Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for februari, 2013

Misschien was het de nasleep van een week luisteren naar muziek uit de jaren ’90 op Studio Brussel. De nummers lokken herinneringen uit aan een decennium dat spannend was, turbulent en bepalend voor de richting die mijn leven zou uitgaan, al wist ik dat toen nog niet. Onverwacht en zonder dat ik er op was voorbereid dacht ik keer op keer weer aan oude liefdes, lang vergaan en in mijn huidige leven van geen tel. Mijn gevoel voor hen is verpulverd door de tijd, zij zijn getrouwd en hebben hun eigen kinderen op de wereld gezet, samen met de vrouwen die ze na mij ontmoetten.

Mijn gedachten laten mij terugkeren naar al die plaatsen waar ik heb gewoond of samengehokt, waar ik von himmelhoch jauchzend naar zu tode betrübt roetsjte alsof het niets was. Van sommige kamers herinner ik mij de groeven in het parket of de manier waarop het licht naar binnen viel. Ik weet nog welke gerechten ik in de keuken klaarmaakte en voor wie. Hoe op een nacht vol stormwind de helft van het plafond in de slaapkamer naar beneden kwam, gelukkig niet op onze kop. De geur van gaskachels ruik ik en van de wierook die ik opstookte. De bedden waar ik in sliep, het groene blad van het bureau waar ik aan studeerde.

Ik leed dus aan sentimentaliteit en melancholie. Onze geest versuikert de gebeurtenissen van vroeger en doet alsof toen alles beter was. Door het perspectief van de tijd lijken je wanhoop en je angst lang niet meer zo acuut, je kunt je niet langer voorstellen hoe je de koude trotseerde om met een krakkemikkige en onverzekerde snorfiets op het werk te geraken. Hoe je opgelicht werd door huisbazen die je waarborg achter hielden en klusjesmannen die een verkalkte boiler kwamen vaststellen. Daar moest je dan 2 weken interims voor doen, scharten en krabben en vloeken omdat je met al dat geld dat je verdiende nooit eens iets leuk kon doen. Huur betalen, gas betalen, elektriciteit betalen, eten kopen. Alles op.

Enfin, ik vond deze week alles triviaal en onbenullig. Ik vond de mensen lastig en vol van aanstellerij. Ze stelden wat mij betreft de verkeerde vragen en dat ook nog eens op het verkeerde moment. Ze deden moeilijk zonder reden, zochten spijkers op laag water. Ik ergerde mij aan alles en iedereen rond mij. Natuurlijk deed niemand anders dan gewoonlijk, net als beauty in the eye of the beholder ligt, zo ligt ook al de rest daar.

Toen kwam de man met de zeis ook nog eens totaal onverwacht (pdw) ophalen. Nu ga ik mij niet laten voorstaan op de paar woorden die ik ooit met de man wisselde op Twitter, maar het deed me toch iets. Een mens beseft bij het aanhoren van zulk nieuws dat ook hijzelf niet onsterfelijk is, en dat er nog allerlei dromen en plannen op het schap liggen te verstoffen onder het motto ‘geen tijd vandaag, misschien morgen’, terwijl het helemaal niet zeker is dat ook wij het nog eens zullen zien dagen in het Oosten. Godverdomme, grijp dat leven toch bij de lurven en doe niet langer alsof tijd een gratis goed is, onuitputtelijk en vrij te verkrijgen (zolang de voorraad strekt).

 

I cannot rest from travel: I will drink

Life to the lees: All times I have enjoy’d

Greatly, have suffer’d greatly, both with those

That loved me and alone

(Ulysses – Tennyson).

 

Advertenties

Read Full Post »

Het miezerde en het was koud, de winkelstraat vol mensen warm ingeduffeld. Bleke gezichten half verscholen achter een sjaal. Ik verwonder me over een nieuwe manier van handtassen dragen. De hengsels in de plooi van de elleboog, de arm naar boven gebogen de hand half dichtgevouwen in een truttig vuistje. Valentijn ligt in het verschiet, aan de deur van de INNO hangt een briefje met de mededeling dat men op donderdag 14 februari uitzonderlijk open blijft tot 18h30. De liefde dient bewezen te worden met een clichétje, netjes verpakt. Opzichtig inpakpapier en een touwtje dat blinkt. Your faith was strong, but you needed proof. 

