Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Reizen’ Categorie

Rode wijn.

De dagen worden langer, daar aan de andere kant van de wereld. Mijn zus post foto’s van plaatsen waar ik vorig jaar was en ziet haar zomer naderen. Ik mis haar.

Onuitstaanbaar is ze. Koppig, asociaal en grofgebekt. Altijd moet ze gelijk hebben, zonder uitzondering. Ze kan 1 wenkbrauw tegelijk optrekken, zodat ze nog meer minachting in haar blik kan leggen dan gewoonlijk. Ze is mijn kleine zus, ons kakkernest. Eerst heeft ze mijn ouders tot wanhoop gedreven, daarna het lerarenkorps van twee scholen. Vervolgens een stuk of wat werkgevers. In de tussentijd vertrok ze naar Frans Guyana, waar ze in de jungle aldaar op zoek ging naar onbekende indianenstammen. In het midden van die zoektocht kreeg ze een gigantische ruzie met haar vriendje, en die verdomde indianen lieten zich ook al niet vinden. Zo blut als een otter woonde ze weken in de buurt van Cayenne in een container. Toen kreeg ik een brief: of ik eens aan ons moeder kon vragen of die misschien een ticket terug naar België kon betalen. Zonder veel plichtplegingen werd de verloren dochter terug in de armen gesloten. Maanden aan een stuk deed ze het ene luizenjobje na het andere om mijn ouders te kunnen terug betalen.

In 1999 vertrok ze naar Ierland, gelokt door het gebrul van de Keltische tijger en de hoop dat ze daar niet of minder zou worden beoordeeld op haar gebrek aan diploma. Ryanair had een paar jaar goede klanten aan onze familie.

In 2008 was het oude liefde die haar lokte. Ze ging zo ver weg, dat verder gaan terugkeren is. Drie jaar zag ik haar niet, hoorde haar sporadisch. Sinds vorig jaar weet ik hoe ze woont en welke weg ze elke dag neemt naar de ferry om naar haar werk te gaan. Ik heb vrienden van haar ontmoet en haar schoonmoeder. Ik vraag me af wat er in haar moestuintje groeit (jaja, de wildebras van vroeger houdt zich nu bezig met groensels kweken). Ik ben in haar supermarkt geweest en ik heb doodsangsten uitgestaan in de passagierszetel van haar auto.

Sinds een paar weken droom ik geregeld van Nieuw-Zeeland en word ik wakker met het verlangen om daar te zijn. Gewoon, om te babbelen met haar en ze nog eens vast te pakken. Om te ondervinden of ze nu al beter kan rijden, of dat vertrekken van op een kleine helling met haar nog altijd een kwestie is van stilvallen, herstarten en dan met gierende banden de straat op te scheuren. Om nog eens een avond bij een glas wijn te zeveren en twee uur later te denken ‘laat maar’ als ze weer eens zo nodig moet denken dat zij altijd juist is en de rest van de wereld verkeerd. Om te giechelen gelijk twee kleine meiskes als we Hollanders Engels horen klappen.

Om maar te zeggen: het duurt vast geen 5 jaar meer, voor de berg nog eens naar Mohammed trekt.

Read Full Post »

Aan de slag in Nieuw-Zeeland

Eerder deze week droomde ik over mijn zus, die in Nieuw-Zeeland woont. Ik ben er veel mee bezig op dit moment, omdat ik voel hoe de donkere dagen van de herfst en de winter dichterbij sluipen. Het is niet de kou, de wind of de regen waar ik mee inzit. Wel de grauwheid en de duisternis die zo lang alles zullen overheersen. De rit naar het werk in het pikdonker en tegen dat je terug thuis bent lijkt de nacht wel al gevallen. Overdag moet je opkijken naar een deprimerend grijs wolkendek dat de tristesse van onze Vlaamse provinciesteden benadrukt. Soms ga ik in die periode naar de zonnebank. Niet omdat ik er wil uitzien als een wortel, maar omdat ik die warmte en dat licht gewoon teveel mis tijdens de winter.

Vorig jaar heb ik zo geen last van gehad, omdat ik van half december tot half januari bij mijn zus op bezoek was, terwijl het daar hoogzomer had moeten zijn. Ok, het was daar toen de natste zomer in jaren en het kon ook al eens grijs zijn, maar ik was toch content dat het vroeg klaar werd en de avond pas viel op het moment dat het ook echt avond was.

Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik de magie rond Nieuw-Zeeland niet goed snap. Ok ja, het is daar wreed schoon, maar het eten trekt daar op niet veel, tenzij je zelf kookt natuurlijk. Het ironische is natuurlijk dat ik – die eigenlijk liever in Europa reis – nu om de 5 jaar of wat toch eens naar het andere einde van de wereld zal moeten trekken als ik mijn zus nog eens wil zien. Maar goed, er zijn erger dingen natuurlijk.

Werk.

Het gerucht doet de ronde dat het ontzettend moeilijk is om naar Nieuw-Zeeland te emigreren of er te werken, maar dat moet toch wel een beetje genuanceerd worden. Vergeet niet dat het land ontzettend dun bevolkt is, zeker het Zuidereiland. We spreken hier over  ongeveer 4 miljoen inwoners in een land dat ongeveer 9 maal zo groot is als België. Daarvan wonen er nog eens ongeveer anderhalf miljoen in Auckland. Als je daar dan nog eens een gestage uitstroom bij telt van jonge arbeidskrachten richting Australië, dan is het geen wonder dat bijna elk beroep dat geschoold personeel vereist een ‘knelpuntberoep’ is. Verplegend personeel, dokters en IT’ers zijn enorm gegeeerd, maar ook iedereen die kaas heeft gegeten van mechanica of in de bouw iets kan betekenen is welkom. En als je dat allemaal niet kunt, volstaat het dikwijls de handen uit de mouwen te willen steken bij de een of andere boer of een fabriek.

Jonger dan 30? 

Wie jonger is dan 30, gezond van lijf en leden en hier geen zaken heeft uitgestoken die je een strafblad hebben opgeleverd komt bijna per definitie in aanmerking voor een ‘work permit’ met een geldigheidsduur van 1 jaar. Voor zover ik goed geïnformeerd ben, kun je dat op voorhand aanvragen of je kunt het papierwerk ter plaatse in orde brengen.

Met je ‘work permit’ kun je tijdens het juiste seizoen uiteraard, vrij snel werk vinden op de één of andere boerderij. Dikwijls kun je zelfs op voorhand al solliciteren. Ik ben tijdens mijn reis vorig jaar een boer tegengekomen die een voorkeur had voor Denen of Zweden, maar Europeanen in het algemeen liggen goed in de markt. De kerel in kwestie zorgde zelfs voor logies en stelde zijn seizoensarbeiders zelfs een camionette ter beschikking, zodat ze tijdens hun vrije tijd konden rondtoeren.

Auto. 

Over een auto gesproken: het is een veel voorkomende praktijk van mensen die langere tijd in NZ verblijven om een auto te kopen. Wie een beetje het internet afspeurt vindt een boel mensen die hun auto verkopen, een WOF (Warranty of Fitness) inclusief. Zo’n WOF is te vergelijken met onze keuring, en een auto krijgt meestal een WOF van 6 maand. Een verzekering is niet verplicht, een WOF wel.

Hostels. 

Nieuw-Zeeland is bezaaid met hostels (jeugdherbergen). Je kunt er privé-kamers huren of een bed in een gemeenschappelijke kamer (dorm) tegen een schappelijke prijs. Maar wat meer is: het zijn ook hotspots voor werkgevers en werkzoekenden. In veel hostels kun je bijvoorbeeld in ruil voor een paar uur werk per dag gratis onderdak krijgen. Op de prikborden vind je werkaanbiedingen allerhande: horeca, boerderijwerk, taallessen geven, …

Zwart. 

Deze sport is Nieuw-Zeelanders onbekend. Alhoewel er heel wat minder papierwerk aan te pas komt bij bijvoorbeeld het onbezoldigd werken, er is geen werkgever die het in zijn hoofd zal halen om je werk te geven als je niet in het bezit bent van een werkvisum.

Links: 

Volgende links helpen je al een eind op weg voor wie de grote stap wil wagen. Het zijn er maar een paar en er zijn verder legio plaatsen op het internet waar mensen vertellen over hun ervaringen en tips uitwisselen. Je kunt er een heel leven over lezen en het nooit doen!

http://www.newzealandnow.govt.nz/working-in-nz : site van de overheid die alles op een overzichtelijke manier uitlegt en waar je je zoektocht kunt beginnen.

http://www.backpackerboard.co.nz/ : site waar er jobs aangeboden worden, specifiek gericht op het backpackers publiek.

http://www.couchsurfing.org/ : Couchsurfing heeft een redelijk uitgebreide NZ- sectie, waar je zeer veel reis- en werktips kunt vinden.

