Feeds:
Berichten
Reacties

Een zot idee

Enfin ja, ik loop dus al een paar dagen met een onnozel idee rond, dus het moet er nu maar eens uit. Kort gezegd komt het hier op neer: je krijgt van mij een verhaal(tje), ik krijg van jou een cadeau(tje). Want het is bijna van Sinterklaas en Kerstmis en Nieuwjaar en Oh, Denneboom wat zijn uw takken Wonderschoon. Jouw geschenk mag iets zelfgemaakt zijn (ik bedoel: wie wil er nu niet een paar zelfgebreide geitenwollen sokken?) of een doos pralinen (ik heb het voornemen ‘minder gaan wegen’ ergens in de loop van 2015 het raam uit gezwierd) of een kratje champagne (nu ja, een fles schuimwijn is ook goed zolang het maar geen demi-sec is of zo). Ook ben ik blij te maken met een scheet in een fles of een dode mus, een vage politieke belofte, een klimaatakkoord (allez, nee, dat is gelogen), een maand huur op mijn rekening gestort (dat is een grapje, tenzij je zo shtinkend rijk bent dat het voor jou niet uitmaakt), een poetsvrouw (ze mag wel niet blijven slapen), een bosje bloemen gepikt uit de tuin van de buren (alhoewel dat maar magertjes zal uitvallen deze tijd van het jaar) en andere leutigheden.

Nee, serieus nu: het is me allemaal gelijk wat je zou willen geven.

Wat krijg je? Een verhaal, afhankelijk van de stormloop op het voorstel (hahaha, ik hoor het tsjirpen van de krekels al) hier en daar gepersonaliseerd. Misschien een hoofdstuk uit het boek dat ik nu eens wel schrijf dan eens aan de kant laat liggen. (Nu ja, ik ben er tegenwoordig weer mee bezig, en ik heb nu denk ik een behapbare formule gevonden om dat ding ooit eens af te werken). In elk geval: een stuk exclusieve tekst dat dus NOOIT of te NIMMER op het internet zal gepubliceerd worden en dat ik dus op echt papier zal afprinten en naar jou opsturen. In een enveloppe met een postzegel op. En gehandtekend.

Zot hé. Ik weet het. Als je het ziet zitten mail me (sunmoonpisces@yahoo.com) of reageer hieronder of op den Twitter of op mijne Facebook.

Wel niet allemaal tegelijk aub.

IMG_20151025_152351 (2)

‘Vallen in Liefde’ is de tweede worp van auteur, columnist en syndicalist Philippe Diepvents. Ik kreeg van hem een e-versie van zijn boek in ruil voor een bespreking. Hier gaan we.

Om te beginnen: Vallen in Liefde opent magistraal. Wie mij kent weet ik dat ik dat woord niet licht gebruik, maar toch is het zo. In een filmische openingsscène met licht absurdistische ondertoon (denk Pulp Fiction) valt een dode. Diepvents begint op die manier eigenlijk bij het einde, en begint na de proloog te vertellen hoe het zo ver is kunnen komen.

In 1993 bracht de ondertussen overleden regisseur Robert Altman de film ‘Short Cuts’ uit. Gebaseerd op het werk van Carver worden op subtiele manier de levens van de verschillende personages die op het eerste zicht niets met elkaar te maken hebben toch via een reeks toevalligheden en ontmoetingen die ogenschijnlijk onbeduidend zijn toch met elkaar verweven. Nu zijn de verwijzingen naar Carver en Altman misschien iets te veel eer voor Diepvents, maar hij gebruikt wel dezelfde techniek om de levens van de protagonisten in elkaar te laten overlopen terwijl ze dat niet altijd door hebben.

Vallen in Liefde pivoteert om het hoofdpersonage Stella. Zij is de middelpuntvliedende kracht die de zaken in beweging zet en in grote mate verantwoordelijk is voor de brokstukken die de mensen in haar omgeving op hun kop zien vallen. Een manipulerend kreng en tegelijkertijd altijd een klein meisje gebleven dat op zoek is naar liefde, erkenning en aandacht. Hoe meer ze haar best doet om haar vader voor zich te winnen, hoe harder hij haar afwijst. Holly, de beste vriendin betaalt dan weer in alle opzichten het gelag.

Alhoewel de roman een beetje uit de voegen barst door de veelheid aan gebeurtenissen, ongelukken en onbeantwoorde of stukgelopen liefdes waar de personages door overvallen worden blijft het allemaal op de één of andere manier wel geloofwaardig. In die zin leest Vallen in Liefde als een trein, zoals dat dan heet. En dankzij de verschillende slimme plotwendingen blijft het boek ook verwonderen.

Diepvents toont zich bovendien ook een scherpe observator van de condition humaine en verrast op gezette tijden met bijzonder treffende omschrijvingen van het wezen der vriendschap of de liefde. Paragrafen die zo slim zijn dat je wou dat je ze zelf had kunnen schrijven dus.

Eerlijk is eerlijk: het einde was niet helemaal mijn ding. Iets te melig en te lang uitgerekt. Maar dat neemt niet weg dat dit boek zeker een plaatsje verdient onder de betere kerstboom.

