Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Vingeroefening’ Categorie

Vergeef het mij, mijn ongeloof, mijn scepsis, mijn cynisme, mijn zuchten en mijn schouderophalen.

Vergeef mij het gedacht dat heel uw concept van uw politiek bestel een mooie façade is, een farce, een schoon toneeltje met veel drama en koningskwesties, met gevallen engelen en dei ex machina, met dynastieën die onbekwame kroonprinsen in voetsporen dwingen die ze nooit zullen kunnen vullen. Dat ik u verdenk van vestzak/broekzak operaties en hand- en spandiensten waar louche aannemers beter van worden, en gij zelf natuurlijk. Dat ik zie hoe u handelt met voorkennis en daar niet voor bestraft wordt, dat ik zie hoe u als een potentaat uw naasten aan allerlei postjes helpt en dan doodserieus beweert dat uw vrouw toevallig de meest bekwame was om uw subsidievehikel te leiden. Dat ik u hoor goochelen met woorden en hoe u zich uitput in semantisch geneuzel zodat u technisch gezien niet zou gelogen hebben, maar uiteindelijk eigenlijk toch wel. Dat u de schuld afwentelt en verschuift en onder het tapijt schuift tot er jaren later niemand nog verantwoordelijk is, niet voor dat ene lijk. Ook niet voor die anderen, die doodgevroren zijn of omgekomen op slagvelden ver van huis. Dat u denkt mij nog te kunnen sussen met woorden als ‘daadkracht’ en ‘onverwijld’ en ‘task force’ en dat u alles in het werk zult stellen. En ondertussen blijft u week en zonder ruggengraat de konten kussen van wie zwaait met geld, en stemt u wetten die nog meer water naar de zee doen vloeien.

Ik haat het hoe ik ondertussen denk dat ik om de zoveel jaar mag kiezen wie mij zal bedotten.

Vergeef mij, mannen en vrouwen van de vierde macht, jullie die kranten volschrijven met alles wat naast de kwestie is, overbodig, niet ter zake doend. Het is bladvulling, geneuzel in de marge, zinloos gescribbel, een eindeloze stroom aan gekopieerde persberichten zonder relevantie, feitjes zonder overzicht, slecht onderbouwde opinies. U recycleert en poetst het klatergoud van anderen op en staat er bij te juichen als een bende diep oligofrenen op LSD. U gebruikt woorden als geniaal, prachtig, uitzonderlijk, buitengewoon, geweldig, fantastisch, intens, ontroerend, hilarisch, schitterend en ongelooflijk  voor zaken die banaal zijn, vulgair, oppervlakkig, onnozel, ronduit slecht en die eigenlijk het vermelden niet waard. Vergeef mij, dat ik u zie als holle vaten met een met een megafoon, het kritisch denken begravend onder de witte ruis van nieuwtjes over BV’s en modeblunders. Vergeef mij, dat ik geen genoegen neem met uw hapklare en voorgekauwde analyses met de diepgang van een laagje nagellak. Vergeef mij, dat ik u ervan verdenk bewust uw mond te houden wanneer u zou moeten spreken, met opzet die ene vraag niet te stellen. Vergeef mij dat ik in u het kwispelstaartende schoothondje zie, gemuilkorfd en aan de leiband, bedelend om een aaitje en bot dat van de tafel valt, in plaats van de luis te zijn in de pels van het establishment. Schuif gerust mee aan bij defilés en recepties, steek u rustig vol met hapjes, laat u gewillig dronken voeren door de macht en haal daarna uw prijs van verdienste op tijdens de Nacht van de Televisiesterren.

Read Full Post »

Lingerie.

Het miezerde en het was koud, de winkelstraat vol mensen warm ingeduffeld. Bleke gezichten half verscholen achter een sjaal. Ik verwonder me over een nieuwe manier van handtassen dragen. De hengsels in de plooi van de elleboog, de arm naar boven gebogen de hand half dichtgevouwen in een truttig vuistje. Valentijn ligt in het verschiet, aan de deur van de INNO hangt een briefje met de mededeling dat men op donderdag 14 februari uitzonderlijk open blijft tot 18h30. De liefde dient bewezen te worden met een clichétje, netjes verpakt. Opzichtig inpakpapier en een touwtje dat blinkt. Your faith was strong, but you needed proof. 

