Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Liefde’ Category

Brief terug

Dag T.,

Gisteren zat je brief in de bus. 4 handgeschreven kantjes lang voor je afsluit met de gedachte aan een glas wijn en een aflevering van Dexter. En dit doe je in 2015 elke dag blijkbaar. Chapeau, ik zie het mezelf niet doen. Dat soort consistentie en discipline is me volkomen vreemd. Ik bewonder het wel in anderen, dus ook in jou.

Ik hoop dat je het me niet kwalijk neemt dat ik je langs deze weg antwoord, maar geloof me vrij: anders komt het er gewoon niet van. Er is een te grote hoeveelheid praktische zaken die ik zou moeten overwinnen, zoals geschikt briefpapier vinden en een balpen die het doet. Dan het schrijven zelf. Ik ben zo iemand die vindt dat de dingen vanzelf moeten gaan, het lijkt wel alsof ik aan plannen een broertje dood heb. (Dat van dat broertje zou nog waar kunnen zijn, aangezien ik enkel twee zussen heb. Haha, flauw mopje). Uiteindelijk, als er ooit eens een magisch moment zou geweest zijn waarop papier, pen en even niets anders te doen zouden geresulteerd hebben in een brief, dan is er nog altijd de zoektocht naar een enveloppe en een postzegel. En een brievenbus.

Weet je dat ik zelfs gepostzegelde ansichtkaarten heb liggen van op reis die ik nooit heb gepost? Zo erg is het met mij dus gesteld.

Je schrijft dat je Harelbeke, de stad waar ik sinds kort werk, maar een grauw oord vindt. Ik zou het niet weten eigenlijk. Voorlopig heb ik het hier enorm naar mijn zin. Ik heb de grondige ommekeer in mijn leven bijzonder goed verteerd eigenlijk. Het merkelijk vroegere opstaan bijvoorbeeld, zorgt op dit moment helemaal niet voor problemen en het pendelen bevalt me bijzonder goed. Het helpt natuurlijk dat de trein richting Kortrijk nooit overvol zit. Aan het station te K. spring ik gezwind op de Blue Bike en een dikke tien minuten later sta ik op het werk. ’s Avonds heb ik in de dubbeldekker trein quasi een hele wagon voor mezelf. Onderweg lees ik wat, of ik beluister een podcast. Nu ben ik bezig in A Visit from the Goon Squad van Jennifer Egan. Als je dat nog niet hebt gelezen, dan zou ik je het wel durven aanraden. Er gaat een zekere melancholie van uit, en sommige passages doen me denken aan de hand van Brett Easton Ellis.

Jij woont dus in Menen, daar beland in de nasleep van een danig gebroken hart. Ja, daar heb ik ook wel een beetje ervaring mee. En nee, ik ga niet zeggen dat het over gaat, dat weet je ondertussen ook wel. Maar als je hart echt grondig aan stukken wordt geslagen, dan verandert het je wel. Je onbezonnenheid verdwijnt. Het vermogen om je helemaal aan iets of iemand over te geven wordt aangetast. Er sluipt een zeker cynisme in je omgang met geliefden. De onschuld wordt uit je kleren gewassen.

Nu gebiedt de eerlijkheid mij wel te zeggen dat ik ook wel hier en daar een hart gebroken heb, en dat spijt me zeer. Maar ik heb het nooit gedaan op de berekende, sluwe, doordachte manier waarop anderen dat van mij ooit vertrappeld hebben. Het leek wel alsof het met voorbedachten rade werd gedaan, en daar ben ik nog altijd niet goed van.

Aan de foto’s op je Facebookprofiel te zien amuseer je je wel in Menen eigenlijk. Je bent zelfs bij de majorettes, iets wat ik zelf ook graag had gedaan toen ik klein was. Toen ik dat idee opperde zei mijn vader dat hij mij niet in mijn bloot gat over straat wilde laten paraderen. En daarmee was de kous af.

