Feeds:
Berichten
Reacties

Meestal begin ik aan een nieuw jaar vol verwachting en met een milde opwinding. Vandaag niet zo echt. Ik heb teveel het gevoel dat de slechteriken zullen winnen. Zoals iemand het ooit op Twitter treffend schreef: de idioten zijn in de meerderheid. Met die droge vaststelling zullen het moeten doen in 2017.

En ja, ik weet dat voornemens niet sexy zijn en natuurlijk ben ik niet van plan mij er aan te houden want doorzettingsvermogen schmoorzettingsvermogen.

Meer bewegen, vrijen, lachen zoenen. Meer staren uit het raam. Minder moeten, meer mogen. Meer willen, meer ja. Minder verbieden, meer vertrouwen. Meer bloemen en bijtjes. Meer tijgers en leeuwen en hier een daar een wildebeest. Neushoorns en ooievaars, kikkers en salamanders. Meer vissen in de zee. Meer bossen. Meer fruit en meer groenten. Minder vlees. Meer moelleux van Mirte. Meer vrouwen in de Tijdloze: (Beyoncé, Amy, Madonna, Lady Gaga, Anouk, Yasmine, Skinn, Lianna La Havas, Janelle Monae, M.I.A., Rihanna, Florence & The Machines, PJ Harvey, Birdy, Lorde, Britney Spears, Ginny Blackmore, Dolly Parton, Siouxie and the Banshees, Selah Sue, Lady Linn, An Pierlé, Nina Simone, Billie Holiday, Janis Joplin, Dani Klein, Whitney Houston, Aretha Franklin, Diana Ross, Adèle, Dusty Springfield). Minder oude middelmatige venten. Veel minder oude middelmatige venten.

Minder opinies, meningen, columns. Minder lijstjes van heb ik jou daar. Meer feiten en stukken die je blik op de wereld verruimen. Meer boeken. Minder nieuwe boeken, meer goede boeken. Meer klassiekers (De Meester en de Margarita). Meer leren, meer filosofie. Meer radicale ideeën en wild verzet. Meer traagheid en niemand die zichzelf voorbij loopt.  Minder wegwerp, minder afval. Minder mensen van plastiek. Meer museums, meer schoonheid, meer troost. Meer weten, minder gissen. Meer muziek, meer uit, Minder zetel. Meer jazz, all that jazz. Hier en daar een cocktail. Dansen in de regen. Meer haren in de war. Meer diepgang, minder oppervlakte en simplisme. Meer aandacht, meer mededogen voor de juiste mensen. Minder geduld, meer geduld. Meer groen, meer gras, meer zon. Meer maan, meer sterren, minder licht en mist en nevel. Minder auto, meer te voet. Meer wandelen, flaneren, fietsen, ontdekken, avontuur.

Minder beloven, meer doen. Minder selfies, minder zelfzucht en meer aandacht voor de ander. Minder mensen die niemand opmerkt en stilletjes verdwijnen zonder dat iemand hen mist. Minder drammen, meer luisteren, horen, voelen, zwijgen. Minder drama, meer theater, meer cinema. Meer roze, geel en blauw. Minder wit en minder zwart. Misschien nog eens schaken. Meer zingen zonder te letten op valse noten. Meer vrijheid. Meer stilte, minder ruis. Meer inspiratie en meer kruisbestuiving. Meer vreugde, meer eenvoud, meer neerwaarts kijkende hond. Minder verschil, meer diversiteit en meer eenheid. Minder verlies en minder pijn, minder koorts. Minder zorgen en minder angst. Minder vluchten, minder bommen, minder verwarring. Minder valse profeten en wraakzuchtige goden, minder macho’s, minder gekrenkte zielen en gekwetste ego’s.

Morgen begin ik er zeker aan.

Gisteren kon je in De Standaard een reconstructie lezen van de laatste levensmaanden van Jordy. De 19-jarige jongen werd eind augustus dood teruggevonden in een tentje in De Blaarmeersen, nadat hij op de dool was geraakt sinds hij op zijn 18de verjaardag de deur van de instelling waar hij opgroeide achter zich dichtsloeg. Zijn moeder soupeerde zijn klein spaarpotje op, zijn vader keek niet naar hem om. Erg slim was hij niet, hij had een zwakke gezondheid en hij leek ook nog eens lichtjes autistisch. Je hoeft niet bij Madame Soleil te rade te gaan om te weten het zonder begeleiding fout zou aflopen. Quod erat demonstrandum.

