Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juni, 2012

Laat het over aan de specialisten. 

Gisteren op Twitter de sneer: ‘Al een geluk dat ik geen kinderen heb, want ik zou nieuwe visitekaartjes moeten drukken waarop staat ‘onderwijsspecialist‘.

Want ja, ouders met schoolgaande kinderen zijn per definitie geen specialisten en kunnen uiteraard niets zinvol bijdragen aan het debat dat niet toevallig vlak voor de grote vakantie is losgebarsten. Jean-Jacques Rousseau maakte in de 18de eeuw naam en faam als pedagoog, maar liet zijn 5 kinderen te vondeling leggen. De kinderen van Dr. Spock die in de jaren 40 en 50 furore maakte als opvoedingsdeskundige liet 2 getraumatiseerde kinderen achter.

Versta me niet verkeerd, ik heb niets tegen deskundigen en theoretische modellen. Maar er is dikwijls een groot verschil tussen de theorie en de praktijk. En ook: waarom worden in dit debat twee van de belangrijkste betrokkenen, namelijk de scholieren en hun ouders, grofweg genegeerd?

Waarschijnlijk omdat ouders de laatste paar jaar vooral gezien worden als lastpakken. Dat moeit zich maar met de scholing van hun kroost, dat durft al eens kritische vragen stellen op een oudercontact over gehanteerde studiemethodes en vraagt al eens aan het lerarenkorps een motivatie rond een bepaalde beslissing.

Ouders zijn natuurlijk ook maar ervaringsdeskundigen die bezorgd zijn over de schoolse toekomst van hun kind(eren), dus daar hoeven we geen rekening mee te houden op het moment dat er hervormingen aangekondigd worden. We rammen hen dat wel door de strot. Slikken moeten ze toch.

Drop outs. 

Dé reden die een hervorming blijkbaar noodzakelijk maakt is de sociale ongelijkheid die er voor zorgt dat kinderen uit ‘lagere’ sociale klassen minder doorstromen naar het ASO en van daar naar het hoger onderwijs. En 20% van de jongeren verlaat het onderwijs zonder diploma of getuigschrift. Jongens van allochtone afkomst vormen in die groep de hoofdbrok. En het is de evidentie zelve dat die ‘brede eerste graad’ het onbetwiste wondermiddel is. Want ja, dat hebben specialisten en topambtenaren uitgevogeld.

En wie zich vragen stelt bij die hervormingsplannen, dat moet wel een elitaire & conservatieve egoïst zijn die die arme arbeiderskindertjes wil beletten om het elitaire bastion van het ASO binnen te dringen.

Het is maar een simpele vaststelling dat in dit land het overgrote deel van de mannelijke allochtonen niet of maar zeer moeizaam aan een job geraakt. En voor een deel speelt het lage opleidingsniveau een rol, maar waarom zou een jonge Marokkaan zich de moeite troosten om zijn best te doen op school als hij weet dat het structurele racisme in onze maatschappij hem toch zal beletten om werk te vinden? (Feryn Poorten  – onze klanten willen geen buitenlanders over de vloer, Adecco – als u geen migranten op de werkvloer wil, dan gaan wij volledig mee in uw verhaal, etc etc).

Hoe, in hemelsnaam, hou je zo iemand gemotiveerd op de schoolbanken als werkloosheid afgewisseld met hier en daar een onderbetaald kutjobje het enige vooruitzicht is? Om het heel cynisch te stellen: waarom zou je investeren in de opleiding van jonge allochtonen als we  het als maatschappij vertikken om die groep ook daadwerkelijk aan het werk te zetten?


Oplapwerk. 

Kan het zijn dat die structurele hervorming van de eerste graad gebruikt wordt om problemen aan te pakken die veel verder gaan dan louter onderwijs? Dat goed en degelijk onderwijs een speerpunt kan zijn in het verhogen van sociale mobiliteit en de instroom van talent naar het hoger en voortgezet onderwijs, dat lijdt geen twijfel. Maar doen alsof het onderwijs als enige daar een rol in te spelen heeft, is vals.

En nog eens iets: ik ken de cijfers niet, maar ik heb zo het gevoel dat het eigenlijk met onze sociale mobiliteit over het algemeen nogal meevalt. De meeste mensen van mijn leeftijdsgenoten en hun ouders zijn er een product van. Onze premier is een arbeiderskind. En hij is geen uitzondering.

