Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Werk’ Categorie

Gisteren blogde ik ‘De mythe van de competentie‘, waar ik dus een lans breek voor quota voor vrouwen. Uiteraard kwam daar reactie op, en voor het internet zijn doen redelijk interessant en inhoudelijk (in plaats van onnozele dooddoeners en persoonlijke aanvallen). Het verdedigen van quota is een niet makkelijk omdat de materie complex is. Daarom hieronder een analyse van de kritiek.

Naast competentie zijn er zó veel meer criteria op te noemen die mensen in de richting van een bepaalde job sturen. Overigens: ik begrijp niet waarom ‘mensen’ opgedeeld zouden moeten worden in ‘mannen’ en ‘vrouwen’, zo kan ik nog wel een stuk of honderd andere categorieën maken om mensen in 2 groepen te verdelen, en altijd zal er dan één categorie ondervertegenwoordigd zijn. Maar why the fuck.”

Ok, toegegeven, de interessante kritiek begint redelijk zwak. Het is niet alsof ‘mannen’ en ‘vrouwen’ 2 arbitraire categorieën zijn. Verschillen tussen de geslachten zijn er nu eenmaal en het is absoluut geen toeval dat mannen en vrouwen anders behandeld worden. Uiteraard kun je mensen opdelen in willekeurige groepen, om dan tot de conclusie te komen dat er bijvoorbeeld zeer weinig éénbenige bedrijfsleiders zijn of zoiets. Maar passons en over naar waar het wel zinnig wordt.

In het bedrijf waar ik werk — een opleidingscentrum voor laaggeschoolde volwassenen — is meer dan 80 % van het personeel een vrouw, gesteld dat er quota voor mannen zouden komen, dan zou dit de kwaliteit van onze organisatie serieus naar beneden halen, gewoon omdat het een beroep is dat de meeste mannen minder ligt.”

De man heeft gelijk en ongelijk: gelijk als hij zegt dat mochten er op dit moment quota ingevoerd worden voor mannen in zijn organisatie de kwaliteit van de organisatie naar beneden zou halen. De reden daarvoor is dat de instroom aan mannen in dat soort van onderwijs te laag ligt. Er zijn veel te weinig leraren lager en middelbaar onderwijs, en dat is een kwalijke evolutie. Daar moeten dringend oplossingen voor gevonden worden die ervoor zorgen dat mannen het beroep terug aantrekkelijk gaan vinden. In elk geval zou ik de HR-verantwoordelijke van het opleidingscentrum voor laaggeschoolde volwassenen aanraden vooral op zoek te gaan naar mannelijke docenten en in het geval van gelijkwaardigheid van kandidaten resoluut voor mannen te kiezen.

Ongelijk heeft hij in het discours dat onderwijs een beroep is dat ‘de meeste mannen minder ligt’. Deze manier van denken is een schoolvoorbeeld van hoe schadelijk genderstereotyperingen zijn. Tot diep in de jaren 60 was het overgrote deel van het onderwijzend personeel mannelijk. Vrouwen mochten het beroep uitoefenen tot ze getrouwd waren en werden dan verondersteld thuis te blijven. Een onderwijzer genoot status en aanzien. Er was niemand die het in zijn hoofd zou halen om te zeggen dat onderwijzen een vak was dat ‘de meeste mannen minder ligt’. Dat dat nu wel gebeurt, is te wijten aan een aantal culturele verschuivingen die ervoor gezorgd hebben dat vooral vrouwen voor het beroep kiezen: het feit dat het makkelijker is om voor je gezin te zorgen, bijvoorbeeld. Dat je er makkelijk deeltijds aan de slag kunt. Tegelijkertijd met de instroom van vrouwen kunnen we ook een afwaardering in status van de functie vaststellen, wat de ‘mannenvlucht’ nog versnelt, jammer genoeg. En hoe minder mannen in het lager en middelbaar onderwijs, hoe minder mannelijke docenten die laaggeschoolde volwassenen gaan begeleiden, hoe minder rolmodellen voor jongens in die functies. De evolutie versnelt in die zin zichzelf, de uitval in het onderwijs bij jongens wordt steeds groter. Iemand poneerde onlangs dat een van de mogelijke redenen daarvan is dat het verwerven van kennis door bepaalde groepen niet meer als ‘mannelijk genoeg’ ervaren wordt. Ik weet niet of het onderzocht is, maar het lijkt me een zeer interessante piste.

Ik durf er verder mijn handen voor in het vuur te steken dat wie het organigram van het bedrijf in kwestie bekijkt tot de conclusie zal komen dat hoe hoger de functie is, het aantal mannen exponentieel zal toenemen. Onder de docenten zal het misschien een 80/20 verhouding zijn in het ‘voordeel’ van de vrouwen, aan de top van het bedrijf zou het goed kunnen dat je net de omgekeerde verhouding aantreft.

En ja: er bestaat zoiets als de ‘glazen kelder’, er meer ongeschoolde mannen dan er ongeschoolde vrouwen, waardoor de meeste vuilnismannen mannen zijn. Maar dat is dan weer een heel ander debat.

(deze vorige zin mag ik trouwens zonder problemen schrijven, omdat het over mannen gaat, want zou ik het zelfde beweren over vrouwen, dan ben ik een gore sexist).”

Euhm … Het debat zou makkelijker te voeren zijn, mochten mensen zich onthouden van dit soort emotionele uitbarstingen die nergens op slaan en slechts willen benadrukken hoe zeer de arme mannen tegenwoordig slachtoffer zijn.

Ik heb de betrekkelijke en zeer noodlottige eer gehad om een paar politieke kandidates (als rechtstreeks gevolg van de quota voor kieslijsten) te ontmoeten op straat, vorig jaar in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Ik bleek hun partijprogramma beter te kennen dan zij zelf, …”

Aah, de casuïstiek! Mijn grootvader rookte elke dag een pakje sigaretten en is 90 geworden. Laten we alle studies overboord gooien, want iemand kent iemand wiens hondje in dezelfde straat woont (enzzzzzzzzzzzzzzzzz …).

