Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2011

Tweede deel van het alternatieve ‘Gevonden’ deeltje uit het verhaal van Petra & Dirk. Opmerkingen altijd welkom …

Petra en Dirk stonden nog in de half duistere, muf ruikende gang toen hij haar dreigend toebeet: ‘Doe dat nooit meer. Nooit meer, heb je mij goed verstaan?’. Hij bracht zijn hoofd tot vlakbij het hare en haalde toen uit met zijn vuist naar de muur. Godverdomme, godverdomme, godverdomme, bleef hij ondertussen schreeuwen. Petra zat ineengedoken tegen de trapleuning, haar hoofd tussen de handen en weende.Een verdieping hoger ging een deur open en iemand riep: ‘Is dat daar nu bijna gedaan? Of moet ik de flikken bellen?’. Dirk kalmeerde op slag, greep Petra bij de arm en dwong haar op te staan, duwde haar naar buiten.

Zwijgend nu stappen ze naar de auto. Dirk opent voor haar de deur aan de passagierszijde en laat haar instappen. Wanneer hij ook zelf in de auto is gestapt, neemt hij zijn gsm en belt hij naar de moeder van Petra. ‘Marie-Jeanne? ’t Is Dirk hier hé. Ik heb haar gevonden. Jaja, alles in orde, je moet niet ongerust zijn. We komen direct af’.

Petra wist niet goed wat er gebeurde, maar besefte tegelijkertijd dat het niet veel zin had om op dit moment om uitleg te vragen. Ze staarde gelaten wat voor zich uit, als een tiener die op het matje is geroepen en wachtte tot Dirk begon te praten. In elk geval had ze hem nog nooit zo kwaad en opgedraaid gezien als vandaag. Ok, ze was zonder het op voorhand te zeggen uit geweest, en ze had het zelf ook erg vervelend gevonden dat de batterij van haar telefoon het onderweg naar de fuif had begeven, maar zo erg was dat toch allemaal niet?

Het is pas als ze de stad al uit zijn, dat Dirk iets zegt. Ondertussen is de spanning tussen de twee bijna aan te raken, en Petra voelt zich plots leeg, moe en schuldig. Ze kan het niet helpen dat haar onderlip begint te trillen en de tranen ineens over haar kaken naar beneden lopen. Ze probeert het snikken te onderdrukken in de hoop dat Dirk er niets van zal merken. Dat doet hij natuurlijk wel, en hij kan een kleine glimlach niet onderdrukken. Haar stugge houding van daarnet was hem eigenlijk helemaal niet bevallen, het leek wel alsof ze niet eens besefte wat ze had aangericht. Dat ze nu toch emotioneel werd, zag hij als een kans om zijn morele overwicht te bevestigen. Hij zou streng zijn, maar ook een beetje rechtvaardig. En zij zou braaf zijn, en hem gelijk geven.

– Kijk, begon hij, ik was ongerust hé. En je moeder ook, iedereen! Niemand wist waar jij was, en je nam je GSM niet op. En toen ik deze morgen aan je kot stond, was je daar ook niet. Ik heb zelfs de flikken gebeld om te horen of jij geen ongeluk had gehad of zoiets. Dat zijn toch geen dingen!

Zijn toon was er één van oprechte verontwaardiging en dat was genoeg om Petra helemaal te laten instorten. Onbeheerst begint ze te snikken, ondertussen ‘sorry, sorry’ hikkend. Haar snot veegt ze weg met de rug van haar hand. Dirk bekijkt het tafereeltje een paar minuten, zucht dan diep en zegt: ‘Allez, het is al goed. We gaan naar je ouders om ze gerust te stellen, dan is dat ook in orde. Zorg gewoon dat dat niet meer gebeurt.’

