Ik hoor dat u in dit land de eerste man bent die is opgestaan om te zeggen dat het zo niet langer verder kan. Dat u het bent die moedig, onversaagd en tegen de dictatuur van het politieke correcte denken in de puntjes op de i heeft gezet. U heeft, om het zo te zeggen, moedig de vinger op een lang zwerende wonde gelegd en de kat de bel aangebonden. Vastberaden en zonder omkijken treedt u op waar anderen blijven palaveren, gelijk enkel grote staatsmannen dat kunnen. De rest twijfelt, u neemt beslissingen zonder angst. Voorwaarts moeten wij, en u gaat stoutmoedig waar de rest bleef treuzelen.
Wij moeten de problemen durven benoemen en radicale oplossingen voorstellen. Zo, en enkel zo, zal dit land, deze regio uit het diepe dal van crisis, onkunde, laksheid, entropie, fatalisme, apathie en onverschilligheid kunnen klauteren. Wij hebben symbolen nodig en een identiteit. Vaandels, waar wij ons gezwind en met zijn allen achter kunnen scharen. Banieren, fier wapperend in de wind die ons aansporen verder te gaan, sterk en strak als Vlaamse kerels.
Het doet mij deugd, mijnheer de burgemeester van Aalst, dat u het bent die getuigt van visie en inzicht. Dat u het belang van de bevlagging van de gebouwen naar waarde schat. Al te lang werd deze belangrijke materie in handen gegeven van een onbetekenend ambtenaartje op de dienst ‘Protocol’. Het zou mij zelfs niet verwonderen dat de ambtenaar in kwestie halftijds werkte als hij al niet afwezig was wegens langdurige ziekte. U geeft de fiere Vlaamse leeuw – onderdeel van onze Vlaamse identiteit zoals ik u gisteren zo juist hoorde verklaren met grote stelligheid – de plaats die hij verdient. Prominent aanwezig, en niet weggemoffeld in een donkere kelder zoals jarenlang door de socialisten en hun handlangers werd gedaan.
Met lede ogen heeft u moeten aanzien hoe de campagne de afgelopen weken draaide rond onnozeliteiten zoals ‘mobiliteit’ of ‘betaalbaar wonen’ en ‘kinderopvang’. De prangende kwestie van de bevlagging der overheidsgebouwen? Schandelijk over het hoofd gezien! Gelukkig bent u wel in staat de hoofdzaken van de bijzaken te onderscheiden en het kaf van het koren.
Vlaggen. Ze zijn het antwoord op vele problemen. Ten eerste: zij moeten geproduceerd worden. Aalst kan terug de textielhoofdstad van het land, van Europa of zelfs de wereld worden. Aha! Daar hebben uw criticasters natuurlijk niet van terug. Laat de Aalsterse weefgetouwen terug snorren, dag en nacht, volcontinu! Aangezien de N-VA in nogal wat steden en gemeenten de burgemeester mag leveren is de afzetmarkt verzekerd. En niet van die goedkope polyesterbrol! Neen, de Vlaamse identiteit bestaat niet uit kunststof, maar uit zwaar gesponnen katoen, kleurvast.
Ten tweede: wie zijn gebouwen, straten, kerken en pleinen voldoende bevlagt is tenminste zeker van een schoon decor. Zeker als er her en der in uw stad nog halfvergane krotten zijn. Hang daar een Vlaamse leeuw voor, van 30 m² en er is niemand die dat nog ziet. Opsmuk is ook een onderdeel van de Vlaamse identiteit. We zullen aan niemand zeggen dat die Russische generaal Potemkin het u ooit al voordeed, en met groot succes nog wel.
Mag ik wel nog een goede raad geven? Ik zag u gisteren een paar keer zeggen dat Aalst een ‘warme’ stad is. Wel opletten daarmee: voor u het weet loopt uw stad vol negers die afkomen op die combinatie van warmte en leeuwen.
Wat iedereen – behalve Patrick Janssens zelf – van mijlenver zag aankomen. De Nieuw-Vlaamse Alliantie heeft de verkiezingen gewonnen in ‘t Stad en op de parking. Dat is blijkbaar moeilijk te verteren voor wie zich in Vlaanderen en België links noemt. Wie stemde voor de N-VA weet zich ‘slecht opgeleid’, terwijl anderen de minder eufemistische term ‘dom’ gebruiken. Goedele mag in De Standaard ongestoord verkondigen dat ze van De Wever moet stoppen met praten over seks (ondertussen haar nieuwe boekje ‘Start to Sex’ dat blijkbaar op elke salontafel te lande moet liggen promotend). In die andere kwaliteitskrant komt een professor zich zorgen maken over de manier waarop De Wever het stadhuis ‘fysiek’ inneemt, Termont meent plots referenties naar de jaren ’30 te ontwaren. Her en der duikt die oude foto van een kortgeknipte De Wever in het gezelschap van Le Pen terug op als ultiem bewijs dat hij wel degelijk een vuile, vorte NAZI is.
Afwezig.
Nevermind, dat Janssens ostentatief afwezig was tijdens de campagne, op een lullig tijdschriftje na. Laten we vooral over het hoofd zien dat hij weigerde rechtstreeks in debat te gaan met zijn uitdager. We schuiven zijn uitspraken à la ‘ik maak mij niet ongerust, mevrouw’ onder tafel. Dat hij daarmee zijn electoraat in slaap wiegde en De Wever vrij spel gaf scheen de meester-strateeg uit Antwerpen volledig te ontgaan. Ik parafraseer Sinardet in De Standaard: Janssens heeft zijn kiezers op geen enkel moment de indruk gegeven dat er iets op het spel stond. Als Janssens de indruk wekte dat hij op zijn beide oren sliep, is het niet moeilijk dat zijn electoraat dat ook deed.