” dus uw bewering “Quota installeren betekent niets meer of niets minder dan op zoek gaan naar de bekwaamste vrouw voor een bepaalde functie”slaat volgens mij (en ook volgens het woordenboek) echt nergens op (vraag maar aan de politieke partijen die hun lokale lijsten opvullen met “echtgenotes”). EN uiteraard spreek ik over een minderheid, haast ik mij om er bij te zeggen. EN uiteraard zijn er onder die politieke nitwits evenveel mannen, haast ik mij nog vlugger om er bij te zeggen. Die mannen hadden geen quota maar alleen dikke ellebogen nodig om op die kieslijsten terecht te komen. Maar het resultaat is helaas hetzelfde.”

Quota installeren voor bepaalde functies waar de instroom van bekwame vrouwen WEL groot genoeg is (zoals bijvoorbeeld de academische wereld, het bedrijfsleven), maar waar vrouwen omwille van tal van andere redenen dan competentie niet worden geselecteerd blijft de beste manier om vrouwen vooruit te helpen.

” Ook al volg ik voor een groot deel uw argumentatie en ook al heb ik zelf geen eenvoudig alternatief voor het veel te eenvoudige systeem van quota… ik blijf tegen quota. Waarom? Quota zijn pertinent oneerlijk, zo simpel is dat.”

Zijn quota een simpel systeem? Waarschijnlijk wel. Maar ze zijn niet oneerlijk. Ze zijn de manier bij uitstek om een pertinent oneerlijke situatie snel om te buigen.

 

Read Full Post »

Het opleggen van quota om meer vrouwen in ‘hogere’ functies aan het werk te krijgen is een slechte maatregel. Het is een beetje zoals democratie: ‘the worst form of government, except all those other forms that have been tried from time to time’.

Dus nee, quota zijn niet ideaal. Ze zijn wel noodzakelijk om meer vrouwen naar de top te helpen van de academische wereld, van het bedrijfsleven, de magistratuur, de ambtenarij en de non-profit sector. Enige uitzondering? De politiek scoort beter. De enige reden? De quota die jaren geleden al ingevoerd werden en meer en meer vruchten afwerpen. Quota zijn dus – net als democratie – het enige middel om het beoogde resultaat te bereiken. Wie een ander briljant idee heeft natuurlijk om de grote discrepantie tussen mannen en vrouwen in ‘topposities’ op te lossen, laat het los op de wereld! De cijfers zijn wat ze zijn, en laten zich samenvatten als: hoe hoger de functie, hoe groter de maatschappelijke impact van een functie, hoe meer macht er geconcentreerd zit, hoe kleiner de kans dat u op dat zitje een vrouw zult aantreffen.

Eén van de grootste mythes rond deze sobere vaststelling is dat die grove ondervertegenwoordiging van vrouwen zich ‘vanzelf’ zal oplossen. Uhu. Een beetje zoals de banken jarenlang de mantra van ‘zelfregulatie’ hebben gezongen, waarschijnlijk. Aanhangers van de vanzelf-theorie hebben trouwens deels gelijk: wie ongeveer 150 jaar geduld kan oefenen, zal het nog meemaken dat er in het bedrijfsleven een min of meer gelijke vertegenwoordiging is van mannen en vrouwen. De enige manier om deze evolutie te versnellen is het invoeren van quota. Maar goed, blijkbaar zijn nogal wat mensen tevreden met het idee dat pas hun achter-achter-achter-achter-achter-achter-achter-kleindochter dezelfde kansen geboden zal worden als hun man, hun zoon, hun partner of hun kleinzoon nu. Ik heb in elk geval dat geduld niet, en ik eis voor mijn dochter dezelfde rechten op als voor mijn zoon (die ik niet heb).

En wie echt denkt dat ‘vanzelf’ werkelijk het antwoord is, nodig ik uit eens te contempleren over het feit bijvoorbeeld dat de Leuvense Universiteit gesticht werd in 1425. De eerste vrouwelijke decaan werd benoemd in 2010, net geen 600 jaar na datum. In die 600 jaar hebben vrouwen altijd moeten strijden voor hun recht op gelijke behandeling, het is niet zo dat de universiteit zomaar de deuren heeft opengezet voor vrouwelijke studenten, professoren, decanen en rectoren. Ik haal nu dit voorbeeld aan, maar u kunt deze lakmoesproef gerust herhalen met het instituut van uw keuze. Iedere keer hebben vrouwen door middel van strijd en actie hun rechten moeten afdwingen. Wie denkt dat we nu in een soort luilekkerland leven waar vrouwen op een presenteerblaadje dezelfde kansen en mogelijkheden worden geboden als hun mannelijke collega’s die is ziende blind en hopeloos naïef.

De andere mythe die namelijk dit debat overheerst is deze die zegt dat er vandaag enkel geselecteerd wordt op competenties, vaardigheden en diploma en dat geslacht geen enkele rol in de selectie speelt. Volgens dit soort magische denken zijn we voor de eerste maal in de wereldgeschiedenis op het punt aangekomen waarop we wars van alle genderdenken de meest competente kandidaat uitkiezen. Zeg maar dag met het handje tegen alle diepgewortelde clichés over vrouwen en hun gebrek aan ambitie, hun emotionaliteit die hen belet rationele beslissingen te nemen, hun hormonen waardoor ze 20% van de tijd niet in staat zijn naar behoren te functioneren, hun onvermogen om te kaartlezen en hun natuurlijke of hun aangeboren desinteresse voor exacte wetenschappen. Op een moment dat ik eventjes niet oplette, zijn al deze vooroordelen sneller weggesmolten dan het poolijs en werd ik wakker in een wereld waar uw geslacht ineens van geen tel meer is bij het selecteren van kandidaten.

Met alle respect: maar dit is onzin. Dikke, vette, onzin. Als er nu enkel op competentie zou geselecteerd worden, dan wemelde het op dit moment aan de top van het bedrijfsleven, de magistratuur, de non-profit sector en onze universiteiten al van de vrouwen. Als er niet een onzichtbaar quotum voor mannen zou bestaan in dat soort functies, dan zouden we deze discussie niet keer op keer moeten voeren. Je hoort ook nooit het argument vallen dat dit soort quota die mannen openlijk en eeuwenlang voor zichzelf hebben ingesteld ‘betuttelend’ is. Dat soort ‘betutteling’ werkt blijkbaar enkel in de richting van vrouwen die eindelijk durven eisen dat er paal en perk wordt gesteld aan de macht van ‘old boys’ netwerken zoals de loges, de denktanks, serviceclubs en andere ontmoetingsplaatsen waar voornamelijk machtige mannen elkaar ontmoeten, kennis en ervaring uitwisselen en door middel van informele contacten geschikte kandidaten zoeken voor hoge functies. Competentie? Enkel competentie? Laat me toch niet lachen. Alsof de ons-kent-ons factor door de goede fee is weggetoverd.

