Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for november, 2013

Het zijn dagen van duister, van weemoed, van stilte en van een hemel die loodzwaar hangt. Doorbuigt tot ze je langzaam versmoort. Het licht is weg, vervangen door een doffe brei en miezer. Vreemd genoeg verlang ik naar frisse kou die zeer doet aan je tanden, het pijnlijke ontwaken van vingertoppen die sneeuw hebben gekneed. Alles is beter dan dit. Dit. Dit grijs in honderdduizend soorten. Dit zwijgen in honderdduizend talen. Die kleine pesterijen als middel om verongelijkt te kunnen zijn. We dwarrelen in stilte langs elkaar heen, elk vraagt zich af hoe de ander is. Achter de deuren hoor ik mompelen, er wordt gezucht op de trap. Ik ben veroordeeld tot onmacht, tot volgen en vriendelijk gebedel. Ik hou van direct en rechtdoor. Ik heb het moeilijk met de sluipwegen die anderen bewandelen, alsof we soldaten zijn in vijandelijk gebied. Misschien zijn wij dat wel, en heb ik het nooit eerder beseft. Nu streep ik de dagen door en hou mijn blik op de einder. Straks, denk ik, straks gaan de dagen terug lengen en begint het leven opnieuw.

Ik ben te snel om op te springen en ter wille te zijn. Denk dat ik mezelf daarmee vrijkoop en van erfzonde ontsla. Een kwijlende, domme hond ben ik. Met een compulsief kwispelende staart en die niet beseft dat na het koekje nog maar eens de schop volgt. Iemand wordt getergd uit verveling, sleur of omdat er even niets anders te doen is. Herinner je je nog die ene film die me zo fascineerde? Ergens in de jaren tachtig, met acteurs die we nu nog kennen. Ongelooflijk, zeggen we, ongelooflijk hoe jong ze er toen uitzagen. Het was een film over tieners in een klein Amerikaans stadje die een klasgenote vermoordden en haar lieten liggen bij de rivier waar het gebeurde. Na school kwamen ze terug, om te zien dat ze er nog steeds lag. Het is dat gevoel van emotionele leegte dat ik herken bij jou. Het gat wordt gevuld met je geheimen die je zelf niet eens lijkt te kennen. Je bent er bang van, en daarom moet ik nog steeds dood. Als ik alles zou boekstaven en openbaar zou maken, je zou verpulveren als een vampier in de middagzon. Elke keer als ik denk dat het voorbij is, kom je terug. Zo gaat het nu al jaren aan een stuk.

Eergisteren zag ik in de achteruitkijkspiegel hoe de zon zakte, reusachtig, vurig rood. De snelweg leek te raken, daar ver achter mij. Toen was het weer donker en probeerde ik geen fietsers omver te rijden. De boiler in de keuken is nog steeds kapot, de trap nog niet gestofzuigd, de gang niet gedweild en de living niet geveegd. De gang ligt vol, mijn schoenen moeten nog hersteld. Er is afwas. De dag is zoals dagen altijd zijn. In het donker kan ik niet zien hoe de herfstbladeren de tuin bedekken, maar dat het vooruitzicht van opruimen en tuinafval naar het containerpark zeulen maakt me angstig. Ik besluit voor de zoveelste keer streng dat het belachelijk is.

 

Read Full Post »

I’m blogging.

Een blogpost over blogposts. Metaman strikes again. Eerder deze week kreeg ik een mailtje (waar ik nog niet op antwoordde, excuus) van een ‘beginnend’ blogger die ik in mijn blogroll had opgenomen. Ik word altijd een beetje verlegen als mensen mij vragen om tips of feedback, want dan denk ik: ‘wat weet ik er eigenlijk van?’. En toen kwam er op Twitter een discussietje voorbij met Guido over zijn vraag waarom zo weinig blogs ‘draaien’. Dat draaien moest dan vooral geïnterpreteerd worden als ‘hits halen’, en Guido kwam zelfs op de proppen met een aantal tips om je bezoekersaantallen naar omhoog te halen. SEO in het achterhoofd houden tijdens het schrijven, en je posts verschillende keren delen op elk mogelijk netwerk, je blog doormailen, … Enfin, het lijkt me allemaal vrij logisch als je graag veel lezers scoort. 