Hoewel millennials stilletjes aan terecht hun plaats veroveren in het medialandschap hoor noch lees je ooit iets over of van de Jordy’s van dit land. Tenzij ze dood zijn en voldoende interessant zijn om als zaak onderzocht te worden. Ze hebben geen populaire blogs of podcasts of Instagramaccounts. Ze zitten niet op Twitter, waar een beetje journalist tegenwoordig zijn nieuws vergaart. Ze gaan niet naar hippe feestjes en ze schrijven al helemaal geen boeken. Ze richten niet voor de lol een politieke partij op en ze kijken niet naar de 7de dag. Als ze een alcoholprobleem hebben, of in het geval van Jordy: een verslaving aan aanstekergas, dan doen ze dat in alle anonimiteit. Ze ventileren hun meningen niet door middel van columns of opiniestukken. Soms hebben ze vlog. Of een treitervlog waarmee ze de goegemeente tegen de schenen schoppen.

Jongeren die niet opgroeien in de comfortabele warmte van een modaal middenklasse gezin kennen we niet, zien we niet, horen we niet en zijn er dus niet. (Ouderen ten andere ook niet). We weten niets van hun levens, hun verzuchtingen en hun dromen. Hun ambities of hun politieke voorkeuren. Wat ze uit dit leven hopen te halen.

Diversiteit in de media, gelukkig begint het een beetje door te dringen. Allochtone stemmen beginnen eindelijk wat aan bod te komen en af en toe zie je in een modebijlage al eens een model dat niet hyperslank is of wit. Maar ook die allochtone stemmen blijven het perspectief behouden van de goed opgeleide middenklasser. Ze beheersen het juiste jargon, ze spreken de juiste taal, ze schoppen stennis op Twitter waar een beetje journalist tegenwoordig zijn nieuws vergaart. Ze richten mee voor de grap een politieke partij op. Ze zijn eigenlijk net als ons, alleen hebben ze een achternaam die ons vreemd in de oren klinkt of hebben ze een hoofddoek op. We geven onszelf een rondje applaus voor hoera diversiteit.

Maar waar blijft het perspectief van de postbode en de poetsvrouw? Van de bandarbeider of de treinbegeleider? De bakker of de slager op de hoek? De uitbater van de nachtwinkel waar we chips, bier en sigaretten kopen? De verpleegster en de bejaardenhelper, de taxichauffeur? Van de langdurig werkloze of de chronisch zieke? Waarom worden mensen met een beperking weggestoken in emo-programma’s als Radio Gaga zodat we medelijden kunnen hebben, 50 minuten in de week? En kom me niet vertellen dat mensen die buiten het hogeropgeleide middenklasse kader vallen ‘niet interessant’ genoeg zouden zijn. Of dat ze niet zouden nadenken of niet tot waardevolle maatschappelijke inzichten kunnen leiden. De fratsen van goed geconnecteerde marketingboys halen wel de kranten, waarom zouden we dan de neus moeten ophalen voor de verhalen van mensen met een diploma uit het beroepsonderwijs en een bescheiden baan?

Diversiteit wordt pas echt diversiteit op het moment dat het naast gender, ras, afkomst en leeftijd ook aandacht heeft voor het verschil in sociale klasse.

schermafbeelding-2016-09-06-om-09-28-35

Paterson – Jim Jarmusch

Paterson is een film over een dichter. Hij is gedurende de week ook buschauffeur.
Elke dag wordt hij wakker rond kwart over zes. Ten laatste om half zeven.
Zijn mooie vriendin ligt naast hem en ze vertelt over haar droom.
Dat ze een tweeling kreeg of in het Oude Perzië een zilveren olifant zag.

Paterson bedenkt tijdens zijn eenzame ontbijt zijn eerste vers van die dag.
Hij schrijft alles op in een notitieboekje. Een geheim notitieboekje.
Niemand mag het lezen, behalve de kijker.
Daarna vertrekt hij met de bus.

Onderweg luistert hij naar de gesprekken van zijn passagiers.
De mannen scheppen op. De vrouwen rollen met hun ogen.
De anarchisten doen pedant.