Differentiatie. 

Het toverwoord in de discussie is blijkbaar ‘differentiatie’. We moeten streven naar ‘gedifferentieerd onderwijs’. Dat betekent dat de onderwijsmethodieken aangepast worden aan de verschillende leerlingen in functie van de te behalen leerdoelstellingen. Op zich kun je daar niet tegen zijn. Eenzelfde vaardigheid of kennis zal op verschillende manieren en op een aangepast overgebracht en aangeleerd worden zodat alle kinderen zich die kennis of vaardigheid kunnen eigen maken.

Maar er zijn ook grenzen aan dat systeem. En ik heb het gevoel dat men veel te krampachtig wil doen alsof elk kind met dezelfde intelligentie behept is, zich dezelfde vaardigheden kan eigen maken en in dezelfde dingen geïnteresseerd is. Maar dat is toch niet zo?

Differentiatie wordt dan een middel om kinderen die wezenlijk verschillende vaardigheden, interesses en intelligentie hebben toch maar samen te onderwijzen. Ik geloof echt niet dat ook maar iemand daar bij gebaat is.

Brede eerste graad. 

Ik merkte in het begin van de week al op: eigenlijk bestaat er al een brede eerste graad. Er zijn leerlingen die uit het 6de leerjaar naar een beroepsvoorbereidend jaar doorverwezen worden, als voorbereiding op een verdere schoolcarrière in het BSO. Dat gebeurt meestal niet toevallig. Bovendien zijn ouders niet gebonden aan adviezen van het CLB. Uiteindelijk steek je je kind nog altijd waar jij het wil.

Stuur je je zoon of dochter naar een eerste jaar ASO, dan krijgen die grotendeels dezelfde lessen en zijn ze onderworpen aan ongeveer dezelfde eindtermen. Er is een verschil van 4 lesuren, die ingevuld worden door Latijn, Wetenschappen/Economie (de zogenaamde ‘moderne’) en Techniek. En het struikelblok zou nu zijn dat iemand die in het eerste jaar voor techniek kiest in het tweede jaar niet meer kan overschakelen naar Latijn? No shit Sherlock.

Plus est en vous. 

Op facebook zag ik gisteren een dame met grote stelligheid beweren dat onderwijs moet gaan over ‘weten’ en niet meer over ‘kennen’. En dan heb ik nog het discours gemist van die Jef Staes in De Ochtend die blijkbaar ten stelligste beweerde dat we geen diploma’s meer moeten uitreiken, maar studenten moeten coachen op hun ‘talenten’.

Kinderen intellectueel uitdagen, ze dingen van buiten laten leren en ze af en toe op de toppen van hun tenen laten lopen, dat zijn vieze woorden geworden.

Hoe ga je een taal leren als je wel ‘weet’ dat er onregelmatige werkwoorden zijn, maar je die niet meer moet ‘kennen’? Waarom wordt er in het lager onderwijs gesproken over ‘doe-woorden’ wanneer men het over ‘werkwoorden’ heeft?

Ik las onlangs nog een artikel in The New Yorker: Spoiled Rotten. Blijkbaar hebben wij zo weinig vertrouwen in de capaciteiten van onze kinderen dat we ze willen behoeden voor elke inspanning en voor elke frustratie, dat we de lat steeds lager leggen. Ik deel dat gevoel. Heimwee naar drilregimes en de tirannie van de schoolmeester of juf heb ik niet. Maar ik voel me zo langzamerhand wel een buitenbeentje als ik luidop durf beweren dat ik van mijn dochter verwacht dat ze goed presteert op school. Dat ik wil dat ze haar vocabularium en haar verbuigingen van buiten kent. Binnenkort krijg ik de kinderbescherming over de vloer omdat ik zeg dat 66% voor een bepaald vak nog altijd 4% weg is van de na te streven 70%.

Advertenties

Read Full Post »

Sukkel.

Morgen wil ik beter zijn. En minder dik, maar dat doet eigenlijk niet ter zake. (Ik ben helemaal niet dik, soms voel ik mij gewoon zo. Dit tussen haakjes).