9789022331897

(Dit is het laatste deel van een kortverhaal. Wil je het helemaal lezen: alle delen staan hieronder op de deze blog, of je kunt de PDF downloaden. Dat leest misschien iets makkelijker. Er staan wel geen prentjes in.)

Een partij voor yuppies met een schuldgevoel

1 mei

Nu zat hij aan de toog van het Damberd met een Westmalle voor zijn neus. Godverdomme zeg, dacht hij, wat een bloedeloze bedoening was dat daar geweest onder die Schapenstal eigenlijk? Wat was dat toch met de socialisten van tegenwoordig? Tamme toespraken, lauw applaus, zelfs van de fanatiekste en trouwste partijsoldaten. Er klonk geen vuur door, geen kloten, geen passie. Geen hart. Wat overbleef waren herkauwde oneliners waar ze met hun mediatrainers naar op zoek waren gegaan. Bedoeld voor journalisten, zodat die hun ‘soundbite’ hadden voor het journaal ’s avonds. Het klonk allemaal zo gekunsteld, onecht, veel te bedacht. Nu ja, ze deden het natuurlijk allemaal, de politici en de politieke partijen, maar zijn hart lag nu eenmaal bij die partij.

Nu ja, hij was wellicht te nostalgisch en zijn herinneringen versuikerd, maar het leek hem dat vroeger, in tempore non suspecto, de sociaal-democraten geleid werden door tja, hoe moest hij het zeggen? Sociaal-democraten zeker? In elk geval niet door het bleke stelletje intellectuelen dat tegenwoordig de dienst uitmaakte. Niet dat hij iets had tegen intellectuelen, hij beschouwde er zichzelf eentje, maar voor de zonen en dochters van oude partijbonzen die nu her en der geparachuteerd werden om de boel te leiden kon hij maar matig sympathie opbrengen. In plaats van te voetballen op straat waren ze op tenniskamp of paardrijles gestuurd. Ze hadden diploma’s gehaald aan dure universiteiten in het buitenland en in de 8-urenhuizen of volkscafés durfden ze hun neus niet binnensteken. Neen, je hoorde ze dan wel kwekken in één of andere weekendbijlage over een tof restaurantje waar een hippe koksmus experimenteerde met mos of stro. Dat ze niet inzagen dat een partijvoorzitter die na een vergadering de frituur indook om daar een groot pak met stoofvlees en een berenpoot naar binnen te schoffelen meer aansprak kon er bij hem niet in.

Enfin, de arbeidersklasse was natuurlijk ook niet meer wat ze geweest was, hij wist het wel. De diensteneconomie en zo, hij had met Dirk urenlang over gepalaverd. De nieuwe doelgroep van de sossen was de jonge, progressieve stedeling zo probeerde Dirk hem uit te leggen. Mensen die bezorgd waren om het klimaat en hun kinderen naar Freinetscholen stuurden.

– Allez ja, een partij dus voor yuppies met een schuldgevoel, bromde Cies voor de zoveelste keer.

Een groepje Een Mei vierders begon achter zijn rug met tafels en stoelen te schuiven zodat ze samen konden zitten. Na veel gepalaver noteerde één van de jongedames uit het gezelschap de bestelling en kwam die naast hem aan de toog doorgeven.

– Moh, wie we hier hebben, zei ze. Jacques is ’t zeker hé?

– Jean-François eigenlijk. Maar je mag ook Cies zeggen, zoals de rest van de wereld.

– Oei, sorry. Ik ben Severine. Ik geef les bij jou op school, maar in een ander departement.

– Ah ja, juist. Ik vroeg me al af van waar ik je kende.

– Zeg, ik wist niet dat jij een rooie was?

– Bwoa, niet fanatiek. Allez, niet meer. Toch niet nu ze een partij geworden zijn voor yuppies met schuldgevoel. Hij was tevreden dat hij zijn one-liner nog eens kon bovenhalen.

Ze keek hem met een opgetrokken wenkbrauw aan, maar de plateau met drank werd voor haar neus gezet.

– Wacht, ik breng deze even naar onze tafel. Niet weglopen.

Ze kwam terug, zette haar Palm op de bar en hees zich op de kruk naast hem. Het duurde niet lang voor ze in een pittige discussie verwikkeld waren. Hij knorrig, zij vurig. Maar hij ontdooide en hun gesprek meanderde van een politieke woordenstrijd naar een meer persoonlijke diepten. Het deed hem goed om zijn gedachten te kunnen verzetten op de dag waarop hij zijn dode vriend meer dan ooit miste.

– Zeg, ik heb honger, kondigde ze een Palm of drie later aan. Gaan we iets eten in de Wok Away?

– Ik heb ook honger, maar ik heb een veel beter idee.

Hij nam haar mee naar het frietkot aan de Groentenmarkt, waar de notoir chagrijnige uitbater zoals steeds zwijgend de bestelling noteerde en het geld in ontvangst nam.

– Op de Eerste Mei moet je gewone mensen kost eten, zei Cies. Niet van die veel te dure, overgewaardeerde yuppie-shit.

