Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Persoonlijk’ Categorie

Soms voel ik mij het stervormige blokje uit een hamertje tik spel, dat een onhandige kleuter in het vakje probeert te rammen waar enkel dat cilindertje in past. Misplaatst. Ongemakkelijk. Ik voer een gesprek met de huisbazin die onverwacht toekomt en zand knarst in het raderwerk van mijn hersenen. Een moeizame zin, dan stilte. ‘Hmmm’, zegt ze. ‘Ja’, zeg ik. Dan beiden terzelfdertijd beginnen babbelen. Stoppen en dan even wachten om de ander tijd te geven te hernemen. Dan nog eens op hetzelfde moment allebei starten. ‘Zeg maar’. ‘Nee, zeg jij maar’.

Mijn collega voert me naar het station. Dat is vriendelijk, al moet ze nauwelijks omrijden. De hele dag werken we samen in één ruimte, we spreken nauwelijks. Ik overloop haar planning, leg iets uit. Over de middag, in de refter, kletst ze honderduit met die van boven. Een kwartier voor we met de auto vertrekken bedenk ik een vraag. Iets over haar man, of haar gezondheid. Informeer naar haar plannen voor het weekend. De rit duurt 8 minuten.

De kunst van het achteloos converseren, ik wou dat ik die onder de knie had. Moeiteloos gemeenplaatsen uitwisselen over het weer, de kinderen, sport, het werk of de vakantie die je hebt gehad. Ik blijf het blokje in de vorm van een ster bij de bakker en de beenhouwer. Waarom benader ik alles met het serieux van een zwaarlijvige non? Waarom moet ik altijd de positie van de antagonist innemen, met meer ijver dan een naarstige zeloot?

Deze week was migraineweek. Sinds enkele maanden heb ik daar 1 maal per maand last van. Het is cyclisch, ja. Hormonaal, zo je wil. De ironie ontgaat me niet. U evenmin, heb ik de indruk. Op een enkele dag na blijf ik functioneren, al ben ik ‘s avonds doodmoe door me naast de hoofdpijn te concentreren. Ik weet het, de pijn is mild. Ik heb migraine binnen de perken, hoef me niet verschuilen voor licht en geur. De wapens die ik kreeg van mijn huisdokter: Ibuprofen en sterke koffie. En de geruststelling dat deze veranderingen normaal zijn, en te maken hebben met de leeftijd.

Read Full Post »

Microagressies.

  • Ik zie op facebook een man ‘jeuj’ schrijven onder het bericht dat nog een Belgische jongeman is omgekomen in Syrië. Vlak daarna maakt hij zich op zijn prikbord druk over kittens die mishandeld worden. Het is al maanden dat ik beelden over dat land vermijd, het is me teveel. Teveel leed, teveel onverschilligheid, teveel doden, teveel fracties, teveel afgerukte ledematen en teveel kinderen in tenten ergens in de woestijn. Teveel verlies.
  • 1212 zamelt geld in voor de vluchtelingen in Syrië. Een radioprogramma moet worden ingeschakeld omdat de campagne voor geen meter loopt. Mensen mogen inbellen om te zeggen waarom ze wel of niet geven. De haat is onhoudbaar, agressief. Een man zegt net niet dat ze wat hem betreft allemaal de kogel mogen gegeven worden. Hij doet dat zonder enige schroom, zonder gêne, wordt enkel de pas afgesneden door de presentator. Ik had de radio moeten verzetten, besef ik als mijn maag al lang in de knoop ligt en mijn hart een beetje is bevroren. Ook in de auto moet je je maliënkolder van het cynisme dragen om de wereld een beetje op draaglijke afstand te kunnen houden. Ik ervaar dat soort uitingen steeds meer als een aanslag op mijn persoonlijke ruimte. Er is geen omzichtigheid meer, geen schaamteprikkel die mensen ervan weerhoudt om dit soort uitspraken in het openbaar te doen. Ben je nog mens als je de ander zo ontmenselijkt?
  • Een bericht loopt binnen over een aardbeving in Iran. Onmiddellijk op Twitter een reactie: dat de politiek correcte elite nu wel zal zeggen dat er teveel persaandacht naar Boston gaat ipv naar Iran. Even later hoor ik dat het geschatte dodenaantal wellicht in de honderden loopt. Ik herinner me hoe ten tijde van Sandy nauwelijks gerept werd over de vele slachtoffers van dezelfde orkaan in Haïti en Cuba. Mijn hele waarden- en normensysteem wordt gereduceerd tot ‘politiek correct’ of ‘lid van de linkse kerk’.   Alsof ik me moet schamen omdat ik meeleef met mensen in een ver land die achtereenvolgens getroffen worden door oorlog, politieke onrust en dictatuur. (Ja, dat moet je!). 
  • Een argeloze mededeling op facebook van een vrouw die sinds kort terug gaat joggen. Dat er plots een man naast haar kwam lopen, en dat ze pas achteraf doorheeft dat hij dat doet met zijn penis ontbloot.
  • Een zieltogend blad zet een zangeres van een danceformatie op de voorpagina, haar boezem becommentarieerd met de ‘mooiste memmen’. Een alliteratie als goedkope provocatie, ik probeer er abstractie van te maken maar het lukt me niet. Het is moeilijk om permanent onverschillig te zijn voor die voortdurende reductie van vrouwen tot hun biologische geslachtskenmerken. Memmen. Tetten. Loezen. Melkfabriek. Je benen zijn te wit, je oksels lelijk, je kont te dik en je kuiten te vol. Je haar te dun of te grijs. Je bent te weinig ambitieus voor een carrière, te weinig tot focus in staat voor het besturen van snelle bolides, te dom voor de buitenspelregel. 