Ik zou nieuw ondergoed moeten kopen wist ik. Het probleem is dat ik weinig activiteiten deprimerender vind dan recreatief winkelen, ook wel ‘sjoppen’ genoemd. Geld dat ik niet heb uitgeven aan dingen die ik niet nodig heb. Doelloos drentelen van de ene winkel naar de volgende, kledingstukken vergelijken en de juiste maat uitkiezen. Of denken dat je de juiste maat hebt uitgekozen. Aanschuiven voor het pashokje, kleren uit en jezelf weerspiegeld zien in het het harde neonlicht. De putjes in je billen tellen, de haartjes op je benen. De geur van je eigen zweet en deodorant onder je trui. Nieuwe kleren terug aantrekken en tot de conclusie komen dat de kleur je niet staat of je jezelf weer eens dunner dacht dan je werkelijk bent.

Maar goed, nu ben ik toch al in die overvolle winkelstraat en ik kan niet eeuwig en drie dagen diezelfde 2 BH’s met elkaar blijven afwisselen. Die dan ook nog eens stammen uit een pré-lief periode waar degelijkheid primeerde op frivoliteit. Toen discretie het won van opzichtigheid en ik de geilheid van mannen eerder wilde ontwijken dan opwekken. Dat laatste lukte niet altijd. Een beetje man laat zich zijn geilheid niet ontnemen door vleeskleurige T-shirtbh’s heb ik ondertussen geleerd. Voorwaarts dus, en moedig haastte ik mij voort naar verderop in de straat, naar die winkels waar men het soort niemendalletjes verkoopt die onontbeerlijk zijn voor het beleven van allerlei seksuele avonturen. In gedachten lag ik al in bed te wachten, gehesen in zwart kant en oersterke stay-ups die mijn benen langer dan lang zouden laten lijken. Mijn lief zou me daar een ogenblikkelijk een paal ontwikkelen, de grootte van een gemiddelde voorarm. Ik zou al van geluk mogen spreken als ik het daaropvolgende minnespel zou overleven zonder al te veel kleerscheuren.

Voor de etalage bleef ik staan. Opzichtige rode harten. Een mannequin in zwarte netkousen en een BH die haar niet leek te passen. Daarboven een negligé met een pluizig randje. Een kop met een lelijke blonde pruik en de starende blik van een ongeïnteresseerde hoer. Het was brutaal en goedkoop, ontdaan van alle geheimzinnigheid, intimiteit of mystiek. Ik walgde bij het idee van honderden vrouwen in precies hetzelfde uniformpje, die hoopten dat een omhoog gestuwde decolleté de deur naar de relatiehemel zou openen.

In de Mokkabon kwam net een tafeltje vrij. Ik liet me overdonderen door de bitterheid van een dubbele espresso en hoorde een man voor de zoveelste keer zijn verhaal doen over hoe hij vorige week 5 cent teveel moest betalen.

Read Full Post »

Onopzettelijk.

De tuin is bedekt onder een laagje rijm, alsof God deze nacht passeerde met een enorme bus poedersuiker. De zon schijnt en doet alsof het zomer is. Ik denk aan mijn dochter die ik gisteren uitwuifde toen ze naar de bergen en de sneeuw vertrok. De meest prangende vraag die ze zich zal stellen deze week is of ze dit jaar wel naar die fuif mag op donderdagavond. Voor de schijn en misschien ook wel voor de zekerheid heeft ze haar map chemie mee genomen. Alsof ze deze keer niet pas volgende week zondag, vermoeid en het gezicht bruingebrand haar huiswerk zal maken. Ze gaat langzaam de wereld binnen van de jongeren, waarvan ik de codes en gebruiken niet ken. Ik blijf staan en kijk nieuwsgierig binnen, zwaai af en toe van achter het raam. Hoop dat ik af en toe zo haar aandacht kan trekken. Op woensdagmiddag draaft ze binnen, hongerig, babbelend. Verontwaardigd om wat een leraar deed of vroeg of ze vertelt iets over haar klasgenootjes. Dat ze morgen minder pauze heeft omdat ze naar het CLB moet om gemeten, gewogen en gevaccineerd te worden. Later krijg ik een SMSje om te melden dat ze niet meer zal groeien. Ik zal altijd groter zijn dan haar.

