Om te beginnen deze bedenking: ik schrijf deze tekst in eigen naam, maar ook als één van de bezielers van de facebookgroep ‘Niet in mijn Pretpark’. Ze is niet bedoeld als aanval, maar wel als uitnodiging om na te denken over waar we staan en waar we heen willen.
Het begon toen ik die aankondiging zag voor een debat dat de titel draagt ’21ste eeuw: Is de vrouwenstrijd gestreden?’. Misschien ga ik te veel om met gelijkgezinden, maar zelfs in de mainstream media lijkt me consensus te bestaan over het tegendeel. Het afgelopen jaar ruimschoots aan bod gekomen in quasi alle kranten, tijdschriften en televisiezenders: de carrièrekloof, quota, de affaire Sagan, Femme de la Rue, Pol Van den Driessche, … Elke zichzelf respecterende krant besteedt veel aandacht aan Internationale Vrouwendag. Om het in marketingtermen te zeggen ‘Feminisme is een fucking hot topic’ tegenwoordig. De vraag is helemaal niet OF de feministische strijd gestreden is, maar wel ‘HOE’ ze nog verder gezet moet worden.
Spreeksters van dienst op het debat: Monica De Coninck, Anja Deschoemacker, Katrien Neyt en Annelies Van Belle.
Annelies Van Belle is schrijfster. Naast een tweetal boeken kun je haar af en toe betrappen op een opiniestuk in De Morgen en houdt ze een blog bij. Haar visie op ‘het feminisme’? Dat we het mis hebben, want dat we proberen de verschillen tussen mannen en vrouwen proberen uit te vlakken. Verder moet Van Belle indertijd nogal onder de indruk geweest zijn van de romancyclus ‘De Aardkinderen’ van Jean M. Auel, want als ze het heeft over mannen en vrouwen worden die eerste steevast als ‘jagers’ bestempeld terwijl de dames vooral willen ‘koesteren’. Een beetje de vrouwelijke Dirk Draulans dus, alleen met nog minder wetenschappelijk inzicht. Wat doet iemand die duidelijk geen knijt begrijpt van het hedendaagse feminisme en zich uitput in voorbijgestreefde clichés die voorbijgaan aan elk wetenschappelijk onderzoek ter zake op zo’n debat?
Blijkbaar heeft Van Belle zich door haar ‘stoute’ uitspraken over vrouwen en seksualiteit zich een soort feministisch aura aangemeten. Uiteraard is het jammer dat veel vrouwen nog altijd niet durven genieten van een lekker potje seks en natuurlijk is dat een thema waar de feministen zich over moeten uitspreken. Maar kan het ook in termen die het ‘me Tarzan, you Jane’ gehalte overstijgen? Niet elke vrouw die andere vrouwen aanmoedigt op zoek te gaan naar hun innerlijke slet is per definitie een feministe (of heeft iets zinnig over feminisme te zeggen).
Verder Monica De Coninck. Grote vis en op zich is het valabel om haar uit te nodigen zodat ze haar visie (en bij uitbreiding die van haar partij) op de verdeling werk/privé kan uitdiepen. Ik zou het zelf wel interessant vinden om te horen wat ze te zeggen heeft voorbij de boutade ‘mannen moeten minder werken en vrouwen meer’.
Katrien Neyt van het ABVV kan daar eventueel vanuit haar expertise één en ander tegenin brengen (of verder nuanceren). Langs de andere kant: in geen van de feministische thema’s die het afgelopen jaar aan bod kwamen in de media heb ik een vakbond weten deelnemen aan het brede debat.
Anja Deschoemacker is dan weer woordvoerster van de vrouwenbeweging van een marxistisch-trotskistische splinterpartij die – laten we eerlijk wezen – geen enkele relevantie heeft.
Het probleem is dat dit debat exemplarisch is en de breuklijn illustreert van het ‘oude’ feminisme en de nieuwe beweging die duidelijk opgang maakt. Nieuwe feministes lezen Jezebel en The Vagenda Magazine en verenigen hun interesses in zogenaamde vrouwelijke thema’s zoals mode, lifestyle, glamour, … naadloos met thema’s zoals de loonkloof en street harassment. Ze maken op een creatieve manier gebruik van sociale media, maken blogs, Tumblrs, filmpjes, muziek en creëren aan de hand daarvan een heel nieuwe ‘community’ zoals dat dan heet. En wat doet De Vrouwenraad? Die jaagt ons het schaamrood naar de wangen door 2 jaar na elkaar een debâcle als de ‘Auwch Award’ uit te reiken. (Gelukkig reageerde dit jaar De Standaard ook erg zuur, zodat de schade beperkt bleef).
Wij – Het Pretpark -, maar ook andere ‘nieuwe’ feministische bewegingen moeten onze stem luider laten horen en ervoor zorgen dat wij aan bod komen in debatten, lezingen, media (dat laatste begint in sommige gevallen aardig te lukken). We moeten studeren en onze thema’s grondig definiëren en uitdiepen, en alternatieven formulieren op een geloofwaardige manier. We moeten ervoor zorgen dat het feminisme verder gaat dan het selecte clubje blanke en hoog-opgeleide vrouwen, we moeten manieren zoeken om de vrouw aan de kassa van de Delhaize, de poetsvrouw die ‘s morgens vroeg of ‘s avonds laat de kantoren waar we werken komt kuisen en de al dan niet gehoofddoekte vrouwen van elke origine laten weten dat ons feminisme ook voor hen relevant is en dat ook zij daar een plaats in hebben.
Dàt is voor mij de richting die we uit moeten.