’s Avonds keert hij terug naar huis. Hij haalt de post uit de brievenbus.
Zijn vriendin heeft gordijnen gemaakt of deurlijsten geschilderd.
Ze droomt ervan rijk te worden door cupcakes te bakken.
De volgende dag wil ze een gitaar krijgen en een beroemde country-zangeres worden.
Ze heeft heel veel dromen.

Paterson vindt het allemaal best.
Elke avond wandelt hij met de hond een blokje om.
Hij heeft een hekel aan de hond.
De hond heeft een hekel aan hem.

Daarna drinkt hij een pint in steeds dezelfde kroeg.
Het huis is mooi en altijd netjes opgeruimd.

Wat zou er toch kunnen gebeuren?

wp-image-136682864jpg.jpg

2016

Facebook blijft me maar mijn ‘momenten’ van 2016 voorschotelen.  Wel, het jaar begon aan de overkant van de globe. Op bezoek bij mijn zus die ik ondertussen alweer een paar jaar niet meer had gezien in levenden lijve. Mijn vader en ik kregen niet echt een warm welkom, er werd op de zenuwen gewerkt. Onverteerd zeer naar boven gehaald, een emotionele worstelpartij waar niemand iets bij won. Op Oudejaarsavond werd ik vroeg naar mijn bed gestuurd, feestgedruis was overbodig. De volgende paar weken bracht ik alleen door terwijl ik mijn lief vreselijk miste. Elke dag Facetimen maakte het enkel erger.

Terwijl ik zat weg te kwijnen in die paradijselijke tuinen aan de andere kant van de wereld ging David Bowie dood. Voor hij onverwacht het schouwtoneel verliet om voorgoed in de coulissen te verdwijnen orchestreerde hij nog op magistrale wijze zijn afscheid. Hints op Twitter, een laatste plaat waarin hij zijn wanhoop en verdriet de vrije loop liet. Op zijn laatste foto lacht hij en staat hij er ontspannen bij. Alsof hij vrede heeft met zijn nakend overlijden, alsof hij alles heeft afgewerkt, alsof hij zijn taak heeft volbracht.

Ook Prince ontviel ons, later op het jaar. Het kleine muzikale genie ging roemloos ten onder aan een verslaving aan opiaten. De zinloosheid van dat soort overlijdens verbijstert me nog steeds. De onrechtvaardigheid ervan, hoe een klein detail het verschil kan maken tussen leven en dood. Het verschil tussen er zijn en er niet meer zijn, er nooit geweest te zijn, is een seconde. Een onbenullig moment waarop het onomkeerbaar verkeerd loopt. De mens is tegelijkertijd sterk als staal en fragiel als fijn kristal. Spinrag.

Even vergeefs was de dood van een onschuldige jongen, een kind bijna nog. In putje zomer, terwijl de hele stad zich overgaf aan feesten en vertier crepeerde hij van ontbering. Vermorzeld tussen de kaken van een systeem, procedures, structuren, regels, verordeningen, omzendbrieven, ambtelijke diensten, ministeriële dictaten en ander gezwets. De mazen tussen het net zijn ondertussen zo groot dat een mens al moet kunnen hinkstapspringen op Olympisch niveau om er niet tussen te vallen. En ja, daar kwam Van Deurzen piepen dat er dit en dat er dat en si en la en patata … En ondertussen schuiven de marges van de maatschappij verder en knabbelen ze aan het midden.

Schrijven kon ik niet meer, omdat ik niet niet daarover kon schrijven, over die breuk met mijn zus. Dus ik schreef maar niets, of toch niets dat er op de één of andere manier ook maar enigszins toe deed. Traag ben ik, inert bijna.

De wereld om me heen, om ons heen, desintegreert dan weer tegen een razend tempo. Brexit, Trump, Aleppo, Istanboel. Brussel. Parijs, al is dat ook al weer even geleden. De oorlog, het domme geweld, de hersenloze agressie. Het nihilisme van machthebbers en hun instituten, de hoogte van hun ivoren torens, marmeren trappen en gouden deuren. De onverschilligheid waarmee het eigen geweten gesust wordt, de angst wordt opgestookt als een haardvuur tijdens een koude winter.