Soit, ik ga eens aan mijn werkdag beginnen. Bedankt nog eens voor je brief, en ik wens je voor de volgende 297 exemplaren nog veel inspiratie toe!

Hartelijke groeten van Wendy.

Advertenties

Read Full Post »

Wil u graag ook uw relationele en andere zielenroerselen toevertrouwen aan Wendy? Mail me op liefstelita@gmail.com 

Beste Wendy,

Mijn man en ik zijn al 20 jaar getrouwd. 4 jaar geleden werd hij geopereerd en sindsdien is ons seksleven bijna onbestaande. Alhoewel ik toch voldoende initiatief heb genomen (je kent het wel, eens thuiskomen met een roze négligeetje en dat dan showen, of een wellness boeken in een privésauna met een flesje bubbels er bij) lukte het hem bijna niet om een stevige vuist te maken, als je begrijpt wat ik bedoel. Wat ik ook deed, zijn klokske bleef hangen op half zes. Ik heb dit steeds aangenomen, ondanks mijn behoeften.

Een aantal weken geleden heb ik per toeval in de tas waarmee hij naar zijn werk gaat een seksspeeltje gevonden en condooms. Toen ik hem daarmee confronteerde zei hij dat dit zuiver voor hemzelf was, voor zijn eigen behoeften te bevredigen. Maar waarom niet met mij?

Mijn vertrouwen is volledig weg, ook al omdat dit niet de eerste leugen is dat hij verteld heeft. Hoe kan ik weten of hij de waarheid spreekt? Hij belt mij regelmatig van op zijn werk om te zeggen dat hij moet overwerken. Vroeger nam ik dat zomaar aan, maar nu heb ik daar mijn twijfels bij. Is het fout van mij dat ik hem niet meer vertrouw?

 

Groetjes, 

Linsieke43

Beste Linsieke43,

Als ik u hier voor mij had zitten aan mijn bureau, ik gaf u kletsen op uw bloot gat! Zo uw eigen venteke wantrouwen. En dan nog zonder dat hij het weet in zijn kabas van het werk zitten snuffelen. Je moest beschaamd zijn! En kom niet af met het excuus dat je op zoek was naar zijn vieze overall om die in de was te steken. Wie zijn neus in de zakken van iemand anders steekt, die zou wel eens gestoken kunnen worden door een wesp die zich daar toevallig schuil houdt. En geloof me vrij: dat is dus wel degelijk een enorm pijnlijke zaak. Heb ik van horen zeggen.

Bovendien er is een zeer logische en redelijke verklaring voor het feit dat je man in zijn aktentas waar hij elke dag mee naar het werk gaat  een seksspeeltje en condooms heeft zitten. Zelf kom ik nu ook niet direct op die logische en redelijke verklaring, maar ze is er zeker en vast. Als je ’s morgens vroeg op een drukke pendeltrein eens door de tassen van de mensen zou gaan, ik denk dat je zeer veel seksspeeltjes en condooms zou vinden. En iedereen zou daar zeker een logische en redelijke verklaring voor kunnen geven. We moeten daar niet flauw over doen.

Je vertelt me dat je man vaak moet overwerken, of dat hij af en toe met zijn collega’s iets gaat drinken. Heb je er al eens bij stil gestaan dat jouw man stijf staat van de stress? (Allez, figuurlijk dan hé). Hij heeft blijkbaar een baas die niets anders doet dan hem onder druk zetten. Altijd dat overwerken, jij begrijpt niet goed wat dat doet met een mens zeker? En allemaal onbetaald wellicht, ik ken dat. En dan de collega’s die aan zijn mouw komen trekken om met hem iets te gaan drinken terwijl hij natuurlijk veel liever naar huis zou komen … Geen wonder dat de haan niet altijd kraait. Dat de leeuw niet altijd brult. Dat de vlag soms eens halfstok hangt. Enfin, je begrijpt wat ik bedoel.