Ach, laat ons toch een kat een kat noemen. Janssens heeft het verlies in Antwerpen grotendeels aan zichzelf te danken.
Goed beleid.
Ja maar, hoor ik de laatste dagen, het ging zo hard de goede kant uit met onze stad. Er werd goed bestuurd. Dat kan allemaal wel zijn, maar daar werd ten eerste vreselijk slecht over gecommuniceerd. Ten tweede: ook N-VA zat in het college (via kartelpartner CD&V), zodat De Wever een deel van de pluimen op zijn hoed kon steken.
Met goed beleid alleen komt men er niet. Dat goede beleid moet in verkiezingstijd dik in de verf gezet worden, een mens is namelijk geneigd om het negatieve te onthouden en het positieve als ‘normaal’ te beschouwen. Nogmaals: had de SP.A met haar boegbeeld Janssens een sterke campagne gevoerd in plaats van hooghartig op de lauweren te rusten, het plaatje had er vandaag anders uit kunnen zien.
Ecervelés.
Als er al iets duidelijk werd de afgelopen dagen, dan vooral dat een groot deel van wat zich ‘links’ en ‘progressief’ noemt de nederlaag van Janssens in Antwerpen moeilijk kan verkroppen. Geen seconde wordt de hand in eigen boezem gestoken. Vlijtig wordt de geschiedenis herschreven: dat de N-VA geen concreet programma zou hebben voor Antwerpen bijvoorbeeld. Nochtans is het programma van 68 pagina’s makkelijk terug te vinden. Oeps, daar gaat de illusie als zou de ‘linkse’ kiezer zich vooral laten leiden door het zorgvuldig bestuderen van partijprogramma’s om dan na lang beraad de juiste keuze te maken.
Er wordt De Wever verweten de Walen tot vijanden uit te roepen (correct) en prompt gaat men de kiezers van de N-VA met alle zonden Israëls beladen. Elke mogelijkheid tot dialoog wordt teniet gedaan, de politieke tegenstander wordt door een hysterisch-emotionele bril bekeken als was hij de baarlijke duivel. Wie zorgt hier eigenlijk (mee) voor polarisatie?
Bang.
De bange, blanke man van Vermandere is een socialist, die om een duistere reden bang is van De Wever en zijn ‘retoriek & stijl’ die plots vergeleken moeten worden met die van de jaren ’30. Deze zinsnede moet trouwens gelden als afdoend bewijs. Nu ja, wie bang is kan zich terugtrekken en hoeft de ander niet de hand te reiken of te verstaan. Je kunt met zijn allen in een hoekje gaan zitten schrik hebben, en elkaar versterken in dat gevoel. Je blijft elkaar opjutten en begint werkelijk te geloven dat die grote boze Bart zal stoppen met scholen bouwen om zo een leger hersenloze N-VA-stemmers te kweken.
Programma.
De Wever is een uitstekend debater en beschikt over een goed gevoel voor humor en timing. In deze tijden telt dat zeker voor een aantal procenten. Maar ook een figuur als Termont maakt daar handig gebruik van. Het zwakke (of sterke) punt – afhankelijk van het perspectief – van de N-VA is haar programma. Ga daarover in discussie, in plaats van het te hebben over de blik in de ogen van De Wever of het feit dat hij er een stuk minder gezellig uitziet dan vroeger. Laat De Wever het ‘confederalisme’ waar hij het over heeft eens gedetailleerd uit de doeken doen. (Een journalist die zich met een kluitje in het riet laat sturen daarover is trouwens een slechte journalist). Laat hem duidelijk maken waar hij precies wil besparen en welke impact dat zal hebben voor wie. Wie dat kan, heeft de sleutel in handen om het tij te keren. Al de rest is koren op de molen van De Wever.
Lap. Ik mag al beginnen met een correctie. In tegenstelling tot wat ik gisteren schreef (Het Zwakke Geslacht) heeft Parys geen functies meer binnen Flanders DC. Ik had mij – makkelijk, dat wel – laten misleiden door de volgende tekst op de website van Parys:
“Vervolgens kreeg hij de opdracht om een nieuwe Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit, Flanders DC, uit de grond te stampen en er later voorzitter van te worden. Flanders DC richt zich op creatieve ondernemers, onderwijs en beleid en werkt aan een cultuur van creativiteit, ondernemerschap en innovatie. Als voorzitter van de raad van bestuur geeft hij richting aan de studies, innovatie instrumenten en evenementen die Flanders DC organiseert. Vanuit die functie scherpt Lorin elke week zijn pen aan en geeft hij zijn visie op creatief ondernemerschap inDe Standaard.”
Ik ben een vrouw en dus per definitie niet erg beslagen als het op logica aankomt, maar aangezien Parys nog altijd zijn ‘pen mag scherpen’ en in De Standaard week na week in ‘De Paradox van Parys’ zijn visie op ‘creatief ondernemerschap’ mag uitdragen ging ik er van uit dat hij dus nog altijd voornoemde functie bekleedde. Quod non.
De paradox van Parys.
Maar als Parys niets meer met Flanders DC te maken heeft, dringt zich een andere vraag op. Namelijk: in welke hoedanigheid publiceert Parys elke week in De Standaard? Alleszins niet meer als voorzitter van de RVB van Flanders DC, daarover kunnen we het eens zijn. Is het dan misschien als actief lid van de Open VLD? Parys is immers ex-woordvoerder van Patricia Ceysens, regionaal bestuurslid binnen Open VLD, stemgerechtigd lid Open VLD Academy (etc, etc, …). Het is niet dat Parys zich niet openlijk profileert als Open VLD’er. Op de website van de partij staat Parys in al zijn glorie te blinken.
