Voor wie het nog niet wist; de voorbije weken heb ik Nieuw-Zeeland verkend in de oude Subaru Impreza van mijn schoonbroer. Onderweg legden wij ons hoofd te rusten in ‘hostels’, waar men de jongere en minder gefortuneerde reiziger (ook wel ‘backpacker’ genoemd) onthaalt. Je huurt dan een bed in een slaapzaal en je krijgt beschikking over niet altijd even propere sanitaire faciliteiten en een keuken waar je je eigen potje kunt koken. De sfeer is ongedwongen, familiair. Omdat je de hele tijd op elkaars lip zit is verbroederen met de andere aanwezigen bijna verplicht.
Maar het zijn niet enkel jonge rugzaktoeristen die in deze jeugdherbergen hun opwachting maken. Er zijn ook een aantal andere categorieën op te merken. Eén daarvan is het vreemde vrouwtje. Elk hostel heeft op zijn minst één exemplaar in stock.
Het vreemde vrouwtje is een oudere dame. (Nee, niet oud! OudER, heb ik gezegd). Ik schat haar zo’n jaar of 55. Ze is een beetje te dik, maar dat is misschien een beetje eigen aan de leeftijd. (Merk het woord ‘misschien’ op!). Ze heeft grijzend haar, dat ze langer draagt dan haar leeftijdsgenoten. Waarschijnlijk is ze altijd een meisje gebleven. Haar kleren moeten vooral gemakkelijk zitten. Ze zijn niet noodzakelijk praktisch voor het reizen, en al helemaal niet flatterend. Het laatste exemplaar dat ik zag droeg een wijde witte driekwartsbroek die haar in geen tijd de bijnaam ‘pampertje’ opleverde.
Het is niet helemaal duidelijk waar het vreemde vrouwtje vandaan komt, of waar ze heen gaat. Ze reist alleen, dat is wel zeker. Je vermijdt het een beetje om in een gesprek verwikkeld raken, omdat je vreest dat ze je dan als haar nieuwe beste vriendin zal beschouwen en zich aan je zal vasthechten als kleefkruid. Je hebt geen zin in de ongemakkelijke sociale interactie op het moment dat je zult moeten zeggen dat je alleen op stap wil gaan.
De vreemde vrouwtjes lijken in een permanente staat van verbijstering te verkeren. Werden ze net door hun echtgenoot in de steek gelaten na een huwelijk van 35 jaar? Hebben ze net een ingrijpende persoonlijke tragedie meegemaakt? Lazen ze in een zelfhulpboek dat ze alles wat ze vroeger kenden overboord moeten gooien en godbetert op zoek naar zichzelf moeten gaan? Is het een combinatie van al die dingen?
Pampertje kwam in op hetzelfde moment als wij aan in het Tongariro National Park. Eén of andere bus had haar daar afgezet. Nu is in dat park niet veel anders te doen dan wandelen. (Hiken, zoals we hier zeggen). In de winter kun je er skiën en snowboarden. Pampertje – die blijkbaar in Nieuw-Zeeland woont – had nog nooit over het park en de bijhorende activiteiten gehoord. Toch zou ze de dag na ons ook de dagwandeling doen. Je klimt daarbij tot bijna 1.800 meter en legt een afstand van ongeveer twintig kilometer af. Gelukkig had ze ergens goede wandelschoenen op de kop getikt. Ik dacht vertederd ‘God Bless’ toen ik haar om 7h15 zag staan in haar beduimelde driekwartsbroek. En ik hoopte ook dat ze in dat rugzakje van haar nog een regenjasje en een warme trui zitten had.
In Taupo zag ik het vreemde vrouwtje van dienst ongeveer een kwartier lang friemelen aan het verpakte pluimvee dat ze later zou bereiden en opeten. In die tijdspanne slaagde ze er in om een minieme hoeveelheid vlees los te pulken. De rest van de rauwe kip verpakte ze na de maaltijd in plastiek folie. Op een manier die een zenboeddhist zou goedkeuren. Het duurde ook weer ontzettend lang, en elke minieme handeling werd na grondig denkwerk uiterst minutieus uitgevoerd. Desnoods werd er dertig maal herbegonnen. Misschien brengt ze een cursus mindfulness in de praktijk, troostte ik mezelf.