Later op de avond, op weg naar huis, sloeg hij zijn arm om haar heen.

Friet_met_stoofvlees

(Nvdr: dit is het 9de deel van een kortverhaal. Vorige delen vind je hier: deel 1,deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7 , deel 8)

2011 – 2015

Cies had de waarschuwing van zijn baas goed in zijn oren geknoopt. Wat voor zin had het te doen alsof hij een verschil kon maken? De tijden waren veranderd, zo bleef men maar herhalen, en hij had zich daar bij neer te leggen. Niemand zat te wachten op een ex-journalist van begin de 50 met een veel te groot ego. Dus dimde hij. Braafjes quoteerde hij zijn studenten met veilige net voldoendes of net niet voldoende als hij het werkelijk niet kon aanzien of in een slecht humeur was. Hij vond de meesten onder hen verwend, egocentrisch en provinciaal. Ze waren 18 of 19 en hij vroeg zich af of ze eigenlijk wel in staat waren om op eigen benen te staan. De werkstukken die ze hem indienden bevreemdden hem omdat ze tegelijkertijd ontzettend naïef en toch doorspekt van angst waren. Hij besefte wel dat zijn verblijf in Congo daar voor iets tussen zat, maar hij bleef zich ergeren aan wissewasjes waarmee ze hem bleven lastig vallen.

Op momenten dat het hem allemaal te veel werd, dan kon hij stoom aflaten bij Dirk. Zoals die ene keer dat een student hem e-mailde en afsloot met het woordje ‘toedels’.

– Dirk, van mij moeten ze niet professor tegen mij zeggen hé, maar toedels? Toedels? Waar slaat dat in hemelsnaam op?

– Ach, kerel. Zet je daar toch over. Wat drink je nog?

Zo kabbelde zijn leven verder. Hij gaf les aan studenten die hij niet begreep, hij ging lopen rond de Watersportbaan in een ijdele poging het verouderingsproces te stoppen. Of minstens te vertragen. Hij las boeken, sloot zich aan bij een schaakclub. Af en toe op café of een concert van een of andere rockgroep. Het leven van de ouder wordende en progressieve intellectueel, quoi.

Wat vrouwen betreft, dat kwam en dat ging. Hij ontmoette ergens iemand, en dat ging een paar weken goed. Er werden diepzinnige gesprekken gevoerd, museums bezocht, etentjes getrakteerd. Daarna sloeg de verveling toe en probeerde hij zo elegant mogelijk afstand te nemen. Een enkele keer legde hij het aan met een vrouw die getrouwd was in de hoop dat dat het onvermijdelijke afscheid makkelijker zou maken. Dat was – zo leerde hij tot zijn scha en schandede – niet het geval.

Op sentimentele momenten miste hij Congo, maar hij werd erg bedreven in het vermijden van die sentimentele momenten. Het was niet alsof hij veel aandenkens had, en Dirk had ondertussen al zijn verhalen wel een paar keer gehoord. Dus praatten ze over zaken die er nu toe deden: de politieke carrière van Dirk en de fratsen die die daarbij kwamen kijken. De wankele staat van de economie, de stem van Carla Bruni, de prijzen van de drankbons op festivals, de vraag of Cies zou deelnemen aan een halve marathon.

– Allez, jong, Cies. Een halve marathon lopen is dat een nieuwe manier om te bekennen dat je een midlifecrisis hebt? Vroeger kochten de venten tenminste nog een Harley Davidson op die leeftijd.

– Lach maar. Je zou beter zelf eens wat sport doen, je kunt het gebruiken.

Kwam zijn Afrikaanse vaderland nog eens in het nieuws, meestal met tijdingen van ellende en rampspoed, dan leek het alsof de kamer waarin hij zich toevallig bevond vulde met de warme geuren van Butembo. ’s Nachts werd hij overvallen door vreemde dromen over kindheksen die hem op de hielen zaten, blanke babies die hij in veiligheid moest brengen en venijnige serpenten met vrouwenkoppen die hem van alles toesisten. Het eindigde er altijd mee dat hij als opgejaagd wild op de loop moest voor iets onnoemelijks en uiteindelijk zichzelf wakker riep in bed. De dagen nadien liep hij nog wat nerveus rond, maar ook die onrust ebde uiteindelijk weg.

Vorig jaar was Dirk dan plots overleden. Een hartaanval, het gevolg van erfelijke aanleg en een beroepsleven dat gevuld werd met vette hapjes tijdens recepties, walking diners en goedkope belegde vergaderbroodjes. Hij slikte pillen tegen de hoge bloeddruk, cholesterolremmers en elk jaar werd hij door zijn dokter streng toegesproken. Hij moest dringend gezonder leven, want het zou anders slecht aflopen en moest niet denken dat hij onsterfelijk was. Dirk deed dan een week of twee zijn best om op zijn voeding te letten en minder te drinken. Maar voor hij het wist werd hij weer ingehaald door de routine van een pintje hier en een steak met Béarnaise daar. Tot die ene zondag in februari van 2014. ’s Morgens had hij geklaagd tegen zijn vrouw dat hij zich niet goed voelde, een virus wellicht. Een paar uur later lag hij lijkblijk te creperen in zijn bed en tegen dat de toegesnelde MUG ter plaatse kwam was het voor hem al over and out voor geweest.