2014bowie_press_311014-article_x4

Winter

Het gewicht van jaren ver hangt aan je lijf. De zorgen voor morgen bezwaren je gemoed. Het grijs van laaghangende wolken maakt je blik troebel en week. De eeuwige schemer van deze donkere dagen. In je gewrichten sluipt de pijn van nog maar eens een winter zonder hoop. Je bloed stroomt waterdun en weifelend door je lijf. In je oren zeurt een pieptoon nu al jaren. Je spieren een orgie van spasmen. Schimmeltenen en stinkvoeten. Vreemde blauwachtige landschappen op je benen, bobbelige spataders. Bovenarmen die slap hangen, dunne polsen. Vieze, vuile lange vingernagels die barsten van de kou. Je zak jeukt en je lul is verlamd. Je pist in horten en stoten, de kleur van slappe koffie. De kou kruipt onder je huid sluipt naar je hart.

Je tanden rotten in je bek, je likt je droge lippen. Angst baant zich op gezette tijden een weg vanuit je darmen omhoog tot je keel helemaal vol zit, je adem stokt en het koude zweet je uitbreekt. Alsof een bijtend gif door je aderen spoelt. Je blijft overeind, nog net. Je leven is geen puinhoop meer, maar een vuilnisbelt. Een poel die stinkt als een zwavelput. Een onoverzichtelijke berg van schuld en zonde zonder boetedoening die tot verlossing leidt. Ergens is er een pad dat hierheen heeft geleid. Vroeger kon je nog denken dat er ooit een tijd zou komen waarop dingen goed zouden komen. Dat de pijn tijdelijk was, dat je mislukkingen uitzonderingen waren en geen patroon dat zich oneindig veel herhalen zou. Dat je ooit dingen zou doen waarvoor je geprezen zou worden.

Je geheugen hapert door een verleden van goedkope drank en dito drugs. Soms sijpelen flarden uit een vorig leven door. Zoals die keer van die overval toen je nog met de taxi reed. 127 euro hadden ze buitgemaakt terwijl jij de schrik van je leven opdeed. Uiteindelijk kwam je er vanaf met twee hechtingen in je voorhoofd en een vuile onderbroek, maar rijden zat er niet meer in. Je was gewoon niet zo’n held, opgeven zat meer in je natuur. Het was nu ook niet dat een taxichauffeur zoveel verdiende en inspiratie voor een baanbrekende roman zat er ook al niet in. Tegen de verwachtingen was dat, maar goed. Eigenlijk bleef heel dit bestaan ferm onder de voorspelde vooruitzichten. Niets nieuws onder de zon dus.

Waar begint de dag, waar eindigt de nacht? Een zwarte kraai krijst onheilspellend. Buiten blijft het donker. Een vuile mist kleeft aan ramen, auto’s, zweeft laag over straten en pleinen. Je ademt moeizaam, je borstkas lijkt ingesnoerd. Alsof je een strenge dame van stand was uit een ver vervlogen tijd. In je keel stapelt bitter slijm dat je niet ingeslikt of uitgespuwd krijgt. Het duizelt in je hoofd, in je oogbollen ontploffen zwarte sterren. Waarom gaat alles moeizaam?  Je tast, je scharrelt, je strompelt en je struikelt. Er ligt niets meer voor je behalve duisternis van zwarte gaten en niemand die je ooit heeft gekend.

Hoe oud ben je? Je bent achterhaald als perkament.

the_road_2009_02

Sektes in al hun verschijningsvormen, ze hebben me altijd gefascineerd. Net zoals terroristische groupuscules, maar het is dan soms ook niet helemaal duidelijk waar de sekte overloopt in de terroristische beweging of omgekeerd. In ‘The Girls’, het debuut van Emma Cline wordt de aanloop naar de moorden op Sharon Tate door de volgelingen van Charles Manson beschreven.

Evie is een 14-jarig meisje dat in de buurt woont van de ranch die door ‘The Family’ wordt gekraakt. Het meisje worstelt tijdens de zomervakantie met de scheiding van haar ouders, het verlies van een jeugdvriendschap en de wetenschap dat ze volgend schooljaar naar een kostschool wordt gestuurd. Haar vader is er vandoor met zijn nieuwe vriendin en haar moeder heeft het erg druk met daten. In dat vacuüm zoekt Evie toenadering tot het vreemde en fascinerende groepje jonge vrouwen dat The Ranch bevolkt. Niemand die haar mist als ze haar dagen en haar nachten doorbrengt in de afgelegen plek waar de vervreemding van de wereld nog intenser wordt door de drugs, de nachtelijke feesten en rituelen, de seksuele inwijding.