 

 

Read Full Post »

Misschien was het de nasleep van een week luisteren naar muziek uit de jaren ’90 op Studio Brussel. De nummers lokken herinneringen uit aan een decennium dat spannend was, turbulent en bepalend voor de richting die mijn leven zou uitgaan, al wist ik dat toen nog niet. Onverwacht en zonder dat ik er op was voorbereid dacht ik keer op keer weer aan oude liefdes, lang vergaan en in mijn huidige leven van geen tel. Mijn gevoel voor hen is verpulverd door de tijd, zij zijn getrouwd en hebben hun eigen kinderen op de wereld gezet, samen met de vrouwen die ze na mij ontmoetten.

Mijn gedachten laten mij terugkeren naar al die plaatsen waar ik heb gewoond of samengehokt, waar ik von himmelhoch jauchzend naar zu tode betrübt roetsjte alsof het niets was. Van sommige kamers herinner ik mij de groeven in het parket of de manier waarop het licht naar binnen viel. Ik weet nog welke gerechten ik in de keuken klaarmaakte en voor wie. Hoe op een nacht vol stormwind de helft van het plafond in de slaapkamer naar beneden kwam, gelukkig niet op onze kop. De geur van gaskachels ruik ik en van de wierook die ik opstookte. De bedden waar ik in sliep, het groene blad van het bureau waar ik aan studeerde.

Ik leed dus aan sentimentaliteit en melancholie. Onze geest versuikert de gebeurtenissen van vroeger en doet alsof toen alles beter was. Door het perspectief van de tijd lijken je wanhoop en je angst lang niet meer zo acuut, je kunt je niet langer voorstellen hoe je de koude trotseerde om met een krakkemikkige en onverzekerde snorfiets op het werk te geraken. Hoe je opgelicht werd door huisbazen die je waarborg achter hielden en klusjesmannen die een verkalkte boiler kwamen vaststellen. Daar moest je dan 2 weken interims voor doen, scharten en krabben en vloeken omdat je met al dat geld dat je verdiende nooit eens iets leuk kon doen. Huur betalen, gas betalen, elektriciteit betalen, eten kopen. Alles op.

Enfin, ik vond deze week alles triviaal en onbenullig. Ik vond de mensen lastig en vol van aanstellerij. Ze stelden wat mij betreft de verkeerde vragen en dat ook nog eens op het verkeerde moment. Ze deden moeilijk zonder reden, zochten spijkers op laag water. Ik ergerde mij aan alles en iedereen rond mij. Natuurlijk deed niemand anders dan gewoonlijk, net als beauty in the eye of the beholder ligt, zo ligt ook al de rest daar.