Weet je wat het is volgens mij? Jullie zijn een beetje uit elkaar gegroeid. Ik zou zeggen: koop u eens een ondeugend lingeriesetje. Boek eens een wellnessweekendje, gewoon voor jullie tweetjes. Verzorg uzelf een beetje. Kook hem eens iets lekkers. Stoofvlees met frietjes, bijvoorbeeld. Mannen lusten dat graag. Ik doe in mijn stoofvlees altijd een bruine boterham met mosterd en een stukje pure chocolade. En een bruine trappist natuurlijk.

Je moest al naar de winkel zijn, Linsieke43!

Uw toegenegen Wendy.

Read Full Post »

Ik las in de krant deze hartenkreet van een anonieme twintiger. Omdat ik het advies aan deze getroubleerde ziel een beetje zoutloos vond, heb ik er een eigen draai aan gegeven. Ook een probleem dat het deskundige advies van Wendy kan gebruiken? Mail naar liefstelita@gmail.com 

Hoi Wendy,

Twee jaar geleden werd ik smoorverliefd op een collega. We hadden regelmatig seks maar hij wilde zich niet binden. Maar ik bleef hem verleiden en na een tijd werd hij ook verliefd. Onze relatie gaat goed. Hij is superlief en doet alles voor me. Maar ons leven is saai: overdag werken, ’s avonds met ons bord op schoot voor tv. Twee weken geleden heb ik via Facebook iemand leren kennen die een avontuurlijk leven leidt: hij reist veel en zingt bij een band. We chatten regelmatig. Ik voel me schuldig, maar ik ben zo verliefd… Moet ik nu mijn vriend, die ik ook supergraag zie, verlaten?

 Anonieme twintiger

Hoi Anonieme twintiger!

Je hebt iemand gevonden die een avontuurlijk leven leidt en tijd heeft om daar elke dag op Facebook met jou over te chatten? Dat is er eentje uit de duizend, zoveel is zeker. Over dat zingen bij een band heb ik wel een beetje mijn twijfels: meestal betekent dat dat hij te dwaas of te lui is om een instrument te leren bespelen. Schrijft hij zijn eigen teksten? Dan is het dubbel opletten geblazen, want voor je het weet zit je met een pseudo-intellektueel type opgescheept that always has to express his feelings in bad English. Maar goed, misschien kom je uit één of ander boerengat waar men altijd een beetje sneller onder de indruk is dan normale mensen. (Dat zou trouwens ’t een en ’t ander verklaren). Je bent nog meer gejost als het een kerel betreft die in één of ander dwaas dialect zingt, want dan kun je je de volgende jaren verwachten aan onderbetaalde optredens met een slechte geluidsinstallatie op pakweg Zeverrock. Als je geluk hebt krijg je nog twee drankbonnetjes per persoon om bier van matige kwaliteit te zuipen bij de bol Américain die je in de ‘artiestenlounge’ op je bord gekwakt krijgt. Pluspunt is wel: het verorberen van die bol Américain is wel behoorlijk avontuurlijk te noemen, dus dat aspect van jullie eventuele relatie is alvast in orde.

Nu de vraag van 1 miljoen dus: moet je je vriend verlaten? Om het met Filip Kowlier te zeggen: mobanint! Zo’n tamzak die alles voor je doet en ’s avonds met een wezenloze blik voor de TV zijn patatjes en zijn groentjes zit op te smikkelen kun je beter in de buurt houden. Avontuurlijke types staan er om bekend twee linkerhanden te hebben, en als je ooit een carport of een veranda wil (en geloof me: dat zul je echt ooit willen!) dan is het beter om zo’n makkelijk te verleiden goedzak in de buurt te hebben. En verder heb je van mijnheer ‘wat is er vanavond op TV schatje’ toch geen last? Laat die mens toch gewoon vegeteren op jullie sofa uit de Weba!