 

Read Full Post »

Autorijden in het buitenland, waar het landschap ruw wordt en de wegen nauwelijks aangelegd. Klimmend langs steile bergflanken de paardenkracht van de huurwagen voelen. Het wordt pas leuk als het een beetje moeilijk gaat, de motor brult en je moet schakelen en terugschakelen tot je boven bent. Ondertussen hopen dat er geen tegenligger komt die je tot onuitvoerbare manoevers dwingt. Dan dalen tot je oren ervan ploppen. Ik ben veel liever onderweg dan aangekomen.

De radio murmelt op de achtergrond, een onverstaanbare presentator kondigt melige hits aan uit je jeugd. Dat versterkt het gevoel niet enkel in een ander land te zijn, maar ook in een onontdekte tijszone of een nieuwe dimensie. Het lijkt alsof je altijd al hier was, en voor altijd hier zult blijven. Elke reis is een nieuwe Toverberg. De zee is altijd blauwer, de groenten smakelijker, het vlees sappiger en de mensen vriendelijker. Ik geef mijn geld uit alsof ik een miljonair ben.

Plots de droeve stem van Tracey Thorn. De enige vrouw ter wereld die een zin als ‘And I miss you / Like the desert miss the rain’ geloofwaardig doet klinken. Deze keer covert ze met haar lage klagende stem een nummer dat ik ken in de versie van Rod Stewart. I don’t want to talk about it / how you broke my heart / If I stay here just a little bit longer, ….

In dit licht zien de dingen er anders uit, in de hitte neemt de werkelijkheid andere vormen aan. Nieuwe geuren, plaatsen, gezichten, smaken, vormen verblinden mijn zintuigen, maken me euforisch, roekeloos.

Ik gebruik een reddingsboei voor ik kopje onder ga.

Read Full Post »

Portugal.

De wind tuimelt hier over het land. Ik word er wakker van, ‘s nachts, als ik in de tent slaap. Het is niets, bedenkt mijn brein nog net voor ik weer in mijn dromen duik. De grond hier is hard, droog en ondoordringbaar tenzij door hard labeur. Alle tinten rood, vuil roze, provocerend brons, roestbruin. Boompjes, struiken, planten, …. Alles lijkt tegen de aarde aan te schurken, blijft laag om zich tegen de zon te verweren. En toch is alles groen, alsof vlak onder de oppervlakte rijkelijk levengevend water stroomt. Je kunt je hier de regen zo niet voorstellen.

Aan de kust clusters hoogbouw. Smakeloze gevangenissen voor toeristen die er om vragen uitgeschud te worden. Op het strand een schaamteloze parade wit uitpuilend vlees en lelijke tatouages. Het contrast van he Engelse gesnauw en het zangerige Portugees. In het binnenland charmante stadjes, steegjes die omhoog kronkelen, spekglad geplaveid met witte kasseitjes. Een Moors kasteel met daarnaast triomfantelijk een kerk. Politie agenten strak in uniform en zo glad geschoren dat ik de neiging heb om mijn hand uit te steken en hun kaken te strelen. In vlekkeloos Engels legt een van hen me uit waar ik heen moet.

Een vakantie, een reis wordt dikwijls getekend door het boek dat je leest onderweg. Het is De Scherpschutter van Stephen King, het eerste deel van de cyclus van De Donkere Toren. Terwijl de temperatuur overdag klimt tot 35 graden, lees ik hoe King de meedogenloze hitte van een vreemde woestijn beschrijft. Een vreemde overlapping, mijn lippen barsten, hoe veel ik ook drink.

Ik word constant omringd door een zoet, subtiel aroma. Hier groeit nootmuskaat aan de bomen, er zijn velden vol lange rijen sinaasappelboompjes. Op de meest onmogelijke plekken, de berm van de autostrade bijvoorbeeld, plots een uitbarsting van bloemen in felle kleuren. Een palm vol dadels, bougainvillea’s zoals in de romans van Marquez.

Mijn huis lijkt zo ver weg, alsof het in een andere tijd ligt.

20120713-213229.jpg

Read Full Post »

Een vreemd vrouwtje.