Toen kwam de man met de zeis ook nog eens totaal onverwacht (pdw) ophalen. Nu ga ik mij niet laten voorstaan op de paar woorden die ik ooit met de man wisselde op Twitter, maar het deed me toch iets. Een mens beseft bij het aanhoren van zulk nieuws dat ook hijzelf niet onsterfelijk is, en dat er nog allerlei dromen en plannen op het schap liggen te verstoffen onder het motto ‘geen tijd vandaag, misschien morgen’, terwijl het helemaal niet zeker is dat ook wij het nog eens zullen zien dagen in het Oosten. Godverdomme, grijp dat leven toch bij de lurven en doe niet langer alsof tijd een gratis goed is, onuitputtelijk en vrij te verkrijgen (zolang de voorraad strekt).

 

I cannot rest from travel: I will drink

Life to the lees: All times I have enjoy’d

Greatly, have suffer’d greatly, both with those

That loved me and alone

(Ulysses – Tennyson).

 

Read Full Post »

Lingerie.

Het miezerde en het was koud, de winkelstraat vol mensen warm ingeduffeld. Bleke gezichten half verscholen achter een sjaal. Ik verwonder me over een nieuwe manier van handtassen dragen. De hengsels in de plooi van de elleboog, de arm naar boven gebogen de hand half dichtgevouwen in een truttig vuistje. Valentijn ligt in het verschiet, aan de deur van de INNO hangt een briefje met de mededeling dat men op donderdag 14 februari uitzonderlijk open blijft tot 18h30. De liefde dient bewezen te worden met een clichétje, netjes verpakt. Opzichtig inpakpapier en een touwtje dat blinkt. Your faith was strong, but you needed proof. 

Ik zou nieuw ondergoed moeten kopen wist ik. Het probleem is dat ik weinig activiteiten deprimerender vind dan recreatief winkelen, ook wel ‘sjoppen’ genoemd. Geld dat ik niet heb uitgeven aan dingen die ik niet nodig heb. Doelloos drentelen van de ene winkel naar de volgende, kledingstukken vergelijken en de juiste maat uitkiezen. Of denken dat je de juiste maat hebt uitgekozen. Aanschuiven voor het pashokje, kleren uit en jezelf weerspiegeld zien in het het harde neonlicht. De putjes in je billen tellen, de haartjes op je benen. De geur van je eigen zweet en deodorant onder je trui. Nieuwe kleren terug aantrekken en tot de conclusie komen dat de kleur je niet staat of je jezelf weer eens dunner dacht dan je werkelijk bent.

Maar goed, nu ben ik toch al in die overvolle winkelstraat en ik kan niet eeuwig en drie dagen diezelfde 2 BH’s met elkaar blijven afwisselen. Die dan ook nog eens stammen uit een pré-lief periode waar degelijkheid primeerde op frivoliteit. Toen discretie het won van opzichtigheid en ik de geilheid van mannen eerder wilde ontwijken dan opwekken. Dat laatste lukte niet altijd. Een beetje man laat zich zijn geilheid niet ontnemen door vleeskleurige T-shirtbh’s heb ik ondertussen geleerd. Voorwaarts dus, en moedig haastte ik mij voort naar verderop in de straat, naar die winkels waar men het soort niemendalletjes verkoopt die onontbeerlijk zijn voor het beleven van allerlei seksuele avonturen. In gedachten lag ik al in bed te wachten, gehesen in zwart kant en oersterke stay-ups die mijn benen langer dan lang zouden laten lijken. Mijn lief zou me daar een ogenblikkelijk een paal ontwikkelen, de grootte van een gemiddelde voorarm. Ik zou al van geluk mogen spreken als ik het daaropvolgende minnespel zou overleven zonder al te veel kleerscheuren.

Voor de etalage bleef ik staan. Opzichtige rode harten. Een mannequin in zwarte netkousen en een BH die haar niet leek te passen. Daarboven een negligé met een pluizig randje. Een kop met een lelijke blonde pruik en de starende blik van een ongeïnteresseerde hoer. Het was brutaal en goedkoop, ontdaan van alle geheimzinnigheid, intimiteit of mystiek. Ik walgde bij het idee van honderden vrouwen in precies hetzelfde uniformpje, die hoopten dat een omhoog gestuwde decolleté de deur naar de relatiehemel zou openen.