De waarheid is dat vrouwen – tot op vandaag – los van hun competentie, op een bepaalde manier beoordeeld worden omdat ze toevallig een vrouw zijn. Vorige herfst werden de resultaten gepubliceerd van een dubbelblind studie. Daarin werd gevraagd aan academici om een CV te beoordelen. Welk startsalaris wilde men de kandidaat bieden, hoe groot was de bereidheid om de kandidaat aan te werven en te coachen? Het CV was identiek, het enige verschil was de naam bovenaan: John of Jennifer. En wat een verrassing zeg: Jennifer werd algemeen gezien minder bekwaam bevonden (zowel door mannen als door vrouwen!), er waren minder mensen bereid om Jennifer tijdens de start van haar carrière te coachen en het verschil in salaris dat geboden werd aan Jennifer was significant lager dan wat aan John werd geboden (+/- 5.000 € op jaarbasis).

Studie na studie toont aan dat vrouwen met gelijkwaardige competenties, vaardigheden en diploma’s als hun mannelijke collega’s systematisch als minder bekwaam worden ervaren. Laten we dus maar gauw stoppen met doen alsof mannen nu enkel op basis van objectief meetbare criteria worden aangeworven en dat quota een ongebreidelde instroom aan onbekwame vrouwen betekenen in het nadeel van uiterst competente mannen. Integendeel, een Zweedse studie komt tot de volgende conclusie: “For example, in the debate on gender quotas, it is often claimed that a supply constraint for women results in a quota replacing competent men by mediocre women. We have argued, to the contrary, that achieving gender parity through quotas can actually promote competence by reducing the number of mediocre men”. Lees het nog maar eens opnieuw, het staat er echt: quota voor vrouwen zorgen ervoor dat het aantal middelmatig presterende mannen gereduceerd wordt, ten voordele van het aantal competente vrouwen.

Quota installeren betekent niets meer of niets minder dan op zoek gaan naar de bekwaamste vrouw voor een bepaalde functie. Geloof het of niet: vrouwen kunnen nu eenmaal even slim, even gedreven en even competent zijn als de mannen die voor die job solliciteren. Het is gewoon hoog tijd dat ze de kans krijgen om dat te bewijzen.

Read Full Post »

From: XXX XXX Project management consultant in Healthcare, Owner of dingdong.com, Bikepacking adventurer 

Ok, ik kan nog leven met ‘project management consultant’, het beestje moet een naam hebben. Maar ‘bikepacking adventurer’? Ga toch weg, jij met je lichtgewichtfiets van carbon en je schreeuwerige outfits, luchtdoorlatend, windbrekend en waterafstotend en die je koopt in gespecialiseerde webshops voor een bedrag dat normale mensen moeten gebruiken om een hele winter hun huis te verwarmen. Jij, met je burgerlijke definitie van avontuur en truttige tasjes aan je voorwiel. Jij, met je gespierde kuiten en opzichtig halfgebruinde dijen, je gladgeschoren benen voor de sportmassages en de esthetiek. Jij, met je sportvoeding en je verbeterde koolhydraten. Jij, die je ‘work-life balance’ in orde hebt – ik wurg de zinsnede uit mijn toetsenbord – en die omwille van de gesprekken aan de tafels van restaurants met een uitstekende reputatie gaat fietsen in Tasmanië of Venezuela.

Wendy, 

Uiteraard, als blanke geslaagde man spreek jij natuurlijk de hele wereld aan bij de voornaam. Je eigent je het recht toe de afstand tussen ons, twee vreemden, te verkleinen, en je begrijpt niet dat ik daar aanstoot aan neem. Je snapt het niet, wat is daar nu zo erg aan vraag je je af. Het is de onachtzame arrogantie van de man met privilegies, voorrechten en prerogatieven die hij niet als privilegies, voorrechten en prerogatieven ervaart.

Misschien zul je ooit nog eens beleefd een excuus stamelen, omdat dat moet. Ondertussen denk  je: wat een kutwijf.

Hallo,

we zagen elkaar gisteren op de interessante emailmarketing sessie van Dinges.

Ten eerste: we ‘zagen’ elkaar daar helemaal niet. Ik ben toegekomen op het moment dat de inleiding al bezig was, zocht vlug een plaatsje op de nog enig overblijvende stoel. Ik ben als eerste weggegaan, na afloop, toen jullie je nog opmaakten om naar de netwerkreceptie te gaan. Zure wijn drinken en goedkope borrelnootjes opvreten. Ongetwijfeld heb je met luide stem iets verstandig aandoend gezegd over trainingsschema’s of een beginner een insider-tip gegeven over de beklimming van de Mont Ventoux of de Galibier. Dus nee, wij hebben elkaar niet gezien, wij hebben geen blik gewisseld, geen hand gegeven of kaartjes uitgewisseld. Jij hebt gewoon mijn naam gevonden op de lijst van de deelnemers.

Ten tweede: het was niet interessant. Dat is niet jouw schuld, het is eerder dat het niet was wat ik er van had verwacht. Dat gebeurt wel meer. Maar je moet dus niet in mijn plaats beslissen dat het ‘interessant’ was. Het was duidelijk niet zo goed voor mij als het voor jou was.

Ben je sportief, fiets je veel of ken je actieve fietsers en/of traitleten? Neem een kijkje op www.dingdong.com … en schrijf je in op de nieuwsbrief ;-)

Ben ik sportief? Dat gaat je niets aan.

Ken je veel actieve fietsers en/of traitleten? Wat denk je zelf?

Dat knipoogje op het einde van de zin ‘schrijf je in de op de nieuwsbrief’. Is dat om mij duidelijk te maken, wink-wink, nudge-nudge, dat die nieuwsbrief een beetje ondeugend is? Of is het om de onbeschaamdheid van je verzoek een beetje te maskeren?

I’d like to add you to my professional network on LinkedIn.

I’d like you to fuck off.

