Soms wil ik literatuurgewijs wel eens ontsnappen aan het almachtige overwicht van Amerikaanse of op zijn minst Engelstalige schrijvers door bewust op zoek te gaan naar iets anders. Het lijkt wel alsof er tegenwoordig niets meer wordt geschreven in (en vertaald uit) het Frans of het Duits. Zo kwam het dus dat ik in de bibliotheek nog eens een boek van Maalouf naar huis meenam, en het is me geweldig bevallen.
Maalouf werd geboren in 1949 in Libanon. Zijn moeder is katholiek, zijn vader protestant en dat allemaal in een land waar vooral moslims leven. Niet te verwonderen dus dat ‘identiteit’ één van de geliefkoosde thema’s is van Maalouf en dat hij er op dat vlak een genuanceerd standpunt op nahoudt. Van opleiding is hij economist en socioloog, en hij heeft lang als journalist gewerkt alvorens zich volledig op het schrijven toe te leggen. Hij schrijft vooral historische romans, die de lezer een inzicht proberen te verschaffen in het complexe verleden van het Midden-Oosten.
‘De omzwervingen van Baldassare’ met als ondertitel: 1666 – Het jaar van de Antichrist, is geschreven in dagboekvorm. Baldassare Embracio is een handelaar in ‘boeken en curiosa’ in Libanon gevestigd, maar van Genuese afkomst (en dus katholiek). De Embriaci’s genieten in dat deel van de wereld aanzien en faam, en hadden vroeger de heerlijkheid Gibelet in handen. In het jaar 1665 heerst in Libanon (en in de rest van de regio) een precair evenwicht tussen de verschillende godsdiensten en de daaraan gekoppelde politieke machten. Nochtans dient het jaar 1666 zich bijna aan, en dat is goed voor allerlei voorspellingen over het einde van de wereld, verhitte discussies tussen believers en non-believers en de komst van valse Messiassen.
Baldassare weet niet goed wat hij moet denken: als intellectueel van zijn tijd heeft hij het niet zo begrepen op bijgeloof, maar op sommige momenten voelt hij zich meegesleept worden door de massahysterie en vraagt hij zich vertwijfeld af of allerlei vreemde gebeurtenissen toch geen voorteken zouden kunnen zijn van een naderende apocalyps. Het boek begint dus in Libanon, waar Baldassare per toeval een zeldzaam boek in handen krijgt dat de honderste naam van Allah zou onthullen en de bezitter ervan dus als een talisman zou beschermen tegen allerlei onheil. Nog voor hij het boek heeft kunnen inkijken ontglipt het hem, en op aandringen van zijn neven reist hij het achterna. De omzwervingen brengen de lezer (en Baldassare dus) achtereenvolgens in Constantinopel, Smyrna, het eiland Chyos, Genua, Amsterdam, Londen om tenslotte terug te eindigen in Genua.
Onderweg is Baldassare getuige van allerlei historische gebeurtenissen (de Grote Brand in London, bijvoorbeeld), alhoewel zijn persoonlijke leven (de zoektocht naar het boek en een liefdesgeschiedenis) hem verder stuwen.
Met ‘De omzwervingen van Baldassare’ bevestigt Maalouf in elk geval zijn reputatie als kenner van de geschiedenis van het Midden-Oosten. Bovendien is hij een begenadigd verhalenverteller die de lezer geboeid weet mee te voeren op deze roadtrip van de Nieuwe Tijden.