Het zit zo: elke avond neem ik mij voor een aantal dingen te doen. Een goed mens zijn, bijvoorbeeld. Of mijn belastingbrief in te vullen, een nieuwe energieleverancier te zoeken, mijn rekeningen te betalen, vroeg op te staan, te schrijven of op mijn werk productief te zijn voor een keer. Niet de clown uit te hangen. De gang te dweilen of de trap te stofzuigen. Na te denken voor ik iets zeg. Facturen te schrijven. Vriendelijk te zijn in het verkeer, voorrang te geven aan fietsers en voetgangers en ja te zeggen wanneer men mij iets vraagt. Mijn geduld niet te verliezen tijdens het opvragen van mijn dochter.

Gisterenavond wilde ik slechts 2 dingen. Gaan lopen en schrijven. Al de rest was extra.

Deze morgen werd ik wakker met een zere keel en een rotte kop. Had ik een paar uur langer kunnen slapen, ik was er waarschijnlijk door gekomen. Maar het was de verjaardag van mijn dochter en kon het dus niet opbrengen om mij hardvochtig nog eens te draaien. De rest van de dag heb ik mij dus redelijk mottig gevoeld. Een pijnlijk spiertje hier, een hoestje daar. Moe op het moment dat je de van beneden naar boven de trap bent opgegaan. Lopen kon ik dus vergeten, het schrijven lukte maar met moeite.

Ach, wat ben ik toch een weke sukkel. Een lamlendig wicht dat zeurt en steunt en zaagt en zucht. Was ik 50 jaar eerder geboren, dan was ik de Agnes geweest uit het Klaaglied om. Wegkwijnend aan de tering in een sanatorium aan de kust. Met zwakke hand brieven schrijvend aan het thuisfront.

Ik kan me zo nutteloos en overbodig voelen in mijn eigen leven.

 

Read Full Post »

Wide awake.

Vorige nacht lag ik nog eens wakker. Onder mijn ribben deed het zeer, rechts onder het middenrif. De gal die ik niet kan spuwen wordt langzaam steen. Ik maande mijn hart tot rust aan, sprak mijn gedachten streng toe. Vandaag loop ik rond in een lijf dat twijfelt en met een hoofd dat hapert.

Zondagnacht werd ik wakker en ik moest mijn vingernagels uit mijn handpalmen plukken. Mijn nek weigert nog langer het gewicht van mijn hoofd te torsen, mijn armen zijn lam en nutteloos. Ik weet niet meer waarheen in dit glazen huis. Ik zou licht en vrij willen zijn, zoals klaprozen in een berm.

Maar ik ben een mier, gevangen onder jouw vergrootglas. Ik leef met jouw speldenprikken op mijn gevoelige plekjes zoals het holletje achter mijn oorlel of mijn hart, die verdomde sentimentele spier. Je doet alsof je niet weet welke woorden mij raken als scherpe kiezels uit een katapult. Dan leg ik mij op de tafel, naakt en ik wijs één voor één mijn blauwe plekken aan. Jij kijkt ze weg.

Je bekent enkel wat ik al weet, en dan nog. Zelfs nu serveer je mij enkel je stille zwijgen. Jouw geheimen zijn reusachtig als de bergen. Je verdwaalt. Mijn aanwezigheid is een zweepslag, elke keer weer.

Wat moet ik doen, nu jij je ogen lijkt te willen opeten van spijt? Niets.

Read Full Post »

Het probleem Parys.

Lap. Ik mag al beginnen met een correctie. In tegenstelling tot wat ik gisteren schreef (Het Zwakke Geslacht) heeft Parys geen functies meer binnen Flanders DC. Ik had mij – makkelijk, dat wel – laten misleiden door de volgende tekst op de website van Parys:

Vervolgens kreeg hij de opdracht om een nieuwe Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit, Flanders DC, uit de grond te stampen en er later voorzitter van te worden. Flanders DC richt zich op creatieve ondernemers, onderwijs en beleid en werkt aan een cultuur van creativiteitondernemerschap en innovatie Als voorzitter van de raad van bestuur geeft hij richting aan de studies, innovatie instrumenten en evenementen die Flanders DC organiseert. Vanuit die functie scherpt Lorin elke week zijn pen aan en geeft hij zijn visie op creatief ondernemerschap in De Standaard.”