Het vreemde is dat daar in zijn rubriek in De Standaard niets over terug te vinden is. Een zinnetje als ‘Lorin Parys is bestuurslid van de Open VLD Leuven en COO van Uplace’, het zou één en ander al veel beter kaderen.
Creatieve ondernemer.
Het zal zijn dat Parys schrijft in de hoedanigheid van ‘creatief’ ondernemer. Want ja, zo’n ‘lifestyleconcept in vastgoed’ bedenken zoals Uplace, daar moet je waarlijk een creatieve geest van het genre 2.0 voor zijn. Als Van Gogh nog had geleefd, die kerel had niets anders gedaan dan het ene na het andere ‘lifestyleconcept in vastgoed’ uit de grond stampen. Hoe visionair is dat wel niet, een winkelcentrum met ‘belevingswinkels’ en plaatsen waar je een klef broodje kunt kopen tegen een veel te hoge prijs? En weet je wat? We zetten op dat winkelcentrum eens wat appartementen en we noemen dat ‘lofts’ of ‘penthouses’!
Geef die man een prijs, en vlug wat! Verhef hem in de adelstand. Exporteer hem naar het buitenland zodat de wereld weet wat voor ongelooflijk creatieve ondernemers hier op deze lap grond rondlopen.
Politici in de krant.
Begrijp mij niet verkeerd, het is op zich geen probleem dat politici op geregelde basis schrijven voor deze of gene krant. Voorbeelden zat. Het is wel een probleem als de lezer in het ongewisse wordt gelaten daarover.
Af en toe word ik door tinternet attent gemaakt op de schrijfsels van ene Mijnheer Parys. Het gevolg is meestal wat milde ergernis. Parys heeft een rubriekje in de Standaard dat de ‘De Paradox van Parys’ heet. Over het algemeen zijn zijn redeneringen zo consistent als een brik karnemelk en zijn argumenten makkelijker te doorprikken dan een tros ballonnen die per ongeluk in een cactuswoud terecht zijn gekomen.
Ik begin bijna te vermoeden dat Van Parys ergens een sekstape liggen heeft waar hij de hoofdredactie van de krant in kwestie mee kan chanteren, want ik kan geen andere reden bedenken waarom een gazet die zich laat voorstaan op het predikaat ‘kwaliteit’ week na week onzin van dat kaliber blijft publiceren.
Volgens zichzelf is Parys een ‘doener’ (ja, van veel nadenken kun je hem niet beschuldigen). Hij is ook COO (dat is Chief Operations Officer, meisjes en jongens) van Uplace. Ja, dé Uplace. Naar eigen zeggen heeft hij op die manier meer dan 3.000 jobs gecreëerd door het bedenken van een lifestyleconcept in vastgoed. We gaan even voorbij aan het feit dat het nog hoogst onzeker is dat dat spel ook effectief gebouwd zal worden, mijnheer Parys schrijft zonder omkijken toch lekker zomaar eventjes 3.000 gecreëerde jobs op zijn conto. Als ik Parys een boek zou aanraden, het zou Kaas zijn van Elsschot.
Gisteren verscheen zijn stukje onder de titel ‘Het Zwakke Geslacht‘. In die column komt Parys via een kronkelig pad van halve waarheden en verkeerd geïnterpreteerde feiten tot de conclusie dat mannen tegenwoordig ‘het zwakke geslacht’ zouden zijn en de onschuldige slachtoffers van een complot genaamd ‘omgekeerd seksisme’.
Zwak versus sterk.
Om te beginnen de titel. Het Zwakke Geslacht. In 2012 moeten we het blijkbaar nog altijd stellen met die gedateerde dichotomie van het ‘sterke’ versus het ‘zwakke’ geslacht. Dat is niet de schuld van Parys natuurlijk, en we kunnen niet van bedenkers van ‘lifestyleconcepten in vastgoed’ verwachten dat ze er op hun eentje in slagen om oude paradigma’s achter zich te laten. Fair enough. Maar kunnen we misschien de wedloop tussen de seksen stoppen en onze complementariteit en sterke punten gebruiken? En zouden beide geslachten er geen baat bij hebben om – ik zeg maar iets – een beter evenwicht te creëren tussen werk en vrije tijd? (Enzovoort, enzoverder, ik kan hier moeilijk een exhaustieve lijst publiceren van alle vlakken van het maatschappelijke leven waar er nog ruimte is voor verbetering).
Mannen op de arbeidsmarkt.
Parys begint zijn column met de vaststelling dat de economische crisis ‘een pak harder’ toeslaat bij mannen dan bij vrouwen. De werkloosheid bij mannen stijgt, die bij de vrouwen daalt. De reden die hij daarvoor aanhaalt is dat vrouwen vaker tewerkgesteld zijn in sectoren die niet zo onderhevig zijn aan economische schommelingen zoals de zorg en het onderwijs. Dat klopt. Zorg en onderwijs zijn ook die sectoren waar er vaker part-time gewerkt wordt en waar er minder te verdienen valt. Waarschijnlijk is dat laatste één van de redenen waarom deze sectoren door mannen minder aantrekkelijk bevonden worden.