Het is wel de bedoeling dat je ondertussen een affaire begint met de avontuurlijke zanger. Laat hem honderduit vertellen over zijn voettochten in Tenerife en zijn beklimming van de Kemmelberg. Zeg af en toe eens ‘amai!’ als hij weer voor de dag komt met een onwaarschijnlijk verhaal, dat hebben zulke types graag. Het enige dat je moet onthouden is dat je NOOIT eerlijk antwoord geeft op de vraag ‘wat vind je van mijn muziek/zang/teksten?’. Zeker niet als hij op voorhand te kennen geeft dat ‘je gerust kritisch’ mag zijn. Doe. Het. Niet. Zijn muziek/zang/band is de beste en het zijn natuurlijk die klootzakken bij Studio Brussel en Radio 1 die zijn doorbraak – die hij meer dan iemand anders verdient – tegenhouden door hem van de playlist te weren. Jij bent er om instemmend te knikken en hem over de rug te aaien als zijn onnozele single die zijn band uitgeeft in eigen beheer (liefst met jouw centen) weer eens is geflopt.

Vergeet ondertussen niet de man in de zetel op geregelde tijdstippen te voeren!

Veel succes!

Wendy

 

Read Full Post »

Gewoon.

‘Zeg, die laatste blog van jou. Waar gaat die eigenlijk over? Allez, ik bedoel: wat was de inspiratiebron?’ vraagt mijn lief van de overkant van de tafel. Hij doopt een stukje brood in de saus. We zitten in één van die goedkope Turkse restaurants in de Sleepstraat. We hebben geaperitiefd in de bar van een duur restaurant dat altijd volzet is en waar we misschien eens zouden gaan eten. Het geklungel achter de bar waar drie mensen een soort absurd ballet opvoerden om onze cocktails te shaken doet ons deze beslissing voor onbepaalde tijd uitstellen.

Ja, wat was de inspiratiebron? Ik begin een incoherent verhaal over een radiopresentatrice die een serie op de radio aanbeveelt met de woorden ‘kei graaf’. Een jonge kerel die de opiniepagina’s van een krant onveilig maakt, niet met jeugdige branie maar met de arrogantie en het uitgespreide ego van hoofdredacteuren op leeftijd. Hij steelt zonder scrupules de stem van zijn leeftijdsgenoten en maakt die tot de zijne. De generatie in wiens naam hij meent te spreken is succesvol en de kansen groeien als plukklare vruchten aan de bomen, het is enkel kwestie van ze in je schoot te laten vallen. Er zijn geen losers, drop-outs of verstotelingen die op jonge leeftijd al murw geschopt zijn door het leven. Er is geen angst, er is geen depressie, er is geen leven op de vlucht of op de dool. Er is geen wanhopig zoeken naar werk, eender welk. Neen, zijn generatie is op zoek naar een leuke job die uitdagend en spannend is en die hen naar plaatsen zal brengen waar de zon altijd schijnt en de champagne koel staat. Zijn generatie kent geen leden die opgegroeid zijn in beschimmelde krotten waar sponzen boterhammen uit de supermarkt dun belegd worden met goedkope confituur.

Ik hap naar adem, mijn lief luistert en eet ondertusen onverstoorbaar verder. Hij wacht op wat er nog zal volgen en probeert ondertussen orde te scheppen in de chaos, niet enkel die van mij.

Dan vertel ik verder over hoe ik niet snap dat emoties op TV verpatst worden. Dat niemand het principe zelfs nog maar in vraag stelt en dat er dus lang verloren familiebanden aangehaald worden onder de blik van een camera, een geluidsman en een interviewer/presentator. Dat een camera niet enkel registreert, maar ook de ervaring tekent, bijstuurt, inkleurt. Dat mensen zich anders gaan gedragen als er een camera in de buurt is, zelfs al willen ze het zelf niet. Zelfs al merken ze het zelf niet. Enfin, zeg ik, hoe haal je het eigenlijk in je hoofd om dat te vragen aan de mensen, of ze dat willen doen?

Mijn lief kijkt me aan, maar ik merk aan zijn blik dat hij het niet helemaal snapt. Nu ja, zeg ik, uiteindelijk gaat het gewoon waarover dat de mensen willen dat het gaat hé.

