Feeds:
Berichten
Reacties

Archief voor de ‘Kunst’ Categorie

Kunst zal de wereld redden.

Ik lees via Ooteoote dat Ann Decraemer een beetje medelijden heeft met auteurs die denken dat literatuur de wereld zal redden. Dat medelijden lijkt me ongepast, want het is wel degelijk de kunst die in staat is om de wereld te redden. Sterker nog: kunst is het enige dat de wereld zal redden.

Wie gelooft die mensen nog? 

Het lijkt logisch te denken dat wij ons voor het redden van de wereld tot de politiek zouden moeten richten. Op het eerste zicht is het daar waar de macht zich concentreert en moeten daar de beslissingen genomen worden om de wereld te redden.

Wie beter kijkt, merkt al gauw op hoe naïef, tot op het dwaze af deze gedachte is. In deze tijden is het toch overduidelijk dat de politiek niet veel meer is dan de speelbal van banken en lobbyisten in dienst van grote bedrijven. Op gemeentelijk, gewestelijk, nationaal en internationaal vlak wordt de politieke scène bevolkt door egoïsten, manipulatoren, narcisten, arrivisten, seksverslaafden, graaiers, beunhazen, windbuilen, klootzakken, machtswellustelingen, psychopaten, dochters en zonen van nepotisten en andere fraaie exemplaren van de menselijke soort. Waar er tien politieke beslissingen genomen worden, zijn er negen die de wereld een klein stapje dichter bij de spreekwoordelijke afgrond brengen.

Er wordt getreuzeld waar er snelheid nodig is. En waar bedachtzaamheid aan de orde is, worden beslissingen gauw gauw genomen om de toorn van het volk te ontlopen en het voor voldongen feiten te stellen. Er wordt beweerd dat er geen alternatief is, terwijl dat er altijd is. Er wordt gekakeld en gekrakeeld, er worden leugens verteld om ten oorlog te kunnen trekken.

De politiek ontmoedigt het protest van mondige burgers, door het uit te putten en te criminaliseren. De politiek pleegt een georganiseerde diefstal op quasi elke laag van de bevolking, behalve dan op die lagen die door hun geroofde bezit boven elke wet verheven zijn.

Voorwaar ik zeg u: wie voor de wereld enig heil zoekt in de politiek, die dwaalt.

Condition humaine. 

Het beeld dat ik in voorgaande paragrafen van de politiek en politici schets is duidelijk niet fraai. Ben ik te streng? Ach, welnee. Uiteindelijk is het politieke schouwtoneel niet meer dan geconcentreerde verzameling van slechte en minder slechte mensen die hun goede bedoelingen en hun hoogdravende idealen zien stukslaan op het harde beton van de werkelijkheid en op de onwil van anderen.

Ook wij zijn dikwijls niet veel meer dan kleine klootzakjes onder elkaar. We gaan vleien bij de baas en we schoppen naar onder. We saboteren en manipuleren de ander en onszelf. We zijn kleingeestig en kleinzielig, we willen wel maar we kunnen niet of we durven niet.

Kunst.

We kankeren en we schamperen, we weten dat het anders zou moeten. En het enige dat ons kan aanzetten tot grootse dingen, het enige dat ons ooit collectief boven onszelf doet uitstijgen is de kunst in al zijn vormen en facetten, in al verschijningsvormen, hoe futiel die ook mogen zijn.

Geen verbondenheid zo groot als die van een zingende menigte. Het kunnen psalmen zijn in een kerk, het kunnen hits zijn op een festivalweide. En kent u één natie, één enkele maar die het zonder nationaal volkslied moet stellen? Is het toeval dat men in Brussel in 1830 opstand kwam na het bijwonen van een opera? Natuurlijk, er broeide al langer iets. Maar de lont werd door de kunst in het kruitvat gestoken.

Geen identiteit zo diep als gecreëerd door de literatuur. Of is het toeval dat ons land genoemd werd naar die stam die volgens Caesar de dapperste was van alle Galliërs? En dan hebben we het nog niet gehad over Conscience die veel meer dan toespraken van leiders van de toenmalige Vlaamse beweging een invloed had op het aannemen en het creëren van een identiteit.

Engagement. 

Denkt u dat ik hier pleit voor geëngageerde kunst? Ach, welnee. Integendeel zelfs. Kunst die zich tot doel stelt om een bepaalde ideologie of stroming te prediken is volgens mij geen kunst. Het is propaganda die zich bedient van de taal van de kunst.

