Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for september, 2013

Vrouwen kunnen niet parkeren. Mannen zijn nu eenmaal beter in wiskunde en wetenschappen. En volgens bepaalde bestsellers komen  vrouwen zelfs van Venus, mannen van Mars en is communicatie tussen beide seksen bijna onmogelijk. Cordelia Fine, neurowetenschapper en doctor in de pyschologie, maakt in haar boek ‘We komen allemaal van Mars’ brandhout van dat soort stellingen en noemt het ronduit ‘neuroseksisme’.

Op 19 september gaf Cordelia Fine aan de KUL een lezing onder de titel: ‘Women and Men are from Earth: The real science of sex differences’. (Vrouwen en mannen komen van Aarde: de echte wetenschap over sekseverschillen). Daarin gaat Fine dieper in op de basisstellingen van haar boek en vertelt ze meer over haar kritische positie ten opzichte van de conclusies die neurowetenschappers trekken op basis van neurologisch onderzoek dat tegenwoordig vooral gebeurt door het afnemen van fMRI’s (brainscans).

Populaire literatuur over sekseverschillen.  

Toen Fine als ouder van 2 kinderen zelf een aantal populaire boeken begon te lezen over opvoeden (o.a. Why Gender Matters: What Parents and Teachers Need to Know about the Emerging Science of Sex Differences door Leonard Sax) werd ze getroffen door beweringen zoals ‘nieuw wetenschappelijk onderzoek heeft nu onomstotelijk aangetoond wat we al langer dachten, namelijk dat het mannelijke en het vrouwelijke brein intrinsiek van elkaar verschillen’. Mannen en vrouwen zouden op een heel andere manier informatie en talige impulsen verwerken. En die vaststelling zou dan weer moeten leiden tot verklaringen over waarom vrouwen nu eenmaal niet zo goed presteren in pakweg wiskunde en waarom het voor mannen quasi onmogelijk spreken is over hun gevoelens of wat hen bezighoudt.

Alleen, zo bewijst Fine in haar boek, is het wetenschappelijk onderzoek dat dergelijke intrinsieke verschillen blootlegt helemaal niet zo consistent als de populaire literatuur beweert. Kort gezegd: boeken zoals ‘Vrouwen komen van Venus, Mannen komen van Mars’ mogen dan wel aangenaam zijn om te lezen, u hecht er best niet al te veel geloof aan (om niet te zeggen: helemaal geen).

Onderzoek.

Maar waar komen al die publicaties dan vandaan? Waarom worden we de laatste jaren overspoeld met studies over hoe verschillend mannen en vrouwen wel niet van elkaar zijn, hoe ze anders denken, voelen en zich dus helemaal anders gedragen? Is daar dan helemaal niets van waar?

Fine verwijst tijdens haar lezing naar een studie die in 1995 in het befaamde wetenschappelijke tijdschrift Nature verschijnt en die één van de eerste is die rapporteert over de verschillende manier waarop mannen en vrouwen informatie verwerken. Voor die studie worden 19 mannen en 19 vrouwen aan 3 verschillende taken onderworpen terwijl er ondertussen scans van hun breinen worden genomen. Voor 2 van de taken worden geen verschil vastgesteld in de manier waarop beide geslachten informatie verwerken. Voor de andere taak worden kleine verschillen gerapporteerd, dus daarover wordt uitgebreid bericht.

En dat is een trend die sindsdien enkel is versterkt: studies die geen of zeer weinig verschillen aantonen worden ofwel niet gepubliceerd en liggen in het beste geval stof te vergaren in allerlei archieven. In het zeldzame geval dat zo’n onderzoek wel gepubliceerd raakt krijgt die uiteraard niet dezelfde aandacht als weer eens een studie die schreeuwt hoe zeer mannen en vrouwen van elkaar verschillen, laat staan dat deze doorsijpelt naar de populaire pers en zich zo nestelt in het bewustzijn van mensen.

Gelijkenissen worden dus onder de mat geschoven en de eventuele verschillen die in sommige studies – dikwijls op zeer kleine testpopulaties en met dus veel kans op toevalstreffers – worden breed uitgesmeerd. (Volgens Fine zijn tot 75% van de onderzoeken die op verschillen wijzen uitgevoerd op te weinig testpersonen).