Ik zou nieuw ondergoed moeten kopen wist ik. Het probleem is dat ik weinig activiteiten deprimerender vind dan recreatief winkelen, ook wel ‘sjoppen’ genoemd. Geld dat ik niet heb uitgeven aan dingen die ik niet nodig heb. Doelloos drentelen van de ene winkel naar de volgende, kledingstukken vergelijken en de juiste maat uitkiezen. Of denken dat je de juiste maat hebt uitgekozen. Aanschuiven voor het pashokje, kleren uit en jezelf weerspiegeld zien in het het harde neonlicht. De putjes in je billen tellen, de haartjes op je benen. De geur van je eigen zweet en deodorant onder je trui. Nieuwe kleren terug aantrekken en tot de conclusie komen dat de kleur je niet staat of je jezelf weer eens dunner dacht dan je werkelijk bent.

Maar goed, nu ben ik toch al in die overvolle winkelstraat en ik kan niet eeuwig en drie dagen diezelfde 2 BH’s met elkaar blijven afwisselen. Die dan ook nog eens stammen uit een pré-lief periode waar degelijkheid primeerde op frivoliteit. Toen discretie het won van opzichtigheid en ik de geilheid van mannen eerder wilde ontwijken dan opwekken. Dat laatste lukte niet altijd. Een beetje man laat zich zijn geilheid niet ontnemen door vleeskleurige T-shirtbh’s heb ik ondertussen geleerd. Voorwaarts dus, en moedig haastte ik mij voort naar verderop in de straat, naar die winkels waar men het soort niemendalletjes verkoopt die onontbeerlijk zijn voor het beleven van allerlei seksuele avonturen. In gedachten lag ik al in bed te wachten, gehesen in zwart kant en oersterke stay-ups die mijn benen langer dan lang zouden laten lijken. Mijn lief zou me daar een ogenblikkelijk een paal ontwikkelen, de grootte van een gemiddelde voorarm. Ik zou al van geluk mogen spreken als ik het daaropvolgende minnespel zou overleven zonder al te veel kleerscheuren.

Voor de etalage bleef ik staan. Opzichtige rode harten. Een mannequin in zwarte netkousen en een BH die haar niet leek te passen. Daarboven een negligé met een pluizig randje. Een kop met een lelijke blonde pruik en de starende blik van een ongeïnteresseerde hoer. Het was brutaal en goedkoop, ontdaan van alle geheimzinnigheid, intimiteit of mystiek. Ik walgde bij het idee van honderden vrouwen in precies hetzelfde uniformpje, die hoopten dat een omhoog gestuwde decolleté de deur naar de relatiehemel zou openen.

In de Mokkabon kwam net een tafeltje vrij. Ik liet me overdonderen door de bitterheid van een dubbele espresso en hoorde een man voor de zoveelste keer zijn verhaal doen over hoe hij vorige week 5 cent teveel moest betalen.

Read Full Post »

Dag lief,

 

Het is door jou dat ik voor de eerste keer zo schaamteloos meedoe aan dit kleffe feestje. Ik was altijd meer het ‘haha-wat-is-Valentijn-toch-een-stom-feest’ – type. En dan toch stiekem blij als een kind als iemand me dan toch een bosje bloemen toestopte. Begrijp me niet verkeerd; ik heb nog altijd geen zin om veel te veel geld te betalen om vanavond op restaurant een geforceerd Valentijnsmenu naar binnen te stouwen. Huwelijkjes van twee schelletjes vlees en duootjes van vette kost onveranderlijk gevleid op bedjes van prei, nee laat maar. Ik hoef nog altijd geen diamanten en paarlen, chocolade hartjes en dure parfums. Enfin, tenzij jij mij dat echt wil geven, maar ik weet niet of je van bijouterie veel verstand hebt. Van chocolade krijgen we te veel schuldgevoelens en die keer dat jij vroeg welke parfums ik lekker vond gaf ik je zo’n vaag antwoord dat je er natuurlijk niets mee kunt.

Ach, ik ben waarschijnlijk nooit erg goed geweest in al die romantiek. Wat wordt er eigenlijk bedoeld met ‘romantisch doen’? Alleszins iets met kaarsjes en zonsondergangen, sauna’s, violen, rode rozen, wandelingen op het strand, champagne en eventueel een huwelijksaanzoek nadat men elkaar in de film een paar keer op het nippertje misliep. Sommige mensen (mannen?) gebruiken ‘romantisch doen’ ook als eufemisme voor neuken. Daar stel ik me dan ook al weer zo’n filmvrijpartij bij voor. Vier keer zuchten onder de lakens en dan met een verzadigde blik in slaap.