Ik probeer enkel aan te tonen dat schrijvers, musici, componisten, beeldhouwers, schilders en elke kunstenaar het in zich heeft om voetje voor voetje de wereld te verbeteren en zo te redden. Wie herinnert zich niet uit zijn tienerjaren een song of een boek dat zijn kijk op de wereld voorgoed veranderde?

Revolutie. 

Waarschijnlijk is in deze contreien het revolutionaire klimaat even geluwd. Het is een minderheid die zit te wachten op een nieuwe dictatuur van arbeiders en boeren. Maar wij hebben geen revoluties meer nodig om de wereld te redden. Het enige wat er voor nodig is, zijn mensen die af en toe hun eigen lelijkheid laten voor wat het is om het goede en het ware te doen. En daar is niets anders voor nodig dan kunst.


Read Full Post »

Wie is er bang van autoriteit?

Een tijdje terug ben ik zoals u hier kunt lezen naar de film geweest. Voor die begon gaf Patrick Duynslaegher een inleiding, situeerde de thematiek van de film binnen het algemene oeuvre van de auteur en wees op een aantal elementen waar men op zou kunnen letten, zoals de tegenstellingen tussen licht en donker of de camera die gebruikt werd. Zo’n duiding voor je begint aan film beïnvloedt natuurlijk de manier waarop je kijkt.

Duynslaegher een filmkenner noemen is een understatement. Sinds vorig jaar heeft hij het hoofdredacteurschap van Knack Focus ingeleverd om directeur te spelen van het Filmfestival Gent. De man is in zijn vakgebied een autoriteit, zelfs al heeft hij nooit zelf een film geregisseerd. Als Patrick (ik mag toch Patrick zeggen hé, Mijnheer Duynslaegher?) zegt dat ‘Des Filles en Noir’ een meesterlijke film is, dan gaan mijn oortjes flapperen en wil ik die film zien. Niet omdat ik dan plotseling mijn hele kritische ingesteldheid overboord heb gegooid, maar omdat ik weet dat Patrick enorm veel ervaring heeft in het bekijken en beoordelen van films. De kans is dus erg groot, dat als ik naar een film ga kijken die door Duynslaegher wordt aanbevolen, ik dat op zijn minst een interessante film zal vinden. Achteraf zal ik wel zien in welke mate ik het met hem eens ben, of niet.

Daar waar er vroeger waarschijnlijk veel te veel belang werd gehecht aan de autoriteit van critici, leraren of andere mensen in een soort gezagsfunctie zal wel kloppen. Maar op dit moment lijkt me de slinger een beetje te veel doorgeslaan naar de andere kant. Driftig wordt in elk argument naar het aspect ‘autoriteit’ gezocht, om het op die basis dan te kunnen afwijzen. Ik verwijs bijvoorbeeld naar de discussie op de blog van Jan Pollet, die je hier kunt lezen.

Subjectieve appreciatie. 

Of het nu over film, literatuur, muziek, beeldende kunsten of weet ik veel welke kunstvorm jouw voorkeur wegdraagt: laat je in de eerste plaats leiden door wat je graag leest, hoort of ziet. Vind je ‘Oorlog en Vrede’ van Tolstoi saai en langdradig? Smijt het boek weg, zet het ergens in een boekenkast in een donkere kelder en kijk er nooit meer naar om voor mijn part. Je kunt het ook naar de Kringloopwinkel brengen of het op een zomerse middag achterlaten op een bankje in het park, zodat iemand anders er ook nog iets aan heeft.

Ik zal je geen minder mens vinden omdat je enkel luistert naar Frans Bauer en je Russische freejazz uit Moermansk maar niets vindt. Nu ja, dat is misschien wat overdreven: ik ken eigenlijk geen mensen die hevig fan zijn van Bauer, en ik zou het waarschijnlijk wel bevreemdend vinden om die plots in mijn vriendenkring aan te treffen. Maar serieus: als Frans je blij maakt, dan ben ik – echt waar – blij voor jou.

Appreciatie hangt ook af van associaties: een ‘gedicht’ dat speciaal voor jou werd geschreven door een lief met literaire ambities kun je mooi vinden ook al trekt het objectief gezien nergens op.

Objectieve criteria. 