-XXX

Read Full Post »

Een hardwerkende Vlaming.

Ik kan er mij best wel iets bij voorstellen, bij zo’n hardwerkende Vlaming. Werkt van maandagmorgen vroeg tot vrijdagavond laat, en smijt er nog een paar onbetaalde overuren bij, omdat al de rest dat ook doet. Rijdt gelukkig wel op kosten van de baas, en ziet er dus geen graten in om tijdens het weekend de hele familie in te laden om 150 km heen naar een outletshoppingwalhalla te karren. Rondjes toeren op zoek naar een parking. En dan 150 km terug, de wagen volgeladen met oudewijvenbrol. Vloeken op de file.

In de tijd dat ik van interimjob naar interimjob zwierf kwam ik ooit terecht op de afdeling productieplanning van een Amerikaans kledingmerk. Ik moest artikelnummers aanmaken en barcodes genereren. Niemand durfde naar huis gaan om kwart over vijf, want dat ‘werd niet gedaan’. Ik probeerde mijn werk zo traag mogelijk te doen, want er zijn maar zoveel artikelen natuurlijk. Zevendertig malen de Europese prijslijsten controleren was anders ook een optie. In de traphal telefoneren met mijn lief.

Ik heb nachtwerk gedaan, ik heb de benen van onder mijn lijf gelopen in de horeca. Ik ben secretaresse geweest en ik moest elke middag de boterhammetjes van mijn bazin smeren. Ik werkte elke dag onafgebroken van 9h tot half zeven en verdiende 32.000 frank. Dat was in 1997 en is omgerekend nog geen 800 euro. Omdat mijn bazin een oplichter was en op een dag met de noorderzon verdween moest ik langer dan een jaar wachten op een deel van mijn loon, ontslagpremie, enkel en dubbel vakantiegeld. Van het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen kreeg ik alles samen 30.000 frank of zo. Ik heb meerdere malen de hel van de callcenters overleefd. Ik heb de directrice van zo’n boîte het personeel horen verbieden om in de voormiddag naar de WC te gaan, omdat er anders te veel telefoontjes gemist werden. Omdat ik dacht in Brussel meer te kunnen verdienen, ben ik voor dag en dauw opgestaan, sleurde een half slapende kleuter het bed uit en sommeerde haar naar school. Minstens 3 x in de week moest ik dan iemand anders vragen om haar van de opvang te halen omdat ik er door de file zelf niet geraakte. Volledig opgenaaid thuiskomen, eten maken, kind in bad, kind voorlezen, kind in bed.

Waarschijnlijk was ik toen een hardwerkende Vlaming. Ik moest toen zwaar onderhandelen om een loon van zegge en schrijve 1.250 € op mijn bankrekening te zien verschijnen. En dan nog werd mij het gevoel gegeven dat ik door mijn exorbitante looneisen het bedrijf in kwestie persoonlijk naar de knoppen hielp.

Nu werk ik drie dagen in de week. Daar verdien ik meer mee dan toen ik vroeger nog full-time van hot naar her stuiterde. De andere dagen doe ik ‘niets’, zoals dweilen, of de administratie. Of ik schrijf. Of ik werk voor een klant, als zelfstandige in bijberoep. Ik ben al lang geen hardwerkende Vlaming meer. Ik heb geen eigen auto en geen eigen huis. Wel een pensioenspaarplan. Dat is overigens redelijk lachwekkend, dat pensioenspaarplan, want er is veel kans dat de bank waar ik dat geld bij onderbreng het uiteindelijk reduceert tot een waardeloze hoop papier en in ruil daarvoor de grote baas beloont met een hoop miljoenen euro’s.

Wie een hard werkende Vlaming wil zijn, die doet maar. Ik heb het wel gehad. Rijk word je niet van al dat harde werk. Gelukkig was ik ook al niet.

Fuck the system, before it fucks you.

Read Full Post »

Aan de slag in Nieuw-Zeeland

Eerder deze week droomde ik over mijn zus, die in Nieuw-Zeeland woont. Ik ben er veel mee bezig op dit moment, omdat ik voel hoe de donkere dagen van de herfst en de winter dichterbij sluipen. Het is niet de kou, de wind of de regen waar ik mee inzit. Wel de grauwheid en de duisternis die zo lang alles zullen overheersen. De rit naar het werk in het pikdonker en tegen dat je terug thuis bent lijkt de nacht wel al gevallen. Overdag moet je opkijken naar een deprimerend grijs wolkendek dat de tristesse van onze Vlaamse provinciesteden benadrukt. Soms ga ik in die periode naar de zonnebank. Niet omdat ik er wil uitzien als een wortel, maar omdat ik die warmte en dat licht gewoon teveel mis tijdens de winter.

Vorig jaar heb ik zo geen last van gehad, omdat ik van half december tot half januari bij mijn zus op bezoek was, terwijl het daar hoogzomer had moeten zijn. Ok, het was daar toen de natste zomer in jaren en het kon ook al eens grijs zijn, maar ik was toch content dat het vroeg klaar werd en de avond pas viel op het moment dat het ook echt avond was.

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik de magie rond Nieuw-Zeeland niet goed snap. Ok ja, het is daar wreed schoon, maar het eten trekt daar op niet veel, tenzij je zelf kookt natuurlijk. Het ironische is natuurlijk dat ik – die eigenlijk liever in Europa reis – nu om de 5 jaar of wat toch eens naar het andere einde van de wereld zal moeten trekken als ik mijn zus nog eens wil zien. Maar goed, er zijn erger dingen natuurlijk.

Werk.

Het gerucht doet de ronde dat het ontzettend moeilijk is om naar Nieuw-Zeeland te emigreren of er te werken, maar dat moet toch wel een beetje genuanceerd worden. Vergeet niet dat het land ontzettend dun bevolkt is, zeker het Zuidereiland. We spreken hier over  ongeveer 4 miljoen inwoners in een land dat ongeveer 9 maal zo groot is als België. Daarvan wonen er nog eens ongeveer anderhalf miljoen in Auckland. Als je daar dan nog eens een gestage uitstroom bij telt van jonge arbeidskrachten richting Australië, dan is het geen wonder dat bijna elk beroep dat geschoold personeel vereist een ‘knelpuntberoep’ is. Verplegend personeel, dokters en IT’ers zijn enorm gegeeerd, maar ook iedereen die kaas heeft gegeten van mechanica of in de bouw iets kan betekenen is welkom. En als je dat allemaal niet kunt, volstaat het dikwijls de handen uit de mouwen te willen steken bij de een of andere boer of een fabriek.