In een huis in Lokeren bereidt een gezin een uitvaart voor. Ik stel me voor dat ze nu nog te veel opgeslokt zijn door het gedoe ervan om het verdriet al helemaal te kunnen voelen. Politie, slachtofferhulp, begrafenisondernemer. De media, sommige terughoudend, andere dan weer minder kies. Dat je daarna nog een kot moet leeghalen en beslissen wat je met haar spullen moet doen. Dat je moet beslissen wat je met haar kamer thuis doet en hoeveel keer je ‘s morgens nog de tafel zult dekken en ook op haar plek een bord zet en een koffietas. Haar facebookpagina die je moet laten afsluiten, of niet.

21 jaar en ‘s ochtends om 8 uur braaf op weg naar de les, of stage lopen. Laatstejaars waarschijnlijk en als het goed is met een hoofd vol dromen en een hart vol zon. Een vriendje waarschijnlijk. Op je 21ste heb je normaal gezien nog zeeën, wat zeg ik?, oceanen van tijd. Wereldreizen behoren nog tot de mogelijkheden zonder dat het een pathetische poging is het voortschrijden van het leven te stoppen.

De dader, 26 jaar, dronken na een hele nacht uitgaan zo lees ik in de krant, zal vervolgd worden wegens onopzettelijke slagen en verwondingen met de dood als gevolg. Ik snap niet wat er onopzettelijk is aan dronken een auto besturen en 80 km per uur te rijden waar men 30 km mag doen. Een stuurfout maken, of door onervarenheid een ongeval veroorzaken, ja dat. Maar in kennelijke staat achter het stuur gaan zitten en zo roekeloos rijden dat iemand anders dat met het leven moet bekopen? Als dat geen doodslag is, wat dan wel?

Ik reageer emotioneel, zegt men. Moet tegenwoordig de dood van een mens, van een jong mens, met klinische redelijkheid benaderd worden? Alsof niet onverschilligheid en laksheid aan de basis liggen van de wetgeving die een dergelijke vorm van doodslag beloont met de kwalificatie ‘onopzettelijke slagen en verwondingen’.

Read Full Post »

Je bent een meisje, jong en vol van leven.

Je bent een meisje, en je heldinnen zijn Rihanna en Lady Gaga en Lana Del Rey en Adele.
Je bent een meisje van 15 of 16 of 17. Je hebt al borsten en een kont, en samen met vriendinnen sta je voor de spiegel om je haar te stijlen en je ogen op te maken. Je bent gewoon een meisje dat zich zorgen maakt over puistjes op je voorhoofd en wat je vrienden van je denken. Je bent een meisje van 16 dat mee wil doen, ergens heen wil gaan. Je hoofd barst van de dromen en je lijf gonst van de onrust. Dat zijn hormonen, maar dat zegt je niets.

Op woensdagmiddag ga je winkelen met vriendinnen. Je loopt goedkope klerenwinkels binnen waar de muziek dreunt en je past een topje en een rokje en je draait je om naar de grote spiegel en zoekt de goedkeuring in de blikken van de anderen. ‘Zou ik dit kopen?’, vraag je 100 keer en je allerbeste vriendin zegt ‘ja’. In de plastic zak met schreeuwerige kleuren zit een topje of een rokje, goud of felblauw of met glitters en je kan niet wachten om het op een avond die bol zal staan van spanning en plezier zult dragen.

En op een zaterdag ga je slapen bij een vriendin, want haar ouders zijn niet thuis. Dat weten jouw vader en jouw moeder niet, want je bent een meisje van 16 dat trappelt als het jonge veulen in de wei. Je wil uitbreken en weten wat de wereld je kan bieden. Uit gaan jullie, uit dansen in een club of discotheek. Eindelijk zal ook jij die geheimzinnige wereld van de nacht verkennen.

Er zijn stiekeme plannen. Wie draagt wat? Wie koopt wat om te drinken en hoeveel geld houden jullie dan nog over? Je bent een meisje van 16 en je leeft hier en nu, en niet morgen of de dag daarna. Je bent een meisje van 16 en je doet wat niet zou mogen.