Een andere reden voor de kwetsbaarheid van mannen op de arbeidsmarkt – zo haalt Parys aan – is het feit dat jongens (mannen) vaker dan meisjes de schoolbanken verlaten zonder diploma. Die vaststelling is correct. Maar mijnheer de COO slaat de bal behoorlijk mis op het moment dat hij zegt ‘meisjes blijken nu ook gewoon slimmer‘. Meisjes en vrouwen zijn inderdaad op het vlak van onderwijs aan een serieuze inhaalbeweging bezig, ook in studiegebieden die vroeger meer ‘mannelijk’ terrein waren zoals de exacte en de toegepaste wetenschappen. Dat heeft op zich niets te maken met pure intelligentie, wel met een aantal andere factoren die meer van psychische en emotionele aard zijn. Zo hebben meisjes over het algemeen een betere studie attitude dan hun mannelijke collega’s, om maar iets te zeggen. Over het verschil in studieresultaten tussen jongens en meisjes is trouwens genoeg vakliteratuur te vinden. En deze inhaalbeweging op de schoolbanken vertaalt zich nog altijd niet op de arbeidsmarkt.
Omgekeerd seksisme.
‘Hebben wij mannen een probleem? Lijden wij in stilte als slachtoffers van omgekeerd seksisme?’ vraagt Parys zich ongegeneerd af. Hij citeert David Benatar die aanhaalt dat mannen dan wel oververtegenwoordigd zijn aan de ‘top’ van de maatschappij (wat daar dan ook mee bedoeld wordt), maar dat ze tegelijk van dezelfde oververtegenwoordiging genieten in de ‘kelder’ van de maatschappij die dan moet bestaan uit ‘daklozen, gevangenen en schoolverlaters zonder diploma’. En dat moet het bewijs zijn van het bestaan van omgekeerd seksisme? Ik dacht het niet.
Ten eerste: mannen scoren over het algemeen beter aan de extremen van het spectrum, vrouwen zijn dan weer beter vertegenwoordigd in het midden. Ik heb het nu over een aantal ‘meetbare’ zaken zoals bijvoorbeeld intelligentie, leeftijd of bepaalde ziektebeelden. Er zijn bijvoorbeeld meer mannelijke genieën (IQ hoger dan 150) dan dat er vrouwelijke genieën zijn, maar er zijn ook meer mannelijke ‘debielen’ (IQ tussen 50 en 70).
Vrouwen leven gemiddeld langer omdat mannen en jongens onder invloed van testosteron meer risico nemen, meer ongelukken hebben en dus vroeger sterven. Mannen plegen ook meer zelfmoord en leven over het algemeen ongezonder, gaan zich meer te buiten aan overmatig alcohol- en druggebruik. Het feit dat vrouwen langer leven kun je dus bezwaarlijk afschuiven op ‘omgekeerd seksisme’.
Ga direct naar de gevangenis.
Ten tweede: mannen plegen ongeveer 90% van de geweld- en zedendelicten. Dat de ratio man/vrouw in de gevangenissen ongeveer 10/1 is, ligt dus niet aan ‘omgekeerd seksisme’. Het ligt wel aan het feit dat mannen gewoon meer strafbare feiten plegen en dus logischerwijze sneller een kaartje krijgen richting gevangenis. Als mannen nu eens zouden stoppen met gewapende overvallen plegen of tijdens vechtpartijen andere mensen de kop in te slaan, er zou minder reden zijn om mannen op te sluiten. Het is natuurlijk maar een idee hoor, Lorin.
Keuzevrijheid.
In de laatste twee paragrafen gaat Parys helemaal loos. Sta mij toe te citeren.
“Op sommige vlakken hebben vrouwen vandaag meer keuzevrijheid dan mannen. Als vrouw kun je er vandaag voor opteren voluit voor een carrière te gaan, thuis te blijven om voor de kinderen te zorgen of beide te combineren. Alleen is diezelfde beweging voor mannen niet gevolgd. Want laat ons eerlijk zijn, een man aan de haard, die lachen we vierkant uit. Een man wordt geacht voor het brood op de plank te zorgen; een vrouw mag kiezen”.
We kunnen dus besluiten dat Lorin Parys COO van Uplace is geworden (een functie die hij combineert met het voorzitterschap van de RVB van de organisatie Flanders DC) omdat hij bang was uitgelachen te worden mocht hij ervoor gekozen hebben om zijn carrière op een lager pitje te laten draaien om tijd te maken voor zijn kinderen?
En het pleidooi van Monica De Coninck enkele weken geleden waarbij mannen en vrouwen opgeroepen worden om een evenwichtiger verdeling inzake werk/gezin na te streven heeft Parys in al de drukte van het lobbyen op het kabinet van minister Schauvlieghe waarschijnlijk niet gehoord. Ik weet natuurlijk niet in welke kringen Parys zich meestal beweegt, maar de meeste mannen die ik ken zijn niet te beroerd om de zorg voor hun kinderen op zich te nemen, ouderschapsverlof aan te vragen en op allerlei andere manieren te investeren in de opvoeding en de toekomst van hun kinderen. Kan het allemaal nog beter? Uiteraard! Maar stellen dat ‘een man geacht wordt brood op de plank te brengen‘ en laten uitschijnen dat dat het enige is dat een man geacht wordt te doen is intellectueel oneerlijk. Het enige dat Parys doet is zichzelf (en bij uitbreiding ‘de mannen’) wentelen in de rol van slachtoffer van het ‘omgekeerde seksisme’.
Cliché.
De voorzitter van de raad van bestuur van Flanders DC eindigt zijn lamlendig betoog met een cliché van formaat: “En voor wie nog niet overtuigd zou zijn dat mannen het moeilijk hebben: van ons wordt verder niet verwacht dat we onze emoties tonen, de weg vragen of echt zeggen hoe die rok eruit ziet. Je zou van minder beginnen te twijfelen”.