Toen ik in november 2009 deze blog opstartte had ik een gebroken hart en omdat ik ontslagen werd ook nog eens zeeën van tijd. Voordien had ik ook al geblogd, ook al met heel tranerige verhaaltjes over liefdesverdriet (ja, sorry, mijn dirty thirties waren een lange aaneenschakeling van soapachtige amoureuze avonturen die altijd verkeerd afliepen, voor mij dan toch). Enter Wendy Kroy (die ze vanzeleven niet meer liggen zouden hebben, dat zie je van hier!). Ik had al snel van mezelf door dat ik qua thema’s, vorm en stijl niet echt paste in wat ik gemakshalve maar ‘het bloggerswereldje’ zal noemen. Ik had geen jonge kinderen waar ik honderuit over kon of wilde vertellen en ik was zelf ook maar matig geïnteresseerd in wat andere ouders over hun kroost deelden. Ik had geen fiets, wat in die tijd precies een vereiste leek te zijn. Ik kon niet naaien en ik wist ’s morgens vaak niet wat ik ’s avonds zou koken, laat staan dat ik weekmenu’s zou verzinnen. Ik zat aan mijn computer te dromen over paradise lost en paradise regained, probeerde een nieuwe job te versieren en schreef af en toe iets. Veel meer dan hoeveel mensen mijn blog lazen, vroeg ik me af wie dat deed en of hij meelas. Het antwoord was ja, trouwens. Op mijn facebookprofiel zweeg ik in alle talen over mijn blog, het was allemaal nog te vers en ik wilde geen al te persoonlijke vragen beantwoorden of medelijden oogsten. Op Twitter zat ik nog niet. Ik reageerde af en toe op andere, populaire blogs en dat veroorzaakte af en toe bescheiden piekje in de statistieken. De eerste keer dat ik 100 hits had op een dag dacht ik dat ik het gemaakt had, tot ik een artikel las in de echte krant waarin Madame Zsa-Zsa vermeldde dat zij dagelijks op 3.000 unieke bezoekers op haar blog mocht verwelkomen. 

Ondertussen bleven mijn gemiddelde bezoekersaantallen stijgen. Voor wie geïnteresseerd is in de cijfers: in 2009 had ik gemiddeld 9 bezoekers per dag, vandaag 134. Natuurlijk is die stijging er gekomen omdat ik uiteindelijk toch mijn blog op facebook wereldkundig maakte en toen ik ook voor Twitter zwichtte stuwde natuurlijk ook de statistieken ferm de hoogte in. 

Maar uiteindelijk draait het vooral om volhouden denk ik (alhoewel dat in mijn geval niet eens daarover gaat, ik houd namelijk weinig tot geen zaken vol die ik niet graag doe). Ik schrijf wat en ik zwier het online, en dat nu ondertussen ongeveer 4 jaar lang. Op den duur maak je gewoon deel uit van het meubilair in het grote blogcafé. Dat online zwieren doe ik eigenlijk maar 1 keer: automatisch verschijnt mijn post op mijn FB-profiel en op Twitter, en dat is het dan. Wie mij wil lezen zal dat wel doen, en ik heb geen zin om andere mensen met mijn hersenspinsels te vervelen door mezelf 37 opnieuw te linken of te tweeten. 

Is het fijn om te zien dat mensen een bepaald bericht delen? Ah ja, natuurlijk. Het is een vorm van waardering en virtuele schouderklopjes maken me blij. Na al die jaren zijn de wegen van het internet wel nog altijd ondoorgrondelijk voor mij: tekstjes waarvan ik zelf denk ‘pffft, ok dan maar’ oogsten dikwijls meer succes dan posts waar ik op zit te sjieken en te herkauwen, waar ik aan schaaf en schuur tot ik vind dat het echt goed is. (Meestal denk ik ongeveer 1 seconde lang dat het goed is, en vlak na het indrukken van de button ‘publiceer’ komt diepe twijfel opzetten). 

Wie wil schrijven in functie van hits, die zal waarschijnlijk de tips van Guido moeten volgen. Thema’s kiezen waarvan je kunt vermoeden dat ze aanslaan. Formuleringen zoeken die zoveel mogelijk mensen behagen. Voor iedereen die gewoon zijn allerindividueelste emoties wil delen op het publieke forum: het gaat veel meer om wie je leest dan iets anders. Ik dacht dat ik alleen was met hoe ik me voelde, en tot op vandaag komen mensen me zeggen dat ze zich in wat ik ooit op deze blog zette herkennen. (En ik bloos elke keer weer). 