Dat was nog wat magere troost geweest, dat zijn maat niet lang had moeten afzien, alhoewel zo’n hartaanval natuurlijk geen pretje moet geweest zijn. Op de begrafenis was hij één van de velen geweest die afscheid kwamen nemen terwijl hij eigenlijk behoefte had gehad aan een meer intieme laatste adieu. In plaats van aan te schuiven voor de koffietafel zoals hem was gevraagd had hij zich aan de toog geplaceerd van het eerste, het beste café dat hij kon vinden en was er in sneltempo Westmalles beginnen zuipen. De cafébaas zag zich uiteindelijk genoodzaakt om Cies’ vlam van het moment op te bellen om hem te komen halen. Enfin, aan de genante scène die zich toen in haar appartement had afgespeeld dacht hij liever niet meer terug.

De onverwachte dood van zijn zowat enige vriend was een mokerslag geweest waar hij nog altijd niet van was bekomen. Hij voelde zich alleen, afgesloten van de wereld. Zijn ouders waren gestorven en veel contact met de rest van de familie – voor zover die er was – had hij niet echt. Met zijn collega’s had hij weinig aansluiting, hij voelde er niet veel voor zich in te laten met activiteiten die er op gericht waren het groepsgevoel te verdiepen en beperkte zich liever tot het geven van zijn lessen. Hier en daar had hij wel wat kennissen waar hij een avond mee op café kon doorbrengen, maar uiteindelijk versterkte zo’n non-gesprek enkel zijn gevoel van eenzaamheid.

Steeds vaker betrapte hij zichzelf er op dat hij een hele avond in zijn woonkamer voor zich uit had zitten staren, een glas whisky in de hand waarmee hij die krop in zijn keel ook deze keer niet weggespoeld kreeg.

alone

(Nvdr: dit is het 8de deel van een kortverhaal. Vorige delen vind je hier: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6, deel 7)

Docent

En zo begon Cies aan zijn eerste jaar als docent in de opleiding journalistiek. Onderzoekstechnieken was het vak waarvan hij verondersteld werd zijn studenten één en ander bij te brengen. De eerste keer dat hij de horde studenten de aula zag binnendruppelen schrok hij. Ze waren zo … jong. De jongens hadden stuk voor stuk hetzelfde vreemde kapsel en de meisjes zwiepten met hun lange, gladde haren. Hij werd danig uit zijn lood geslagen bij het aanschouwen van zoveel jeugdige onschuld en grote ogen vol verwachting.

In een gesprek later met Dirk vroeg hij zich af waarom die richting zoveel succes kende.

– Was dat in onze tijd zelfs wel een richting? Wij studeerden gewoon iets zoals sociologie of politicologie. Of economie, voor mijn part. En op het einde van rit deed je er nog een extra jaar communicatiewetenschappen of zelfs dat niet.

– Ja, Cies, ja, ik weet het wel, maar de tijden zijn veranderd jongen. Hoeveel keer moet ik je dat eigenlijk nog zeggen?

– Ik weet het, bromde Cies terug. Maar toch. Wist je dat je je bij ons een specialisatie kunt doen als lifestyle journalist? Ik zweer het je, toen een van die studenten bloedserieus tegen mij vertelde ben ik in lachen uitgebarsten. Advertentietekstjes schrijven voor parfums of lelijke meubels. Vroeger vroeg je je af wat je verkeerd had gedaan als je zo’n opdracht kreeg van je hoofdredacteur, tegenwoordig zetten ze dat als titel op hun visitekaartje.

Hij was geen slechte lesgever, verre van zelfs. Zijn liefde voor het vak dat hij zoveel jaar geleden de rug had moeten toekeren vlamde weer op. Hij was gedreven en legde de lat hoog. De eerste keer dat hij een opdracht verbeterde bedeelde hij drie vierde van de werkstukken met een 2 of een 3 op 20. Hij was oprecht geschrokken van het infantiele taalgebruik, de povere spelling en het gebrek aan inzicht van de werkstukken die hij had binnengekregen. Het daaropvolgende lesuur trakteerde hij zijn studentenpubliek op een donderpreek waar ze niet goed van waren. Op het einde van de les schuifelden ze als geslagen honden de deur uit.

Een paar dagen later kreeg hij het verzoek om langs te lopen bij de opleidingsdirecteur. Toen hij zich meldde, zoals gevraagd rond het middaguur, begroette ze hem hartelijk.

– Ha, mijnheer Laforce, kom binnen. Ik heb u gevraagd om eens langs te komen zodat wij elkaar eens wat beter kunnen leren kennen. Ik heb u dan wel ontmoet tijdens de selectie, maar het begin van het academiejaar is altijd zo druk, dus ik heb eigenlijk nog geen tijd gehad om eens met u te praten. Ik stel voor dat we samen een hapje gaan eten? Puur professioneel, natuurlijk.