Misschien word je een beetje dronken, misschien heel erg want je wil niet onder doen voor iemand en je weet nog niet wat alcohol met je doet. Op het feest schalt de muziek, onder de rode blauwe groene spots ziet alles er anders uit. Wankel op je eerste hoge hakken dans je, zoals je hebt geoefend thuis, in je kamer of voor TV. Wie doet je wat? Je bent een meisje van 16 en eindelijk heb je het leven te pakken.

Iemand neemt een foto. Je steekt je borstjes vooruit of je trekt een snoet zoals je denkt dat het moet. Je neemt je hartsvriendin vast en jullie ogen stralen van levenslust, jullie steken een tong uit naar de camera. Je tuit je lippen en lacht breed.

Iemand zet je foto op het internet. Je rokje was te kort, je benen te lang, je decolleté te diep. Je goedkope make up uitgelopen en je had duidelijk een glas te veel op. Je bent een hoer, en de commentaren onder de foto reduceren je tot tieten, lippen, kont. Je bent een slet die er wel pap van lust, zo wordt gezegd.

Je was gewoon een meisje van 16, just wanting to have fun.

97/365 - oh girls just want to have fun, (80's workout girl)

Read Full Post »

Een hoop onzin.

Stel!

Stel dat ik op een dag het geluk zou hebben om op mijn sterfbed rustig de tijd zou hebben om mijn leven te overdenken. Ik zeg wel stel, want we kunnen dat allemaal wel willen, maar evengoed wissel ik tijdens het slapen vredig en ongemerkt het tijdelijke met het eeuwige. Of ik zou ook onverhoeds het slachtoffer kunnen worden van wurging, ophanging, verdrinking, elektrocutie of een gruwelijk ongeval met de auto. Ik zou kunnen overlijden aan een voedselvergiftiging, een lelijke val in de badkamer of de metro of gewoon van de trap. Ik zou kunnen vastzitten in een auto op de overweg. Andere kanshebbers, hoewel in mindere mate: de dood met de kogel of de guillotine. Een steekpartij in een louche discotheek. Langs de andere kant: ik zou ook traag ten onder kunnen gaan aan witte wolken in mijn hoofd die elk denkproces herleiden tot een dadaïsme zonder wiedeweerga.

Maar goed: gesteld dus dat ik het geluk zou hebben aan een slepende ziekte ten prooi te vallen (zo’n ziekte dus die op sloffen komt aanzetten en je langzaam aan je bed kluistert en je gezonde cellen één voor één opvreet, aantast en besmet) en dus in het lang en in het breed mijn leven kan overdenken. Zou ik dan spijt hebben van teveel stommiteiten of van te weinig?  Zou ik een helder zicht hebben op alle vergooide kansen, dwaze beslissingen en de onwil om de consequenties ervan onder ogen te zien? Hoeveel zou ik denken aan al die mensen waar ik kwaad van sprak en onterecht minachtte? Zou ik dan en dan pas de essentie kennen? Zou ik spartelen, tegenstribbelen en bidden voor nog een paar momentjes, alstublieft. Ik lijk mij wel het type dat zich op het sterfbed in allerijl nog zou bekeren, gewoon om zeker te te zijn.

Zou ik vergeving vragen aan wie mij komt bezoeken, zou ik veel te eerlijk biechten? Zou ik tijdens nachtelijke uren ijlend op morfine mijn kwaadste dagen herbeleven? Zou ik enkel terugkijken op de ene mislukking na de andere?  Zou ik mijzelf vervloeken en verwensen omdat ik mijn tijd hier vermorste, mij onledig hield met dwaasheden en mezelf maar wat wijsmaakte? Zou ik kunnen denken dat ik ergens, als was het maar op één enkel welbepaald moment, voor één enkel iemand iets deed dat van betekenis was, blijvend, permanent. Iets goed, in plaats van onbenullig, banaal, voorbijgaand.

Of zou ik enkel willen dat ik een beetje vriendelijker voor mijzelf was geweest?

 

Read Full Post »

Comme d’habitude.