Ook bij haar ouders krijgt Petra een ferme bolwassing. Onverantwoordelijk gedrag, en dat ze niet gedacht hadden dat ze hun dochter op kot lieten gaan om dan ’s nachts laveloos over de straten te zwerven om dan bij de eerste, de beste te gaan slapen. Wist ze wel hoe ongerust ze waren geweest? En dat ze van geluk mocht spreken dat Dirk haar was gaan zoeken, die jongen riskeerde daar wel zijn job voor hé! Wie weet wat er nog allemaal was gebeurd, als hij haar niet was komen halen. Nee, zo kon het duidelijk niet meer verder. Van op kot blijven, daar kon geen sprake meer van zijn. Petra had nu wel bewezen dat ze niet in staat was om op een deftige manier voor zichzelf te zorgen, en tja, dan moest er iemand zijn verantwoordelijkheid nemen hé.

Nog diezelfde avond haalde Dirk de meeste van haar spullen op, zodat Petra zich terug kon installeren in het ouderlijke huis.

Read Full Post »

Soms wil ik literatuurgewijs wel eens ontsnappen aan het almachtige overwicht van Amerikaanse of op zijn minst Engelstalige schrijvers door bewust op zoek te gaan naar iets anders. Het lijkt wel alsof er tegenwoordig niets meer wordt geschreven in (en vertaald uit) het Frans of het Duits. Zo kwam het dus dat ik in de bibliotheek nog eens een boek van Maalouf naar huis meenam, en het is me geweldig bevallen.

Maalouf werd geboren in 1949 in Libanon. Zijn moeder is katholiek, zijn vader protestant en dat allemaal in een land waar vooral moslims leven. Niet te verwonderen dus dat ‘identiteit’ één van de geliefkoosde thema’s is van Maalouf en dat hij er op dat vlak een genuanceerd standpunt op nahoudt. Van opleiding is hij economist en socioloog, en hij heeft lang als journalist gewerkt alvorens zich volledig op het schrijven toe te leggen. Hij schrijft vooral historische romans, die de lezer een inzicht proberen te verschaffen in het complexe verleden van het Midden-Oosten.

‘De omzwervingen van Baldassare’ met als ondertitel: 1666 – Het jaar van de Antichrist, is geschreven in dagboekvorm. Baldassare Embracio is een handelaar in ‘boeken en curiosa’ in Libanon gevestigd, maar van Genuese afkomst (en dus katholiek). De Embriaci’s genieten in dat deel van de wereld aanzien en faam, en hadden vroeger de heerlijkheid Gibelet in handen. In het jaar 1665 heerst in Libanon (en in de rest van de regio) een precair evenwicht tussen de verschillende godsdiensten en de daaraan gekoppelde politieke machten. Nochtans dient het jaar 1666 zich bijna aan, en dat is goed voor allerlei voorspellingen over het einde van de wereld, verhitte discussies tussen believers en non-believers en de komst van valse Messiassen.

Baldassare weet niet goed wat hij moet denken: als intellectueel van zijn tijd heeft hij het niet zo begrepen op bijgeloof, maar op sommige momenten voelt hij zich meegesleept worden door de massahysterie en vraagt hij zich vertwijfeld af of allerlei vreemde gebeurtenissen toch geen voorteken zouden kunnen zijn van een naderende apocalyps. Het boek begint dus in Libanon, waar Baldassare per toeval een zeldzaam boek in handen krijgt dat de honderste naam van Allah zou onthullen en de bezitter ervan dus als een talisman zou beschermen tegen allerlei onheil. Nog voor hij het boek heeft kunnen inkijken ontglipt het hem, en op aandringen van zijn neven reist hij het achterna. De omzwervingen brengen de lezer (en Baldassare dus) achtereenvolgens in Constantinopel, Smyrna, het eiland Chyos, Genua, Amsterdam, Londen om tenslotte terug te eindigen in Genua.
Onderweg is Baldassare getuige van allerlei historische gebeurtenissen (de Grote Brand in London, bijvoorbeeld), alhoewel zijn persoonlijke leven (de zoektocht naar het boek en een liefdesgeschiedenis) hem verder stuwen.