Voor wie het nog niet wist; de voorbije weken heb ik Nieuw-Zeeland verkend in de oude Subaru Impreza van mijn schoonbroer. Onderweg legden wij ons hoofd te rusten in ‘hostels’, waar men de jongere en minder gefortuneerde reiziger (ook wel ‘backpacker’ genoemd) onthaalt. Je huurt dan een bed in een slaapzaal en je krijgt beschikking over niet altijd even propere sanitaire faciliteiten en een keuken waar je je eigen potje kunt koken. De sfeer is ongedwongen, familiair. Omdat je de hele tijd op elkaars lip zit is verbroederen met de andere aanwezigen bijna verplicht.

Maar het zijn niet enkel jonge rugzaktoeristen die in deze jeugdherbergen hun opwachting maken. Er zijn ook een aantal andere categorieën op te merken. Eén daarvan is het vreemde vrouwtje. Elk hostel heeft op zijn minst één exemplaar in stock.

Het vreemde vrouwtje is een oudere dame. (Nee, niet oud! OudER, heb ik gezegd). Ik schat haar zo’n jaar of 55. Ze is een beetje te dik, maar dat is misschien een beetje eigen aan de leeftijd. (Merk het woord ‘misschien’ op!). Ze heeft grijzend haar, dat ze langer draagt dan haar leeftijdsgenoten. Waarschijnlijk is ze altijd een meisje gebleven. Haar kleren moeten vooral gemakkelijk zitten. Ze zijn niet noodzakelijk praktisch voor het reizen, en al helemaal niet flatterend. Het laatste exemplaar dat ik zag droeg een wijde witte driekwartsbroek die haar in geen tijd de bijnaam ‘pampertje’ opleverde.

Het is niet helemaal duidelijk waar het vreemde vrouwtje vandaan komt, of waar ze heen gaat. Ze reist alleen, dat is wel zeker. Je vermijdt het een beetje om in een gesprek verwikkeld raken, omdat je vreest dat ze je dan als haar nieuwe beste vriendin zal beschouwen en zich aan je zal vasthechten als kleefkruid. Je hebt geen zin in de ongemakkelijke sociale interactie op het moment dat je zult moeten zeggen dat je alleen op stap wil gaan.

De vreemde vrouwtjes lijken in een permanente staat van verbijstering te verkeren. Werden ze net door hun echtgenoot in de steek gelaten na een huwelijk van 35 jaar? Hebben ze net een ingrijpende persoonlijke tragedie meegemaakt? Lazen ze in een zelfhulpboek dat ze alles wat ze vroeger kenden overboord moeten gooien en godbetert op zoek naar zichzelf moeten gaan? Is het een combinatie van al die dingen?

Pampertje kwam in op hetzelfde moment als wij aan in het Tongariro National Park. Eén of andere bus had haar daar afgezet. Nu is in dat park niet veel anders te doen dan wandelen. (Hiken, zoals we hier zeggen). In de winter kun je er skiën en snowboarden. Pampertje – die blijkbaar in Nieuw-Zeeland woont – had nog nooit over het park en de bijhorende activiteiten gehoord. Toch zou ze de dag na ons ook de dagwandeling doen. Je klimt daarbij tot bijna 1.800 meter en legt een afstand van ongeveer twintig kilometer af. Gelukkig had ze ergens goede wandelschoenen op de kop getikt. Ik dacht vertederd ‘God Bless’ toen ik haar om 7h15 zag staan in haar beduimelde driekwartsbroek. En ik hoopte ook dat ze in dat rugzakje van haar nog een regenjasje en een warme trui zitten had.

In Taupo zag ik het vreemde vrouwtje van dienst ongeveer een kwartier lang friemelen aan het verpakte pluimvee dat ze later zou bereiden en opeten. In die tijdspanne slaagde ze er in om een minieme hoeveelheid vlees los te pulken. De rest van de rauwe kip verpakte ze na de maaltijd in plastiek folie. Op een manier die een zenboeddhist zou goedkeuren. Het duurde ook weer ontzettend lang, en elke minieme handeling werd na grondig denkwerk uiterst minutieus uitgevoerd. Desnoods werd er dertig maal herbegonnen. Misschien brengt ze een cursus mindfulness in de praktijk, troostte ik mezelf.

 

Read Full Post »

Naar huis.

Ik verlang naar huis. Naar mijn kloteland met een stomme winter, met een sullige regering en een premier met een strikje die ze zelfs hier kennen. ‘Interesting’, zo wordt hij hier omschreven. Een eufemisme voor homo zal het wel zijn.