Read Full Post »

Naar de KVS gaan, dat is altijd – elke keer opnieuw – mijzelf verwonderen over het beschamende schouwspel van jonge, schaarsgeklede vrouwen die in weer en wind staan te wachten om opgepikt te worden door de een of ander kerel. Torenhoge hakken, felle kleuren en pailletten inbegrepen en retestrakke broeken of rokjes zo kort dat ze ternauwernood de gluteus maximus bedekken. Alleen of in groepjes van twee of drie hangen ze rond. Om hen heen draait de carrousel van auto’s, aftandse Golfs tot blitse Jaguars. Traag, geduldig schuiven de wagens een aantal keer het blokje rond. Soms schuift een raampje naar beneden en wordt een meisje aangewezen dat dan volgens de geplogenheden naar voor leunt en met de kont pront in de lucht de onderhandelingen start. In een paar seconden moet beslissen of ze zich bij een wildvreemde in de auto waagt. Deze meisjes, niet zelden geïmporteerd uit exotische landen met als enige doel hier op deze wijze geld te verdienen waar hun klote-pooiers mee aan de haal gaan zul je nooit in talkshows aantreffen om vrijheid/blijheid te kirren. De happy hooker zal wel bestaan, maar ze staat waarschijnlijk niet op een zaterdagnacht in de gietende regen op de hoek van de Lakensestraat te wachten tot ze de eerste, de beste kerel een pijpbeurt in zijn auto kan aanbieden.

Enfin, theater dus. Aangezien mijn lief een degelijke Vlaamse vent is met een gezonde interesse in all things wielrennen had ik hem bij het uitkiezen van onze toneeluitstapjes ‘Giovanni’ getipt, een productie van Compagnie Cecilia onder de regie van Johan Heldenbergh over Jempi Monseré.  Zo’n oervlaamse naam, verankerd in ons collectieve geheugen als een hunebed en waarvan zelfs ik weet dat die iets met vélokoers te maken heeft. In de namiddag voor de voorstelling ontdekte ik dat de tekst op rijm stond, en u mag weten dat dat ten huize van voor enige onrust zorgde. Na een doodssmak op de gladde trappen op weg naar de KVS-box (ik overleef het wel, maar mijn knie doet nog altijd een beetje zeer, bedankt voor het medeleven) zien we dat de tribunes zich over twee kanten van de zaal verdeeld zijn. In het midden een replica van een Vlaamser dan Vlaamse tea-room, waarvan je er op elke dijk aan de Belgische kust wel een paar aantreft. De smaak van wafels met poedersuiker en de herinnering aan halfnatte zwembroekjes en door zand geïrriteerde kinderbilletjes komen in me op. In de tea-room maken we kennis met de zussen Collette en Martine en de jonge Lily die zwanger is. Papa in spé Giovanni en zoon van Collette is spoorloos (en getrouwd met een ander) en Lily hoopt in tea-room ‘Giovanni’ haar verloren geliefde op te snorren. Met het verhaal over het korte leven en de tragische dood van Monseré als leidraad  vertellen de drie vrouwen hoe ook zij met de nevenschade van leven en liefde te maken kregen en krijgen. Aan de naam Giovanni hangt veel vast, jammerlijke gebeurtenissen lijken zich keer op keer te herhalen en hoe krampachtiger men de loop der dingen probeert te veranderen, hoe harder het noodlot toeslaat. Uiteindelijk draait ‘Giovanni’ vooral rond de destructieve kracht van obsessieve verliefdheid die niet beantwoord wordt en de worsteling om te ontsnappen aan het lot van de vrouw die eeuwig wacht op erkenning en aandacht.

Het rijm van de tekst voelt heel natuurlijk aan en zorgt voor vaart en metrum. De drie actrices zetten met verve hun rol neer in een stuk dat qua techniek en regie een huzarenstukje moet geweest zijn. En Heldenbergh zou Heldenbergh niet zijn als hij ook niet een aantal liedjes in de voorstelling smokkelde, zodat ik vandaag nog altijd ‘Diep in mijn Hart’ loop te neuriën.

Moraal van het verhaal? Giovanni is een voorstelling die wielerliefhebbers zal weten te bekoren, maar ook mensen die misschien niet zo’n traditionele toneelgangers zijn. Een stuk met een lach en een traan zoals dat dan heet, apart door vorm maar niet door thema en waar de handtekening van Heldenbergh opvalt. Gaat dat zien dus.

Read Full Post »

Een uitdrijving uit een klooster. Een exorcisme uitgevoerd door agenten met gebruik van schild en wapenstok. Er zijn geruchten over druggebruik en prostitutie. Wellicht hadden die 343 Franse vetzakken die de oproep ‘Touche pas à ma Pute’ ondertekenden ietwat glamoureuzere prostitueés in gedachten dan diegene die in de achteraf steegjes van Sint-Joost-Ten-Node geile piemels afzuigen voor pakweg een euro of 10. Laten we het recht op een hoer voor elke rechtgeaarde kerel met een gezonde appetijt opnemen in de lange lijst der mensenrechten. Recht op recht.