Jonger dan 30? 

Wie jonger is dan 30, gezond van lijf en leden en hier geen zaken heeft uitgestoken die je een strafblad hebben opgeleverd komt bijna per definitie in aanmerking voor een ‘work permit’ met een geldigheidsduur van 1 jaar. Voor zover ik goed geïnformeerd ben, kun je dat op voorhand aanvragen of je kunt het papierwerk ter plaatse in orde brengen.

Met je ‘work permit’ kun je tijdens het juiste seizoen uiteraard, vrij snel werk vinden op de één of andere boerderij. Dikwijls kun je zelfs op voorhand al solliciteren. Ik ben tijdens mijn reis vorig jaar een boer tegengekomen die een voorkeur had voor Denen of Zweden, maar Europeanen in het algemeen liggen goed in de markt. De kerel in kwestie zorgde zelfs voor logies en stelde zijn seizoensarbeiders zelfs een camionette ter beschikking, zodat ze tijdens hun vrije tijd konden rondtoeren.

Auto. 

Over een auto gesproken: het is een veel voorkomende praktijk van mensen die langere tijd in NZ verblijven om een auto te kopen. Wie een beetje het internet afspeurt vindt een boel mensen die hun auto verkopen, een WOF (Warranty of Fitness) inclusief. Zo’n WOF is te vergelijken met onze keuring, en een auto krijgt meestal een WOF van 6 maand. Een verzekering is niet verplicht, een WOF wel.

Hostels. 

Nieuw-Zeeland is bezaaid met hostels (jeugdherbergen). Je kunt er privé-kamers huren of een bed in een gemeenschappelijke kamer (dorm) tegen een schappelijke prijs. Maar wat meer is: het zijn ook hotspots voor werkgevers en werkzoekenden. In veel hostels kun je bijvoorbeeld in ruil voor een paar uur werk per dag gratis onderdak krijgen. Op de prikborden vind je werkaanbiedingen allerhande: horeca, boerderijwerk, taallessen geven, …

Zwart. 

Deze sport is Nieuw-Zeelanders onbekend. Alhoewel er heel wat minder papierwerk aan te pas komt bij bijvoorbeeld het onbezoldigd werken, er is geen werkgever die het in zijn hoofd zal halen om je werk te geven als je niet in het bezit bent van een werkvisum.

Links: 

Volgende links helpen je al een eind op weg voor wie de grote stap wil wagen. Het zijn er maar een paar en er zijn verder legio plaatsen op het internet waar mensen vertellen over hun ervaringen en tips uitwisselen. Je kunt er een heel leven over lezen en het nooit doen!

http://www.newzealandnow.govt.nz/working-in-nz : site van de overheid die alles op een overzichtelijke manier uitlegt en waar je je zoektocht kunt beginnen.

http://www.backpackerboard.co.nz/ : site waar er jobs aangeboden worden, specifiek gericht op het backpackers publiek.

http://www.couchsurfing.org/ : Couchsurfing heeft een redelijk uitgebreide NZ- sectie, waar je zeer veel reis- en werktips kunt vinden.

 

Read Full Post »

Een bewogen dag – deel 1.

Bovenal bemin één God, zo kennen we het eerste gebod. En ergens in het Nieuwe Testament (of het Oude, ik wil er vanaf zijn) staat er ook nog ergens iets over het dienen van één meester. Onderliggende gedachte is natuurlijk dat men niet tegelijkertijd aan verschillende meesters (of goden) loyaal kan zijn.

Op mijn werk zijn er drie vennoten, die elk evenveel aandelen hebben én dus evenveel te zeggen. Er is de zachtaardige, ongelooflijk intelligente knuffelbeer die verantwoordelijk is voor R&D. Hij moet er dus voor zorgen dat de software die we verkopen verder ontwikkeld wordt, en beter aansluit bij wat de klanten nodig hebben. Er is de streepjeshemd dragende verkoper die vooral aan ‘solution selling’ (woehoe!!) doet, en die in het begin van mijn carrière daar ook de marketing coördineerde. En er is de knapperd die zichzelf CEO laat noemen en die verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken. Typisch geval van midlife ook: het type dat dan plots marathons en triatlons gaat doen, rondrijdt met een LandRover (zeg nooit ‘Jeep’ tegen een LandRover!!), en in de rapte nog een nieuwe kleine maakt bij zijn nieuwe vrouw. Het is trouwens aan knapperd dat ik rapporteer.

Vorig jaar was een annus horribilis voor de boîte. Geen hond wilde nog investeren in software, geplande aankopen werden uitgesteld en het resultaat was dat nogal wat mensen (mijzelf incluis) op economische werkloosheid werden gezet. De aandeelhouders halveerden hun eigen loon. Het was alle hens aan dek dus om niet kopje onder te gaan, en de kaap van het jaareinde werd gerond zonder al te veel kleerscheuren. Er werden doelen uitgezet voor het volgende jaar, en ik stelde een marketingplan op, dat totaal niet gevolgd wordt. Na een paar maanden werd het pijnlijk duidelijk dat knapperd die het jaar voordien tot kapitein werd gebombardeerd vooral bedreven was in het laten zwalpen van het spreekwoordelijke schip. De broodnodige deals bleven uit, en er was wrevel op alle echelons.

Donderdagmorgen stapte ik het kantoor binnen, in de veronderstelling dat het een dag zou worden zoals alle andere. Er waren wat inschrijvingen voor een demosessie die er aan zit te komen, dus dat was goed. Onze gladde verkoper (niet streepjeshemd, er is nog een andere ‘sales’ die zonnebankbruin is en ook een enorme karotentrekker. Hij leeft volgens het spreekwoord ‘veel beloven en weinig geven’, en ik vraag mij serieus af of die mens eigenlijk van voor weet hoe hij van achteren leeft. Zijn IQ moet een beetje in de buurt liggen van een slimme gorilla, ergens rond de 74 dus. Echt hé!). Enfin, onze gladde verkoper die bijna nog niets verkocht heeft dit jaar beschikte weer eens over een ziektebriefje voor deze week. Rond deze vaak voorkomende ziektebriefjes fabuleert hij ook altijd van die fantastische verhalen over gescheurde ligamenten (die kerel heeft dus geen bindweefsel meer dat nog niet werd beschadigd) en deze keer over een ‘ingedeukte luchtpijp’.