Ons beeld over de zogenaamde verschillen tussen mannen en vrouwen is dus niet enkel gestoeld op dubieus onderzoek maar wordt ook nog eens versterkt doordat er niet bericht wordt over de vele studies die geen significante verschillen aantonen. Meta-onderzoek (een onderzoek dat alle onderzoeksresultaten over een bepaald onderwerp groepeert en bestudeert) is trouwens zeer duidelijk: er is geen verschil in de manier waarop een ‘vrouwelijk’ en een ‘mannelijk’ brein talige informatie verwerken.

Conclusies.

Een ander heikel punt in de wetenschappelijke methodiek die gehanteerd wordt is de manier waarop de sprong gemaakt wordt van de constatering van een bepaald feit naar de conclusie die er aan wordt vastgemaakt. Zo wordt de algemeen aanvaarde (en foute) stelling dat hersenen van mannen gemaakt zijn om zich te focussen op 1 enkel probleem en dat die van vrouwen zich meer concentreren op de globaliteit van de dingen nogal vaak in het geweer gebracht om de ‘natuurlijke’ aanleg van mannen voor wiskunde en wetenschappen te verklaren. Terwijl het net zo logisch zou zijn om te stellen dat een brede kijk op de dingen – wat dan weer een exclusief vrouwelijke insteek is blijkbaar – evenzeer in aanmerking komt als kwaliteit om wetenschappelijke problemen te benaderen.

Het gaat zelfs zo ver dat studies die een totaal verschillend testresultaat hebben, toch tot dezelfde conclusie komen. De prefrontale cortex is bijvoorbeeld het gedeelte in het brein dat verantwoordelijk wordt geacht voor emotionele controle. Er zijn studies die aantonen dat in geval van emotionele stress mannen meer activiteit hebben in dat gedeelte, andere studies bewijzen hetzelfde voor vrouwen en nog andere studies rapporteren geen verschil. De conclusie in elk van die gevallen was wel dezelfde: mannen zijn beter in staat dan vrouwen om hun emoties onder controle te houden.

Hoe toevallig! En dat heeft natuurlijk niets te maken met het heersende discours over vrouwen die emotionele kippetjes zijn die niet in staat zijn om het hoofd koel te houden op momenten dat het er op aankomt rationele beslissingen te nemen.

Aangeboren.

Een denkfout die bovendien vaak voor komt is de aanname dat bepaalde fenomenen die in de hersenen aangetroffen worden per definitie aangeboren zouden zijn. Onze hersenen zijn bij de geboorte lang niet volgroeid, en het is geweten dat bepaalde verbindingen tussen de twee hersenhelften (zoals het corpus callosum bijvoorbeeld) sterker worden onder invloed van opvoeding en andere prikkels. Hoe kinderen gesocialiseerd worden heeft invloed op de hersenontwikkeling. Bij die socialisatie hoort ook de voortdurende confrontatie met stereotypes over gender zoals ‘meisjes zijn niet goed in wiskunde’ of ‘jongens huilen niet’. Veel meer dan aangeboren verschillen in de hersenen beïnvloeden dergelijke denkbeelden wel degelijk het denken en het gedrag van jongens, meisjes, mannen en vrouwen.

Uniek.

Zijn er dan helemaal geen verschillen tussen mannen en vrouwen, hoor ik u al denken? Wees gerust, die zijn er. Alleen zijn ze veel miniemer dan wordt aangenomen en zijn de gelijkenissen veel groter, zo wijst wetenschappelijk onderzoek uit. Elk mens is een uniek individu, met een even unieke set aan karaktertrekken waarvan er sommige als ‘vrouwelijk’ bestempeld kunnen worden en andere weer als ‘mannelijk’. Mensen verschillen van elkaar, veel meer dan dat er sekse-onderscheid is.

Cordelia Fine.

Voor mensen die het nog niet deden: het boek ‘We komen allemaal van Mars’ (de vertaling van ‘Delusions of Gender’) is een absolute aanrader voor wie meer wil weten over dit razend interessante onderwerp. Het is bovendien een verademing omdat het je in staat stelt in het verweer te gaan tegen de immense hoeveelheid onzin die erover verschijnt onder titels zoals ‘uw man begrijpt u niet, maar hij kan er niets aan doen’ of ‘waarom vrouwen jaloers zijn’.

Daarnaast is Cordelia Fine een aangename spreker, die er moeiteloos in slaagt haar publiek te boeien en daarbij – hoe onvrouwelijk – de nodige portie humor niet schuwt.