Deze herfst is in geen enkel opzicht uitzonderlijk te noemen. Een storm en regenachtige dagen. De eerste vrieskou en de duisternis comprimeert de dagen tot acht schamele uren van enigszins licht. Soms een heldere morgen, snijdende wind uit het Oosten, de kou hapt in je oren en je wangen. Waar heb ik mijn handschoenen gelaten, waar mijn sjerp en waar mijn levenslust?

De aarde ellipst in een razend tempo rond de zon, zoals ze al miljarden jaren deed. Lichtjes gekanteld, alsof ze luistert naar die reusachtige vuurspuwende bol. Waar de stralen van Helios niet reiken is het kouder dan koud, zwart en ijzingwekkend stil. Minder dan een maand van hier zal het licht weer winnen, een seconde met een keer. Daar hebben wij geen verdienste aan, noch onze wanhopige rituelen. Het is de winterzonnewende, het logische verloop van de dingen geheel buiten ons om.

Papier is gewillig en gehoorzaam. Vellen grijs krantenpapier lenen zich stoïcijns tot het reproduceren van onzin, in tienvoud, in honderdvoud en in veelvouden daarvan. Stel: op een dag heeft het papier er genoeg van drager te zijn van kortzichtige meningen, tendentieus gebral, ononderbouwde stellingen, foute cijfers, cirkelredeneringen, spiritueel gekakel en al het andere dat ondoordacht, arm, schraal en mager is. Het papier wil niet langer het dociele slaafje zijn van de letterzetter en ontvlamt nijdig onder de hand van de schrijver die in het witte blad een bondgenoot zag voor het verkondigen van wat geneuzel in de marge. Zelfgenoegzame ijdelheid en intellectuele luiheid herleid tot een betekenisloos rookpluimpje. Een vingerwijzing, ezelsoren, een tik op de vingers, een strenge aanmaning voor volgende maal beter.

Ook het oude papier doet mee: heelder edities, jaargangen, bijlages van kranten, tijdschriften, magazines en onbenullige boeken volgen het voorbeeld van Jan Palach, anonieme Tibetaanse monniken in hun oranje gewaden en de Tunesische straatventer Bouazzi. Pijnlijke zelfvernietiging als protest. De fik er in! Het vuur ontziet niets dat brandbaar is, klimt hoger dan de flatgebouwen van de stad, hoger dan de wolken zelfs. Het brult woedend, slokt alles op, smelt het stevigste metaal, de vogels vallen dood uit lucht en in een muil van vuur en vlammen. De blinde razernij stop ooit. Wanneer? Simpel: op het moment dat de wetten van de fysica dat dicteren. De zuurstof raakt ooit op.

Daarna.

Miljarden asvlokken vervuilen de atmosfeer, schermen de planeet van de zon af. De uitbarsting van de Krakatau is er niets tegen. Uiteindelijk slaat het stof neer, decimeters dik op daken, auto’s en straten. Een grijze brij taaie vuiligheid. De materiële neerslag van de drek die ons elke dag wordt aangeboden als waarheid, advertorials, testimonials, reclameblokken, lifestylebijlages vol weerzinwekkende advertenties. Leugenachtige prenten die ons tot kopen moeten aanzetten.

De aslaag verstikt het oude, verbergt het en laat nieuwe dingen kiemen in de eerste lente. Groen, puur en onbedorven.

Nederig poetsen wij onze eigen schoenen, ook de heren schrijvers onder ons die elegante veterschoenen dragen, handgemaakt en uit het fijnste krokodillenleer. Wij nemen een blikje schoenpoets, rond van vorm. Openen het en worden geraakt door de typische geur, de glans. Een vod, gemaakt uit een oude kussensloop wikkelen we rond onze wijsvinger en zo brengen we de crème op het leer aan. Rijkelijk de neus van de schoen bewerken. Daarna de andere schoen, die men heeft ontdaan van modder en andere sporen van het buitenleven. Laat de Cavaseul intrekken en geef u over aan contemplaties en gedachten die nergens in het bijzonder heengaan.

Laat u treffen door het inzicht dat het moeilijker is de hand te reiken dan de vinger te wijzen.

Read Full Post »

Met J.M.H. Berckmans in gedachten. 