De vorige week had hij weer geen ene fuck uitgestoken, en ik was mij daarover aan het opwinden. Mijn collegaatje deed vrolijk mee, tot we plots streepjeshemd zagen binnenwapperen. Dat gebeurt wel meer, maar nu was het onverwacht, want normaal gezien was streepjeshemd in verlof. Hij hoorde ons bezig, kwam ons even gelijk geven en verzekerde ons dat er ‘snel iets aan gedaan zou worden’.

Streepjeshemd, knuffelbeer en knapperd zetten zich vervolgens in de vergaderzaal voor wat blijkbaar een overleg was dat niet gepland was. Zo ver, zo goed, het gebeurt wel meer dat de heren onder elkaar wat knopen door te hakken hebben. Knapperd was bovendien een paar dagen voordien opnieuw vader geworden, dus waarschijnlijk moest er wat afgestemd worden over zijn verlof. Zo veronderstelde ik. Knapperd zag ik een paar keer op de koer ijsberen met een sigaret. Ook dat gebeurt wel meer, het valt niet altijd mee om knapperd te zijn.

Rond een uur of drie werden we allemaal samengeroepen voor een mededeling. Knapperd had ik niet meer gezien, dus ik veronderstelde dat die terug naar vrouw en vers kind was. Ik hoopte dat er zou gezegd worden dat Karotentrekker de wacht zou aangezegd worden. Ik was er eigenlijk vrij zeker van. Knuffelbeer nam het woord. Blablabla, slechte resultaten eerste half jaar. Blablabla tevredenheidsenquête onder het personeel waar rekening mee gehouden zou worden. Blablabla verschil in visie. En dat ze vandaag afscheid genomen hadden van Knapperd. Met onmiddellijke ingang. Ahum.

De collega’s keken elkaar een beetje ongelovig aan. Wie vragen had mocht ze stellen. Supernerd merkte op dat Knapperd beloofd had om op vrijdagavond te trakteren voor zijn zoon. Deze belangrijke kwestie werd even geparkeerd, zodat iedereen rustig terug aan het werk kon. Collegaatje en ik trokken ons terug in onze visbak, waar we deze onverwachte wending rustig verder konden bespreken. En alweer wapperde Streepjeshemd binnen. Of ik even kon meekomen, naar zijn bureau.

Er werd wat stroop gesmeerd en mouw geveegd (marketing onder controle, je doet dat goed, we geloven in jou). Daarna de vraag of ik het zag zitten om meer te komen (nu doe ik daar drie dagen in de week, de andere twee ga ik wat bij klanten klooien) en een deel van de sales op mij te nemen. Dat er natuurlijk nog moest gesproken worden over de terms and conditions. En dat er bij een salesfunctie uiteraard een firmawagen hoorde.

Ik kan daar niet goed tegen. Meestal ben ik blij met de gang van zaken zoals ze gaan, en probeer ik mij behoedzaam en stapje voor stapje voor te bereiden op veranderingen. Dat komt er in de praktijk op neer dat ik nadenk over hoe het anders zou kunnen gaan, en vervolgens niets doe. Ik had al gefantaseerd over meer uren en dagen doen op het reguliere werk, en niet meer bij die klanten te gaan werken. Zo interessant is het ook niet, wat ik daar doe. En het papierwerk dat ik nog in orde moest brengen, dat vond ik te moeilijk. En een eigen auto (enfin, een eigen auto + tankkaart van het werk) zou ook wel gemakkelijk zijn. En nu kreeg ik dat allemaal op een presenteerblaadje aangeboden. Gelukkig had ik nog het verstand om niet direct toe te happen, maar te beloven dat ik er over zou nadenken. Dus vertel het niet verder: ik ga dat doen hé, maar eerst mijn vel duur verkopen.

 

Read Full Post »

Random thoughts on the job.

Om te beginnen:

Gisteren had ik een sollicitatiegesprek bij een West-Vlaamse textielbaron. Eén van de weinige die nog overblijft, ik weet het. Blijkbaar boert hij niet slecht, want ze zoeken iemand om teksten voor hun website en hun brochures te schrijven. En die iemand moet ook nog het één en het ander afweten van internetmarketing en daarrond een strategisch plan opstellen. Iemand zoals ik dus. Het was een goed gesprek en het zou me verwonderen mocht ik niet verder uitgenodigd worden om mee te doen aan de testronde. Alleen: waarom is het zo moeilijk om iemand aan het verstand te brengen dat schrijven en copywriting best gebeurt in de moedertaal? Natuurlijk kan ik teksten uit het Frans en het Engels vertalen naar het Nederlands (en à la limite ook the other way around), maar er is een verschil tussen teksten vertalen en teksten schrijven. Als je wil, mijnheer de textielbaron, kan ik ook wel een tekstje in het Duits uit mijn mouw schudden (waar heb je anders Google Translate voor, en dat is gratis en al!), maar gelieve dan in geen geval te vermelden dat ik de auteur ben van het gedrocht in kwestie.

Het ergste is eigenlijk dat Vlamingen zelf hypergevoelig zijn in taalkwesties en reageren als een stier op een rode lap op het moment dat ze een duidelijk uit het Frans vertaalde brief in hun bus krijgen, maar investeren in een degelijke vertaling die rekening houdt met de subtiele gevoeligheden van de verschillende taalgebieden? Ho, maar …

Om te eindigen:

Ook gisteren, maar dan in de namiddag ben ik gaan luisteren naar een paar lezingen over Facebook Marketing, georganiseerd door The Reference. Dat is zo’n übercoole & megahippe internetboîte waar een gewone mens zoals ik een beetje ongemakkelijk van wordt, maar het was gratis, dichtbij en ik dacht er iets bij te leren.

Ik zag twee ex-collega’s terug die me wisten te vertellen dat mijn oude functie gewoon niet is ingevuld. En op mijn vraag hoe het vlotte in het vooraanstaand & beursgenoteerd mediabedrijf waar ik vroeger mijn brood verdiende werd er gehumd en met de ogen gerold.