Zonder zijn antwoord af te wachten greep Carine Deduytsche haar mantel en ging hem voor.

– Wat krijgen we nu? dacht Cies, en ging haar achterna.

Ze had een ietwat prijzige brasserie uitgekozen waar er geëxperimenteerd werd met schuimpjes en slow cooking. Niet direct zijn ding, maar hij ging ervan uit dat het op kosten van de school was, dus hij kon er evengoed van genieten. Bovendien was het niet al te druk, zodat ze rustig konden bijpraten.

– Zo, zei ze, toen ze twee keer het lunchmenu had besteld. Vertel eens, hoe stel je het bij ons?

– Tja, wat moet ik zeggen? Het is nog allemaal vrij nieuw voor me, maar ik doe het wel graag.

– En je studenten? Hoe bevallen die je?

Achteraf bekeken had hij toen al nattigheid moeten voelen, maar dat deed hij dus niet. Achteloos ontstak hij in een klaagzang waarin hij zich beklaagde over het niveau van de leerlingen. Ze kenden het verschil niet eens tussen de Kamer en de Senaat, ze wisten niet wie Hugo Claus was. Toen hij hen had opgedragen om tegen volgende week allemaal Het Verdriet van België gelezen te hebben vroeg er een meisje ‘of ze dat moesten kennen voor het examen?’. Een andere student had hem een briefje onder de neus geschoven met de mededeling dat hij dyslectisch was en aangepast cursusmateriaal behoefde.

Carine knikte tijdens zijn relaas begrijpend, liet op de juiste momenten een instemmend ‘uhu’ vallen. Toen legde ze haar bestek neer, nam een slok water, schraapte haar keel en keek hem streng aan.

– Cies, zo begon ze, Ik mag toch Cies zeggen hé? Ik ga open kaart spelen. Ik weet wie je bent, zei ze nadrukkelijk.

Cies wist zo gauw niet wat zeggen, en staarde haar ongemakkelijk aan.

– Ik bedoel, zo vervolgde ze, dat ik weet wie je bent. Ik ben nog kabinetsmedewerker geweest bij Dirk. Niet dat hij heeft geklikt hé, maar ik ben slim genoeg om van twee en twee zelf vier te kunnen maken. En eerlijk? Ik snap wat je wil zeggen als je je beklag doet over die gasten, maar je zult je toch moeten aanpassen.

– Hoezo dan? Het klopt toch wat ik zeg? Hoe krijg ik die gasten ooit klaargestoomd als goeie journalist? Minstens de helft en waarschijnlijk drie kwart heeft geen enkele aanleg voor het vak. Het is me een compleet raadsel waarom ze daar zitten.

– Aaah, maar dat zal ik je eens haarfijn uit de doeken. Het overgrote deel van die jongens of meisjes zal ook helemaal nooit in de journalistiek terecht komen. In het begin van hun loopbaan zullen ze zich van het ene luizenbaantje naar het andere worstelen. Ze zullen receptionist worden, of verkoper van gebakken lucht, loketbediende. Hier en daar zal er eentje zo slim zijn om de veiligheid van de ambtenarij op te zoeken. En de weinigen die ergens een felbegeerd en onderbetaald postje in de wacht te slepen in de media zullen na een aantal jaren uitgeblust zijn. En dan zullen ze vervangen worden door de volgende lichting jonge honden die staan te trappelen om veel te hard te werken in ruil voor een aalmoes.

Hij verslikte zich bijna in zijn geflambeerde bietjes met mosselmousse. Dat feitelijke toontje waarmee ze een ontegensprekelijke stand van zaken gaf, haar glimlach, de manier waarop ze haar hoofd schuin hield.

– Weet je nog vroeger? Toen al die missen ‘iets in de media wilden doen’? Wel, die dwaze droom is overgeslagen op een hele generatie die voortdurend heeft te horen gekregen dat hun mening belangrijk is. Ze geloven het echt, dat ze iets wezenlijk te zeggen hebben.

– Maar dat betekent toch nog niet dat ik daarom moet doen alsof ze de volgende Johan Anthierens zijn of zo? Als ze het niet kunnen, dan kunnen ze het niet. Dat ze dan iets anders gaan studeren, ze overleven die teleurstelling echt wel hoor.

– Ik moet vooral vermijden dat er op het einde van dit academiejaar tientallen studenten procedures opstarten om hun examenresultaten aan te vechten.

Terwijl Cies het bloed uit zijn gezicht voelde wegtrekken en lichtjes misselijk werd ging zij door over de school als kenniscentrum, inclusiviteit, subsidies, het gevecht dat ze moest voeren met andere scholen voor leerlingen. Targets, groeicijfers en bonussen.

Op het einde van de maaltijd legde hij zijn servet op tafel. Of misschien gooide hij zijn handdoek in de ring.

Terug

(Nvdr: dit is het 7de deel van een kortverhaal. Vorige delen vind je hier: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5, deel 6). 