In de Mokkabon kwam net een tafeltje vrij. Ik liet me overdonderen door de bitterheid van een dubbele espresso en hoorde een man voor de zoveelste keer zijn verhaal doen over hoe hij vorige week 5 cent teveel moest betalen.

Read Full Post »

Onopzettelijk.

De tuin is bedekt onder een laagje rijm, alsof God deze nacht passeerde met een enorme bus poedersuiker. De zon schijnt en doet alsof het zomer is. Ik denk aan mijn dochter die ik gisteren uitwuifde toen ze naar de bergen en de sneeuw vertrok. De meest prangende vraag die ze zich zal stellen deze week is of ze dit jaar wel naar die fuif mag op donderdagavond. Voor de schijn en misschien ook wel voor de zekerheid heeft ze haar map chemie mee genomen. Alsof ze deze keer niet pas volgende week zondag, vermoeid en het gezicht bruingebrand haar huiswerk zal maken. Ze gaat langzaam de wereld binnen van de jongeren, waarvan ik de codes en gebruiken niet ken. Ik blijf staan en kijk nieuwsgierig binnen, zwaai af en toe van achter het raam. Hoop dat ik af en toe zo haar aandacht kan trekken. Op woensdagmiddag draaft ze binnen, hongerig, babbelend. Verontwaardigd om wat een leraar deed of vroeg of ze vertelt iets over haar klasgenootjes. Dat ze morgen minder pauze heeft omdat ze naar het CLB moet om gemeten, gewogen en gevaccineerd te worden. Later krijg ik een SMSje om te melden dat ze niet meer zal groeien. Ik zal altijd groter zijn dan haar.

In een huis in Lokeren bereidt een gezin een uitvaart voor. Ik stel me voor dat ze nu nog te veel opgeslokt zijn door het gedoe ervan om het verdriet al helemaal te kunnen voelen. Politie, slachtofferhulp, begrafenisondernemer. De media, sommige terughoudend, andere dan weer minder kies. Dat je daarna nog een kot moet leeghalen en beslissen wat je met haar spullen moet doen. Dat je moet beslissen wat je met haar kamer thuis doet en hoeveel keer je ‘s morgens nog de tafel zult dekken en ook op haar plek een bord zet en een koffietas. Haar facebookpagina die je moet laten afsluiten, of niet.

21 jaar en ‘s ochtends om 8 uur braaf op weg naar de les, of stage lopen. Laatstejaars waarschijnlijk en als het goed is met een hoofd vol dromen en een hart vol zon. Een vriendje waarschijnlijk. Op je 21ste heb je normaal gezien nog zeeën, wat zeg ik?, oceanen van tijd. Wereldreizen behoren nog tot de mogelijkheden zonder dat het een pathetische poging is het voortschrijden van het leven te stoppen.

De dader, 26 jaar, dronken na een hele nacht uitgaan zo lees ik in de krant, zal vervolgd worden wegens onopzettelijke slagen en verwondingen met de dood als gevolg. Ik snap niet wat er onopzettelijk is aan dronken een auto besturen en 80 km per uur te rijden waar men 30 km mag doen. Een stuurfout maken, of door onervarenheid een ongeval veroorzaken, ja dat. Maar in kennelijke staat achter het stuur gaan zitten en zo roekeloos rijden dat iemand anders dat met het leven moet bekopen? Als dat geen doodslag is, wat dan wel?

Ik reageer emotioneel, zegt men. Moet tegenwoordig de dood van een mens, van een jong mens, met klinische redelijkheid benaderd worden? Alsof niet onverschilligheid en laksheid aan de basis liggen van de wetgeving die een dergelijke vorm van doodslag beloont met de kwalificatie ‘onopzettelijke slagen en verwondingen’.

Read Full Post »

Uit de losse pols.

Ik ben veel te serieus, ik weet het. Dat heeft waarschijnlijk te maken met iets uit mijn vroege jeugdjaren, maar ik kan daar nu niet al te veel meer aan doen. En sorry, maar ik ga mij daar niet meer voor verontschuldigen. Het leven is een stuk makkelijker als je niet de hele tijd op jezelf loopt te foeteren omdat je te dun – te dik – te serieus – te dom – te slim – te lui – te vet – teweetikveelwat bent. Laat de vorige zin geen uitnodiging zijn om de klootzak/bitch uit te hangen, jezelf een hartaanval te vreten of een levercirrose te ambiëren onder het motto ‘zo ben ik nu eenmaal’, jongens en meisjes. Je mag wel een beetje ijveren om het beste uit jezelf naar boven te halen. Plus est en vous en al die shit. (Ik heb jullie gezegd dat ik een serieuze ben hé).