Ik zag hoe stoere binken en coole chicks die alleen een horde onbekenden moesten trotseren zichzelf verborgen achter hun flashy en ultradunne smartphone, waar ze op tokkelden en mee scrolden zodat ze toch vooral niemand moesten aanspreken of aankijken. Ik versta dat niet goed, want dat zijn allemaal reclame-mensen die daar eigenlijk geen probleem mee zouden mogen hebben. Op Twitter zijn het allemaal de grote mannen (of vrouwen), maar eens vragen aan de persoon die naast je zit of staat wat ze ervan vonden, of voor welk bedrijf ze werken en wat ze doen, dat durven ze niet hoor.

En was het interessant, hoor ik u een beetje ongeduldig denken? Ewel, zoals dat gaat op die events, de ene presentatie was al beter en relevanter dan de andere. En de locatie was goed, de koekjes waren erg lekker, maar er schortte hier en daar nog iets aan de organisatie. Er was duidelijk veel te veel volk voor de geboekte zaal, zodat het soms moeilijk was om alles goed te kunnen volgen. En als je een evaluatieformulier laat invullen, zet dan ook ergens een doos waar mensen dat in kunnen deponeren. En laat de deelnemers ook weten of ze de presentaties later ook nog kunnen downloaden of op een andere manier te pakken kunnen krijgen.

Interessante presentatie van Audrey Benoit over hoe luchtvaartmaatschappijen onder druk van ‘social media’ hun aanpak hebben moeten veranderen. Ook de case van de mannen van Design is Dead bleef hangen, maar meer omwille van de gimmick met de baard dan voor de inhoud. Designers zijn het natuurlijk aan zichzelf verplicht om vooral imago uit te spelen, maar dat is daar toch allemaal een redelijk egocentrische boel is mijn indruk dan. Ik stel me dan altijd voor dat mensen die daar werken ‘s morgens (of waarschijnlijk meer tegen de middag, op zo’n onwaarschijnlijk cool uur) een outfit kiezen die beantwoordt aan de laatste fashion trends, naar het werk karren met een flashy auto of met een échte Brompton, lunchen in de hipste keet van de stad (enfin, de jongens dan toch, want de meisjes die daar werken zien er onveranderlijk uit alsof hun laatste maaltijd dateert van zeker 6 jaar geleden), koffie pardon, ristretto sippen uit designerkopjes die tevoorschijn komt uit zo’n verchroomde espressomachine die ze uiteraard gratis hebben gekregen van de fabrikant omdat zij nu eenmaal aan top of the foodchain staan. (Ik laat mij soms te veel meeslepen door mijn verbeelding, ik weet het …).

Er was ook een madamtje dat waarschijnlijk veel interessants te vertellen had over plug-ins en hoe je je eigen website social network friendly kon maken, maar ik heb werkelijk niets verstaan. Ik heb nog nooit iemand zo snel horen babbelen (en als West-Vlaamse ben ik het één en het ander gewoon, believe you me). Mocht iemand dat opgenomen hebben, dan zou je dat in slow motion moeten afspelen om daar alsnog iets van op te steken.
Ook de marketing manager van Schweppes ging een beetje de mist in: te langdradig en wat was je boodschap nu eigenlijk? Dat Schweppes geen imago heeft en dat je dat zult oplossen door de zoveelste onnozele wedstrijd te lanceren op Facebook? ‘k Weet het nog zo niet, zulle. (Daarbij, vroeger had Schweppes wel een imago. Hetzelfde als datgene dat ze nu terug proberen te creëren. Ik herinner mij nog advertenties uit de late jaren ’80 die heel mooi waren).

En dan nog iets:

Ik doe het werk dat ik nu doe heel graag, maar soms heb ik toch eens goesting om mijn opdrachtgevers/bazen eens met hun koppen tegen elkaar te slaan. Ik schrijf vorige week een tekst (en een redelijk goeie tekst ook) over een softwarepakket voor groothandelaren. Dat er nog opmerkingen zijn, daar kan ik mee leven. Maar dat er weer gezaagd wordt over het feit dat er uit die tekst niet naar voor komt dat het pakket een add-on is voor NAV 2009, dat hou je toch niet voor mogelijk? Wat kan het die prospect schelen dat dat een add-on is of een vertical van een of ander product van Microsoft? Die wil toch gewoon zo verstaanbaar mogelijk uitgelegd krijgen wat dat softwarepakket doet (of niet doet) en hoeveel het kost?

Read Full Post »

Over die job in Zaventem.

De aandachtige lezer die niet aan Alzheimer lijdt weet nog dat ik een paar weken geleden iets vertelde over een sollicitatiegesprek. Dat ik dacht dat ik voor een dilemma zou komen te staan. Wel, voorlopig is het nog niet zo ver …

Op 26 oktober rij ik dus 120 kilometer over en weer voor een gesprek van anderhalf uur waarbij ik op de rooster gelegd wordt. Aan het eind van dat gesprek wordt er overeengekomen dat hij mij die avond een case zal doorsturen die ik dan kan uitwerken zodat hij een beter idee heeft van mijn ervaring. Maar dat ze dus wel erg dringend mensen nodig hebben, en wanneer ik eventueel zou kunnen beginnen. De maandag daarop (dus 3 werkdagen later dan afgesproken) krijg ik dan eindelijk een mail met een redelijk beknopte uitleg en twee cases die ik mag uitwerken. Enfin, er is één case die ze mij vragen uit te werken en eventueel een tweede. Maar, zo staat er ook nog in die mail, niet te veel tijd insteken, het is tenslotte nog geen werk maar een selectieprocedure.

Ik zet me dus aan het werk, schrijf netjes die ene case uit in de hoop dat het is wat hij ervan verwacht, want erg veel randinformatie is er niet. Een week later krijg ik feedback: er ontbreken nog wat elementen en of ik zo vriendelijk zou willen zijn die aan te vullen, voor die en die datum. En of ik ook toch nog die andere case wil uitwerken. En dat hij mij de dag daarop zal bellen om alles te bespreken.

Een week later (gisteren dus): een mailtje om te zeggen dat hij niet heeft kunnen bellen (no shit, Sherlock??), maar dat ik alles tegen vanavond mag doorsturen en dat hij mij dan tegen het einde van de week de feedback bezorgt op beide cases …

Euh ja. Thanks, but no thanks.