Maar gij dutske toch! Ik laat per direct een pallet papieren zakdoekjes leveren op het hoofdkwartier van Flanders, District of Creativity.
Een mens zou eigenlijk verwachten dat een organisatie die werkt aan een cultuur van ‘creativiteit, innovatie en ondernemerschap’ geleid zou worden door iemand die zelf blijk geeft van creativiteit, originaliteit en vernieuwing. Mis poes! De RVB wordt daar voorgezeten door een ouderwetse macho die uitblinkt in bekrompenheid.
Op deze opdracht heb ik een tijdje moeten kauwen. Ik heb niet de gewoonte om naar muziek te luisteren in bed, laat staan dat ik een soort favoriet nummer heb om in slaap bij te vallen. Het lijkt me eigenlijk ook geen compliment voor het liedje in kwestie, dat het voornamelijk geroemd wordt omwille van de slaapverwekkende eigenschappen ervan. (Tenzij men natuurlijk lijdt aan een chronische vorm van slapeloosheid).
Allerlei Duysterachtige muziekjes passeerden de revue, maar er zijn er ten eerste heel erg veel en ten tweede: they do not make me fall asleep. Ik zat een beetje vast dus, tot ik me herinnerde dat ik als kind vroeger zélf liedjes zong in mijn bed om in slaap te kunnen vallen. Mijn moeder stuurde ons gruwelijk vroeg naar bed, omdat ze geloofde in het concept van ‘het klokje rond’ slapen. We moesten er om zeven uur uit, dus lag ik er in de de eerste jaren van de lagere school meestal al in tussen zeven en acht. Gruwelijk vroeg vond ik dat toen, zeker op momenten dat ik het licht nog zag piepen tussen de streepjes van de rolluiken door. Helemaal erg was het tijdens de vakantie. Toen hoorde je de andere kinderen nog op straat en op het speelplein voor onze deur nog luidruchtig spelen. Moe was ik helemaal niet.
Ik hoor het de jonge kinderen van mijn vrienden ook doen, luidkeels zingen in bed. Als ze het doen om dezelfde reden als ik destijds, dan is het om de verveling te verdrijven en om de gedachtenstroom het zwijgen op te leggen. Dat zingen werkt dan rustgevend, op de één of andere manier. En uiteindelijk viel ik wel in slaap.
De liedjes die ik zong, waren de gewone kinderliedjes. ‘k Zag twee beren’, of ‘Heb je al gehoord van de zeven, de zeven, heb je al gehoord van de zevensprong?’. Het repertoire werd wel aangevuld met een aantal communistische strijdliederen. Mijn ouders hadden aan de universiteit in Gent mei ’68 meegemaakt, en in plaats van zoals de rest van de wereld hippies te worden, de vrije liefde te prediken en hasj te roken, hadden ze zich politiek geëngageerd. Ze cirkelden rond de onlangs overleden Ludo Martens, en waren er net zoals alle jonge mensen uit die tijd van overtuigd dat ze de wereld zouden veranderen. Het moet in de late jaren ’60 en de vroege jaren ’70 geleken hebben alsof de revolutie binnen handbereik lag. Mijn vader had zijn universitaire studies afgebroken om zijn taak als revolutionair in de fabriek op te nemen. Dat moet niet lang geduurd hebben, want ik heb hem nooit als arbeider weten werken. Wel als kleine zelfstandige, de meest achterlijke klasse volgens Lenin.
Andere kinderen gingen op kamp met de mutualiteit, wij met de Pioniers, de jeugdwerking van De Partij. Die heette toen nog AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders), en ik vermoed dat het daar was dat we De Internationale aangeleerd kregen. Ik herinner me ook dat we ooit een verkiezing van ‘Het mooiste kindje in België’ op stelten gingen zetten. Spannend was het wel, we mochten relschoppen en werden nog aangemoedigd ook. Of het allemaal zo pedagogisch verantwoord was, dat is weer een ander paar mouwen.
In 1979 besliste men dat De Partij van naam diende te veranderen. Alle Macht Aan De Arbeiders was te gauchistisch en getuigde van ouvrierisme. Er werd een congres georganiseerd, waar mijn ouders heen gingen. Wij bleven thuis met een babysit. Mijn jongste zus was wat ziekjes, zonder dat het alarmerend was. Ze hoestte wel wat, maar had eigenlijk bijna geen koorts. Tegen de avond werd dat erger, en ze werd in haar bedje gelegd. Toen ik door Lucy (de babysit dus) naar bed gestuurd werd, hoorde ik uit de kamer van mijn zus vreemde geluiden komen. Ze was duidelijk in ademnood, en ik haalde Lucy erbij. Die vertrouwde het zaakje niet echt, en na enig overleg werd beslist dat ik over mijn pyjama mijn kleren moest aantrekken en de buurman – die kinderarts was – erbij zou halen. Telefoon hadden wij niet, en gelukkig was de buurman thuis. Hij wierp een blik op mijn zus, en besliste om onmiddellijk met haar naar het ziekenhuis te rijden. Ik ging mee, ze was tenslotte nog maar vier. Lucy bleef thuis, bij mijn andere zus en wachtte mijn ouders op . Uiteindelijk bleek het allemaal wel mee te vallen, het was maar een aanval van valse kroep. Ze kreeg een zuurstofmasker op, en ik geloof dat mijn moeder toch redelijk snel haar opwachting maakte in het ziekenhuis.