Dat we naar de kloten gaan, naar de haaien. De kabeljauwskelder, ware het niet dat de kabeljauw tegenwoordig stukken van mensen kost en ge dus als arme luis niet meer moet proberen om in die kelder binnen te geraken. De mannen van de loge zitten er al, en van de Rotary, de Rotaract, de Lions club en die rijke stinkerds van De Warande. Dat er quasi geen kabeljauw meer is, dat is dus het bewijs dat we naar de kloten gaan, naar de haaien. Of moet ik hier nog eens het blokje rond lopen misschien?

Weet ge wat het is, ik zal u zeggen wat het is, dan zult ge weten wat het is. Het is dat we nooit nog voor een ander iets doen. Ah nee, want we zijn zelf allemaal veel en veel te speciaal geworden. Gaat gij tegenwoordig nog eens aan de schoolpoort staan en luistert gij eens naar al die namen van die speciale kindjes. Billie-Jean en Billie-Bob en Billie-kust-mijn-kloten-godverdomme. En Pixie en Trixie en Tita fucking tovenaar en Storm en Winter en Zomer en Lente en voor mij een pizza Quattro Stagioni alstublieft. En de mama’s en de papa’s zeggen aan die kindjes: ONTPLOOI u nu toch eens en ontwikkel ne keer al uw talentjes want gij zijt de beste en de schoonste en mooiste en gij gaat rijk worden en beroemd worden en gij gaat kanker de wereld uit helpen. Gij, mijn kleine individuutje, gij kunt alles worden en gij zult zeeën kunnen splijten en waar gij hebt gestapt bloeien duizend bloemen.

Want het individu is het alfa en het individu is het omega en het individu is de maat van alle dingen. En wat gij wilt is het evangelie en wat gij wilt dat moet direct en ook liefst onmiddellijk en vlug een beetje. En uit de weg, gij gehandicapte, gij arme drommel en lig niet in mijn weg te stinken in het metrostation terwijl ik op weg ben naar mijn bankier of ik schop u dood. En gij daar, zwanger vrouwmens met nog een buggy met nog een koter in, gij moet vooral niet peinzen dat ik u ne keer zal helpen als gij daar staat te sukkelen. Ik heb mijn koptelefoon op en ik hoor u niet en ik zie u niet en daarbij, gij had gij maar rapper moeten zijn.

Ik moet, ik wil, ik ga en ik zal, en na mij de zondvloed. En ge moet gij vooral niet peinzen dat ik mij zal verexcuseren voor dit of dat of ‘t dees of ‘t geen en hier en ginder. Wat zegt ge? Een groter goed, een groter geheel, helemaal buiten mij om? Goed zot zijt ge, zeg dat ik het u gezegd heb. Mijn auto, mijn geld, mijn vakantie, mijn vrijheid om gelijk een onnozelaar in de file te staan. En dat ik aan u niets moet geven en dat ik aan u niets te verantwoorden heb. Dat het enige dat telt mijn winst is en mijn ROI en mijn bonus en mijn dik vet huis.

‘t Is pakken wat ge pakken kunt, en vreten voor ge opgegeten wordt en de mens is nen hond die den andere hond opvreet gelijk een lekker hapje. En als gij lief wilt zijn en aardig en goed, dan moet ge dat maar doen in uwen eigen tijd. (En val er een ander niet mee lastig).

Read Full Post »

In den beginne was er de Ondernemer en de welvaart was bij de Ondernemer, en de Ondernemer was welvaart. En de Ondernemer sprak: laat er welvaart zijn en er wàs welvaart.

En op de eerste dag schiep de Ondernemer de markt en het geld. En er werd gekocht en geruild en de eerste charlatans doken op.

En op de tweede dag schiep de Ondernemer banken en wissels en waardepapieren en de lening en de afbetaling, zodat er nog meer gekocht en verkocht kon worden. En de Ondernemer leerde de consumenten kopen op krediet en inde woekerrentes, zodat hij rijk werd.