Op het kille Zaventem wordt Cies opgewacht door een jonge zwarte man die een bordje voor zijn borst houdt met zijn naam er op. Zonder veel plichtplegingen wordt zijn handbagage in de koffer van een taxi gezwierd, de rit door het grauwe Brussel verloopt zwijgend. Cies vraagt zelfs niet waar hij heen wordt gebracht, hij ziet wel waar ze uitkomen. Hij is een roes, een vreemde mix van adrenaline en slaaptekort. In een anonieme straat stopt de taxi abrupt en wordt hij snel-snel een appartementsgebouw binnengeloodst. De lift staat klaar en zoeft naar de vijfde verdieping.

De flat is simpel, maar met dure spullen ingericht. Aan een enorm bureau zit een man te werken, en het is pas als hij rechtstaat om hem te begroeten dat Cies merkt dat het Dirk is. En dan stort hij in, overmand door slaapgebrek en emoties. Als een klein kind zit hij te snikken in de zetel. Dirk zit er wat onwennig bij, probeert hem koffie aan te bieden. Uiteindelijk slaat hij zijn arm om zijn vriend en dat schijnt wat te helpen.

– Ik wilde je nog eens een preek geven, maar het is precies het moment niet voor.

– Verdomme toch, ik weet niet wat het is. Sorry. Zo bleiten is niet van mijn gewoonte.

– Goh ja. Het zal wel normaal zijn zeker, na alles wat je de afgelopen dagen hebt meegemaakt?

– Het is niet te vatten op dit moment. Drie dagen geleden was ik nog de man in Congo. En nu zit ik hier bij jou op de zetel, terwijl ik niet durf te slapen omdat ik dan weer van die Wesley begin te dromen. Ik wou dat ik medelijden met hem kon hebben, maar die zielige junk heeft godverdomme mijn leven naar de zak geholpen. Ik heb niets meer, en ik heb er geen flauw idee van wat ik nu moet doen.

– Ik ga je zeggen wat je moet doen. Om te beginnen vertrek jij zo dadelijk naar een godvergeten gat in Frankrijk. Je valies staat klaar. Mijn ex-schoonmoeder heeft ooit een huisje geërfd in een dorp in de Auvergne waar er hoop en al drie man en een paardenkop woont. Blijf daar, kom op adem en vooral: wacht tot de storm over is gewaaid.

In het dorp was inderdaad niets. Geen bakker, geen café en buiten het hoogseizoen slonk het bewonersaantal tot 9 koppen. Er was telefoon en een televisietoestel, dat laatste zonder aansluiting weliswaar. Cies sliep. En als hij uitgeslapen was keek hij DVD’s en las hij boeken. Maar wat hij nog het meest van al deed was zitten op het terras, terwijl hij uitkeek op een machtige bergwand die met dennen bezaaid was. Gewoon staren terwijl de gedachten in zijn kop maalden, al was dat niet meer zo stormachtig als in het begin. Het leek alsof de massieve onbeweeglijkheid van de berg zijn eigen zorgen in een ander daglicht plaatste. Miljoenen jaren stond die berg er al, en wellicht zou die er binnen een miljoen jaar nog staan. Hij had wat? Nog een paar decennia, als alles goed ging. Na een tijd begon hij zelfs het één en het ander op papier te zetten, zodat hij niet helemaal loog als hij tegen de nieuwsgierige dorpelingen zei dat hij un écrivain was, op zoek naar inspiratie in de zelfgekozen afzondering.

Om de zoveel dagen belt Dirk voor een stand van zaken. Met een prepaid GSM nog wel. Cies spotte er een beetje mee, zei dat het leek alsof ze in een spionageroman figureerden. Jaja, lach er maar mee, antwoordde Dirk dan. Ik moet nog een tijdje mee in deze branche hé.

Op de één of andere manier bleef de naam van Cies uit de pers, zo wist Dirk te vertellen.

– Allez, merci dan maar zeker?

– Och kerel. Zo machtig ben ik niet hoor. Het is nog altijd een tikkende tijdbom vrees ik. Weet je wat het is? Jij denkt dat ze op de redacties nog altijd werken als 10 of 15 jaar geleden, met mensen die min of meer weten waar ze mee bezig zijn. Tegenwoordig wordt het allemaal overgelaten aan freelancers die amper betaald krijgen voor hun werk en die denken dat iets opzoeken op Google onderzoeksjournalistiek is. En die jonge gasten, voor hen ben jij een dinosauriër. Je peinst toch niet dat jouw naam bij die mannen nog een belletje doet rinkelen? Voorlopig wordt er in de kranten naar jou verwezen als ‘een Belgische expat’.

– Hopelijk blijft dat zo, want ik heb echt geen zin in nog meer gedoe.

– Ik kan niets garanderen, je weet nooit dat één van je oude collega’s of je ex-baas toch nog zijn frank ziet vallen bij het lezen van je initialen. En dan, vriend, kan ik er ook niet meer aan doen.