Read Full Post »

Ja, ik weet het, het is oud nieuws. En ja, ik moet nog eens kunnen zagen want anders blijf ik er mee zitten. Als nu iemand anders al de kastanjes uit het vuur had gehaald, ik had iets anders kunnen doen deze voormiddag dan nog maar eens op dezelfde nagel te kloppen. Maar goed, vooruit met de geit en spuug het uit zou mijn grootmoeder zeggen.

 

Sinds vorige week weet iedereen wie Frank Van Massenhove is. Dat is de nieuwe baas van de NMBS. Ik wou dat ik kon schrijven dat de man verdiend die job heeft binnengehaald, nadat hij uitgebreid getest werd bijvoorbeeld. Of omdat hij een degelijke visie heeft ontwikkeld op mobiliteit zodat we op zijn minst de hoop hebben dat die kerel de veelgeplaagde NMBS terug op de rails kan krijgen. De diepe kloof van wantrouwen tussen de reizigers en het spoorwegpersoneel kan overbruggen, de oneindige lijst aan vertragingen en incidenten kan inperken en ervoor kan zorgen dat het spoorwegbedrijf eindelijk de 21ste eeuw in dendert. De waarheid is dat hij naar de top is gekatapulteerd omdat hij de juiste politieke vriendjes heeft, blank is en in het bezit van een piemel. Net zoals de heren Luc Lallemand (Infrabel), Koen Van Loo (FPIM), Jannie Haek (Nationale Loterij) en Johan Decuyper (Belgocontrol).

Nu ja, er is genoeg te doen geweest over het schaamteloze schouwspel van de politieke benoemingen en ik ga niet stilstaan bij de impact ervan op het democratische proces of het geloof van de burger in eerlijke politiek, noch op wie daarvoor de rekening zal gepresenteerd krijgen op 25 mei 2014. Het staaltje van ‘it’s not what you know, it’s who you know’ waar we de afgelopen maanden getuige van mochten zijn is eigenlijk de perfecte illustratie van de noodzaak voor quota voor gendergelijkheid in topjobs. Want ondanks mooie woorden en schone Koninklijke Besluiten waarin de federale overheid zichzelf als doel stelt dat tegen 2013 1/3 van de topambtenaren een vrouw zou moeten zijn, hebben we afgelopen weken kunnen ervaren hoe het écht werkt: blanke mannen van middelbare leeftijd kennen andere blanke mannen van middelbare leeftijd, geven elkander schouderklopjes en schone postjes. Als volleerde koppelaars arrangeren ze het zo dat de macht in handen blijft van diegenen die ze al eeuwen lang in handen hebben. Het subtiele old boys netwerk in de praktijk. Ons kent ons, niet waar?

Ach, ik weet het wel, het gebeurt allemaal niet bewust of met opzet. Het is het natuurlijke verloop van de dingen. Zo natuurlijk zelfs dat we het normaal vinden en dat we het zelfs bijna niet opmerken dat opnieuw hetzelfde clubje zich behaaglijk schurkt in het rode pluche van de macht. Tegenstanders van quota beweren nogal eens dat het genderevenwicht zich ‘vanzelf’ zal herstellen. Wel ja, aan het huidige tempo zal zal ‘vanzelf’ nog minstens 70 jaar duren. Tegenstanders van quota beweren dat men zou moeten kiezen op basis van competentie en objectieve criteria. Ik lach een holle bulderlach bij het aanhoren van zoveel naïviteit. Daarna sla ik ze om de oren met wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat mannen steevast als ‘competenter’ gepercipieerd worden en dat in de huidige situatie competentere vrouwen door dat soort mechanismes uitgerangeerd worden ten voordele van middelmatig presterende mannen. Better the devil you know.

Daarna volgen argumenten als zouden vrouwen niet ambitieus zijn en zich als madonna’s ver verheven moeten voelen boven het soort machinaties en intriges dat ervoor zorgde dat er op een totaal van 12 ‘topbenoemingen’ 2 vrouwen mochten figureren. Ik noem eeuwen van socialisatie die vrouwen voorspiegelt dat ze dociel moeten zijn en content met een kleine rol achter de schermen. Onschuldige lijkende vragen als ‘hoe zo’n carrière te combineren is met een gezin’ en die de impliciete boodschap sturen van slecht moederschap.

Als vrouwen mee de dienst willen uitmaken zullen ze – voorlopig toch – op tafel moeten kloppen en eisen dat de quotaregelingen gerespecteerd worden. Op geheel onvrouwelijke wijze zullen we lawaai moeten blijven maken en stoppen met vriendelijk te vragen of er misschien ook een kruimeltje van de taart onze richting kan geschoven worden. Laat jezelf niets wijsmaken: mannen hebben zich honderden jaren bediend van quota en die mechanismes werken nog steeds door. Macht laat zich niet ‘vanzelf’ verdelen, macht moet je bevechten, opeisen en grijpen.