En op de derde dag schiep de Ondernemer een belangenorganisatie en hij liet die leiden door zijn eniggeboren Zoon met de lippen die vrouwen in het hele land deden verlangen naar fluwelen kussen en een muntjesfrisse adem. En de belangenorganisatie droeg het Ondernemersevangelie uit en preekte in de straten en op de pleinen en op de televisie en de radio. Voorwaar, ik zeg U, wat goed is voor de Ondernemer is goed voor allen. Want koopt en eet, en gij zult vrij zijn. En koopt en drinkt, en geeft cadeau’s met Kerstmis en Nieuwjaar en Valentijn en Pasen en Pinksteren en vergeet ook de Communies niet en Moederdag en Vaderdag en we smijten er op het einde van het jaar ook nog een Halloween tegenaan voordat we Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten op uw allen loslaten. Want zij die consumeren, zo zeg ik u, hen behoort het rijk der tevredenen toe.

En op de vierde dag schiep de Ondernemer de reclame en advertenties en spaarzegels en klantenkaarten en de solden en de sperperiode.

En op de vijfde dag schiep de Ondernemer de pop-up store waar hij brol van jaren geleden kon verkopen tegen veel te hoge prijzen.

En op de 6de dag schiep Hij de shoppingcentra en de beurzen. En Hij zag hoe zijn consumenten op zondag daarheen gingen om de tristesse van hun eenzame huwelijken te vergeten, en de grillen van hun kinderen te stillen met Luikse wafels, giftig roze suikerspinnen, slappe hotdogs, smakeloze hamburgers, softijsjes wemelend van bacterieën, mierzoete nepkoffies en frieten uit gebakken lucht. In naam van de consumptie en de gezelligheid waanden ze hun leven incompleet zonder geurkaarsen, gestileerde peper- en zoutvaten, gepolierde halfedelstenen, sierkussens, Bongobons voor belevingsweekends, handzeep met drukpompjes, fluogroene onderleggers, kaasschaven, plaids uit polyester, servetringen, LED-schermen, tabletcomputers, slimme telefoons, 40 verschillende kleuren nagellak, sushimatjes, aperitiefglaasjes, cocktailprikkers, tapaslepeltjes, een steengrill en een fonduestel en een raclettetoestand.

Hij zag hoe mensen als ijverige rijen mieren aanschoven aan de afrit wachtend op een plaatsje op een uitgestrekte parking van een winkelcomplex en hoe ze elkaar net niet de kop insloegen op het moment dat een rivaliserende auto hun plaatsje dreigde in te pikken. Er wordt slenterend en zuchtend 500 meter overbrugd naar de belevingswinkel. Muzak zoemt uit de luidsprekers en stompt de zintuigen verder af.

En op  de 7de dag wilde de Ondernemer zich te rusten leggen en naar het voetbal kijken. Maar Hij zag hoe heel zijn systeem rammelde en piepte en kraakte in al zijn voegen, hoe de luchtkastelen met stratosferische fundamenten weggevaagd dreigden te worden door turbulentie op hoog niveau. Hij verstond er geen kloten meer van, van al die aandelen, call opties, put opties, effecten, obligaties, kasbons, warrants, futures, coupons, bonds, naked shorts, swaps en forwards. De markt was ‘de markten’ geworden, een systeem als een Hydra. Gulzig slokt de slang haar eigen staart naar binnen.

Het water loopt steeds sneller naar de zee, en zij die al veel hadden werd veel gegeven. En zij die weinig hadden werd nog meer afgenomen. Want hoewel hij zich trots op de borst als Ondernemer klopte, in de ogen van de mastodonten was hij een kleine garnaal. Zij, met hun holdings en banken en lobbymannen en advocaten en juristen en fiscalisten en accountants en boekhouders en hun controllers. Met hun notionele intrestaftrek en risicokapitalen en investeringssubsidies en wetten en decreten en verordeningen op hun maat gemaakt.

En zij bleven buiten schot, terwijl Hij, de Ondernemer werd geplaagd en gepest en belast en uitgeperst als een limoen op weg naar een  Mojito. En hij klaagde steen en been en merg en pijp en huilde zich de ogen uit en de portefeuille leeg omdat hij zich van vijand had vergist.