(Ook serieuze mensen kunnen gelukkig zijn. Geluk is voor mensen zoals ik een zekere mate van tevredenheid met hoe de dingen zijn, nu. Geapprecieerd en aangemoedigd te worden. Mensen die je twijfels niet aangrijpen om zichzelf groot en machtig te maken en jou klein en nietig. De wind onder je vleugels in plaats van een schaar om je te kortwieken en je het vliegen te beletten omdat ze zelf pinguinachtigen zijn. Wie 100 maal dom genoemd wordt, zal zijn slimmigheid op den duur wel vergeten.) 

Laat ons ook de voorzichtigheid overboord gooien. Ga opnieuw rotsvast in een overtuiging staan, bepaal een ideaal. Stel je in dienst van een hoger goed dat niet jezelf is. Wie de wereld wil veranderen moet om te beginnen geloven dat zoiets tot de mogelijkheden behoort. Lieve jeugd, wees zo arrogant om net dat te denken. Neem geen genoegen met het zelfgenoegzame status quo. Laat je niet vangen door het adagium van mildheid en redelijkheid (medicijn voor oude mannen en oude vrouwen, die onder dat mom het vervliegen van hun eigen dromen verteren). Ga de Viking achterna die enkel strijdend eervol ten onder ging of de fiere amazone. Maak je los van conventies en overtreed de ongeschreven regels en de geplogenheden.

Span je in, weest niet vadsig. Denk na en maak je moeilijke begrippen eigen zoals fenomenologie. Geef niet op, zet door. Neem voldoende rust, drink af en toe te veel (tot je moet kotsen van genoeg). Neem daarna een ijskoude douche, ga kamperen in de winter. Verzaak een tijdlang aan comfort, technologie, seks, drugs. Leer het achteraf dubbel waarderen. Keer je af van pulp, van makkelijk te slikken. Voor je het weet zit je strot vol met onzin die vlot verteert en ben je verslaafd aan de zalige verdoving. Geef gefundeerde kritiek en follow the money. Always follow the money, want daar ligt het antwoord op je vraag.

Lees De Bijbel, bezoek een kathedraal, ga ter communie. Lees Het Kapitaal, Kerouac, Ginsberg, Salinger, een grote Rus of twee. Zoek de 7 verschillen. Kijk je angsten in de ogen, pak ze bij hun nekvel. Schrijf. Zing. Speel. Leef standvastig en volgens je principes. Loop voorop, draag een vaandel, een banier, een vlag om de schouders. Dweep met rebellen die al lang verleden tijd zijn. Wees niet naïef.

Leef.

 

Read Full Post »

Het gebeurt dat ik op een vrij moment achteloos doorheen de profielen van mijn facebookvrienden struin. Mensen die ik al jaren ken en waar ik vele herinneringen mee deel. Vrienden en familieleden waarmee ik samen op reis ben gegaan, feest mee heb gevierd, plaatsen heb bezocht. Ik bekijk dan hun fotoalbums, soms van jaren geleden. Die digitale fotografie, dat is nogal een uitvinding hé mijnheer!

Onvermijdelijk stoot ik dan op foto’s van mezelf. Een familiefeest in de tuin onder de zon, het glas geheven in een toost die duurt tot in de eeuwigheid. Vakantie met vrienden in Frankrijk, we kijken blij in de camera. Foto’s van barbecues en uitstapjes, fuiven en trouwfeesten. Foto’s genomen in verre landen, en ik ben bruin als caramel. Een andere waar ik straal onder een paraplu. Mijn dochter en ik, gevangen in een omhelzing.

En telkens weer denk ik bij het zien ervan: ben ik dit werkelijk? Zag ik er echt zo uit? Vol leven en goesting, slank, mooi. Het is dat het bewijs mij zo duidelijk op mijn scherm tegemoet komt, want anders had ik het nooit geloofd. Ik kan me namelijk geen enkel moment in mijn leven voor de geest halen dat ik mij ervan bewust was dat dat lijf van mij eigenlijk best ok was. Ik had er altijd wel wat op aan te merken. Mijn kont was te dik en mijn buik te slap. Er zaten putten in mijn billen en mijn knieën waren veel te knokig. Geen mens die het uit mijn hoofd kon praten. Het is pas de afstand die de tijd creëert die mij vrede laat nemen met dat lijf van me.