De wereld zal pas gelijk zijn als incompetente vrouwen evenveel te zeggen hebben als incompetente mannen.

Read Full Post »

Ik haat het hoe in dit land en in mijn volk de verkramping aan de macht is. Mijn volk, dat Vlaams zou moeten zijn en waar ik steeds minder affiniteit mee voel. ‘Kijk’, zegt mijn lief tijdens het fietsen en hij wijst naar de vlakke weiden die steevast afgeboord zijn door knotwilgen en een grijze waterweg. ‘Kijk’, zegt hij, ‘hoe Vlaams kun je het hebben?’. Ik protesteer voor de vorm, haal het gedicht ‘Denkend aan Holland’ aan van Marsman waarin gesproken wordt over traag water en laaghangende hemels waarin populieren prikken. We buigen ons over de vraag of een landschap mee bepaalt wie je bent. Hij houdt ervan mij te plagen met mijn afkeer voor de Vlaamse identiteit zoals ze nu geformuleerd wordt.

De krampachtigheid regeert de geesten van wie zich ‘Vlaams’ noemt. Vastbesloten worden atavistische trauma’s die dateren van tijdens Den Grooten Oorlog herbeleefd, telkens opnieuw. Op het altaar van van het slachtofferschap sterft de Vlaming elke dag weer duizend doden, alles wat naar een belediging ruikt wordt hartstochtelijk omgezet in nog een kaakslag. Geheel vrijwillig wordt de emmer der vernedering gevuld aan de beerput en met gretige teugen geleegd tot op de bodem. Dit volkje is te laf om zelfbewust te zijn, te blind om toe te geven dat het verleden voorbij is en te achterlijk om volwassen te worden. In hun hoofd worden ze nog altijd de natte loopgraven in gejaagd door Franstalige officieren, beieren de klokken alarmerend om de Metten aan te kondigen. Hoe lang nog moeten wij doen alsof het 1302 is?

Grimlachend en met een blik vol medelijden bekijk ik mijn ‘volksgenoten’ die reageren op alles wat vreemd is als een achterdochtige boerenpummel, als een dom beest geconditioneerd door eeuwen van mentale slavernij.  Wie zich op hun erf waagt waar de schuren tot de nok gevuld zijn en het kruis der naastenliefde boven elke deur hangt, krijgt hongerige honden op zich afgestuurd.

Door gemeenschappelijkheid van taal en woonplaats word ik nu geassocieerd met het soort Vlamingen die van het schofferen van anderstaligen een dwingende richtlijn maakt, in wetteksten giet en dan doet alsof die wetten moeten gevolgd worden terwijl ze aanleiding zouden moeten zijn van burgerlijke ongehoorzaamheid, van de revolte der bereidwilligen. Ik voel me beschaamd over de moedwil en de oogkleppen, over het beschamende spektakel dat opgevoerd wordt in een grensstreek. Het voelt als een smetvlek op mijn wezen en ik voel de vreemde noodzaak mij tegenover niet-Vlamingen te verontschuldigen: zo ben ik niet.

De Vlaming zal pas kunnen ademen als hij zich bevrijdt van de paranoïa van ingebeelde vijanden en imaginaire belagingen, als hij niet langer gebukt gaat onder een zelfgekozen juk van zelfhaat en minderwaardigheidsgevoelens die zo groot zijn dat ze paradoxaal genoeg aanleiding geven tot een opgezwollen persoonlijkheid en 19de-eeuwse retoriek. Als hij taalfundamentalisme zal kunnen inruilen voor flexibiliteit die hem en zijn volk groter zullen maken, zowel in geest als in getal.

De Vlaming zal pas vrij zijn als hij stopt met doen alsof het een aanslag is op zijn identiteit om aan een loket ‘vingt-cinq euro’ te zeggen.

Read Full Post »

Ludiek.