We spreken over andere dingen dan, ik laat de helft van mijn eten liggen. Later wil ik op de tram stappen die de verkeerde richting uitgaat, maar hij is helder genoeg van geest om ons de juiste te laten nemen.

Wat ik niet prijsgeef: het beeld van de verdronken zeeman dat ik heb uit een nieuwsbericht over een zeeman uit Chili die in de Gentse haven tussen wal en schip terecht kwam en verdronk.

Wees toch eens niet zo hermetisch, foeter ik tegen mezelf. Gééf de mensen iets waar ze iets aan hebben, dat ze kunnen vasthouden. Iets om je aan te herkennen. Schrijf over de dingen die je graag hebt of eet, over je banale ergernissen in plaats van altijd zo raar en zo speciaal te willen doen.

Ach, denk ik bij mezelf. Als ik nu eens wat meer hartelijk was en wat minder stug. Open in plaats van gereserveerd als een oud lid van oude adel met oud blauw bloed in de aderen. Als ik nu eens de kunst leerde van ergens bij te horen, van vriendelijk te zijn en te blijven tegen de juiste mensen in plaats van afwachtend en onzichtbaar. Ik ben aaibaar als een bosje prikkeldraad.

 

Read Full Post »

Dag lief,

 

Het is door jou dat ik voor de eerste keer zo schaamteloos meedoe aan dit kleffe feestje. Ik was altijd meer het ‘haha-wat-is-Valentijn-toch-een-stom-feest’ – type. En dan toch stiekem blij als een kind als iemand me dan toch een bosje bloemen toestopte. Begrijp me niet verkeerd; ik heb nog altijd geen zin om veel te veel geld te betalen om vanavond op restaurant een geforceerd Valentijnsmenu naar binnen te stouwen. Huwelijkjes van twee schelletjes vlees en duootjes van vette kost onveranderlijk gevleid op bedjes van prei, nee laat maar. Ik hoef nog altijd geen diamanten en paarlen, chocolade hartjes en dure parfums. Enfin, tenzij jij mij dat echt wil geven, maar ik weet niet of je van bijouterie veel verstand hebt. Van chocolade krijgen we te veel schuldgevoelens en die keer dat jij vroeg welke parfums ik lekker vond gaf ik je zo’n vaag antwoord dat je er natuurlijk niets mee kunt.

Ach, ik ben waarschijnlijk nooit erg goed geweest in al die romantiek. Wat wordt er eigenlijk bedoeld met ‘romantisch doen’? Alleszins iets met kaarsjes en zonsondergangen, sauna’s, violen, rode rozen, wandelingen op het strand, champagne en eventueel een huwelijksaanzoek nadat men elkaar in de film een paar keer op het nippertje misliep. Sommige mensen (mannen?) gebruiken ‘romantisch doen’ ook als eufemisme voor neuken. Daar stel ik me dan ook al weer zo’n filmvrijpartij bij voor. Vier keer zuchten onder de lakens en dan met een verzadigde blik in slaap.

En aan het felle vuur van de liefde had ik mijn vingers ondertussen wel een keer te veel verbrand. Een hele rij Heathcliffs met een woeste blik en een kruiwagen vol beloftes had ik gekust en geloofd. Ik heb eindeloos lang gewacht op wat niet kwam en vele hete tranen gehuild om schaamteloos bedrog. Vele malen voordien had ik het spel gespeeld, van aantrekken en afstoten, van wel en niet, of ja toch maar ik weet het niet zeker. Soms ben ik Helena geweest. Onbedoeld, achteloos wreed en blind voor de pijn van het hart dat ik brak. Het voelde alsof ik spinrag scheurde en het kleverige spul van mijn hand probeerde af te schudden.