In het verre Brussel was ondertussen de PVDA (Partij Van De Arbeid) boven de doopvont gehouden …
Ik ga een beetje ‘zeuren’ met deze post. (Ik weet niet of er veel Nederlanders deze blog lezen, maar in ons dialect betekent ‘zeuren’ vals spelen, en niet ‘zagen’). Het nummer dat ik heb uitgekozen hangt immers niet samen met één welbepaalde gebeurtenis, maar wel met een periode in mijn leven.
Op dit moment is de ‘opwarming van de aarde’ natuurlijk het doemscenario du jour, maar tot diep in de jaren 80 van de vorige eeuw was men ervan overtuigd dat de mensheid aan haar einde zou komen door een nucleaire oorlog. Op politiek vlak was de wereld redelijk strak verdeeld in een ‘Oostblok’ en het ‘Vrije Westen’, elk met hun ideologie. Nu ik er zo over nadenk, was het allemaal erg on-postmodern hoor. Met die kernbommen was ik als kind eigenlijk wel veel bezig, normaal zal het niet geweest zijn. Ik vond het allemaal erg spannend, en ik fantaseerde er vaak over hoe ik zou reageren mocht er effectief een kernbom vallen. Ik ben zelfs een paar keer begonnen aan het graven van een schuilkelder in de tuin, zonder verder te geraken dan een paar steken met de spade. En last but not least had ik een vereniging opgericht (iets in de zin van ‘Kinderen tegen Kernbommen’), waarvan ik jammer genoeg het enige lid was en bleef. Er waren blijkbaar niet zoveel tienjarigen die wakker lagen van het feit dat het toenmalige arsenaal aan kernwapens groot genoeg was om de hele aarde een keer of 40 naar de verdoemenis te helpen. Nochtans waren er andere kindjes die brieven schreven naar Gorbatsjov en daarmee het nieuws haalden. Stiekem was dat ook mijn betrachting, maar het is er nooit van gekomen. Ik kende het verschil tussen A-bommen en H-bommen en welke schade ze toebrachten. Toen ik een jaar of twaalf was, kwam er een film uit (The Day After) over de gevolgen van een nucleaire aanval en de daaropvolgende fall out, waar ik niet naar mocht gaan kijken natuurlijk.
Mijn moeder nam ons dikwijls mee op zondagnamiddagen om te betogen. Mijn ouders waren studenten tijdens de late jaren ’60 en zo betrokken geraakt bij de politieke beweging die later AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders) zou worden en die nu PVDA heet. Betogen op zondagnamiddag was bij ons het equivalent van een familie-uitstapje. Ik heb betoogd tegen kernenergie (in Doel, en op de terugweg plaste ik bijna in mijn broek omdat de buschauffeur niet wilde stoppen) en kernwapens (de grote anti-rakettenbetogingen in Brussel, met honderdduizenden mensen), voor het recht op abortus en verder voor ongeveer alles waar een mens voor of tegen kan betogen. Nu hoeft dat betogen voor mij niet meer zo, maar ik vond het wel leuk toen.
‘De Bom’ is natuurlijk een erg pessimistisch nummer, maar het vat wel goed de tijdsgeest samen denk ik. In mijn herinnering was de dreiging van een nieuwe wereldoorlog met het gebruik van kernwapens erg reëel en we leken er eigenlijk van uit te gaan dat het enkel een kwestie was van tijd voor de één of andere wereldleider op de spreekwoordelijke knop zou drukken. Het album 4US van Doe Maar was trouwens de eerste L.P. die ik kocht, toen ik in het zesde leerjaar zat. Met het geld dat ik bijeen had gesprokkeld rond nieuwjaar ging ik naar de Bilbo, en ik had net genoeg gespaard om twee platen te kopen. De andere was van Urbanus (don’t ask …).
Meer en meer doet dit land me denken aan het fameuze schilderij van Géricault, ‘Het vlot van de Medusa’.
Dat schilderij moet de staat voorstellen van drenkelingen die een kleine maand stuurloos op zee hebben rond gezwalpt voor ze opgevist worden.
Wij zijn op de klippen gelopen op 13 juni van vorig jaar. Meer dan 200 dagen zwerven wij als schipbreukelingen op de woeste golven rond, de voorraden slinken zienderogen en als ik mij niet vergis nadert een meute bloeddorstige haaien de resten van het schip, klaar om de buit met huid en haar te verscheuren tot er quasi niets meer van over blijft. Maar zoals dat gaat op zinkende schepen blijft het orkest dapper spelen, terwijl de hoge heren zich discreet in de reddingssloepen laten hijsen. Om dit schouwspel aan het oog van de massa te onttrekken organiseert men shows, quizzen en spelletjes. Zodat wij lachend onze ondergang tegemoet zullen treden, en de hoge heren geen strobreed in de weg zullen leggen wanneer zij van op veilige afstand zullen observeren hoe de modale Vlaming en de modale Waal kopje onder zal gaan in de draaikolk van internationale financiële speculatie die er aan zit te komen.
Kritiek op zijn deelname aan ‘De Allerslimste Mens’ doet Bart De Wever af als ‘flauwekul’. HIJ heeft geen enkele afspraak gemist hoor, en dat er geen regering komt is de schuld van zowat iedereen, behalve van de N-VA. Nu ja, het zou er nog maar aan mankeren, dat er nog altijd geen regering is omdat De Wever het nodig vindt om gevat te zitten wezen in een TV-spelletje. Die vlieger gaat dus niet op, Bart.
Als uitgekookt politicus is het natuurlijk wel een uitgelezen kans om zich na meer dan 200 dagen van politieke uitputtingsstrijd nog eens van zijn beste kant te laten zien: de ‘mens’ achter de politicus, de droge, cynische allergrappigste mens ter wereld. De ‘homo sympathicus’.