En ook vandaag zit ik verwikkeld in een lijfstrijd, alsof het zich ooit zou laten temmen. Gelukkig was daar het moment van de goede voornemens, en ik ben blijmoedig op de kar gesprongen. Om de overvloed van de feestdagen uit mijn lijf te spoelen heb ik mijzelf op een alcoholvrije maand getrakteerd. Mijn vrienden en kennissen keken raar op, toen ik hen deelgenoot maakte van die vrijwillige zelfkastijding. Meewarige blikken, en een enkeling barstte zelfs spontaan in lachen uit. Alsof ik hem een geweldige grap had verteld. Het zegt waarschijnlijk iets over mijn reputatie.

Voor u mij bezorgd het nummer van de lokale A.A. bezorgt, ik heb het niet over mijn reputatie van drankorgel. Eerder doel ik op mijn voorgeschiedenis van 12 stielen en 13 ongelukken, van het spoor aan half afgewerkte projecten en plannen dat ik achter laat. Deze keer schijnt het wel te lukken, dankzij een goede voorbereiding en veel supporters aan de zijlijn. Het zou ook kunnen dat het ligt aan het realistische en concrete doel dat ik mij heb gesteld: 30 dagen helemaal geen alcohol, daarna enkel nog tijdens het weekend of bij speciale gelegenheden.

Ik ken mezelf kleine beloninkjes toe: lekkere drankjes zoals Bionade na een hele dag water en thee. Een fijn stukje chocolade na een wandeling in de sneeuw. En mocht het ooit een dag toch mislopen, dan heb ik met mezelf afgesproken dat ik dan de dag erna met verse moed opnieuw begin. Liever struikelen en recht krabbelen dan te struikelen en dan kwaad te zijn op mezelf dat ik viel.

Het is alsof ik langzaam maar zeker vrede kan sluiten met mijzelf. Alsof ik besef dat ik ook de foto’s die ik vandaag met een lichte afschuw bekijk binnen enkele jaren met een milde blik zal omarmen.

 

Het vege lijf.

Read Full Post »

De post. Veel meer dan rekeningen en reclame zit er bij mij meestal niet in de bus. Een paar keer per jaar een ansichtkaart van iemand die op vakantie is. In december een verdwaalde Kerstkaart van iemand die nog niet weet dat ik wel vol goede voornemens zit, maar ze quasi nooit ten uitvoer breng. Dat ik nooit kaartjes of briefjes op een wederwoord trakteer, neem het niet persoonlijk. Het ligt aan mij, en niet aan jullie.

Vorige week bracht de postbode nog eens leuke post: een uitnodiging voor een Eucharistieviering gevolgd door een receptie en een feestmaal. Feestvarken van dienst was Zuster Amelberga, die op 22 februari 2013 haar eeuwfeest zou vieren (dankbaar om wat de Heer met en voor haar deed). De Heilige Amelberga wordt aanroepen tegen koorts en stuipen, schouderpijn, schipbreuk en hagel. Haar attribuut is een reusachtige vis (geen haai of zo, een vriendelijke vis).

Zuster Amelberga was dan weer diegene die bij mijn doop beloofde mij verder op te kweken in de goede Katholieke traditie, mochten mijn ouders op eerder onfortuinlijke wijze niet meer in staat zijn dat te doen. Na dat doopfeest was het trouwens rap gedaan met sacramenten allerlei. In de lagere school was ik in het eerste leerjaar het enige kindje van de hele school dat zedenleer moest volgen in plaats van Rooms-Katholieke godsdienst. Er moest speciaal voor mij een leraar uit het verre Blankenberge of zo gehaald worden.