Ik ben een vrouw en dus per definitie niet erg beslagen als het op logica aankomt, maar aangezien Parys nog altijd zijn ‘pen mag scherpen’ en in De Standaard week na week in ‘De Paradox van Parys’ zijn visie op ‘creatief ondernemerschap’ mag uitdragen ging ik er van uit dat hij dus nog altijd voornoemde functie bekleedde. Quod non.

De paradox van Parys. 

Maar als Parys niets meer met Flanders DC te maken heeft, dringt zich een andere vraag op. Namelijk: in welke hoedanigheid publiceert Parys elke week in De Standaard? Alleszins niet meer als voorzitter van de RVB van Flanders DC, daarover kunnen we het eens zijn. Is het dan misschien als actief lid van de Open VLD? Parys is immers ex-woordvoerder van Patricia Ceysens, regionaal bestuurslid binnen Open VLD, stemgerechtigd lid Open VLD Academy (etc, etc, …). Het is niet dat Parys zich niet openlijk profileert als Open VLD’er. Op de  website van de partij staat Parys in al zijn glorie te blinken.

Het vreemde is dat daar in zijn rubriek in De Standaard niets over terug te vinden is. Een zinnetje als ‘Lorin Parys is bestuurslid van de Open VLD Leuven en COO van Uplace’, het zou één en ander al veel beter kaderen.

Creatieve ondernemer. 

Het zal zijn dat Parys schrijft in de hoedanigheid van ‘creatief’ ondernemer. Want ja, zo’n ‘lifestyleconcept in vastgoed’ bedenken zoals Uplace, daar moet je waarlijk een creatieve geest van het genre 2.0 voor zijn. Als Van Gogh nog had geleefd, die kerel had niets anders gedaan dan het ene na het andere ‘lifestyleconcept in vastgoed’ uit de grond stampen. Hoe visionair is dat wel niet, een winkelcentrum met ‘belevingswinkels’ en plaatsen waar je een klef broodje kunt kopen tegen een veel te hoge prijs? En weet je wat? We zetten op dat winkelcentrum eens wat appartementen en we noemen dat ‘lofts’ of ‘penthouses’!

Geef die man een prijs, en vlug wat! Verhef hem in de adelstand. Exporteer hem naar het buitenland zodat de wereld weet wat voor ongelooflijk creatieve ondernemers hier op deze lap grond rondlopen.

Politici in de krant. 

Begrijp mij niet verkeerd, het is op zich geen probleem dat politici op geregelde basis schrijven voor deze of gene krant. Voorbeelden zat. Het is wel een probleem als de lezer in het ongewisse wordt gelaten daarover.


Read Full Post »

Lorin Parys. 

Af en toe word ik door tinternet attent gemaakt op de schrijfsels van ene Mijnheer Parys. Het gevolg is meestal wat milde ergernis. Parys heeft een rubriekje in de Standaard dat de ‘De Paradox van Parys’ heet. Over het algemeen zijn zijn redeneringen zo consistent als een brik karnemelk en zijn argumenten makkelijker te doorprikken dan een tros ballonnen die per ongeluk in een cactuswoud terecht zijn gekomen.

Ik begin bijna te vermoeden dat Van Parys ergens een sekstape liggen heeft waar hij de hoofdredactie van de krant in kwestie mee kan chanteren, want ik kan geen andere reden bedenken waarom een gazet die zich laat voorstaan op het predikaat ‘kwaliteit’ week na week onzin van dat kaliber blijft publiceren.

Volgens zichzelf is Parys een ‘doener’ (ja, van veel nadenken kun je hem niet beschuldigen). Hij is ook COO (dat is Chief Operations Officer, meisjes en jongens) van Uplace. Ja, dé Uplace. Naar eigen zeggen heeft hij op die manier meer dan 3.000 jobs gecreëerd door het bedenken van een lifestyleconcept in vastgoed. We gaan even voorbij aan het feit dat het nog hoogst onzeker is dat dat spel ook effectief gebouwd zal worden, mijnheer Parys schrijft zonder omkijken toch lekker zomaar eventjes 3.000 gecreëerde jobs op zijn conto. Als ik Parys een boek zou aanraden, het zou Kaas zijn van Elsschot.

