Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for juli, 2013

Moe was ik, moe van buiten en van binnen. Moe van lijf en leden. En zoveel te doen ondertussen. Niet kunnen uitslapen, is het niet omdat je je naar het werk moet slepen dan wel omdat je gewoon ’s morgens wakker bent. En de carrousel in je kop is ondertussen alweer vrolijk rondjes aan het draaien.

En hoofdpijn, dat ook wel. Ik zou het aan mijn moeder moeten vragen, maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat ik geboren ben met pijn in mijn hoofd. Een paar keer per jaar stralingshoofdpijn, doordat mijn nek vastzit. Opgehoopte spanning en de bovenste wervel die aan je schedelpan lijkt vastgeschroefd. Dan begeef ik me spoorslags naar mijn zus met haar gouden handen waarmee ze een kommetje vormt waarin ze mijn hoofd laat rusten. Dan zegt er iets ‘krak’ en is alles weer helemaal goed.

Op gewone dagen: vage hoofdpijn links of rechts of bovenaan. Ik ben het ondertussen zo gewoon dat ik er niet eens meer op let. Sinds een klein jaar is het erger. Op het ritme van mijn cyclus dient zich om de zoveel weken migraine aan. Mijn slapen geklemd tussen een onzichtbare tang, af en toe lichtschuw en een milde misselijkheid. Druk boven mijn oogkassen, alsof ik mij 10.000 mijlen onder zee bevind. Ik word er bleek van, en mijn ogen vernauwen. Mijn dochter ziet het al aan me. ‘Je hebt weer hoofdpijn, zeker?’, vraagt ze dan.   Op aanraden van mijn huisdokter neem ik Ibuprofen en sterke koffie, dat zou de aders in mijn hoofd terug moeten vernauwen. Of zoiets.

Het lukt wel overdag, maar ik moet mijn best doen en mij hard concentreren. Balanceren tussen mijn die draaglijk is en een beetje dwaas zijn door de pijnstillers. ’s Avonds moe en prikkelbaar en kwaad omdat ik niet veel anders meer kan doen dan in de zetel zitten en staren naar de televisie.

Ga toch naar een dokter, hoor ik u al mompelen. Wel ja, ik heb al een bril (helpt ietwat om mijn ene verziend oog wat te laten slabakken) en ik behelp me voor de rest wel met vrij verkrijgbare pijnstillers. Wie met hoofdpijn bij de dokter komt mag zich verwachten aan een zucht en de zin: ‘ja, dat kan vanalles zijn hé’. En ik heb op dit moment geen zin om in extenso mijn leven en mijn voedingspatroon onder de loupe te laten nemen in de hoop op binnen enkele maanden eventueel een miniem resultaat.

En nu: stoppen met zagen. Ik lijk wel zo’n angstige twintiger. Begrijp mij niet verkeerd, ik ben een vriend van de jeugd van tegenwoordig. Ik hou van branie en gespierde taal, van trappelen en de wereld willen veroveren. Mij zul je niet zo snel betrappen op vroeger was alles beter retoriek, want herinneringen zijn bedrieglijk. Ik ben blij met de snelheid van vandaag en de wereld die verandert. Niet dat ik pretendeer mee te zijn met wat zij als van hen beschouwen. Hun muziek, hun taal, hun gewoontes, hun kledij, hun haar. Het is van hen en ik kijk er naar als een buitenstaander. Dat maakt dat ik zie dat de buitenkant verschilt van hoe wij ooit waren, maar het werkelijke wezen blijft toch grotendeels hetzelfde. Ik zie dezelfde opwinding voor concerten of nieuw albums, dezelfde soort boysbandjes, dezelfde ‘wat weet gij daar nu van?’ – blik als die ik mijn eigen ouders toewierp. Ik zie meisjes nog altijd giechelen als toen en jongens die nog altijd onhandig zwijgen, de veel te groten handen in de zakken van hun jeans gepropt. Panta rhei, maar de rivier blijft wel de rivier.

Alleen, een paar maanden geleden was ik op de opening van kleine tentoonstelling waar jongmensen inspiratie voor kunst hadden moeten opdoen door te kijken naar een Rorschachvlekken. Er waren tekeningen, schilderijtjes, poëzie en zelfs iets op een computer. Er waren ijs- en ijskoude pintjes. Maar er was vooral veel angst. Elk werk sprak van verlamming en neuroses en ik durf niet. Van keuzestress en veel te veel vrijheid en chaos in het hoofd. Bang om te falen, bang om te slagen, bang van de wereld, bang van zichzelf, bang van succes, bang van zichzelf.

En toch stonden ze daar allemaal: met hun fijne jobs in trendy sectoren, met hun hippe kleren en hun nieuwe bril. Met hun fiere vaders en moeders of hun lief. Buiten meer volk dan binnen, want ja: roken.

Uiteindelijk durfden ze allemaal wel.

Read Full Post »