Russel Hadrick (aka Charles Manson) is geobsedeerd door een muziekcarrière en als de producer die daarvoor moet zorgen zijn eerder gemaakte beloftes niet kan waarmaken is het tijd voor wraak. De rest van het verhaal is gekend: Sharon Tate en haar vrienden worden op beestachtige wijze afgeslacht. De volgende nacht wordt die stunt nog eens dunnetjes overgedaan in een andere wijk van LA. Het is eerder door stom toeval dan door geweldig speurwerk dat de daders uiteindelijk gevat worden.

Cline leeft zich bijzonder goed in in de psyche van een eenzame en onbegrepen tiener die bij The Family de liefde, steun en waardering krijgt die ze zoekt.

Is dit grote literatuur? Neen, maar het boek leest bijzonder aangenaam weg en Cline toont zich een talentvolle schrijfster die een jonge taal hanteert. Ze komt met onverwachte metaforen op de proppen die bijzonder goed werken.

Gisteren bekeek ik nog een aantal documentaires over het fenomeen Charles Manson en zijn ‘Family’. Hoe hij tijdens de Summer of Love in San Francisco profiteerde van de sfeer van peace, love & understanding om zich te omringen met jonge vrouwen (en mannen) die zoekende waren. Hoe isolatie van het werkelijke leven, een drang naar rebellie en grootse dingen, industriële hoeveelheden drugs en een hele hoop kosmische bullshit de rest deden. Het blijven onwerkelijke beelden van de drie jonge daders die zich tijdens het proces vrolijk zingend en lachend naar de rechtbank begeven. Geen greintje spijt lijken ze te hebben op dat moment. In latere interviews, als ze al lang achter slot en grendel zitten en vrouwen van middelbare leeftijd zijn, vertellen ze dat ze ook tijdens het proces LSD bleven nemen. De enige reden waarom ze aan de doodstraf ontsnapten was omdat die werd opgeheven niet lang na hun veroordeling. De drie vrouwen die lijken in de loop der jaren wakker te zijn geworden, en beseffen maar al te goed wat ze hebben aangericht. Manson kraamt nog altijd dezelfde onzin uit als hij nog eens geïnterviewd wordt.

manson

Luisteren of tegenspreken?

Een week of wat geleden ben ik verhuisd. Naar een doodgewone volkswijk in een deelgemeente van Gent. Mijn nieuwe buurman – die buschauffeur is –  begroette me met de woorden: “Ah, de nieuwe buurvrouw. Ewel, ik ben gene racist, maar ik ben blij dat je geen Turk bent”. Voor de rest een heel hartelijk welkom gekregen hoor, daar niet van. Ik weet nu al wie wie is in de straat. En in de zomer, als het warm is worden de stoelen buiten gezet, een flesje cava gekraakt of een bak bier gedeeld en wordt er onder buren gezellig gekeuveld. Ik mocht mezelf als uitgenodigd beschouwen. En toen buurman en buurvrouw zich nieuwsgierig toonden naar de kleine verbouwing die we lieten uitvoeren voor we het huis echt betrokken vroeg ik hen binnen om het resultaat te aanschouwen.

Mijn gedachten dwalen af en toe af naar mijn goede vriendin die met een Turkse man getrouwd is. Voor mij is het wel makkelijk natuurlijk, om die banale racistische opmerking te negeren en verder min of meer hartelijk te reageren. Alsof er niets aan de hand is. Omdat een goede buur beter is dan een verre vriend. Omdat je niet weet hoe lang je nog buren zult zijn en je natuurlijk geen zin hebt om vanaf dag 1 in de rol van outcast geduwd te worden.

Na de ongemeen harde schokgolf die de overwinning van Trump door de wereld joeg werd de blanke middenklasse in deze contreien nog eens opgeschud en moest de verkiezingsuitslag ten gronde geanalyseerd. Hoe was het mogelijk en patati en patata? Eén van de lessen die we moeten trekken blijkbaar is dat we moeten luisteren naar de verongelijkte witte arbeidersklasse die redelijk massaal voor Trump heeft gestemd. Daarnaast hebben ook de hogere (witte) inkomensklassen voor Trump gestemd (+/- de helft). Maar bij hen moeten we ons oor niet te luisteren leggen naar het schijnt. Klein detail: in de 2 laagste inkomensklassen stemden de minste mensen voor Trump. Voor de volledigheid: ik baseer mij op de exitpolls zoals ze door de NY Times gepubliceerd werden.