Met ‘De omzwervingen van Baldassare’ bevestigt Maalouf in elk geval zijn reputatie als kenner van de geschiedenis van het Midden-Oosten. Bovendien is hij een begenadigd verhalenverteller die de lezer geboeid weet mee te voeren op deze roadtrip van de Nieuwe Tijden.

Read Full Post »

NVDR: Dit is een alternatieve versie van het eerdere ‘Gevonden!’ Op dit moment weet ik nog niet goed welke versie ik verkies, maar ik neig lichtjes naar deze. Maar u mag het gerust met mij oneens zijn …

Er was een gevoel van opluchting, omdat hij Petra niet bij Dylan had aangetroffen. Toen hij de vorige nacht geen antwoord kreeg op zijn telefoontjes en smsjes, die met het verstrijken van de tijd steeds veelvuldiger werden en ook steeds dwingender van toon, was zijn fantasie op hol geslagen. Hij zag Petra Dylan wild en hongerig kussen, alsof ze hem wilde opeten. Hij zag hoe Dylan Petra door d’r haar streelde en stevig tegen zich aandrukte. Beeld na beeld flitste in zijn hoofd voorbij: haar naakte borsten waaraan gelikt en waar zachtjes in werd gebeten. Hij hoorde Petra in zijn verbeelding hijgen en kreunen zoals ze bij hem nooit deed.
Aan het begin van de avond probeerde hij zichzelf nog wat rede aan te praten en duwde de beelden weg door doelloos te zappen en zich daardoor te laten afleiden. Hij had een biertje gedronken en toen dat niet hielp om hem te kalmeren was hij overgeschakeld op J&B met cola. De whisky had een vreemde uitwerking gehad: hij had zich overgegeven aan een masochistische zelfkwelling door actief te fantaseren over hoe Petra en Dylan een passionele nacht beleefden. Het wond hem op te zien hoe die twee zich door een scala aan obscure en erg expliciete standjes heen werkten en het leek alsof de geluiden die de imaginaire vrijpartij begeleidden via een koptelefoon in zijn gehoorbuis werden gespuwd. Hij hoorde hoe Dylan haar ‘slet’ noemde en haar beval zijn lul af te zuigen. En zij leek het heerlijk te vinden, ze gaf zich ongeremd over, ze bood zichzelf en haar kut en haar kont ongegeneerd aan Dylan en diens machtige pik.
In het holst van de nacht, nog maar half bij zinnen door de halve fles whisky die Dirk aangelengd met cola had gedronken, had hij zich nog andere dingen ingebeeld. Petra had zich voor zijn geestesoog ontpopt tot een ware seksbom met een ongenadig dominant karakter. Sluw en geraffineerd had ze in zijn fantasie de touwtjes van het seksspel met Dylan volledig in handen genomen en hem vervolgens gepijnigd en gestreeld, geslagen en gezalfd. Ondertussen had hij geprobeerd om zich af te rukken, maar door de dronkenschap (hij was niet gewoon te drinken) was dat niet gelukt. Uiteindelijk was Dirk op de zetel in slaap gevallen.

Enkele uren later was hij wakker geworden en hij herinnerde zich vaag wat zich de vorige avond in zijn zetel had afgespeeld. Prompt moest hij kokhalzen en hij haastte zich naar het toilet waar hij de resten het bacchanaal van gisteren uitbraakte. Daarna volgde groene, bittere gal die brandde in zijn slokdarm. Uiteindelijk kwam zijn maag tot bedaren, hij dronk enkele slokken water van de kraan en stapte onder de douche. Zijn kater spoelde hij op die manier weg, maar de woede kolkte in zijn buik en in zijn hart. Hij voelde zich vernederd, bedrogen en nam haar kwalijk dat zij ervoor had gezorgd dat hij zich had bedronken en zich had verloren in perverse seksuele fantasieën die hij niet als de zijne herkende.
Nog voor hij zich af had gedroogd had hij alweer een keer of twee gebeld naar de GSM van Petra. Weer niets, behalve het antwoordapparaat. Hij had gevloekt en was in de auto gestapt.