Gisteren verscheen zijn stukje onder de titel ‘Het Zwakke Geslacht‘.  In die column komt Parys via een kronkelig pad van halve waarheden en verkeerd geïnterpreteerde feiten tot de conclusie dat mannen tegenwoordig ‘het zwakke geslacht’ zouden zijn en de onschuldige slachtoffers van een complot genaamd ‘omgekeerd seksisme’.

Zwak versus sterk. 

Om te beginnen de titel. Het Zwakke Geslacht. In 2012 moeten we het blijkbaar nog altijd stellen met die gedateerde dichotomie van het ‘sterke’ versus het ‘zwakke’ geslacht. Dat is niet de schuld van Parys natuurlijk, en we kunnen niet van bedenkers van ‘lifestyleconcepten in vastgoed’ verwachten dat ze er op hun eentje in slagen om oude paradigma’s achter zich te laten. Fair enough. Maar kunnen we misschien de wedloop tussen de seksen stoppen en onze complementariteit en sterke punten gebruiken? En zouden beide geslachten er geen baat bij hebben om – ik zeg maar iets – een beter evenwicht te creëren tussen werk en vrije tijd? (Enzovoort, enzoverder, ik kan hier moeilijk een exhaustieve lijst publiceren van alle vlakken van het maatschappelijke leven waar er nog ruimte is voor verbetering).

Mannen op de arbeidsmarkt.

Parys begint zijn column met de vaststelling dat de economische crisis ‘een pak harder’ toeslaat bij mannen dan bij vrouwen. De werkloosheid bij mannen stijgt, die bij de vrouwen daalt. De reden die hij daarvoor aanhaalt is dat vrouwen vaker tewerkgesteld zijn in sectoren die niet zo onderhevig zijn aan economische schommelingen zoals de zorg en het onderwijs. Dat klopt. Zorg en onderwijs zijn ook die sectoren waar er vaker part-time gewerkt wordt en waar er minder te verdienen valt. Waarschijnlijk is dat laatste één van de redenen waarom deze sectoren door mannen minder aantrekkelijk bevonden worden.

Een andere reden voor de kwetsbaarheid van mannen op de arbeidsmarkt – zo haalt Parys aan – is het feit dat jongens (mannen) vaker dan meisjes de schoolbanken verlaten zonder diploma. Die vaststelling is correct. Maar mijnheer de COO slaat de bal behoorlijk mis op het moment dat hij zegt ‘meisjes blijken nu ook gewoon slimmer‘. Meisjes en vrouwen zijn inderdaad op het vlak van onderwijs aan een serieuze inhaalbeweging bezig, ook in studiegebieden die vroeger meer ‘mannelijk’ terrein waren zoals de exacte en de toegepaste wetenschappen. Dat heeft op zich niets te maken met pure intelligentie, wel met een aantal andere factoren die meer van psychische en emotionele aard zijn. Zo hebben meisjes over het algemeen een betere studie attitude dan hun mannelijke collega’s, om maar iets te zeggen. Over het verschil in studieresultaten tussen jongens en meisjes is trouwens genoeg vakliteratuur te vinden. En deze inhaalbeweging op de schoolbanken vertaalt zich nog altijd niet op de arbeidsmarkt.

Omgekeerd seksisme.

‘Hebben wij mannen een probleem? Lijden wij in stilte als slachtoffers van omgekeerd seksisme?’ vraagt Parys zich ongegeneerd af. Hij citeert David Benatar die aanhaalt dat mannen dan wel oververtegenwoordigd zijn aan de ‘top’ van de maatschappij (wat daar dan ook mee bedoeld wordt), maar dat ze tegelijk van dezelfde oververtegenwoordiging genieten in de ‘kelder’ van de maatschappij die dan moet bestaan uit ‘daklozen, gevangenen en schoolverlaters zonder diploma’. En dat moet het bewijs zijn van het bestaan van omgekeerd seksisme? Ik dacht het niet.

 Ten eerste: mannen scoren over het algemeen beter aan de extremen van het spectrum, vrouwen zijn dan weer beter vertegenwoordigd in het midden. Ik heb het nu over een aantal ‘meetbare’ zaken zoals bijvoorbeeld intelligentie, leeftijd of bepaalde ziektebeelden. Er zijn bijvoorbeeld meer mannelijke genieën (IQ hoger dan 150) dan dat er vrouwelijke genieën zijn, maar er zijn ook meer mannelijke ‘debielen’ (IQ tussen 50 en 70).