Ik wil mijn dochter zien en merken dat ze mij helemaal niet zo heeft gemist als ik haar. Haar de cadeautjes geven die ik onderweg voor haar kocht, alhoewel de oogst op dat vlak op dit moment nogal mager is. Eindelijk haar rapport bekijken en het commentaar dat de leraren erbij hebben geschreven. Ik wil met haar gaan winkelen en haar kleren zien passen terwijl ik dan kan denken: zo was ik vroeger ook. Ik wil haar onwillige lijf vastpakken, en samen terug in onze gewone, zwijgzame routine vallen.

Ik wil door het regenachtige Gent lopen, op weg naar één of andere vriend of vriendin. Ik wil eindelijk het gevoel hebben dat 2012 wel degelijk is begonnen. Ik wil zien hoe er in die vijf weken niets is veranderd, dat alles aan de andere kant van de wereld gewoon op zijn plaats is blijven staan.

Ik wil luisteren naar de radio, en eindelijk nog eens goede muziek horen. Ik wil terug koken in mijn eigen keuken, de dingen die ik lekker vind zonder rekening te moeten houden met de voorkeur van een ander. Ik zal de groenten missen van hier, voller & smakelijker. Dat wel. Ik wil slapen in mijn eigen bed, zonder vreemd volk op de kamer. Ik wil mijn eigen kale living, waar ik alleen kan zijn als ik dat wil.

Als ik reis, is het om terug te kunnen thuis komen. Me nog eens te realiseren dat  dat absurde land mijn plek is, dat ik het niet zou kunnen missen zonder ziek te worden. Het is niet dat ik nooit van onder de kerktoren vandaan wil komen, versta me niet verkeerd. Maar een echte reiziger, die overal thuis is ben ik niet. Hoe mooi en fascinerend het hier ook is, ik blijf me voelen als in een droom. Het zoveelste mooie uitzicht is op den duur ook maar dat. Het dringt niet meer door, je zucht eens en haalt je schouders op.

In de hostels waar de jonge backpackers samen troepen voel ik me niet op mijn plaats. Zij zijn op jacht: de volgende baai, het volgende avontuur, de volgende ontmoeting. Het lijkt me vooral oppervlakkig, dat najagen van kicks. Er heerst een soort opbod. Wie stapte het verst, het hoogst, het langst? Hoeveel kilo droeg je op je rug? Zelden kom je iemand tegen die oog heeft voor hoe dit land gevormd werd, wie er tegen wie streed. De zogenaamde ongereptheid is hier niet meer dan marketing. Goede marketing, dat wel.

Heimwee dus. Nog 10 dagen, en ik ben terug thuis.

 

Read Full Post »

I love it when a plan comes together!

Ik zit hier dus nog steeds op Waiheke, bij mijn zus. Mijn zus is lid van de gezondheidspolitie en houdt van all things organic en de nodige dosis sport en spel. Vandaag werd ik meegetroond op een wandeling over berg en dal langs de kust. Vertrokken aan Little Oneroa Beach over Enclosure Bay en dan door McKenzie Reserve verder tot Palm Beach. Voor de notoire non-sporter die ik ben een fikse trot. Niet omdat de afstand zo lang is, maar wel omdat er een paar venijnige hellingetjes tussen zaten. Nu ja, ik geraak over het algemeen wel overal op voorwaarde dat ik het op mijn gemak kan doen.

Draad nummer 8.

Vorig jaar kreeg ik van mijn moeder het reisverslag ‘Een kneedbaar land‘ cadeau. Op zich is het niet bijster goed geschreven door Rudi Rotthier, maar het is wel erg interessant. Eens iets anders dan de zoveelste Lonely Planet uitgave die zegt waar je overal moet zijn om je mond te laten openvallen.

Ik heb gelezen over de beroemde ‘draad nummer 8 mentaliteit’. Daarin komen een aantal Nieuw-Zeelandse mythen samen. De mythe van de praktisch aangelegde bevolking. Draad nummer 8 diende om omheiningen voor schapen te construeren. En aangezien pioniers weinig anders bezaten werd die draad geacht alle problemen op te lossen, alle hopeloze problemen oplosbaar te maken: haperende gasgeisers, kapotte tractormotoren, en natuurlijk ingestorte omheiningen. Je geeft niet op, ook al kun je alleen een stukje metaaldraad voorleggen.