Nu hij wist dat ze die nacht niet bij Dylan was geweest werd hij op de één of andere manier nog kwader. Wat dacht die teef eigenlijk wel? Dat alles zomaar kon en mocht, enkel en alleen omdat juffrouw studente was die op kot zat in de grote stad? Moest ze hem daar niet eens van verwittigen, misschien, dat ze van plan was om uit te gaan en zo zat te worden dat ze niet meer op haar benen kon staan? Waren dat manieren? Rekening houden met hem, haar lief nota bene, dat was ouderwets zeker? Of was dat haar manier om hem haar dankbaarheid te bewijzen, omdat hij haar had geholpen de nacht toen Dylan haar had aangevallen? Pffff, als hij toen had geweten wat hij nu wist, hij zou wel twee keer nadenken voor hij nog zou tussenkomen.

In de auto merkte hij op dat hij tegen zichzelf aan het praten was. Godverdomme, vloekte hij, nu maakt die trut mij nog helemaal zot. Ondertussen zei de vrouwenstem van zijn GPS dat hij zijn bestemming bijna bereikt had. Hij parkeerde zijn auto en stapte haastig de straat op en af op zoek naar het huis van die Lieselotte. Naast de nachtwinkel, had brunette gezegd, een appartementsblok. Ongeduldig belde hij aan. Toen er niet direct antwoord kwam, drukte hij nogmaals op de bel tot een slaperige vrouwenstem ‘hallo’ zei.

– ’t Is Dirk. Doe open, ik kom voor Petra.

De zoemer ging, hij ramde de deur open en liep de trap op. Bij de eerste, de beste deur die hij open vond ging hij naar binnen. In het midden van de kamer stond een klein, mollig meisje in peignoir. ‘Jij bent Lieselotte?’, blafte hij. ‘Ja’, antwoordde het meisje, duidelijk op haar ongemak. Dirk ademde een paar keer in en uit, probeerde op die manier zijn woede onder controle te krijgen. Wat zachter vroeg hij: ‘Waar is Petra?’. Het meisje wees naar een deur aan de rechterkant, waar hij met grote passen op af stapte en open rukte. Petra stond in de slaapkamer, half aangekleed. Hij keek naar haar, bleek en met een blik vol haat. Zij keek eerst terug en sloeg toen de ogen neer.
‘Is hier nog iemand?’, vroeg hij. Petra schudde haar hoofd. ‘Kleed je aan, we gaan naar huis’, zei hij en hij sloeg de deur dicht. Hij stond terug bij Lieselotte in de kamer die even haar mond opendeed om te protesteren, maar ze bleef stil toen ze Dirk eens goed bekeken had.
Een paar minuten later kwam Petra ook de kamer binnen. ‘Gaat het?’, vroeg Lieselotte zachtjes, terwijl ze in de richting van Dirk knikte. ‘Ja hoor’, antwoordde Petra. ‘Sorry hé …’. ’t Is niets, zei Lieselotte. ‘Als er iets is, dan bel je me maar hé!’. Ze gaven elkaar nog een knuffel en het koppel vertrok.

Read Full Post »

Panem et circenses.

Lectori salutem,

Meer en meer doet dit land me denken aan het fameuze schilderij van Géricault, ‘Het vlot van de Medusa’.

Dat schilderij moet de staat voorstellen van drenkelingen die een kleine maand stuurloos op zee hebben rond gezwalpt voor ze opgevist worden.

Wij zijn op de klippen gelopen op 13 juni van vorig jaar. Meer dan 200 dagen zwerven wij als schipbreukelingen op de woeste golven rond, de voorraden slinken zienderogen en als ik mij niet vergis nadert een meute bloeddorstige haaien de resten van het schip, klaar om de buit met huid en haar te verscheuren tot er quasi niets meer van over blijft. Maar zoals dat gaat op zinkende schepen blijft het orkest dapper spelen, terwijl de hoge heren zich discreet in de reddingssloepen laten hijsen. Om dit schouwspel aan het oog van de massa te onttrekken organiseert men shows, quizzen en spelletjes. Zodat wij lachend onze ondergang tegemoet zullen treden, en de hoge heren geen strobreed in de weg zullen leggen wanneer zij van op veilige afstand zullen observeren hoe de modale Vlaming en de modale Waal kopje onder zal gaan in de draaikolk van internationale financiële speculatie die er aan zit te komen.

