit of dat van vindt?’. Nee hoor, we laten je liever en passant weten dat we je wel weten te vinden, en dat je nooit nog aan werk zult geraken als je al niet op de bodem van de zee wordt gevonden, met uw voetjes in beton gegoten. (Ok, ik weet het, ik overdrijf. Moraal van het verhaal? Onderschat nooit de omvang van het gemiddelde ego van de gemiddelde columnist).

Ik ben er ook een tijdje van tussen geweest door de gebeurtenissen van enkele weken geleden. (Zie mijn twee vorige entries). Het heeft er wel eventjes in gehakt, als ik eerlijk mag zijn. Je begint alles wel kapot te relativeren, je ziet alles in het licht van dat ene feit. Niets lijkt nog enig belang te hebben. Door terug te gaan werken heb ik mijn aandacht kunnen richten wat meer wereldse zaken, en dat helpt. Wat ook veel deugd doet, dat is dat we er in onze vriendenkring ook ongegeneerd over kunnen praten. Dat staat in schril contrast met de soms erg rare reacties van ‘de’ buitenwereld. Ofwel reageren mensen die je niet zo goed kent erg warm, begripvol en sympathiek. Ofwel reageren ze niet. Het blijft pijnlijk stil, en ik hou het maar op onbeholpenheid. Je beseft het natuurlijk pas als je het aan den lijve hebt ondervonden, maar als je rouwt is een cliché als een half tussen de tanden gemompeld ‘sterkte’ een welkome steun. Ik weet het wel, alle woorden zijn futiel op zo’n momenten, maar het gaat over de intentie die achter die woorden ligt.

Ook de zin ‘ik ben er voor je’, heeft nu voor mij een heel andere betekenis. De eerste dagen na de dood van de kleine, heb ik veel gewoon bij mijn nicht en mijn nonkel & tante ‘gezeten’. De behoefte was er wel om op een soort dwangmatige manier dingen te ‘doen’, zoals een cola gaan halen voor mijn nicht of zo, maar dat was vooral omdat ik met mijn eigen verdriet geen blijf wist. Maar de troost die je put uit gewoon bij elkaar in eenzelfde kamer te zitten, dikwijls zonder iets te zeggen, is erg groot.

Read Full Post »

Isn’t it ironic?

Precies een week geleden zat ik in hetzelfde weer op hetzelfde uur op hetzelfde terras. Mijn terras, zolang de huur netjes op tijd betaald wordt. Ik heb net een stukje geschreven voor mijn blog, en ik schenk me een koel glas witte wijn in als aperitief. Koken zal ik niet moeten doen vandaag, er is nog genoeg over van de last-minute geïmproviseerde barbecue de avond voordien. Het is een gezellige avond geweest, met fijne vrienden. Daarna nog in de zetel met mijn dochter naar een detectivereeks op televisie gekeken.

Ik voel me content, gelukkig zelfs. Bij mezelf zeg ik dat ik dààr eens een stukje over moet schrijven. Er zijn meer goede dagen dan dat er slechte dagen zijn. Leuke vooruitzichten, mijn reis naar Nieuw-Zeeland komt dichterbij. Ik kijk er naar uit om mijn zus na drie jaar nog eens terug te zien. De band met mijn dochter is beter dan ooit, zelfs al begint ze dan voorzichtig te puberen. In de namiddag zullen we wel nog iets doen, samen. Gent lonkt …

Het is er allemaal niet meer van gekomen. Een uur of twee later die zondag, zit ik in het ziekenhuis bij mijn nicht. Ze belde me omdat ze dacht dat haar water was gebroken. Bij gebrek aan auto regel ik een lift voor haar, ik kom zelf zo snel mogelijk achter om poolshoogte te nemen. Onderweg mopper ik nog een beetje. Toen ze via donorinseminatie zwanger werd had ik haar gezegd dat ze mij alles mocht vragen, behalve dan om er bij te zijn tijdens de bevalling. Andere mensen die pijn hebben, daar kan ik niet zo goed mee om. Nu ja, de baby kondigt zich een weekje te vroeg aan en de ouders van mijn nicht zijn op de terugweg, zodat ze mijn taak kunnen overnemen nog voor het echte werk begint. Hoop ik.

Een mededeling later zit ik verbijsterd naast mijn nicht, haar hand in de mijne. In haar buik zit een dood babietje. Een dag later weten we dat bij het indalen de navelstreng afgeklemd werd. Het is een stom ongeluk, brute pech. Ik zit daar maar te snotteren. Mijn nicht zegt dat ze verdoofd is, dat ze niet weet wat ze moet voelen. Ik word dan weer onpasselijk van zoveel onrechtvaardigheid. Ach ja, er is niemand die zoiets verdient, maar zij toch zeker niet. Ik voel me ook gepakt, verraden. Nooit was de gedachte dat ook het wel mis kon lopen bij mij opgekomen. Die donderslag bij heldere hemel, ik heb die echt gehoord.

Mijn tante arriveert, en ik ben opgelucht omdat dat betekent dat ik even weg kan. Mijn tranen hoef ik niet meer in te houden nu. Het leek zo ongepast om zelf je grote verdriet te etaleren in aanwezigheid van iemand die zoiets overkomt. Ik begin familie en vrienden te verwittigen. Hoe meer ik het zeg, hoe echter het wordt. Later die nacht komt Mara ter wereld, een flinke dochter van 52 cm en 3.490 gram. Mijn metekindje. Helemaal af, helemaal perfect. Ik zie ze nog een paar keer, die maandag. Het is alsof je ze zou kunnen wakker schudden.

 

Read Full Post »