De dagen worden langer, daar aan de andere kant van de wereld. Mijn zus post foto’s van plaatsen waar ik vorig jaar was en ziet haar zomer naderen. Ik mis haar.
Onuitstaanbaar is ze. Koppig, asociaal en grofgebekt. Altijd moet ze gelijk hebben, zonder uitzondering. Ze kan 1 wenkbrauw tegelijk optrekken, zodat ze nog meer minachting in haar blik kan leggen dan gewoonlijk. Ze is mijn kleine zus, ons kakkernest. Eerst heeft ze mijn ouders tot wanhoop gedreven, daarna het lerarenkorps van twee scholen. Vervolgens een stuk of wat werkgevers. In de tussentijd vertrok ze naar Frans Guyana, waar ze in de jungle aldaar op zoek ging naar onbekende indianenstammen. In het midden van die zoektocht kreeg ze een gigantische ruzie met haar vriendje, en die verdomde indianen lieten zich ook al niet vinden. Zo blut als een otter woonde ze weken in de buurt van Cayenne in een container. Toen kreeg ik een brief: of ik eens aan ons moeder kon vragen of die misschien een ticket terug naar België kon betalen. Zonder veel plichtplegingen werd de verloren dochter terug in de armen gesloten. Maanden aan een stuk deed ze het ene luizenjobje na het andere om mijn ouders te kunnen terug betalen.
In 1999 vertrok ze naar Ierland, gelokt door het gebrul van de Keltische tijger en de hoop dat ze daar niet of minder zou worden beoordeeld op haar gebrek aan diploma. Ryanair had een paar jaar goede klanten aan onze familie.
In 2008 was het oude liefde die haar lokte. Ze ging zo ver weg, dat verder gaan terugkeren is. Drie jaar zag ik haar niet, hoorde haar sporadisch. Sinds vorig jaar weet ik hoe ze woont en welke weg ze elke dag neemt naar de ferry om naar haar werk te gaan. Ik heb vrienden van haar ontmoet en haar schoonmoeder. Ik vraag me af wat er in haar moestuintje groeit (jaja, de wildebras van vroeger houdt zich nu bezig met groensels kweken). Ik ben in haar supermarkt geweest en ik heb doodsangsten uitgestaan in de passagierszetel van haar auto.
Sinds een paar weken droom ik geregeld van Nieuw-Zeeland en word ik wakker met het verlangen om daar te zijn. Gewoon, om te babbelen met haar en ze nog eens vast te pakken. Om te ondervinden of ze nu al beter kan rijden, of dat vertrekken van op een kleine helling met haar nog altijd een kwestie is van stilvallen, herstarten en dan met gierende banden de straat op te scheuren. Om nog eens een avond bij een glas wijn te zeveren en twee uur later te denken ‘laat maar’ als ze weer eens zo nodig moet denken dat zij altijd juist is en de rest van de wereld verkeerd. Om te giechelen gelijk twee kleine meiskes als we Hollanders Engels horen klappen.
Om maar te zeggen: het duurt vast geen 5 jaar meer, voor de berg nog eens naar Mohammed trekt.