Vaker echter wist ik me de achterblijver met het kortste stukje in mijn vuist geklemd. Alsof ik zelfs dat niet kon loslaten zonder veel moeite. De keren dat ik in het ootje ben genomen en belazerd als een kind van 5 zijn niet meer te tellen. En telkens ik de mist zag optrekken en opnieuw klaar kon zien was ik verbijsterd. Dat het zo kon zijn, dat wie ik had liefgehad zoals ik dat deed en omgekeerd, mij zo kwaadaardig had gereduceerd tot een cliché uit een slecht boek of een rubriek in een damesblad.

Neen, ik had mijn lesje wel geleerd. Al die overgave en dat opgaan in elkaar, dat wat mensen passie noemen, dat was niets meer voor mij. Zoals ik het zag, was het als passeren aan een wisselkantoor in een vreemd land. Wat ik gaf, was altijd meer, beter en waardevoller geweest dan wat ik ervoor had teruggekregen.

Ik kan nog altijd niet zeggen wat ik zou moeten kunnen zeggen. Maar ik kan je vandaag wel een dik vet hart schenken, mijn lief!

Read Full Post »

Het zal wel dat het lang geduurd heeft voor ik a song that you know all the words to kon kiezen. Ik ben namelijk een sucker for lyrics, en ik kan werkelijk verliefd worden op een nummer omdat er een slimme zinsnede in zit. Zo ben ik een onvoorwaardelijke fan van Placebo, omdat ze mij jaren geleden singlegewijs wisten te vertellen ‘All it takes is one decision – A lot of guts – A little vision’ (uit Slave To The Wage). En ik smelt werkelijk iedere keer ik hun Song To Say Goodbye hoor. Als je een zin als ‘You were always one of those – Blessed with lucky sevens – And a voice that made me cry’ kunt verzinnen, dan bestaat er geen twijfel over: ge kunt mij krijgen. (En dan hebben we het nog niet gehad over de bijhorende videoclip hé).

Gelijkaardig verhaal met The Last Shadow Puppets. Dat is godverdomme met moeite een kwarteeuw oud en dat schrijft dingen als ‘And she was walking on the tables in the glass house – Endearingly bedraggled in the wind – Subtle in her method of seduction – The twenty little tragedies begin’.  Dat getuigt niet enkel van een uitstekende taalbeheersing, maar ook van een levenswijsheid die je niet verwacht van kereltjes die zich nog maar net zijn beginnen scheren.

Eigenlijk zou dat nog een goed idee zijn voor een blog, om dat soort teksten te gaan ontleden, in context te plaatsen en er allerlei symbolische lagen in te vinden waar geen mens (laat staan de auteur ervan) al aan heeft gedacht …

Maar het werd tijd om de Engelse hegemonie een beetje te doorbreken, dus in tegenstelling tot wat ik zelf lange tijd heb gedacht over deze challenge is het een Frans nummer geworden. En eerlijk is eerlijk: ik heb indertijd een paar dagen moeten blokken om deze tekst helemaal van buiten te leren (ja, sorry, ik weet het, soms heb ik een beetje rare trekjes en dat wordt enkel erger met de jaren), maar ik vond dat de moeite waard.

De eerste keer hoorde ik het nummer in het radioprogramma van Friedl Lesage, op radio 1. Ik ben eigenlijk nog altijd een beetje kwaad dat ze dat programma hebben afgeschaft en vervangen door het verschrikkelijke ‘Peeters & Pichal’, maar ik begin er langzaam overheen te komen. Lesage interviewde toen Maaike Cafmeyer die Martha Wainwright kort daarvoor aan het werk had gezien, en voornamelijk lyrisch was over de manier waarop ze ‘Dis, quand reviendras-tu?’ van Barbara coverde.  Ik kende op dat moment noch Martha Wainwright, noch Barbara, noch het nummer in kwestie, maar ik was wel onmiddellijk verkocht.