Dat reservaat waarover ik hierboven spreek is een sterk staaltje van die mentaliteit. In een residentiële wijk lag een klein bos, voornamelijk (ingevoerde) sparren. Omdat die wortels niet erg diep gaan, vreesde men bij een hevige storm een ravage. Een aantal buurtbewoners sloeg de handen in elkaar om alle sparren te vellen en nieuwe, oorspronkelijke begroeiing aan te planten. Je moet het maar doen!

De andere kant.

Voor je begint te denken dat ik volledig fan ben van het Anglo-Saksische model … Mijn zus had een afspraak met de huisdokter. In de wachtkamer zie ik plots een meisje van een jaar of negen dat maar 1 arm heeft. Of nee, wacht: ze heeft geen armen, enkel een paar stompjes waar ze een beker water mee probeert vast te houden. En what the fuck? Het kind heeft ook geen benen, maar waggelt rond op prothesen. Achteraf vraag ik mijn zus wat er zou gebeurd kunnen zijn met het kind. ‘Ah’, zegt ze, dat meisje heeft als baby een infectie opgelopen en men had de keuze tussen al haar ledematen amputeren of haar te laten sterven’. Hoe weet je dat?, vraag ik. Ewel, omdat dat kind regelmatig in de lokale krantjes staat als er weer eens beroep gedaan moet worden op de liefdadigheid om nieuwe prothesen of operaties te bekostigen.

Zonder deftige ziekteverzekering is men natuurlijk van de goede wil van anderen afhankelijk. Wie een ziekte heeft die niet zo goed in de markt ligt, of een wat afwijkende persoonlijkheid die de media niet tof vinden, die is er aan voor de moeite …

Going up North.

Ik wil hier natuurlijk geen vijf weken op mijn lui gat op dat eiland zitten. Mijn zus gaat vanaf maandag terug aan het werk en ik wil haar en mijn schoonbroer ook de nodige privacy gunnen. De afgelopen dagen heb ik dus op Couchsurfing wat potentiële reisgenoten gezocht, en het ziet er naar uit dat we elkaar vandaag ontmoeten om dan nog dezelfde dag of ten laatste morgen samen een auto te huren om het Noorden tot aan het uiterste puntje te gaan verkennen.

Dus als u mij nu dringend wil excuseren: ik moet mijn rugzak en mijn tent en mijn slaapmatje nog inpakken!

P.S. De foto’s zijn voor een keer van mijn hand. Sorry daarvoor …

Read Full Post »

Flarden.

  • Vandaag wordt het mooi weer, zo te zien. Gisteren regende het tranen met tuiten, zo erg was het in jaren niet geweest. Ik vreesde al een mysterieuze vervloeking waardoor ik gedoemd was alle zomers onder grauwe wolken door te brengenm gehuld in een K-W. Maar zie: vandaag is de lucht blauw en bijna wolkenloos. En ik heb nog geen bikini, mijn benen zijn nog niet glad. Het wordt hier dus nog druk vandaag.
  • Terug naar gisteren. Een adaptor gekocht. Geleerd dat de elektriciteit hier soms wegvalt. Een galerij bezocht waar ‘local artists’ hun werk tentoonstellen. Veel huisvrouwenvlijt, weinig kunst. Postkaarten gekocht en verstuurd.
  • Bijgekletst met mijn zus. Na het uitwisselen van de obligate nieuwtjes (wie deed wat, wanneer en met wie?) de eerste paar uren is het altijd wat zoeken naar een nieuw soort intimiteit vind ik. Mij ook voor het eerst gerealiseerd dat ik eigenlijk nooit heb gevraagd of ik hier wel vijf weken welkom was. Ik ging daar gewoon van uit …
  • De rest van mijn reis gepland. Op Couchsurfing geprobeerd om wat gelijkgestemde zielen te vinden die ook wat op hun gemak willen rondtrekken. Ik heb al iemand gevonden om van 3 tot 13 januari op het Zuidelijke eiland te reizen. Een vrouw van 28 die een mobilhome heeft gehuurd en iemand zoekt om de kosten te delen. Voor mij ligt het echte avontuur in de mensen, minder in de dingen die ik doe en de schone landschappen waar ik geen visueel geheugen voor heb. Ik zal mij later geuren herinneren, en hoe de maaltijd smaakte. Wie ik waar tegenkwam en hoe dat ging.
  • ‘s Avonds naar de cinema, omdat ik het beu was binnen te zitten. Op een eiland met 8.000 inwoners (20.000 in de zomer) hebben ze hier een ‘community cinema’. Supergezellig zaaltje waar je je het gemakkelijk maakt op de sofa’s die netjes geschikt zijn. Voor de hoofdfilm ook een paar filmpjes van lokaal talent, of wat daarvoor moet doorgaan. Ze zijn barslecht, maar ik ben er wel een beetje door gecharmeerd. De vakantie stemt me mild blijkbaar.
  • Wie nog de gelegenheid heeft, moet zeker eens gaan kijken naar ‘Submarine’, een fijne en grappige Engelse film over hoe lastig het is een tiener te zijn … En de muziek is van Miles Kane nog wel!