In de nieuwjaarsperiode reed mijn moeder met onze bronskleurige Simca helemaal naar Gijzegem, waar mijn meterke in het klooster verbleef. Mijn zussen en ik ruziënd op de achterbank, tot ik misselijk werd. In een kamertje met krakende stoelen wisselden mijn moeder en meter de laatste nieuwtjes uit in een dialect dat ons vreemd in de oren klonk. Rapporten werden besproken, alsook onze hobbies. Ik deed aan judo of atletiek, en mijn meter merkte op dat ballet toch meer iets voor meisjes was. We kregen cadeautjes toegestopt: gehaakte prullen, een met reclame bedrukte stilo of een agendaatje voor het komende jaar. We keken vooral uit naar de Jacques-chocoladerepen met kleverige, felgele bananenvulling.

Als we niet meer stil te houden waren kregen we de toestemming om rond te lopen. We speelden tikkertje in de lange betegelde schoolgangen, die er in het weekend stil en verlaten bij lagen. Een glazen deur met een gezandstraald portret van Sint-Vincentius à Paulo en het gebiedende ‘Ora et Labora’ leidde naar de speelplaats en verder naar de kloostertuin.

‘s Middags eten dat op een metalen rolwagentje werd aan gereden. Groene soep en daarna gebraad en kroketten. Andere nonnen die mijn moeder nog kende uit haar kindertijd die ons kwamen begroeten en de handen in elkaar sloegen: ‘Zie ne keer naar die kinderen. Maar zo gegroeid!’. Elke keer weer, zelfs al groeiden we al lang niet meer.

In de namiddag mochten we plaats nemen in de Congo. Het chiquere salon, waar allerlei relieken te vinden waren uit de tijd van de missies in Zaïre. Een verzameling vlinders met blauwe iriserende vleugels, onder glas gerangschikt volgens grootte. Ebbenhouten maskers, blinkende schelpjes. ‘Blijf daar af’, klonk het om de 5 minuten.

Op 22 februari zou ze 100 zijn geworden, pienter en wel. Wat moeilijk te been, maar verder op en top. Vorig weekend viel ze ‘s nachts en brak een rib en – oh ironie – een schouderblad. Pijnlijk.

3 dagen later en op een zucht van haar 100ste verjaardag gaf haar lichaam op.

Read Full Post »

Bloednuchter.

Dus ja, het is nu al meer dan een week geleden dat ik nog een druppel alcohol heb aangeraakt. Oké, ik reken dat ene flesje bruin bier dat ik gebruikte om vorige week zaterdag een mals en sappig varkenshaasje in te stoven er niet bij. Maar verder: geen enkele keer over de schreef gegaan.

En eerlijk? Het kost me niet eens moeite. Ach, er zijn natuurlijk momenten waarop ik denk: nu zou een glas wijn me wel smaken. Verder dan dat gaat het niet, heroïsche gevechten met mijzelf heb ik nog niet moeten voeren. Langs de andere kant: de voordelen die me werden beloofd zijn ook uitgebleven. Ik heb nog regelmatig hoofdpijn en op die reflux die me nu al maanden teistert heeft mijn geheelonthouding absoluut geen invloed. Het lijkt zelfs lichtjes erger geworden, maar het kan ook zijn dat ik het gewoon beter voel. Ik heb nog altijd te veel behoefte aan slaap.

Niet dat ik nu de behoefte heb aan opgeven, verre van. Ik zit nog niet  als een dorstige ziel in de woestijn te snakken naar mijn eerste glas bier, de maand zal snel genoeg voorbij zijn. In het najaar, na de uitspattingen van de zomer en voor de nieuwe ronde eindejaarsfeesten, heb ik ondertussen al een nieuwe alcoholvrije maand ingepland.

De enige afknapper deze week was de quizavond van vorige maandag. Bij een caféquiz hoort een pint of een glas wijn, veel meer valt daar niet over te zeggen. Bionade, allemaal goed en wel, maar als je dat een hele avond moet drinken valt dat toch wat tegen.

 

Read Full Post »

Vandaag is de eerste dag van een volstrekt alcoholloze maand. Jaja, uw toegenegen Wendy doet ook nog eens mee aan het hele goede voornemens circus en met heel veel goesting zelfs. Ik heb eigenlijk de dagen bijna zitten aftellen tot ik kon beginnen met stoppen (het klinkt dramatischer dan het is hoor, vogels). Het was te veel geworden. Niet ‘te veel’ in de zin van Wendy was elke dag zat en moest ‘s morgens voor het werk een vodka-orange naar binnen slaan om het beven de baas te kunnen. Wel ‘te veel’ omdat Wendy doorheen de loop van de jaren de gewoonte had ontwikkeld om elke dag wel iets te drinken. Thuiskomen van het werk betekende een glas witte wijn inschenken of een pintje open trekken. Gewoon omdat ik het lekker vind (erg lekker eigenlijk), omdat ik niet houd van zoet zoals cola of limonade en omdat ik de hele dag op het werk al water en thee drink en ‘s avonds wel eens wat anders wil.