En aan het felle vuur van de liefde had ik mijn vingers ondertussen wel een keer te veel verbrand. Een hele rij Heathcliffs met een woeste blik en een kruiwagen vol beloftes had ik gekust en geloofd. Ik heb eindeloos lang gewacht op wat niet kwam en vele hete tranen gehuild om schaamteloos bedrog. Vele malen voordien had ik het spel gespeeld, van aantrekken en afstoten, van wel en niet, of ja toch maar ik weet het niet zeker. Soms ben ik Helena geweest. Onbedoeld, achteloos wreed en blind voor de pijn van het hart dat ik brak. Het voelde alsof ik spinrag scheurde en het kleverige spul van mijn hand probeerde af te schudden.

Vaker echter wist ik me de achterblijver met het kortste stukje in mijn vuist geklemd. Alsof ik zelfs dat niet kon loslaten zonder veel moeite. De keren dat ik in het ootje ben genomen en belazerd als een kind van 5 zijn niet meer te tellen. En telkens ik de mist zag optrekken en opnieuw klaar kon zien was ik verbijsterd. Dat het zo kon zijn, dat wie ik had liefgehad zoals ik dat deed en omgekeerd, mij zo kwaadaardig had gereduceerd tot een cliché uit een slecht boek of een rubriek in een damesblad.

Neen, ik had mijn lesje wel geleerd. Al die overgave en dat opgaan in elkaar, dat wat mensen passie noemen, dat was niets meer voor mij. Zoals ik het zag, was het als passeren aan een wisselkantoor in een vreemd land. Wat ik gaf, was altijd meer, beter en waardevoller geweest dan wat ik ervoor had teruggekregen.

Ik kan nog altijd niet zeggen wat ik zou moeten kunnen zeggen. Maar ik kan je vandaag wel een dik vet hart schenken, mijn lief!

Read Full Post »

De tuin is bedekt onder een laagje rijm, alsof God deze nacht passeerde met een enorme bus poedersuiker. De zon schijnt en doet alsof het zomer is. Ik denk aan mijn dochter die ik gisteren uitwuifde toen ze naar de bergen en de sneeuw vertrok. De meest prangende vraag die ze zich zal stellen deze week is of ze dit jaar wel naar die fuif mag op donderdagavond. Voor de schijn en misschien ook wel voor de zekerheid heeft ze haar map chemie mee genomen. Alsof ze deze keer niet pas volgende week zondag, vermoeid en het gezicht bruingebrand haar huiswerk zal maken. Ze gaat langzaam de wereld binnen van de jongeren, waarvan ik de codes en gebruiken niet ken. Ik blijf staan en kijk nieuwsgierig binnen, zwaai af en toe van achter het raam. Hoop dat ik af en toe zo haar aandacht kan trekken. Op woensdagmiddag draaft ze binnen, hongerig, babbelend. Verontwaardigd om wat een leraar deed of vroeg of ze vertelt iets over haar klasgenootjes. Dat ze morgen minder pauze heeft omdat ze naar het CLB moet om gemeten, gewogen en gevaccineerd te worden. Later krijg ik een SMSje om te melden dat ze niet meer zal groeien. Ik zal altijd groter zijn dan haar.

In een huis in Lokeren bereidt een gezin een uitvaart voor. Ik stel me voor dat ze nu nog te veel opgeslokt zijn door het gedoe ervan om het verdriet al helemaal te kunnen voelen. Politie, slachtofferhulp, begrafenisondernemer. De media, sommige terughoudend, andere dan weer minder kies. Dat je daarna nog een kot moet leeghalen en beslissen wat je met haar spullen moet doen. Dat je moet beslissen wat je met haar kamer thuis doet en hoeveel keer je ’s morgens nog de tafel zult dekken en ook op haar plek een bord zet en een koffietas. Haar facebookpagina die je moet laten afsluiten, of niet.

21 jaar en ’s ochtends om 8 uur braaf op weg naar de les, of stage lopen. Laatstejaars waarschijnlijk en als het goed is met een hoofd vol dromen en een hart vol zon. Een vriendje waarschijnlijk. Op je 21ste heb je normaal gezien nog zeeën, wat zeg ik?, oceanen van tijd. Wereldreizen behoren nog tot de mogelijkheden zonder dat het een pathetische poging is het voortschrijden van het leven te stoppen.

De dader, 26 jaar, dronken na een hele nacht uitgaan zo lees ik in de krant, zal vervolgd worden wegens onopzettelijke slagen en verwondingen met de dood als gevolg. Ik snap niet wat er onopzettelijk is aan dronken een auto besturen en 80 km per uur te rijden waar men 30 km mag doen. Een stuurfout maken, of door onervarenheid een ongeval veroorzaken, ja dat. Maar in kennelijke staat achter het stuur gaan zitten en zo roekeloos rijden dat iemand anders dat met het leven moet bekopen? Als dat geen doodslag is, wat dan wel?