 

Read Full Post »

Impressies.

  • Als je met KLM vliegt, dan zit de kans er dik in dat je naast een Hollander zit in het vliegtuig. Of een Chinees. Die Hollands spreekt.
  • Nieuw-Zeeland is groen. En hoe komt dat? Omdat het hier veel regent, tiens!
  • Het Nieuw-Zeelands Engels is een beetje zoals het Luikse dialect: nasaal. Ik hoop maar dat ik nog geen blunders heb begaan door ‘yes’ te zeggen als het ‘no’ moest zijn en omgekeerd.
  • De gemiddelde vrouw hier kleedt zich in onflatterende shorts, stevige sandalen en sportshirts. Zonder twijfel zal ik hier de geschiedenis ingaan als een toonbeeld van verfijning en elegantie. Ik denk dat ik meer schoenen mee heb genomen dan de gemiddelde Nieuw-Zeelandse hier in haar kast heeft zitten.
  • Sommige mensen lopen hier rond op blote voeten. Op straat. (Mijn excuses dat ik daar zo obsessief over doorga, maar ik ben nogal een sucker for shoes).
  • De douanebeambte vroeg me of ik ‘tramping boots’ mee had. Ik zei ‘no’. Dan zei ik ‘yes’. Hij vroeg zich dan af of het nu ‘yes’ dan wel ‘no’ was, waarop ik hem het concept van bottines met een hakje probeerde uit te leggen. En of hij ze eens wilde zien? Hij was niet geïnteresseerd, wou gewoon weten of ik die tramping boots gebruikte in my country for in the bush or jungle. Ik antwoordde beleefd dat er in my country neither bush nor jungle te vinden was. Blijkbaar had ik de enige Nieuw-Zeelander te pakken die dat goed nieuws vond, want ik kreeg een stempel in mijn paspoort en mocht het land in.
  • Over dat paspoort nog eens iets. U moet weten dat ik op dat gebied een vreselijke neuroot ben, wat leidt tot ongelooflijke zenuwpezerij, waanvoorstellingen en nachtmerries. Mocht het niet zo belachelijk overkomen, ik zou drie dagen op voorhand op de luchthaven kamperen om toch maar niet te laat te komen en het vliegtuig te missen. Dus toen ik tijdens het inchecken in Zaventem de vraag kreeg ‘wie er in mijn paspoort had geschreven’ gevolgd door de opmerking dat dat ‘helemaal niet mocht’ ging mijn bloeddruk steil de hoogte in.
  • Mijn zus heeft op Waiheke een moestuin met twee rijpe aardbeien, een citroenstruik (ik kan dat met de beste wil van de wereld geen boom noemen), sluimererwten, worteltjes en rabarber. Volgens de laatste berichten die ik op dat front hoorde, is de prijs van de verse rabarber in België de laatste paar jaar spectaculair gestegen wat natuurlijk resulteerde in wilde plannen over import en export van verse rabarber die ons allemaal megarijk zou maken.
  • Op Waiheke is er een gehucht dat ‘Ostend’ heet en er loopt een ‘Belgium Street’ doorheen. We’re famous here!!

 

Read Full Post »

Tja, wat moet ik hier nu weer mee aanvangen? Ik weet niet eens wat ‘men’ van mij verwacht op dat vlak, laat staan dat ik mij aan deze mij onbekende verwachtingen zou kunnen of willen conformeren. Bovendien, ik kan ongeveer elk muziekgenre wel smaken in meerder of in mindere mate (schlagers en raggamuffin/dancehall en Level 42 niet te na gesproken). In dat opzicht ben ik – en Johan Sanctorum zal er blij om zijn – een eclectist pur sang. Net zoals de meeste mensen rondom mij wissel ik af tussen wat men ‘hoge cultuur’ en ‘lage cultuur’ noemt,