Op Vrij Nederland – een Nederlands weekblad voor witte hoogopgeleide mensen – werd een interview gepubliceerd met een Amerikaanse sociologe die ons vertelde dat we inderdaad moesten luisteren naar Trump-stemmers. Dat artikel waarin ze vertelde over haar ervaringen moest Nederlandse en Vlaamse middenklassers met een streepjestrui en een veel te dure fiets het gevoel geven dat ze ook daadwerkelijk met een werkloze arbeider in de rust belt hadden gepraat. En wat bleek? Die mensen zijn zo slecht nog niet. Ze schijten bovendien niet uit dwazigheid in hun eigen keuken of zo. Met een beetje goede wil zou je zelfs kunnen zeggen dat het mensen zijn zoals jij en ik. Met hopen en dromen en kleine kantjes. Wie had dat ooit kunnen denken zeg??

In 1991 – vlak na de eerste onverwachte en vrij verpletterende overwinning van het Vlaams Blok – heerste in Vlaanderen een beetje hetzelfde gevoel. Wie waren eigenlijk die kiezers die de traditionele partijen hadden durven opzadelen met een electorale kater? Er werden reportageploegen naar de Antwerpse Seefhoek gestuurd in de hoop de ziel van de foertstemmer te kunnen capteren en een oude man met een kapiteinspet op verklaarde zonder veel schroom voor de camera dat Hitler het allemaal nog niet zo slecht had gedaan.

Aha, hoor ik u al denken. Dat is hier voorzeker zo’n betoog van een politiek correcte adept van de linkse kerk die beweert dat al die proteststemmers van toen en nu vermaledijde racisten waren. Ewel, u hebt deels gelijk. Dat ik een poco ben is ongeveer algemeen geweten. Dat al die proteststemmers racisten zijn (of waren) is weer een andere zaak. De meeste onder hen zullen zich alvast niet zo identificeren. Een beetje zoals mijn nieuwbakken buurman eigenlijk, die geen racist is maar toch blij is dat hij niet naast een Turk woont. Waarmee je au fond natuurlijk wel een racistische uitspraak doet en een stem voor Trump of Dewinter nog altijd een impliciete goedkeuring is van een xenofoob en racistisch partijprogramma.

Wat me op dit moment stoort aan dit hele ‘we moeten luisteren naar de stem van de kiezer’ verhaal is de manier waarop de ontevredenheid van de white working class centraal wordt gesteld. We weten waarom die op Trump heeft gestemd. Een terecht gevoel van ontevredenheid met het huidige politieke beleid. Een politieke elitaire kaste die nog weinig voeling heeft met de gewone werkmens. De teloorgang van traditionele industrieën en jobs voor laaggeschoolde arbeiders. Weinig geloofwaardige alternatieven. Een demagoog die simpele oplossingen belooft voor complexe problemen. Het is allemaal zo moeilijk niet en het is ook al verschillende keren eerder met redelijk veel succes geprobeerd.

Maar de arbeidersklasse bestaat noch in de USA, noch in Europa enkel uit blanken. De mensen die het laagst van allemaal zijn opgeleid en die in de ongezondste en slechtst betaalde jobs terecht komen zijn van zeer gemengde afkomst. Iemand al horen zeggen dat we naar die mensen moeten luisteren? Ik dacht het niet.

In de nasleep van de Brexit steeg het aantal hate crimes tegenover buitenlanders (met name Polen) spectaculair. Dat gaat van beledigingen en bedreigingen tot mensen halfdood slaan omdat ze het lef hadden om op straat hun moedertaal te spreken. In de USA lopen de eerste meldingen van intimidatie tegenover minderheden uit naam van Trump ook binnen. Niemand die ik hoor zeggen dat we met die mensen in dialoog moeten gaan.

En laat ons wel wezen: we kennen de ontevreden onderbuik, of ze nu voor Trump stemmen of virulent een racistische karikatuur als Zwarte Piet verdedigen. Ze bevolken de commentaarsecties van de populaire kranten, ze zijn onze buren of onze collega’s. Het is de zatte nonkel Frans aan de feestdis op familiefeesten.

Wat mij betreft is de tijd van luisteren gedaan en de tijd van luid tegenspreken aangebroken.