Dat kwam natuurlijk ook omdat ik de vraag ‘Dis, quand reviendras-tu?’ zelf geregeld moest stellen aan mijn toenmalig lief. Dat toenmalig lief was namelijk een klootzak op hoog niveau, die ergens anders nog een lief had. En nog ergens anders nog een lief, maar dat wist ik toen allemaal niet. In die periode leefde ik voornamelijk op hoop die werd aangewakkerd door vage beloften. (En ook op goedkope wijn en sigaretten, natuurlijk). Als een domme hond wachtte ik op telefoontjes (die niet kwamen) of maakte ik mij klaar om bezocht te worden op momenten dat het hem paste. Ik liet mij door hem maandenlang aan het lijntje houden, het was alsof ik blind, doof en dwaas tegelijk was. Mensen rondom mij probeerden mij voorzichtig aan het verstand te brengen dat mijn beeld van hem niet helemaal overeenstemde met de werkelijkheid, dat al mijn wachten op niets zou uitdraaien. Ik beloonde hen door ruzie met hen te zoeken, door verontwaardigd hun goeie bedoelingen in twijfel te trekken. Ik sloot mij op, barricadeerde mij in mijn huis, ik bleef thuis want het zou wel eens kunnen dat hij zich zou verwaardigen om langs te komen. En ik luisterde naar het lied van Barbara in de versie van Martha Wainwright terwijl ik werkelijk tranen met tuiten huilde.

Gelukkig is er de laatste strofe van het nummer, die zoals in oude sonnetten een breuk is met de vorige …

J’ai beau t’aimer encore, j’ai beau t’aimer toujours,
J’ai beau n’aimer que toi, j’ai beau t’aimer d’amour,
Si tu ne comprends pas qu’il te faut revenir,
Je ferai de nous deux mes plus beaux souvenirs,
Je reprendrai la route, le monde m’émerveille,
J’irai me réchauffer à un autre soleil,
Je ne suis pas de celles qui meurent de chagrin,
Je n’ai pas la vertu des femmes de marins,

Als er één ding duidelijk is, dan wel dit: je n’ai vraiment pas la vertu des femmes de marins …

Read Full Post »

Zwiep.

God, wat heb ik gedacht dat ik nooit meer op dit punt zou komen. Dat ik mij nooit meer zo ongelukkig zou hoeven te voelen. Dat ik voor de verandering nog eens het onderspit zou moeten delven in het spelletje dat psychische oorlogsvoering heet. Dat ik mijn mentale weerstand weer zou voelen wegglippen. Dat ik weer huilend inslaap en huilend wakker word. Ok, het is voor een groot stuk zelfmedelijden. Maar de balans die ik kan opmaken stelt op dit moment niet erg veel voor. Geen thuis, een onzekere job, en wat er op mijn bankrekening staat is ook al niet om over naar huis te schrijven. Het enige waar wat over te melden valt is de categorie ‘stommiteiten’. Daar grossier ik in.

Het doet me denken aan die koning uit de Griekse mythologie, die alles wat hij aanraakt in goud verandert. Zelfs zijn eten, zodat hij uiteindelijk sterft van de honger. Het is alsof alles wat ik aan durf te raken uiteindelijk desintegreert, verdwijnt, verpulvert terwijl ik het wanhopig probeer vast te houden. Daar alles voor wil doen, behalve de juiste dingen blijkbaar. De machteloosheid die ik voel. Het is alsof ik niets in mijn leven zelf bepaal, alsof ik een willoze lappenpop ben die van hier naar ginder wordt gegooid. Zwiep. Daar ga je. Zwiep. Nee toch niet. Zwiep, zwiep, zwiep, … en ja en amen knikken. Omgaan met de realiteit.

De dingen die ik zou moeten doen en uitstel. De vraag ‘waar heb ik dit aan verdiend’ die steeds luider in mijn hoofd weerklinkt, de grote onrechtvaardigheden die ik meen te ontwaren. Ik zou iets willen stukmaken, mijn hand klemmen rond een glas tot het breekt en mijn handen snijdt, bloed zien lopen langs mijn polsen. Ik zou willen slapen, dagenlang en wakker worden in een nieuw leven. De brute wreedheid die ik niet kan ontwijken. Breng ik dat in iemand naar boven en hoe dan wel? Waarom, vooral?

Read Full Post »

Older Posts »