Read Full Post »

Dilemma.

Vorige vrijdag werd ik gebeld door een vriendelijke mijnheer. Dat hij mijn C.V. ergens online had zien staan, en of nog altijd op zoek was naar een job, enzovoort enzoverder. Een half uur verder nodigde de vriendelijke mijnheer mij uit om eens bij hem op kantoor verder te praten, vandaag.
Zogezegd, zo gedikkiedaan, en zo kwam het dat ik rond een uur of 11 in mijn autootje sprong (figuurlijk dan) om het gesprek met de vriendelijke mijnheer verder te zetten. Ik kreeg een tas koffie (goeie koffie, ten andere!) en vriendelijke mijnheer begon vragen te stellen over mijn ervaring, over wat ik vroeger zoal heb gedaan en waarom. Anderhalf uur later waren we voorlopig uitgepraat. En ik voel het aan mijn water: tegen volgende week zal die vriendelijke mijnheer mij een concreet voorstel doen om voor hem te komen werken.

En ik weet niet wat gedaan. Want ik werk al twee dagen per week ergens, en ik werk daar graag. Het werk is tof en de collega’s vallen mee. Het is dicht bij huis, en ze zijn tevreden over mij. Heel tevreden zelfs, als ik hen mag geloven. Het enige probleem is dat het daar niet echt goed gaat, dat er te weinig projecten verkocht worden. En ik moet mij geen illusies maken: op het moment dat het nog slechter zal gaan, dan zullen ze mij ook vriendelijk bedanken voor bewezen diensten.

De job van de vriendelijke mijnheer is qua inhoud ook niet mis. Ik zou daar ook graag werken, in zo’n jong bedrijfje dat zich specialiseert in online marketing. Ze werken voor grote klanten, ik zou daar veel kunnen leren en naar alle waarschijnlijkheid redelijk goed mijn brood verdienen. Maar het is in ZAVENTEM!!! En dat betekent dat ik van uit Gent elke dag 3 uur moet reizen om van en naar mijn werk te kunnen gaan. Of ik nu met de auto ga of met de trein, qua reistijd maakt dat niet zo erg veel verschil.

Langs de andere kant: het gezapige tempo van mijn beroepsleven op dit moment is op langere termijn ook niet houdbaar. Zeker niet nu ik terug huur moet betalen. En volgend jaar wil ik een reis maken naar Nieuw-Zeeland om mijn zus te bezoeken. En ik moet ook eens beginnen denken aan mijn pensioen en een hospitalisatieverzekering en zo. (Ik weet hoe seutig dit allemaal klinkt, maar het is nog veel seutiger om binnen 30 jaar te moeten rondkomen met een lullig bedrag als 600 €).

Een eerste sluw plan neemt in mij al vorm aan: als ik nu eens een goed loon onderhandel voor een 4/5 job – één dag per week thuis werken – een treinabonnement 1ste klasse. Dan kan ik die andere dag in de week misschien nog aan de slag blijven in die IT-boîte ook …

Read Full Post »

Nieuw werk.

Ik heb nieuw werk, sinds een week of twee. Part-time (dinsdagnamiddag, woensdag & donderdag) en niet te ver van de deur. In een klein IT-bedrijf, waar een man of dertig werkt ben ik samen met een andere jongejuffrouw verantwoordelijk voor de marketing. In mijn geval is dat dus: de teksten van website herschrijven (omdat er op dit moment door onvoorziene omstandigheden geen tijd is om een groot project zoals een volledig nieuwe website op poten te zetten), de Google Adwords campagnes monitoren en bijsturen, uitnodigingen voor demo-namiddagen opstellen, persberichten schrijven en dies meer.

Geen leidinggevende functie meer, want dat heb ik wel gehad. Ik ben geen ‘people manager’ (lees: een toffe pé die gaat pinten pakken met zijn team en lief en leed met ze deelt om de van hogerhand opgelegde resultaten te behalen met eventueel een bonus als beloning). Op het werk wil ik mijn werk doen, ben ik eerder gereserveerd en heb ik niet de neiging om anderen een grote inkijk in mijn privéleven te gunnen.

Gewoon je werk kunnen doen en afgerekend worden op het resultaat. Wat een verademing, zeg! Geen schimmige ‘office politics’ meer, geen wandelgangen waarin vanalles wordt gefluisterd, geen kwalijke reputatie waar aan moet gewerkt worden.

Voorlopig (ik leg dus enige voorzichtigheid aan de dag) voel ik me best op mijn plaats. Ik doe het werk graag, krijg de nodige ruimte om initiatief te ontwikkelen, heb een ok contact met de collega’s. Er is structuur, een kader, duidelijke doelstellingen waar naartoe gewerkt moet worden. (Dat ontbrak volledig op mijn vorige job, en ik ben ook niet de persoon om veel structuur te kunnen implementeren waar die niet is).

Het overgrote deel van mijn collega’s zijn mannen. Van mijn leeftijd, maar dikwijls ook een stuk jonger. Zo gaat dat, in die branche. Nerd’s galore, met polootjes waarvan de kraag netjes is omgeklapt over de ronde kraag van de gestreepte pull (en waarvan ik durf vermoeden dat hun moeder die de avond voordien heeft klaargelegd).

Volgende woensdag gaan de mannen karten. (Voor de mensen die niet bekend zijn met die sport: rondjes crossen in kleine, gemotoriseerde go-carts, omtereerst). Daarna eten en daarna op café. In de twee weken dat ik daar werk, heb ik al drie uitnodigingen gehad om mee op café te gaan. Ook voor het karten werd ik mee gevraagd, maar ik keek nog even de kat uit de boom. Eén van de drie andere vrouwen op mijn werk besloot toen dat ‘de vrouwen’ niet meegaan karten (wegens te ik weet niet wat), maar dat ‘de vrouwen’ dan maar apart gaan aperitieven eerst. En om niet direct als ‘een rare’ bestempeld te worden, heb ik mij dan maar aangesloten bij ‘de vrouwen’. (Alhoewel ik nergens een grotere hekel aan heb dan mij te moeten aansluiten bij ‘de vrouwen’).

Maar volgend jaar laat ik ze een poepie ruiken op de kartbaan, die kereltjes!

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.507 other followers