Vrouwen leven gemiddeld langer omdat mannen en jongens onder invloed van testosteron meer risico nemen, meer ongelukken hebben en dus vroeger sterven. Mannen plegen ook meer zelfmoord en leven over het algemeen ongezonder, gaan zich meer te buiten aan overmatig alcohol- en druggebruik. Het feit dat vrouwen langer leven kun je dus bezwaarlijk afschuiven op ‘omgekeerd seksisme’.

Ga direct naar de gevangenis. 

Ten tweede: mannen plegen ongeveer 90% van de geweld- en zedendelicten. Dat de ratio man/vrouw in de gevangenissen ongeveer 10/1 is, ligt dus niet aan ‘omgekeerd seksisme’. Het ligt wel aan het feit dat mannen gewoon meer strafbare feiten plegen en dus logischerwijze sneller een kaartje krijgen richting gevangenis. Als mannen nu eens zouden stoppen met gewapende overvallen plegen of tijdens vechtpartijen andere mensen de kop in te slaan, er zou minder reden zijn om mannen op te sluiten. Het is natuurlijk maar een idee hoor, Lorin.

Keuzevrijheid. 

In de laatste twee paragrafen gaat Parys helemaal loos. Sta mij toe te citeren.

“Op sommige vlakken hebben vrouwen vandaag meer keuzevrijheid dan mannen. Als vrouw kun je er vandaag voor opteren voluit voor een carrière te gaan, thuis te blijven om voor de kinderen te zorgen of beide te combineren. Alleen is diezelfde beweging voor mannen niet gevolgd. Want laat ons eerlijk zijn, een man aan de haard, die lachen we vierkant uit. Een man wordt geacht voor het brood op de plank te zorgen; een vrouw mag kiezen”.

We kunnen dus besluiten dat Lorin Parys COO van Uplace is geworden (een functie die hij combineert met het voorzitterschap van de RVB van de organisatie Flanders DC) omdat hij bang was uitgelachen te worden mocht hij ervoor gekozen hebben om zijn carrière op een lager pitje te laten draaien om tijd te maken voor zijn kinderen?

En het pleidooi van Monica De Coninck enkele weken geleden waarbij mannen en vrouwen opgeroepen worden om een evenwichtiger verdeling inzake werk/gezin na te streven heeft Parys in al de drukte van het lobbyen op het kabinet van minister Schauvlieghe waarschijnlijk niet gehoord. Ik weet natuurlijk niet in welke kringen Parys zich meestal beweegt, maar de meeste mannen die ik ken zijn niet te beroerd om de zorg voor hun kinderen op zich te nemen, ouderschapsverlof aan te vragen en op allerlei andere manieren te investeren in de opvoeding en de toekomst van hun kinderen. Kan het allemaal nog beter? Uiteraard! Maar stellen dat ‘een man geacht wordt brood op de plank te brengen‘ en laten uitschijnen dat dat het enige is dat een man geacht wordt te doen is intellectueel oneerlijk. Het enige dat Parys doet is zichzelf (en bij uitbreiding ‘de mannen’) wentelen in de rol van slachtoffer van het ‘omgekeerde seksisme’.

Cliché. 

De voorzitter van de raad van bestuur van Flanders DC eindigt zijn lamlendig betoog met een cliché van formaat: “En voor wie nog niet overtuigd zou zijn dat mannen het moeilijk hebben: van ons wordt verder niet verwacht dat we onze emoties tonen, de weg vragen of echt zeggen hoe die rok eruit ziet. Je zou van minder beginnen te twijfelen”.

Maar gij dutske toch! Ik laat per direct een pallet papieren zakdoekjes leveren op het hoofdkwartier van Flanders, District of Creativity.

Een mens zou eigenlijk verwachten dat een organisatie die werkt aan een cultuur van ‘creativiteit, innovatie en ondernemerschap’ geleid zou worden door iemand die zelf blijk geeft van creativiteit, originaliteit en vernieuwing. Mis poes! De RVB wordt daar voorgezeten door een ouderwetse macho die uitblinkt in bekrompenheid.