Na de uitreiking van de wisselbeker Maggie De Block voor de beste uitzetting de aloude mantra’s. We kunnen ze toch niet allemaal onderdak geven. We zijn toch het OCMW van de wereld niet? Het is inderdaad beter gezinnen met kinderen te laten ronddwalen door straten en op pleinen. Laat ze slapen in stations (of zelfs dat niet). Laat de gemiddelde burger zich achteraf beklagen over de stijgende criminaliteitscijfers. Wijs de kinderen van dat soort families die op school geraken op hun gebrekkige Nederlands en zeg dat nergens zullen komen als ze niet beter hun best doen. De prijs voor persoonlijk falen wordt ook dit jaar niet van onder het stof gehaald.

De volgende dag. De eigenaar van het verlaten pand dwaalt door de gangen, opent de kasten alsof ze van hemzelf zijn. Ze zijn dat waarschijnlijk ook. Kijk, hier, kinderkleertjes netjes opgevouwen. Arm maar proper. Van twee keer niets naar nul keer niets.

Ondertussen is het bon ton geworden om mensen die hun kroost moeten grootbrengen op lasagnes van de Aldi à 2 euro het stuk te wijzen op het onethische aspect van hun aankoopgedrag.

De O-VLD heeft ondertussen een kluchtspel voorbereid in 3 delen. Ja, rrrrrrrrrrratelt de voorzitter, wij zijn dus vooruitgangsoptimisten en de mensen moeten optimistisch zijn en vooruit kijken en ook de mouwen opstropen en stoppen met zagen want anders gaat er niets veranderen hé. De vorige voorzitter vroeg de eerstejaars universiteitsstudenten of ze PIPs dan wel NIPS waren. Maggie zegt dat de voorstellen becijferd zijn en dat ze de liberalen nu eenmaal vol zelfvertrouwen zitten. En de modekleur voor het verkiezingsseizoen 2014 is de kleur federalisme, waarmee eens wat afwisseling beoogd wordt tegen het vorige seizoen toen het nog modieus kokketeren met het confederalisme was.

Van de verkleutering zijn we bij de debilisering uitgekomen.

Een mens twijfelt tussen huilen of hysterisch schaterlachen over deze stand van zaken. Mij bereiken berichten over mensen die naar behoren functioneren in het maatschappelijke leven en ondertussen geloven dat de maan hol is en bewoond. Wie niet in god gelooft is gedoemd in alles te geloven.  Atheïsten bijten hun tanden stuk op de behoefte van die arme zielen naar iets hoger, iets meer, iets beter dan wijzelf kunnen zijn.

Boekenschrijvers trekken naar de boekenbeurs, alwaar ze als marktkramers hun laatste worp aan de man/vrouw pogen te brengen. Laat niemand u ooit vertellen dat marktkramer geen eerzaam beroep is. Het heeft in elk geval Eddy Wally tot in de verste uithoeken van deze aardkloot gebracht.

De prijs voor het spannendste boek. De prijs voor het saaiste boek. De prijs voor boeken die vallen als domino’s, want dat zijn leuke dingen voor de mensen. De prijs voor het beste BV-boek. De prijs voor de beste Twitteraar. De prijs voor de beste incestueuze relatie. De prijs voor iedereen die nog geen prijs heeft gekregen. De prijs voor wie kan dichten zonder zijn gat op te lichten. De prijs voor het debuut en later de prijs voor het oeuvre. De prijs voor de schoonste cover en de prijs voor de slechtste seksscène. De prijs van de Kaloten. Een prijs bij dood en een prijs bij leven.

Iemand reduceert me tot een linkse feminist. Het is een etiket als een schandblok waarmee ik me moet vertonen als ik buiten kom. Een kooitje waarin ik me als een kweeknerts gevangen voel en waaruit ik wil ontsnappen, kost wat kost.

Ik droom van een ivoren toren, hoog en elegant als een minaret. Ik bestijg de lange wenteltrap, hoger en hoger stap ik tot ik  boven de wolken uitkom en weer onveranderlijk mooi is. Vanuit mijn raam zie ik de zon en de kromming van de aarde. Trekken de wolken weg dan zie ik de wereld als lappendeken, een veelkleurige sprei. De zee is van azuur of neigt naar turkoois. In zachte kussens zak ik weg, onverschillig voor de de mensen en hun lot.

In L’Etranger van Camus (100 jaar geleden geboren vandaag) laat de ex-doelman zijn ter dood veroordeelde hoofdpersonage zich de bedenking maken dat wij tenslotte allen tot de dood zijn verooreeld.

Read Full Post »