Read Full Post »

Oh, wat heb ik het gehad met de jongens en de meisjes van deze tijd. Die in verwarmde koffiehuizen hun gedecafeïneerde lattes bestellen met afgeroomde sojamelk. Die opzichtig zuchtend lijden aan spleen en heimwee en melancholie en neerslachtig zijn. Ze herkauwen het leed van anderen, zwelgen in de bitterheid ervan en boetseren het met hun lange vingers om tot weemoedige zinnen. Minzaam nemen ze opgewonden kreetjes van bewondering in ontvangst. ‘Vergeet je niet, hoe ongelukkig ik wel ben?’ vragen hun ogen, hun handen, de bestudeerde snor, het slordige baardje, het gestileerde kapsel. ‘Vergeet je niet, hoe ongelukkig ik wel ben?’, vragen de kraagjes, de rokjes, de designerschoenen, de knoopjes en de sjaaltjes, de geverfde oogopslag en dat ene stomme puistje.

Ze hebben allergietjes en intolerantietjes, fobietjes en neuroses. Migraine die op goed uitgekiende momenten op komt zetten. Hooikoorts, zodat hun zomers nooit zorgeloos zijn. Ze zijn lethargisch, laf en week als oesters. Ze zijn overgevoelig en hogelijk begaafd, hypersensitief, creatief en ze weten maar al te goed wat synesthesie is. Hun hart doet zeer, hun ziel doet pijn, hun darmen zijn verkrampt. Ze slapen niet maar dromen wel. Ze eten niet, ze drinken wel. Ze roken sigaretten op het perron, want ze zijn altijd onderweg. Ach, wat is hun leven zwaar. Men verwacht hen op premières, op een lezing, op een avond waar hun talenten gevierd zullen worden. Ze kondigen aan duizend keren te sterven aan het onbehagen van de dag.

Wie houdt hen vast, vragen ze? Wie troost hen en fluistert hen lieve woordjes toe? Wie legt hen aan de moederborst, zoals het vroeger was? Wie dekt hen toe, wie houdt de wereld buiten, de duisternis weg. Wie zegt hen dat alles goed komt? Wie leest hen sprookjes voor en drenkt hun koekjes in de met honing opgewarmde melk? Wie geeft hen het mooie meisje? Wie koopt hen de jurk van een bruid?

Dan zullen zij zeggen dat zij anders gehouden willen worden, zachter liefst en ook niet daar. Zij zullen de troost weglachen en zeggen dat je lieve woordjes banaal zijn, hun verheven ziel onwaardig. Zij zullen bijten in je borsten en grijnzen om de wonden die zij daar achterlaten. Je verhaaltjes zullen hen vervelen, zoals het hele leven hen verveelt.

Ze kennen de mensen die mensen kennen. Ze hebben de baantjes die je zou willen, als je wat jonger was geweest. Ze zijn de elite van hun tijd. Ze hebben de telefoon die je zou willen, de kleren die je zou willen, de smaak die je zou willen. Ze komen in de krant of op de radio en op TV. Ze hebben problemen die je zou willen.

Read Full Post »

Wide awake.

Vorige nacht lag ik nog eens wakker. Onder mijn ribben deed het zeer, rechts onder het middenrif. De gal die ik niet kan spuwen wordt langzaam steen. Ik maande mijn hart tot rust aan, sprak mijn gedachten streng toe. Vandaag loop ik rond in een lijf dat twijfelt en met een hoofd dat hapert.

Zondagnacht werd ik wakker en ik moest mijn vingernagels uit mijn handpalmen plukken. Mijn nek weigert nog langer het gewicht van mijn hoofd te torsen, mijn armen zijn lam en nutteloos. Ik weet niet meer waarheen in dit glazen huis. Ik zou licht en vrij willen zijn, zoals klaprozen in een berm.

Maar ik ben een mier, gevangen onder jouw vergrootglas. Ik leef met jouw speldenprikken op mijn gevoelige plekjes zoals het holletje achter mijn oorlel of mijn hart, die verdomde sentimentele spier. Je doet alsof je niet weet welke woorden mij raken als scherpe kiezels uit een katapult. Dan leg ik mij op de tafel, naakt en ik wijs één voor één mijn blauwe plekken aan. Jij kijkt ze weg.

Je bekent enkel wat ik al weet, en dan nog. Zelfs nu serveer je mij enkel je stille zwijgen. Jouw geheimen zijn reusachtig als de bergen. Je verdwaalt. Mijn aanwezigheid is een zweepslag, elke keer weer.

Wat moet ik doen, nu jij je ogen lijkt te willen opeten van spijt? Niets.

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.508 other followers