Sommige mensen vinden fietsen leuk. Ik zal het verder niet hebben over deze ziekte die we ooit zullen terugvinden in het handboek van psychische afwijkingen DSM genaamd onder het hoofdstuk ‘bizarre parafilieën’, dat is dan voor een andere keer. Voor die fietsfanaten die hun stalen ros niet na afloop van elke rit aan een minutieuze poetsbeurt onderwerpen heeft de groene Staatssecretaris voor Mobiliteit en Gelijke Kansen Bruno De Lille een fijne actie bedacht: wie wil mag op de autoloze zondag in Brussel zijn fiets laten wassen door babes in bikini’s. En voor de volledigheid zullen er ook hunks zijn in lelijke shorts. Want Gelijke Kansen betekent natuurlijk ook: laten we naast vrouwen ook mannen objectiveren. Laten we ook jongens massaal wijsmaken dat je enkel ‘sexy’ kan zijn of meetelt als je jong, slank en blank bent en je suf traint op zoek naar afgetekende buikspieren. Want je bent het waard.

Yamilla Idrissi van de SP.A maakte zich een beetje boos. Dat het nu toch geen doenink was dat de Staatssecretaris van Gelijke Kansen nota bene! zich inliet met een seksistische promotiecampagne die de vooroordelen over vrouwen versterkt. Seksistisch. Toujours les grands mots, en Bruno haastte zich om die dwaze kalle van een Idrissi eens op haar plaats te zetten. Madame had er duidelijk niets van begrepen, want het was een ludieke actie natuurlijk! Een parodie op de schaars geklede missen van het Autosalon! Humor! En daarbij, had De Lille niet de hele actie getoetst bij vrouwen uit zijn omgeving? Aha! En die vonden het  OOK allemaal om te lachen. Tssss …

Ludiek. Ik weet niet wat jullie ervan denken, maar telkens als ik dat woord hoor uitspreken, dan weet ik dat er iemand uit zijn of haar nek kletst. Ludiek, dat is het muntje dat je opzuigt als je je tanden niet hebt gepoetst. Uiteindelijk moet je vaststellen dat je toch uit je bek blijft stinken. Ludiek, dat is het woord dat valt als je niet hebt nagedacht en door slechte smaak bent ingehaald. Als je te lui bent geweest om iets spitsvondig op poten te zetten en dan maar geopteerd hebt voor wat makkelijk was en voor de hand lag, om te herhalen wat al duizend keer werd gedaan.

In plaats van te zeggen ‘oeps, foutje, sorry niet mijn beste idee’ doe je een ‘ludiekje’ in de hoop dat mensen zullen zwijgen en niet zullen roepen dat de keizer geen kleren aan heeft. Dat is dus regel 1: als je moet zwammen dat het een ‘ludieke’ actie is, dan is het duidelijk tijd om je huiswerk opnieuw te maken.

Verder: als je iedere keer moet benadrukken dat het om een ‘parodie’ gaat, dan is de kans erg groot dat het geen parodie is. Als de parodie en datgene dat je probeert te parodiëren identiek aan elkaar zijn, dan is het – ik herhaal – géén parodie. Dan noemen we dat een ‘imitatie’ of ook wel ‘na-aperij’. Halfnaakte vrouwen die auto’s aan de man moeten brengen parodieer je dus niet door halfnaakte vrouwen die fietsen aan de man moeten brengen. Toegegeven: je scoort er wel gemakkelijk mee, met de nadruk op gemakkelijk’.

Lees misschien om te beginnen eens wat Wikipedia verstaat onder parodie: “Een parodie of persiflage is een spottende nabootsing van een gedicht, lied, film, toneelstuk, verhaal of andere uiting. Vaak worden hierbij herkenbare eigenschappen van het origineel overdreven of uitvergroot.”

Er staat dus niet: een parodie is eigenlijk hetzelfde maar met een etiketje ‘parodie’ er op geplakt. Onthoud dat, Bruno.

En dan ten laatste: dooddoeners als ‘het is door een vrouw bedacht’ of ‘de vrouwen aan wie ik het heb gevraagd vonden het humoristisch’ zeggen niets over het seksistisch gehalte van een actie of een uitspraak. Het is niet omdat je een vriend hebt die Marokkaan is dat je plots geen racistische uitspraken meer kunt doen. Want ja, nieuwsflits en al: vrouwen zijn niet per definitie vrij van seksistische reflexen of denkpatronen. Over het hoe en het waarom kunnen we bij een Trappist in een bruin café nog lang palaveren, maar ik kan in afwachting van deze date alvast het boek Female Chauvinist Pigs van Ariel Levy aanraden.

Soit, dat ik dit allemaal moet uitleggen aan een Staatssecretaris die moet instaan voor Gelijke Kansen is eigenlijk behoorlijk triestig.

With friends like this, who needs enemies?

Read Full Post »