Maar de weken verstreken zonder dat het zwaard van Damocles viel, en zowel Dirk als Cies wisten dat de tijd aan hun kant stond. Het nieuwtje was er nu wel van af en het enige dat nog hier en daar een krantenkop haalde was de veroordeling van twee prostituées voor diefstal van de GSM van Wesley. Voor de rest was het business as usual: de economie slabakt, de lasten moeten omlaag, handen af van onze verworvenheden, een B.V. blundert, een populaire televisiequiz. De doden, hoe groot ze ook waren bij leven, worden snel en meedogenloos vergeten. Eventueel halen ze nog één of ander jaaroverzicht voor een paar seconden.

Na drie maanden eenzame afzondering die enkel werd onderbroken door Dirks telefoontjes snakte Cies terug naar een normaal leven. Nog een laatste keer strekte Dirk zijn lange arm uit en Cies kreeg een halftijdse betrekking als docent aan een hogeschool in de schoot geworpen. Er was toevallig net een sollicitatieprocedure aan de gang, en met de nodige omzichtigheid werd de juiste kandidaat op de stoel gemanoeuvreerd.

7327JR687K

(Nvdr: dit is het vijfde deel van een kortverhaal. De vorige delen vind je hier: deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5). 

Telefoon

Jean-François merkt niet dat de deur van zijn cel wordt geopend. Het licht uit de gang valt op zijn gezicht, dat er in zijn slaap merkwaardig vreedzaam uitziet. De bewaker die is binnengekomen rammelt ongeduldig met zijn sleutelbos bij het oor van de slapende gevangene, maar ook dat gaat aan de man voorbij. Het wordt uiteindelijk een venijnig trapje tegen de benen zodat Jean-François uiteindelijk toch min of meer wakker schrikt. Nog voor hij zich goed en wel kan realiseren wat waar hij is en wat er gebeurt krijgt hij een GSM in zijn handen gestopt. ‘Tiens’, is alles wat de cipier zegt voor hij zich omdraait en de deur terug in het slot laat vallen.

Ontredderd blijft Jean-François in het halfduister zitten met de telefoon in zijn handen. Moet hij iemand bellen? Zijn advocaat? Zijn moeder? Zijn vriend en zakenpartner Baptiste? Hij staart naar toestel alsof het een baby is die hem tijdens een kraambezoek onverwacht in de handen werd geduwd. Uit het niets licht de display op en weergalmt het belgerinkel in zijn cel. Bijna laat hij de telefoon vallen en aarzelt daarna te lang om op te nemen, zodat nu de stilte in zijn oren suist.

Als een vijftal minuten later het gerinkel opnieuw begint is hij wel alert genoeg om op te nemen. Hij zegt niets.

– Hallo? Hallo? Cies? Ben je daar?

– Dirk? Ben jij dat?

– Wie anders? Godverdomme zeg, wat steek jij daar toch allemaal uit? Al een geluk dat ik tegenwoordig kabinetchef ben bij Buitenlandse Zaken.

Cies moet lachen.

– Allez, het is het moment om te beginnen stoefen. Proficiat hé, kerel.

Even blijft het stil aan de andere kant. Dan, ernstig.

– Ik ben uit mijn bed gebeld door de ambassadeur daar omdat Wesley De Brabander dood is aangetroffen in Kinshasha. En dat nadat hij klaarblijkelijk in jouw gezelschap een hele nacht heeft doorgebracht. Ik heb de familie op de hoogte moeten brengen en nu wordt er gewerkt aan een persbericht, want je kunt wel raden dat het nieuws al de ronde doet bij de journalisten. Voorlopig concentreren ze zich nog op De Brabander heb ik de indruk, maar het zal niet al te lang duren voor ze er achter komen dat er nog iemand anders bij betrokken is. Ik weet dat je hier al lang weg bent, maar heb jij er eigenlijk een idee van hoe groot dit nieuws is? Dat wordt hier niet alleen een nationaal hoofdpunt morgen, maar we krijgen ook al aanvragen uit Engeland, Duitsland en Frankrijk voor een verklaring.

Cies slikt iets weg, maar is toch wat gerustgesteld door de droge, feitelijke toon van Dirk.

– Sorry, de zenuwen. Ik weet eigenlijk niet goed wat ik moet doen. Of moet zeggen. Maar waarom bel jij eigenlijk?

– Voor twee zaken: ten eerste wil ik uit jouw mond horen wat er gebeurd is. Ik weet dat we al jaren vrienden zijn en ik denk niet dat je een slecht mens bent, maar als er één ding is dat ik in deze stiel geleerd heb dan is het wel dat vriendschap een mens kwetsbaar maakt. Je hebt 5 minuten om mij ervan te overtuigen dat ik een poging moet wagen om jou uit deze stronthoop te proberen redden. Of niet.

Voor de zoveelste keer die dag begint Cies zijn uitleg over het tuinfeestje en de fancy cocktails, maar hij wordt al snel onderbroken door Dirk.

– Ja, dat verhaal ken ik al. Ik heb je verklaring gelezen en ik heb ook al een babbel gehad met Mr. Oliver, dus dat is al oud nieuws. Wat me meer interesseert is wat jullie nog allemaal hebben uitgevreten toen jullie al in het etablissement van Madame Solange waren. Want daar blijf je ook in je getuigenis bijzonder vaag over.