En het is misschien niet heel netjes en uitermate fair van mij, maar ik kan het toch niet laten mij af te vragen hoe het er ondertussen ten huize De Wever aan toe gaat. Ik bedoel: die mens heeft 4 kleine kinderen, maar is nooit thuis. Herkennen die hun vader eigenlijk nog? Helpt hij af en toe eens met hun huiswerk, of trapt hij soms eens een balletje met zijn zoon? (Ok, dat laatste beeld is er over, ik geef het ruiterlijk toe).
Ik vrees dat mevrouw De Wever zich de zaken wel enigszins anders had voorgesteld, toen ze ‘ja’ zei op het stadhuis. Want dat haar man op het thuisfront compleet afwezig is omdat hij druk bezig is de Vlaamse bevolking te redden (ja, zo zal hij het wel verkopen), tot daaraan toe. Maar dat hij nu ook nog eens niet thuis is omdat hij de lokroep van de showbizz niet kan weerstaan, dat is toch de druppel die de emmer doet overlopen? We moeten ook niet vergeten dat De Wever ook de man is van het ethische conservatieve reveil hé, die in wil gaan tegen wat hij de ‘pornoficatie’ van de samenleving noemt. Wel Bart, dan zou je moeten weten dat “verba docent, exempla trahunt”.
Op de één of andere manier is De Wever, die een goed debater is (wat zeg ik? die kerel is een uitstekend debater, die de kunst verstaat om complexe zaken in gevatte one liners uit te leggen) er in geslaagd om een flink deel van de Vlaamse middenklasse ervan te overtuigen dat hun probleem de Waal is. Mensen die zich vroeger zorgen maakten over de vergrijzing en hoe we dit praktisch en financieel op zouden lossen, doen nu met het grootste sérieux alsof de splitsing van B-H-V een wezenlijk probleem is dat rechtvaardigt dat er nu al meer dan 200 dagen lang gepalaverd wordt zonder dat we ook maar één stap dichter bij een regeringsvorming zijn. Zoals Paul De Grauwe vandaag in De Morgen terecht opmerkt: “De problemen rond vergrijzing, armoede, begrotingstekorten, buitenlandse financiële druk, nieuwe dreiging van bankencrisis die zullen onze welvaart bepalen”.
Dat De Wever het in deze precaire omstandigheden, waar hij nota bene zelf voor verantwoordelijk is, nodig acht om aan te treden in een luchtig spelletje getuigt van een groot misprijzen voor iedereen die de huidige politieke ontwikkelingen met de nodige bezorgdheid gadeslaat. Wie het been blijft stijf houden, Bart, raakt geen meter vooruit.
Ik ben er nu al over aan het nadenken op wie ik moet stemmen, begin volgend jaar. Voor niemand, zal vrees ik de uitkomst van deze denkoefening zijn. In elk geval: laat u vooral niet leiden door deze hoogst persoonlijke interpretatie van het huidige politieke bedrijf, dat vooral gebaseerd is op emotionele overwegingen.
Groen:
Waarom wel? Omdat het de enige partij van betekenis is die voor een belasting is op vermogens (toch tijdens de laatste verkiezingen). En ook wel omdat ze de enige zouden zijn die enkele min of meer links-progressieve accenten zouden kunnen leggen. Ook niet onbelangrijk: Moe Vogels is blijkbaar van het toneel verdwenen (al sluit ik niet uit dat ze achter de schermen nog een belangrijke vinger in de pap te brokken heeft).
Waarom niet? Omdat hun vorige regeringsdeelname écht rampzalig was en ze zich door hun gebrek aan politieke ervaring waarschijnlijk weer zullen laten rollen dat het niet schoon meer is. Erg eigenlijk, dat men zich eerst de ‘politique politicienne’ eigen dient te maken om zich staande te kunnen houden. Ook nog vers in het geheugen: het debacle van Huytebroek (Ecolo) eind vorig jaar.
SP.A
Ik kan eigenlijk alleen maar redenen bedenken om niet op de SP.A te stemmen. Een mens zou van ‘socialisten’ toch mogen verwachten dat ze zich roeren op dossiers zoals Brinks en Fortis, maar het enige dat je hoort is een oorverdovende stilte. En een partij die eerst zijn meest bekwame kracht (in casu Frank Vandenbroucke, en dan heb ik het niet over de wielrenner) uitspeelt als lijsttrekker om die dan genadeloos een mes in de rug te planten, wat moet je daar eigenlijk van verwachten?
In Oost-Vlaanderen zal Freya wel weer haar opwachting maken. Ik beschouw haar niet als het lichtgewicht dat anderen van haar maken, ze lijkt me best verstandig, maar ze bezit toch ook onmiskenbaar het talent om een mens genadeloos te irriteren eigenlijk. Enig krediet wel voor Dirk Van der Maelen, die altijd wel getuigt van grote dossierkennis.
De enige keer dat ik stem op de sossen zal tijdens de gemeenteraadsverkiezingen zijn in Gent, vrees ik.
CD & V.
Euh nee, merci. Ik lust noch Peeters, noch Leterme, noch Schauvliege. Ik heb de indruk dat De Clerck wel één en ander probeert in beweging te krijgen op justitie, maar veel gebeurt er toch niet. Wat ik van Crevits moet denken, weet ik niet goed. Ze verzorgt in elk geval wel haar PR, komt veel in de media, kan het goed uitleggen en ze laat zich niet betrappen op fouten. Het kan nog interessant worden om te zien hoe zij in de ring komt tegen Peeters. Over Vervotte zullen we maar zwijgen, wie is er nu eigenlijk zo dwaas om zijn politieke lot aan dat van Leterme te verbinden. Alsof hij ooit hetzelfde voor haar gedaan zou hebben …
NV-A.
