Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for januari, 2015

Ik lees ergens dat het succes van Lena Dunham te zoeken is in waarop ze zichzelf en haar personages voorstelt: verre van perfect. Nu ja, behalve Dunham zelf lijken de meiden uit ‘Girls’ nog altijd uit de grot van Plato te stammen. Lang, slank en haar dat altijd goed ligt. In haar boek koketteert ze met haar neurosetjes en maakt ze van haar eigen klunzigheid haar USP. Net zoals sommige jongens en mannen hun eigen onhandigheid, gevoeligheid en onbeholpenheid uitbuiten om de meer moederlijke types onder het vrouwvolk tot enig hanky panky te overhalen. Net zoals Luc De Vos zichzelf graag portretteerde als een goedhartige loser die nooit succes had bij de vrouwen, maar ondertussen wel hordes jeugdbewegingsmeisjes van hart tot onderbuikje wist te beroeren. Het idool met de menselijke trekjes komt zo binnen handbereik, je kunt hem of haar al bijna voelen. Het is bedrieglijk makkelijk, drie akkoorden op een gitaar en een kopstem die geregeld uit de bocht gaat. Het is bedrieglijk eenvoudig, in een volle zaal je broek af te steken en je puistige kont te tonen.

Ook Dirk De Wachter verkondigt aan ieder wie het horen wil de boodschap dat het leven soms lastig, saai en onvolkomen is. Dat het soms een kabbelend beekje is en op andere momenten een woelige zee. Dat ons lief soms uit zijn bek ruikt, dat ons kind soms een vervelende etter is, dat onze baas soms zijn problemen thuis op ons uitwerkt. Dat de wereld ons en onze talenten schromelijk miskent. Dat het hier soms dagenlang regent en dat we nooit meer in die broek van vroeger zullen passen. Er is groter leed dat ons soms overvalt als een dief in de nacht: ziekte, dood, ontslag en het juk van aanslepende financiële zorgen.

Ach, wat zijn we anders dan de hopeloze gevallen van de kosmos? Hopeloos wreed zijn we, bekrompen, bevooroordeeld, kortzichtig, wraakzuchtig, zelfzuchtig. Betweters met een kort lontje, en net als de kiekens schijten we altijd naar beneden. We stoefen en we vleien, we doen ons beter en slimmer voor dan we zijn.

En dan uit het niets plots in staat tot een overrompelende tederheid. In een enkel geval zelfs tot kortstondig heldendom. Tot grote kunst, vaak uit groot verdriet geboren.

Een vat vol kolkende tegenstellingen is elk mens, grillig en irrationeel. Verre van consequent in denken, handelen en voelen. We slaan en we zalven, we zeggen zus en we doen zo. We vernietigen en we scheppen in dezelfde vloeiende beweging. En we verbazen zo nog het meest onszelf.

Wat mij het meest verwondert is het nieuwerwetse aura waarmee dit soort inzichten gepresenteerd worden. Is het besef dat ons leven geen zonovergoten reclamespot is dan zo revolutionair? Is de Truman Show plots werkelijkheid? Willen we plots een echte Stepford Wife? Zijn we werkelijk vergeten dat geluk geen hoogvlakte is waar men permanent kan vertoeven? Laten we ons dan echt voortjagen door flatterende selfies en juichende statusupdates, die eerder iets vertellen over het leven dat we zouden willen dan het leven dat we werkelijk leiden?

Laat 2015 maar het jaar zijn dat we klein zijn, en kaduuk. Dat we ons – waarom niet – samen met ons lief vervelen op de zetel en zuchten dat we hetzelfde al zoveel keer hebben gezien en gehoord. Laat ons maar onnozel zijn, en krabben en sukkelen.

Het is zo al moeilijk genoeg.

Advertenties

Read Full Post »

Therapie (piloot)

Het kantoor ziet er uit als een bibliotheekruimte in de jaren ’70. Overheersende tinten: oranje en bruin/beige. Van vloer tot plafond zijn de wanden bedekt met boekenkasten, uiteraard. Vakliteratuur en lijvige romans van Europese auteurs van betekenis. Er staat een bureau met daarop twee stapels tijdschriften, een blocnote en schrijfgerei en een bureaulamp. Er is geen sofa, wel twee eenpersoonsfauteuiltjes, tegenover elkaar opgesteld met een lage salontafel ertussen. Genre: 2 verdiepingen, houten boord en in het midden emaillen tegeltjes met een gevlamd motief. Op momenten dat het nodig is, haalt de psychiater met een discrete beweging een doos zakdoekjes naar het bovenste tafelblad.

Het kantoor bevindt zich in één van die flatgebouwen aan de uitvalswegen van de stad. Statig, op het protserige af, met immer gemillimeterd gazon in de voortuin. 3 verdiepingen hoog. In de hal een plakkaatje dat aanspoort om steeds de deuren goed af te sluiten en zeker geen onbekenden binnen te laten. Op de bovenste verdiepingen wonen welgestelde bejaarden, op de onderste etage houden tandartsen, boekhouders en psychiaters hun praktijk.

– Ik twijfel, begin ik.

– Waaraan twijfel je dan precies?