Read Full Post »

Ik zou het vandaag eens over borsten willen hebben. En meer precies over borsten en BH’s. En om nog preciezer te zijn: over sportBH’s. Om de één of andere reden, dames, weigert u zo’n ding aan te trekken.

Hoe ik dat weet? Doordat ik sinds kort om de drie dagen of zo ga lopen en ik u dus op een willekeurig tijdstip wel eens tegenkom in de omtrek van de Gentse watersportbaan en het proefondervindelijk vaststel. Een mannelijke kennis die de stadsloop van een week of twee geleden overschouwde van aan de zijlijn merkte achteraf op dat hij slechts een handvol vrouwen had gezien die hun bos(je) hout voor de deur op doeltreffende wijze hadden ingesnoerd. Een vriendin die me onverwacht aan de eindmeet kwam aanmoedigen zei min of meer hetzelfde.

En eerlijk waar: het is niet dat ik geobsedeerd ben door andervrouws borsten, maar een paar keer per week kruis ik wel een aantal loopsters van wie het balkon heen en weer zwiept als was het een flatgebouw in de Italiaanse regio Emilia-Romagna tijdens een aardbeving met een kracht van 6.0 op de schaal van Richter. Je KUNT daar dus gewoon niet naast kijken! Naast het feit dat ik het geen zicht vind, lijkt het me bovendien een pijnlijke zaak. En ik zal nog eens iets verklappen: het komt u ook op commentaar te staan van het mansvolk, dat niet altijd even flatterend en vriendelijk is. Met andere woorden: er wordt al eens mee gelachen.  Waarom denkt u dat er op Kanaal2 ooit trampolinemeisjes op de mensheid werden losgelaten?

Waarom? In hemelsnaam zeg mij: waarom? Hebben jullie stiekem de ambitie om zelf als zo’n trampolinemeisje aan de bak te komen? Heb ik een genetische afwijking waardoor ik tijdens het sporten functionaliteit en praktische overwegingen verkies boven frutsels, lintjes, bandjes en kant? Bestaat er een geheim verbond waar ik niets van af weet?

Wist u, dames, dat niet of verkeerd inpakte borsten tijdens het lopen of andere activiteiten met hoge impact zoals tennis tussen de 8 en de 19 cm over en weer geslingerd worden? Kunt u zich een beetje voorstellen welk effect dat heeft op uw huid in uw borststreek? Vergis u niet: borsten bestaan voor het grootste deel uit vet- en klierweefsel en veel minder uit spieren, zodat het de strakheid van uw vel is dat ervoor zal zorgen dat uw tepels binnen afzienbare tijd ter hoogte van uw navel hangen (of niet).

Ik ben zelf in het bezit van een redelijk handjevol (voor mensen met redelijk grote handen), dus voor mij was het geen optie om te beginnen sporten zonder een degelijke sportBH. Ik heb ongeveer 30€ geïnvesteerd in een model van het merk Fila uit de Inno, dus kom mij niet vertellen dat dat stukken van mensen kost. Uw gedateerde Marlies Dekkers (ja, dat was hip in 2006 en ondertussen kun je Dekkers rip offs kopen in De Zeeman) kost verdorie meer! Met die Fila, waarover ik een sport-topje draag met een ingewerkte ondersteuning kan ik huppelen, lopen, dansen en springen zonder dat mijn C-cup meedeint als een olietanker die rond Kaap de Goede Hoop in een orkaan verzeild is geraakt.

Ik weet wel, mijn Fila-model is niet van die aard dat het in de slaapkamer tot veel vuurwerk zal leiden. Daar is het ook niet voor gemaakt. Een goede sportBH zorgt voor de nodige ondersteuning (ongeacht je cupmaat, en ook vrouwen met een kleine cup hebben er baat bij) en is bij voorkeur gemaakt uit materiaal dat je huid laat ademen en het zweet door laat. Doe uzelf en uw twee lievelingetjes dus een lol en stap naar dichtst bijzijnde Innovation alwaar u zich een sportmodel aanschaft.

Voor al uw andere activiteiten hult ge u maar in niets aan de verbeelding over latende niemendalletjes …

 

 

Read Full Post »