Waarom wel? Omdat Bart De Wever met voorsprong de beste debater is op dit moment. Verstaat de kunst om ingewikkelde dingen op een simpele manier uit te leggen. En ik heb geen probleem om toe te geven dat hij gelijk heeft over een dossier als Brussel, bijvoorbeeld.
Waarom niet? Omdat ik het niet heb voor heel dat nationalistische discours. Omdat ik op ethisch vlak niet conservatief ben, zoals NVA in de persoon van De Wever wel is.
LDD.
Ik kan werkelijk, maar dan ook werkelijk geen enkele reden verzinnen waarom iemand op die partij zou willen stemmen. Tenzij ge vroeger voor het Vlaams Blok stemde en nu nog altijd een extreem rechtse protest stem zou willen uitbrengen. Maar gun die partij toch een stille dood, dat lijkt me het billijkste. Jean-Marie zal er geen boterhammetje minder door moeten eten.
Open VLD.
Waarom wel? Om de fratsen van Van Quickenborne te kunnen blijven uitgesmeerd zien. Blote voeten op Twitter, yihaa!
Waarom niet? Voor al de rest, zeker? En daarbij, er is toch geen geld meer om jobkortingen uit te delen aan de hardwerkende Vlamingen, so why bother?
Vlaams Belang.
Waarom wel? Om hun doodsstrijd net iets langer te rekken. (Euh ja. Sorry, het stond er op voor ik het doorhad, en is in het licht van de gebeurtenissen van deze week misschien ongepast, maar ik heb het dus werkelijk over de partij. Wat Morel overkomt, dat wens ik niemand toe.)
Waarom niet? Omdat het nog altijd een partij is van nazi-klootzakken.
Klein Links (PVDA, SAP, en al die andere groupuscules).
Waarom wel? Omdat het niet slecht is dat er een krachtig echt links signaal zou gegeven worden.
Waarom niet? Omdat ik de hemel op mijn blote knietjes dank dat we niet in een maatschappij leven zoals extreem links die voor ogen heeft.
Wat denkt ge? Gaan ze er een gedacht van maken voor Nieuwjaar, of zullen ze er nog een paar weken over palaveren? Want dat er verkiezingen aan zitten te komen, dat is nu toch zo klaar als een klontje. Ik peins dat ze ons nog gerust zullen laten tot de drie koningen langs geweest zijn, zodat ze nog op hun gemak hun pakjes kunnen open doen die onder de kerstboom liggen.
Vande Lanotte wil niet meer als De Wever niet stopt met warm en koud te blazen. En de George Clooney van de Vlaamse politiek begint ondertussen aan een rondje ‘hoe profileer ik mijzelf’ om te bewijzen dat van alle politici hij het Vlaamst is. De laatste tijd is de knuffelbeer waar Kris Peeters in bepaalde kringen voor versleten wordt bezig om zichzelf meedogenloos op kap van Joke Schauvliege te lanceren als de nieuwe man binnen de CD&V. Niet dat ik compassie heb met Schauvliege, ze zal voor haar hand- en spandiensten voor Peeters ook wel ruimschoots vergoed worden, maar het toont wel mooi hoe het er aan toe gaat in het politieke bedrijf van het op één na hoogste echelon: je post jouw mannetjes in het kabinet van een onervaren minister (of is het toeval dat net zij haar eigen kabinet niet heeft mogen samenstellen) en laat haar de zwaarste besparingen doorvoeren. En daarna is het terug exit naar de dorpspolitiek voor het meiske Schauvliege (waar ze thuishoort, naar alle waarschijnlijkheid), en Peeters probeert de CD&V zonder al te veel kleerscheuren door de volgende verkiezingen te loodsen.
Ik weet niet wat voor soort mens je moet zijn om de politiek in te stappen, maar een groot ego en narcistische trekjes zullen in elk geval helpen. Er zullen hier en daar wel idealisten tussen zitten die de wereld ten goede willen veranderen, maar ik vermoed dat die al snel zullen afhaken (of afgemaakt worden door hun eigen partijleden) omdat ze zich in de slangenkuil die politiek is niet staande kunnen houden. En onvermijdelijk kom je dan uit bij het cliché dat zegt: si tous les dégoûtés s’en vont, il n’y a que les dégoûtants qui restent.
En is men verwonderd dat een studie aantoont dat ‘de jeugd’ niet geïnteresseerd zou zijn in politiek. Euh ja. Waar zou dat aan liggen? Alsof trouwens het gros van de volwassenen meer geïnteresseerd én beter geïnformeerd zou zijn dan voornoemde scholieren. Misschien, beste politici, groeit de onverschilligheid voor wat jullie boven onze hoofden allemaal beslissen (alhoewel er van beslissen de laatste jaren bijzonder weinig sprake is) door de groteske schouwtoneel dat politiek tegenwoordig is. Allez, wees nu eens serieus: 6 parlementen, is dat nu werkelijk nodig?
Mochten die 6 parlementen ook af en toe nog eens iets presteren dat werkelijk de moeite is, een mens zou al anders piepen. Een hervorming van justitie, zodat politie en parket de zaken efficiënt kunnen aanpakken, bijvoorbeeld. Of een goed & menswaardig asielbeleid uitstippelen, zodat je niet voor het zoveelste jaar op rij gezinnen met kinderen de winterkou in moet sturen, is maar een ander ballonnetje dat ik oplaat. Of een FOD Financieën op poten zetten die uitgerust is om grote fraudeurs op te sporen en aan te pakken. Ik zeg maar iets, hé.