Wie heeft in zijn jonge jaren niet gewenst dat hij een leraar had zoals Robin Williams er één neerzet in Dead Poet’s Society? Het gaat in tegen ons instinct en ons buikgevoel om kunst ‘punten’ te geven of te beoordelen volgens criteria die net iets objectiever zijn dan ‘ik vind dat mooi/schoon/leuk’. Versta me niet verkeerd, ik wil bijlange na niet aan de slag met X- en Y-assen, zoals in het fragment hé. Wat Williams doet in Dead Poets Society lijkt me trouwens de juiste weg te zijn: eerst die jongeheren de magie van poëzie laten ontdekken, zonder meer. En ze daarna laten nadenken over waarom ze dat mooi vinden. Zonder twijfel komen ze dan uit bij zaken zoals rijm, metrum, thema, beeldspraak, symboliek, ….

Objectief + subjectief.

De combinatie van objectieve factoren en subjectieve appreciatie maakt de weg vrij voor inhoudelijke discussies die het niveau van ‘ik vind dat mooi’ versus ‘ik vind dat lelijk’ overstijgen. Misschien gebeurt het zelfs dat je je appreciatie gaat bijstellen, of dat je een boek nog eens gaat lezen op zoek naar betekenislagen die je voorheen ontsnapten.

Het introduceren van een aantal objectieve criteria leidt volgens mij ook een verhoogd begrip en diepere inzichten. Al was het maar omdat je begint na te denken over beeldspraak, symboliek, kleur, personages … Wie blijft steken in de mooi-lelijk dichotomie die maakt het zichzelf wel erg makkelijk.

Autoriteit.

Wie begint met sporten, die zal zich eerst informeren: welke schoenen koop ik het best, wat moet ik eten of drinken om beter te presteren, welke route volg ik het best? Ook kunst in al zijn vormen appreciëren is een leerproces. Men evolueert, stelt de eigen smaak bij, gaat op zoek naar nieuwe dingen.

Dat er af en toe van ‘autoriteit’ gebruik gemaakt wordt, lijkt me niet meer dan normaal. Hoe anders dan door ‘autoriteit’ zal de gemiddelde 17-jarige anders ooit pakweg Couperus ontdekken en eventueel leren smaken?

Read Full Post »

F*ck de dilettant.

Gevoelige zieltjes, opgezwollen egootjes en mensen met een veel te uitgesproken drang naar harmonie en die van mening zijn dat we allemaal lief en vriendelijk moeten zijn tegen elkaar lezen dit beter niet. Ik heb er namelijk genoeg van.

Rhein II – Andreas Gursky. 

Vorige week of zo werd een lijstje van de ’10 duurste foto’s’ bekend gemaakt. Christie’s verkocht Rhein II van Andreas Gursky voor 3,2 miljoen €.

Het beeld in kwestie stond nog maar in de gazetten, of ze werd -tig keer gedeeld op facebook, meestal met een sneer er bij. ‘Dat kan ik ook’, was meestal de teneur. Ewel, ik geloof daar niets van. Ten eerste wordt het bewijs van het tegendeel al geleverd door het feit dat geen enkele van diegenen die beweerden dat zijzelf, hun dochter van 9 of desnoods hun gehandicapte kat ooit zo’n foto heeft gemaakt. En waarom hebben zij geen zo’n foto gemaakt? Omdat ze te blind zijn om de schoonheid van een dergelijk beeld op te merken. Een goeie fotograaf (en een goeie schrijver ten andere evenzeer) is in de eerste plaats een goeie observator. Om goede kunstzinnige foto’s te kunnen maken die het banale en het persoonlijke overstijgen, moet je je in de eerste plaats durven laten raken door wat je ziet rondom je. Je moet de schoonheid kunnen zien waar anderen overheen kijken, én je moet dat beeld ook nog weten vast te leggen.

Het is duidelijk dat zij die achteraf komen schamperen dat ‘zij en hun bomma’ dat ook kunnen, absoluut geen gevoel voor esthetiek hebben. Ze laten zich misleiden door de bedrieglijke eenvoud van het beeld. De quasi-perfecte compositie, het samenspel van de horizontale lijnen, de verschillende grijs- en groenwaarden, de beweging die uit de foto springt, …. het gaat allemaal aan hen voorbij. Ze kijken niet verder dan hun neus lang is, en ze missen dus om te beginnen al de basisvoorwaarde om geslaagde foto’s te kunnen nemen.