Kritiek op zijn deelname aan ‘De Allerslimste Mens’ doet Bart De Wever af als ‘flauwekul’. HIJ heeft geen enkele afspraak gemist hoor, en dat er geen regering komt is de schuld van zowat iedereen, behalve van de N-VA. Nu ja, het zou er nog maar aan mankeren, dat er nog altijd geen regering is omdat De Wever het nodig vindt om gevat te zitten wezen in een TV-spelletje. Die vlieger gaat dus niet op, Bart.

Als uitgekookt politicus is het natuurlijk wel een uitgelezen kans om zich na meer dan 200 dagen van politieke uitputtingsstrijd nog eens van zijn beste kant te laten zien: de ‘mens’ achter de politicus, de droge, cynische allergrappigste mens ter wereld. De ‘homo sympathicus’.

En het is misschien niet heel netjes en uitermate fair van mij, maar ik kan het toch niet laten mij af te vragen hoe het er ondertussen ten huize De Wever aan toe gaat. Ik bedoel: die mens heeft 4 kleine kinderen, maar is nooit thuis. Herkennen die hun vader eigenlijk nog? Helpt hij af en toe eens met hun huiswerk, of trapt hij soms eens een balletje met zijn zoon? (Ok, dat laatste beeld is er over, ik geef het ruiterlijk toe).

Ik vrees dat mevrouw De Wever zich de zaken wel enigszins anders had voorgesteld, toen ze ‘ja’ zei op het stadhuis. Want dat haar man op het thuisfront compleet afwezig is omdat hij druk bezig is de Vlaamse bevolking te redden (ja, zo zal hij het wel verkopen), tot daaraan toe. Maar dat hij nu ook nog eens niet thuis is omdat hij de lokroep van de showbizz niet kan weerstaan, dat is toch de druppel die de emmer doet overlopen? We moeten ook niet vergeten dat De Wever ook de man is van het ethische conservatieve reveil hé, die in wil gaan tegen wat hij de ‘pornoficatie’ van de samenleving noemt. Wel Bart, dan zou je moeten weten dat “verba docent, exempla trahunt”.

Op de één of andere manier is De Wever, die een goed debater is (wat zeg ik? die kerel is een uitstekend debater, die de kunst verstaat om complexe zaken in gevatte one liners uit te leggen) er in geslaagd om een flink deel van de Vlaamse middenklasse ervan te overtuigen dat hun probleem de Waal is. Mensen die zich vroeger zorgen maakten over de vergrijzing en hoe we dit praktisch en financieel op zouden lossen, doen nu met het grootste sérieux alsof de splitsing van B-H-V een wezenlijk probleem is dat rechtvaardigt dat er nu al meer dan 200 dagen lang gepalaverd wordt zonder dat we ook maar één stap dichter bij een regeringsvorming zijn. Zoals Paul De Grauwe vandaag in De Morgen terecht opmerkt: “De problemen rond vergrijzing, armoede, begrotingstekorten, buitenlandse financiële druk, nieuwe dreiging van bankencrisis die zullen onze welvaart bepalen”.

Dat De Wever het in deze precaire omstandigheden, waar hij nota bene zelf voor verantwoordelijk is, nodig acht om aan te treden in een luchtig spelletje getuigt van een groot misprijzen voor iedereen die de huidige politieke ontwikkelingen met de nodige bezorgdheid gadeslaat. Wie het been blijft stijf houden, Bart, raakt geen meter vooruit.

Tum tua res agitur, paries cum proximus ardet.

Read Full Post »