– Aan alles. Aan wat ik doe. Aan wie ik ben. Aan wat ik zou moeten doen of aan wie ik zou moeten zijn. Ik schrijf zinnen neer, delete ze weer, begin opnieuw en opnieuw en opnieuw. De hele tijd hoor ik gefluister: iemand heeft dit al gezegd en geschreven, en vele malen beter dan jij dit ooit zult doen. Het verlamt me, en het is alsof ik iets mis. Arrogantie, misschien?

– Hoe bedoel je dat laatste?

– Ik weet het niet. Is niet elke kunstenaar, artiest, schrijver, schilder, …. whatever arrogant? Te denken dat er iemand zit te wachten op wat hij doet of zegt?

– Is dat zijn drijfveer om te scheppen?

– Misschien niet van l’artiste brut, maar van de anderen? Toon mij een schrijver die niet wil gelezen worden, een schilder of een fotograaf die niet wil gezien worden. Een muzikant die niet wil gehoord worden, een acteur die voor een lege zaal wil staan. Dat bestaat toch niet?

– Jij lijkt er in elk geval zeer stellig van overtuigd.

– Ik weet het. Misschien te stellig. Zie je, nu twijfel ik opnieuw.

– Waaraan twijfel je precies?

– Waarom heb ik zoveel bevestiging nodig?

– Heb je dan zoveel bevestiging nodig?

– Ik weet het niet. Onbewust, misschien. Ik erger me aan mensen die ik er naar zie hengelen. Ik erger me zelfs aan mensen die ik teveel complimentjes zie uitdelen. Ik vertrouw ze voor geen haar.

– Waarom vertrouw je ze voor geen haar?

– Omdat ik me afvraag wat ze willen.

– Waarom zouden ze iets willen?

– Dat weet ik niet, daar moet ik even over nadenken. Mensen willen zoveel van je eigenlijk. Toch?

– Zullen we het hier maar bij laten voor vandaag? En denk tegen de volgende keer maar na over de vraag.

– Dat zal ik doen.

– Ik ben benieuwd. Dat is dan 50 €, graag.

Read Full Post »

Nieuwjaarsbrief

Dag G.,

Plots schiet het me te binnen dat ik nog niet antwoordde op je uitgebreide nieuwjaarswensen die je ook nog eens ondertekende met ‘tot zeer snel’. Mijn excuses daarvoor, maar ik vrees dat dit ook wel een beetje de aard van het beestje is. Ik ben namelijk niet altijd zo snel om brieven te beantwoorden, en mijn pennenvrienden uit het verleden zullen je kunnen bevestigen dat van uitstel in mijn geval echt wel tot afstel leidt. Zo zitten er nog een Pool en een Nederlander te wachten op antwoord op de brieven die ze mij in de jaren ’80 van de vorige eeuw stuurden. En ondertussen durf ik niet meer, natuurlijk.

2014 was voor mij een jaar – en het heeft me de nodige moeite gekost om dit inzicht onder ogen te durven zien – dat vooral getekend werd door frustratie. Frustratie en – dit is nog moeilijker te bekennen dan de vorige – jaloezie. Gefrustreerd omdat ik plots aan de top van mijn kunnen leek te zitten, omdat ik zoveel ziek was en mijn lichaam mij op de meest ongelegen momenten een halt toe riep. Omdat ik bij elke fysieke terugslag helemaal onderaan de ladder moest herbeginnen, mezelf dan weer eens overschatte en te snel te veel en te ver wilde. Dan weer in een zak viel, etc etc. Al die keren dat ik aan mijn vrienden moest zeggen dat het ‘niet ging’ of dat het ‘niet zou lukken’. Voor mijn kerst boekte mijn lief verloofde ons 2 dagen in een hotel in Spa, waar ik als een slappe vod in bed lag en vooral krachten verzamelde om toch een paar uurtjes de kamer te kunnen verlaten. Het uitgebreide bloedonderzoek was – opgewekte doktersstem – perfect in orde. Dat is fijn en heuglijk nieuws, maar wijzer word ik er niet van.

Op mijn werk, enfin ik ga zwijgen over mijn werk, omdat ik mij heb voorgenomen dat ik de optimistische tekens aan de horizon niet met de knuppel der frustratie neer te slaan. Maar goed, dat werk van me was dus op gezette tijden ook een bron van frustratie, laat ik het daar op houden.

En ondertussen was ik jaloers op al die mensen waarvan ik het gevoel had dat ze mij aan het voorbijsteken waren. Ze zijn jonger, schoner, geliefder en beter dan ik. Meer mee met hun tijd, begaafder en beschaafder. Eloquenter (allez, sommigen toch) en nieuwer in hun meningen en opvattingen (allez, sommigen toch). Ze bestormen niet enkel de hemel, ze veroveren die nog ook. En dit in blitzkriegtempo. Le nouveau talent est arrivé. En ik? Ik schrijf af en toe nog eens een houterig stuk dat weinig relevant is en nog minder gelezen wordt. Ik sta op het perron wuif de TGV richting succes nog even na, terwijl die in de verte verdwijnt.

And you run and you run

To catch up with the Sun

But it’s sinking

Racing around,

To come up behind you again

Dat ik maar moest gillen als je nog iets kon betekenen voor mij. Ik zal niet gillen, maar als je mij af en toe nog eens laat weten dat je me nog leest, dan ben ik allang blij.

Dag G.

 

Read Full Post »