– Dirk, jongen, ik weet het. Ik herinner mij er niet te veel meer van, dat is het probleem.

-Je herinnert je er misschien niet al te veel meer van, maar meer dan je op dit moment toegeeft. Nu heb je de kans, maar ik heb niet veel tijd of geduld.

Cies kreunt. En zucht.

– En dit blijft tussen ons?

– Voor zover mogelijk, maar ik kan niets garanderen.

Dan flapt Cies het er uit.

– Weet je wat het is? Die gast was een junk. Misschien geen hele, maar op zijn minst een halve. Het enige dat hem interesseerde waren drugs. Drugs en hoeren, om helemaal volledig te zijn. We zaten nog niet goed en wel in de taxi, of hij begon er al over. Waar we vrouwen konden oppikken? Ik heb hem gezegd dat dat geen probleem zou zijn, dat eerder het omgekeerde mij zou verwonderen. Precies of je kunt hier uitgaan zonder dat ze rond je nek komen hangen. Nu ja, ik snap het wel van hun kant. De meeste van die blanke vetzakken hier verdienen niet beter dan dat ze gezien worden als een portefeuille op pootjes.

– Waarom verwondert mij deze plotwending mij niet?, kwam Dirk er tussen. ‘Maar goed, vertel vooral verder’.

– Over die dope, dat heb ik hem uit zijn hoofd proberen te praten. Ja, dat hij eens Khat wilde kauwen, daar kan ik in komen, maar de rest? Je wilt niet weten wat ze hier in hun amfetamine-achtige brouwsels draaien om weg te zijn van de wereld. Je moet echt al goed zot zijn om je daar aan te wagen. Maar ja, mijnheer wist het beter hé. Hij wou en hij zou en hij moest. En dat dat toch niet te geloven was dat je hier in deze kringen nergens aan kon geraken en patati en patata.

– Mja, het was nu ook niet echt een staatsgeheim dat De Brabander op dat vlak geen doetje was. Doping, coke, een vechtpartij, er was altijd wel een reden waarom hij aan de deur gezet werd bij zijn voetbalploeg.

– Ik ga eerlijk zijn hé, Dirk. Hoe het allemaal is gegaan, ik weet het echt niet. Volgens mij heeft hij in de Ibiza Lounge het één of het ander toegestopt gekregen. Geen flauw idee van wat het kan geweest zijn, vergeet niet dat ik zelf ook al behoorlijk in de wind was. Maar ik ben er vrij zeker van dat ze mij daar ook iets gelapt hebben.

– En in dat hotel? Wat is er daar nog allemaal voorgevallen?

– Niets. Allez, toch niet in mijn kamer, ik was groggy. Ik zag het van uren ver aankomen dat ze zouden weg zijn met onze portefeuilles, horloges en GSM’s. Achteraf bekeken mag ik nog van geluk spreken dat ik mijn schoenen nog terug vond. Er was nog een van die meisjes die naar mijn kamer is meegekomen, maar zelfs al had ik gewild, ik had hem toch niet meer recht gekregen. Volgens mij heeft ze geholpen om mijn veters los te knopen en mij in dat bed te hijsen. En verder geen kloten eigenlijk.

– En Wesley heeft dan in zijn kamer alleen het feestje verder gezet?

– Alleen zou ik niet zeggen, maar toch zonder mij.

Dirk blijft even stil, ademt een paar keer zwaar.

– Goed, ik geloof je. Ik ga je niet vragen om te zweren dat je de waarheid spreekt, en ik moet hier nu een beslissing nemen, want het moet snel gaan. Ik ga ervan uit dat ik er geen spijt van zal krijgen? Er zitten geen andere adders meer onder het gras? Die meisjes waren niet overduidelijk minderjarig?

– Zeg!

– Oké, oké, maar ik moest het zeker weten. Luister goed, ik ga je vertellen wat er gaat gebeuren. Morgen komt er een Belgisch onderzoeksteam toe. Die gaan in elk geval toekijken op de autopsie, stalen nemen voor een uitgebreid toxicologisch onderzoek en tips geven omtrent het sporenonderzoek. Via de zendmasten proberen we jullie GSM’s al terug te vinden. Jij wordt morgen in de loop van de dag vrijgelaten, je advocaat komt je ophalen en levert je af op de ambassade. Daar zal een paspoort klaar liggen en het is de bedoeling dat je dan de eerste, de beste vlucht naar België neemt. Ik vrees dat je gloriedagen in Kinshasa voorbij zijn, kerel.

– Zou je denken?, schampert Cies. ‘En kan dat eigenlijk allemaal zomaar, dat een Belgisch onderzoeksteam zich moeit met een Congolese enquête?

– Neen, natuurlijk niet. Officieel wordt dat team uitgenodigd door de Congolese autoriteiten. Ik heb hier voor deze zaak zowat elke logebroeder die mij nog iets moest de arm omgewrongen om het zo geregeld te krijgen. En diegene die mij nooit iets verschuldigd waren ook.

Diezelfde avond nog zat Cies op vlucht richting Brussel. Hij verheugde zich niet op een kil weerzien met zijn vaderland.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 3.079 andere volgers