Ik reageer emotioneel, zegt men. Moet tegenwoordig de dood van een mens, van een jong mens, met klinische redelijkheid benaderd worden? Alsof niet onverschilligheid en laksheid aan de basis liggen van de wetgeving die een dergelijke vorm van doodslag beloont met de kwalificatie ‘onopzettelijke slagen en verwondingen’.

Read Full Post »

Zet de woorden ‘vrouwen onder elkaar’ in de juiste volgorde en iedereen schijnt te begrijpen wat er wordt bedoeld: achterklap, nijd en afgunst. Kattige opmerkingen, schuine blikken en nagels die gescherpt worden. Pesten en elkaars lief afpakken. En dat allemaal met een valse glimlach om de lippen. Bovendien, een nest vrouwen bij elkaar, dat krijgt ook nooit iets voor elkaar. Eindeloos palaveren, ja, en elkaar ondertussen met een breinaald de ogen uitsteken.

De suffragettes die ervoor zorgden dat ook vrouwen ten langen leste stemrecht kregen? De moedige voorvechtsters die de legalisatie van abortus tot wet maakten net als het heikele thema van verkrachting binnen het huwelijk? De vrouwenbeweging die ervoor zorgde dat vrouwen hun eigen bankrekeningen en hun eigen centen zelf en zonder de controle van een man mochten beheren? Allemaal afwijkingen van de natuur!

Volgens diezelfde natuurwetten geven mannelijke collega’s elkaar vriendelijk een schouderklopje, steunen elkaar op weg naar de top. ’s Avonds broederlijk aan de toog of naar de voetbaltraining en in het weekend, als er gefietst wordt, zijn de lachsalvo’s niet te tellen. Uit deze stoere monden geen geroddel, enkel hier en daar eens wat voorzichtig opbouwende kritiek.

Van vrouwen wordt blijkbaar verwacht dat ze alle andere vrouwen leuk en aardig vinden, onmiddellijk omarmen en aan de boezem drukken. Dat vrouwen eigenlijk gewoon mensen zijn die hun appreciatie/misprijzen van/voor iemand niet enkel laten afhangen van het feit of de ander toevallig behept is met een stel borsten en een al dan niet geschoren venusheuvel komt, dat is ondenkbaar natuurlijk. Stel je voor dat we een collega tof zouden vinden omdat ze ook graag boeken leest, houdt van Russisch minimalisme en kan lachen met films van de broertjes Coen. Dat we niet zoveel op hebben met die andere omdat die tussen de bedrijven door gore half-racistische praat uitslaat en steeds weer dezelfde fouten maakt die jij dan moet recht zetten. Dat haar ‘vrouw zijn’ daar in eerste instantie weinig of niets mee te maken heeft. Met andere woorden: misschien kiezen vrouwen hun vrienden en vriendinnen uit op dezelfde manier als die andere mensensoort (mannen). Op basis van onbewuste factoren, gelijk lopende interesses en het gelukkige toeval dat men elkaar goed begrijpt.

Wie als het als vrouw oneens is met een ander wijfje, die houdt een ‘catfight’, een ‘bitchfight’ of een ‘sjakossengevecht’. Haha, kijk die meisjes elkaar eens in de haren zitten. En ook: zie je wel dat we gelijk hebben? Vrouwen onder elkaar hé (veelbetekende blik). Mannen hebben – heel volwassen – een discussie of een conflict dat ze netjes uitpraten zonder dat ze elkaar daarbij manipuleren. Het einde ervan wordt bezegeld door een beetje spuug en stevige handdruk. Sans rancune en even goede vrienden.

Het is de biologie, zo wordt me gezegd. Ergens in mijn brein, diep in de hersenstam, ben ik geprogrammeerd om alle andere vrouwen als concurrentes te beschouwen. De wedloop naar een perfecte man die mij zal voorzien van melk en honing en gezonde kinderen, een penthouse, een poetsvrouw en elke dag een bestelling bij Zalando, die kan maar gewonnen worden op het moment dat ik mijn vriendinnen kleineer, verneder en op gemene wijze uitschakel. Mannen hebben uiteraard al lang geleden het juk van de biologische evolutie afgeschud. Zij houden zich aan de regel: ‘ik zag haar het eerst, dus ze is van mij’.

Ik word zo langzaamaan wanhopig van die eindeloze vloed aan clichés die onderbouwd worden door krakkemikkige argumenten die bij nader inzien geen hout snijden, maar zich wel een wetenschappelijke aureooltje aanmeten.