Langs de andere kant: vroeger was het wel beter. Op tekstueel gebied dan toch. Tegenwoordig is het allemaal van ‘I love you – you love me too – your eyes are blue‘. De Beatles gooiden er tenminste nog op tijd en stond een yeah-yeah-yeah tussen. Nee, maar serieus: tot diep in de jaren ’80 schreven ook de hardrockers (die toch door de rest van het muziekestablishment tot de niet zo slimme medemensen werden gerekend) poëtische teksten. Over gokken bijvoorbeeld (The Ace of Spades, van Motorhead), of over wat ze meemaakten tijdens hun verblijf aan een Zwitsers meer (Smoke on the Water, van Deep Purple). Ik vrees dat het op dat gebied verkeerd is beginnen lopen toen Stock, Aitken en Waterman zich er mee zijn gaan bemoeien.

The Dire Straits, het heeft een hele tijd geduurd voor je hardop mocht zeggen dat je daar fan van was. Voor de rockers waren ze te zacht en voor de new-wavers te mainstream. Voor de popliefhebbers dan weer te ingewikkeld vermoed ik, en de hoofdband van Marc Knopfler  heeft natuurlijk niet bijgedragen aan het hipheidsgehalte van zijn groep. Haarbanden en beenwarmers mogen dan nu weer in opmars zijn, maar in mijn wereld was dat de eerste keer in de mode rond 1982. Zowel haarband als beenwarmers verdwenen het volgende seizoen alweer in de kast, en op gevaar van onmiddellijke verbanning uit je peer group zorgde je er wel voor niet meer met die accessoires betrapt te worden.

De eerste keer dat ik kennis maakte met Dire Straits was in de turnles, toen ik in het eerste of tweede middelbaar zat. Onze lerares was nogal gek op dansen, en dat is een eufemisme. Het was de tijd van het jazzballet, Flashdance en Fame. En nu valt eindelijk mijn frank: zij zag in ons natuurlijk allemaal een West-Vlaamse versie van Leroy Johnson of Coco Hernandez! Terwijl ik maar een onhandige tiener was, met veel te grote handen en voeten en met een ontstellend gebrek aan ritmegevoel. Voor de één of andere opendeurdag had de juf besloten dat wij een dansje moesten doen op ‘Walk of Life’ van de Dire Straits. Horresco referens … Ik kwam altijd twee tellen te laat, draaide steevast naar de verkeerde kant en de blikken die de lerares mijn kant uitstuurde varieerden van medelijden (allez, hoe kun je dat nu niet kunnen?? hoorde ik haar denken) tot gefrustreerde woede (Wendy, hoe lomp kun je nu eigenlijk zijn?). En dat terwijl ik voor we de hele tijd moesten dansen in de turnles, altijd zeer goede punten had behaald voor L.O.

‘Brothers in Arms’ is trouwens verantwoordelijk voor een zeer intens autoradiomoment in mijn leven. Ik was in Bali, op reis met een vriendin. Het toerisme lag op zijn gat, door de aanslagen in 2005. Die reis had ik gewonnen, en we logeerden in een poepchique hotel met butlers die 24/7 tot onze beschikking stonden. Eén van die butlers had ons zijn vriend aangeraden om excursies te maken, omdat die beschikte over an airconditioned car. Voor ongeveer 20 € per persoon werden we dus de hele dag rondgereden van de ene bezienswaardigheid naar de andere. Nu reis ik wel graag, maar zo ver was ik nooit eerder geweest, op gezette tijden werd ik wel overvallen door een gevoel van ontheemdheid. Alsof ik ergens niet hoorde. Nu ik er zo over denk: ik reis vooral graag om terug thuis te kunnen komen.

Meestal zetten onze gidsen ons terug af aan het hotel voor het donker werd, maar die dag reden we ‘s avonds nog rond in de complete duisternis. Ik leunde met mijn voorhoofd tegen het raam, en keek in het pikzwarte gat. Wie ooit op reis is geweest in een gebied waar er niet elke twee meter een verlichtingspaal staat en je niet om de haverklap hel verlichte steden op je weg aantreft, weet hoe allesomvattend die duisternis is. Bij mij is die donkerheid genoeg om me helemaal alleen op de wereld te voelen, zelfs al zit ik in gezelschap in een auto.

Als je in die omstandigheden ‘Brothers in Arms’ op de radio hoort, dan heb je wel een zakdoekje nodig hoor …

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.508 other followers