Toen leerde ik mijn lief kennen die – hoera, hoera – zoveel van wijn houdt dat hij bij wijze van hobby voor sommelier studeerde. Als we samen waren werd er dus uitgebreid geaperitiefd en tijdens en na de maaltijd maakten we makkelijk nog een andere fles soldaat. Ik zei dingen zoals ‘deze wijn smaakt naar aarde of ijzer’, terwijl ik nog nooit aarde of ijzer gegeten heb. Mijn lief heeft het meer voor termen zoals ‘zwarte vruchten’ en ‘mineraal’. Kort daarna begon ik te hoesten en kwakkelde mijn gezondheid van het ene dieptepunt naar het andere en was ik al blij dat ik 3 dagen in de week kon gaan werken zonder dat dat mij compleet uitputte. Ondertussen is dat hoesten onder controle (atypische reactie op reflux blijkbaar), maar mijn energiepeil is nog lang niet om over naar huis te schrijven.

Lopen of een andere vorm van sport (wandelen van en naar het station telt niet echt als sport), dag ging (gaat) voorlopig niet. Veel op je gat zitten + veel lekker drinken + veel lekker eten. Ik moet er geen tekeningetje bij maken zeker? Ik heb nog maar weinig broeken die ik zonder veel moeite over mijn lekkere kont kan trekken en ik blijf mijlen uit de buurt van een weegschaal. Dat door te stoppen met alcohol drinken ook je calorieverbruik drastisch naar beneden gaat is dus een leuk neveneffect waar ik gauw resultaat hoop van te zien.

Maar goede voornemens zonder een concreet plan zijn gedoemd om te falen. En laat ik nu voor 1 keer een echt degelijk plan hebben.

Ten eerste: concrete data. 3 januari was ideaal om te beginnen, omdat we met de familie de reeks feestelijkheden afsloten op 2 januari. Een maand lang geen alcohol lijkt me lang genoeg om eens een volledige reset te doen van mijn lichaam en kort genoeg om overzichtelijk te lijken.

Ten tweede: zorg voor alternatieven. Ik ga straks mijn kar volladen met allerlei fancy en niet al te zoete limonadekes zoals Bionade en Kombucha toestanden. Zo hoef ik niet de hele dag enkel water en thee te drinken en heb ik ‘s avonds als ik thuis kom iets om naar uit te kijken. Bovendien heb ik zo niet het gevoel dat ik ‘gestraft’ ben. En ik heb er natuurlijk voor gezorgd dat ik op dit moment geen alcohol meer in huis heb, zodat ik niet in de verleiding kom.

Ten derde: gun jezelf ruimte op mislukken. Daarmee bedoel ik: stel dat er tijdens mijn alcoholvrije maand een dag komt waarop ik toch een pintje drink (er zijn twee collega’s die vertrekken op het werk binnenkort en de traditie is dan wel dat er een glas gedronken wordt), dan kieper ik niet direct mijn hele voornemen in de vuilbak onder het mom ‘het is toch mislukt’. Neen, Wendy begint dan gewoon de volgende dag opnieuw en plakt natuurlijk een extra alcoholvrije dag zodat ik uiteindelijk toch wel de hele maand vol maak.

Ten vierde: kondig je plan aan. Zo zorg je voor een extern controlemechanisme. En als je toffe vrienden hebt (zoals ik natuurlijk) krijg je ook nog wat gratis aanmoediging er bij.

Ten vijfde: wat na afloop? Dan gaan mijn lief en ik over op het ritme van wel alcohol op vrijdag – zaterdag – zondag. En geen alcohol op andere dagen, tenzij het buitenshuis gebeurt (café of restaurant).

Als dat geen goed plan is, dan weet ik het ook niet meer!

 

 

Read Full Post »

Older Posts »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.508 other followers