Laakbaar gedrag op de werkvloer en binnen vriendschapsrelaties bestaat, maar is niet het exclusieve terrein van deze of gene sekse. Zo simpel is het soms.

Read Full Post »

Deze week zei een jonge vrouw tegen me: ‘Mijn leven is één grote, latente paniekaanval’. Ik heb weet van andere jonge mensen die Xanax nemen om hun angsten de baas te kunnen. Het verbaast me telkens weer, omdat net zij alles binnen handbereik lijken te hebben. Ze zijn vaak hoog opgeleid, in het bezit van één of meerdere masters waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Daarnaast zijn ze quasi zonder uitzondering creatief; ze tekenen, schilderen, dansen, schrijven, dichten. Opgegroeid in het digitale tijdperk, smartphones altijd in de hand. Jobs in de media of marketing, of onderzoek aan een binnenlandse of buitenlandse universiteit. Het lijkt alsof het hen nergens aan ontbreekt, alsof ze alles hebben. En toch zijn ze in de greep van angsten en depressies.

Het is een publiek geheim dat wij Belgen in Europa koplopers in het gebruik van antidepressiva. Zelfmoord is in dit land de eerste doodsoorzaak bij mannen tussen 30 en 50 jaar en bij vrouwen tussen 20 en 40 jaar.

We doen aan preventie en sensibilisering als het gaat over doden in het verkeer, we zamelen massaal geld in om het onderzoek tegen kanker en HIV een duwtje in de rug te geven. Maar over de epidemie van angst, depressie, burn-out en andere veel voorkomende geestelijke problemen die jaarlijks vele slachtoffers eist zwijgen we in alle talen.

Ik vroeg aan de vrouw die haar leven beschreef als één lange patente paniekaanval wat ze zag als oorzaak van die onrust. ‘Denken dat je verschillende dingen tegelijk kan doen, en liefst tegelijkertijd. Noem het multitasking. Noem het leven in het nu.’, was haar antwoord.

Ik moest denken aan wat Paul Verhaeghe zegt in zijn boek ‘Identiteit’ dat vorig jaar verscheen, en waar hij – als één van de weinigen – de kat de bel durft aanbinden. Hij wijst op de grote paradox: onze samenleving is nog nooit zo veilig geweest als nu, en toch lijken we met zijn allen meer en meer in de ban van de angst. Angst om niet goed genoeg bevonden te worden, bang voor het oordeel van de ander.

Verhaeghe heeft het verder ook over wat hij de vernietigende invloed noemt van onze meritocratie. Het lijkt alsof succes in het leven enkel en alleen afhangt van een individuele keuze. Alsof sociale afkomst en het milieu waarin iemand opgroeit van geen tel meer zijn. Dat succes wordt dan ook nog eens in de eerste plaats afgemeten aan geld en de sociale status die iemand bereikt. Met welke auto men rijdt, of we het laatste nieuwe model telefoon hebben, welke reizen we maken en of er ‘manager’ op ons visitekaartje staat. Onze kinderen moeten hippe hobby’s beoefenen en hoogbegaafd zijn. Geen wonder dat de één na de ander afhaakt in deze doldwaze wedloop naar meer geld en meer succes, al dan niet onder invloed van een uitgeputte geest in een even uitgeput lichaam.

Praten doen we er niet of nauwelijks over. Weet u wie van uw vrienden, kennissen of collega’s pillen slikt om overeind te blijven? Wie van hen elke week bij de therapeut op sofa zijn hart en ziel uitstort en poogt om in deze gefragmenteerde wereld waar ‘echt’ contact zeldzaam is terug zijn of haar plaats te vinden? Waarschijnlijk niet, want op een enkeling na wil men met zijn of haar angsten of depressie niet te koop lopen. Het is nog altijd een teken van zwakte in de ogen van velen.

Wanneer komen we eindelijk op voor meer geld en dus hulp voor hen die lijden? Wanneer vinden we het eindelijk genoeg en zorgen we voor breed opgezette preventie- en sensibiliseringscampagnes om vroegtijdig signalen op te vangen en het aantal zelfmoorden terug te dringen?

Hoe lang zullen we nog morsen met het talent van jonge mensen die deze maalstroom niet langer aan kunnen?

In De Standaard: Trots op de gym, beschaamd om de therapeut.

Via Tales from the Crib (blog) – Beside the Ditch (blog)

Paul Verhaeghe over ‘Identiteit’ in NRC.

Read Full Post »