En dan heb ik het nog niet gehad over het ontstellend gebrek aan vakkennis dat de meeste amateurfotografen aan de dag leggen. Dat koopt een camera van 500 €, loopt 14 dagen door de stad gelijk met voornoemde camera op de buik en dat noemt zich zonder enige gêne fotograaf. Jaja, ik weet het wel, dankzij de digitale fotografie hoef je natuurlijk niets meer af te weten over het ontwikkelen van foto’s, maar dat betekent nog niet dat iedereen een getalenteerde fotograaf is. Je moet namelijk nog altijd wel iets afweten (bewuste kennis of onbewuste kennis opgedaan door ongeveer 10.000 uren te oefenen, dat maakt niet uit) over lichtinval, compositie,  perspectief, verschillende formaten van lenzen, kleurencombinaties, …. En om je foto’s wat meer karakter te geven of te perfectioneren is het ook aangewezen dat je leert werken met één of ander fotobewerkingsprogramma, dat je experimenteert met verschillende filters en resoluties, etc …

Is een mens nu verplicht om ‘Rhein II’ mooi te vinden? Nee, natuurlijk niet. Dat hangt nog altijd af van je eigen (en dus subjectieve) appreciatie. Maar je kunt niet ontkennen dat de elementen zoals compositie en kleurenpalet in deze foto waanzinnig goed zitten. Ik vind het een soort foto waar je uren naar kunt kijken, bij associëren en steeds weer nieuwe dingen in kunt ontdekken. Op dit moment leg ik vooral de link tussen het beeld en het gedicht  van Marsman, ‘Herinnering aan Holland’. (Denkend aan Holland/zie ik breede rivieren/traag door oneindig/laagland gaan, …).

Wat de gek ervoor wil betalen. 

Het is één van de fundamentele wetten van de economie, dat waarde bepaald wordt door wat de gek ervoor wil betalen. Is Rhein II 3.2 miljoen € waard? Voor mij niet, omdat mijn persoonlijke kredietlijn bij ons aller Dexia niet zo hoog is. Maar als één of andere rijke stinkerd deze originele foto in zijn living wil hangen voor dit mooie bedrag, doe gerust.

Een werk wordt niet mooier, lelijker, beter of slechter door de prijs ervan.

Read Full Post »

Deze week zag ik een openlucht vertoning van de film ‘Vie Héroïque‘, over het leven van Serge Gainsbourg. De setting was een beetje sprookjesachtig, en er viel geen regen. Met een beetje goede wil zou je van een van een zwoele zomeravond kunnen spreken, maar een mens moet nu ook weer niet te zeer overdrijven. Het was de tweede keer dat ik de film zag, wat me beter toelaat om er een objectiever (lees: minder emotioneel) oordeel over te vellen. ‘Vie Héroïque’ is eigenlijk best een fijne film. Al snel wordt namelijk een alter ego van Gainsbourg geïntroduceerd, dat een complexe relatie heeft met het hoofdpersonage. Het is stouter en minder verlegen, en zorgt ervoor dat Gainsbourg zich op een bepaald moment volledig op zijn muziek toelegt en het schilderen erbij laat inschieten. Maar het is ook venijnig en niets ontziend. Het is wreed, sarcastisch en denkt dat het zich alles kan permitteren omdat het een artiest is. Een goeie artiest, dat wel.

Vie Héroïque is natuurlijk geen objectieve biografie, maar dat pretendeert de film ook niet te zijn. Het deed me vooral nadenken over artiesten en hoe ze dikwijls de mensen rondom zich behandelen. Het lijkt er wel op alsof de meeste (of toch vele) artiesten in de breedste zin van het woord een patent hebben om zich als een rasechte klootzak te gedragen. Het is natuurlijk de aard van het beestje: om een echte kunstenaar te kunnen zijn, moet je je uiteraard durven laten raken, en komen de emoties in het kwadraat opzetten. Elke onzekerheid, elke twijfel, elk onverwerkt trauma, wordt genadeloos op de partner uitgewerkt. Zijn er kinderen, dan worden deze veelal emotioneel verwaarloosd of gewoon regelrecht naar de kloten geholpen door het genie in kwestie. Alles voor de kunst, zeker?

In de jaren 80 las ik in de krant een oproep van Jan Decorte. Hij zocht mensen, jongeren met een goed idee. Je moest eerst een brief schrijven (zo ging dat in die tijd) en was je idee goed genoeg, dan mocht je het aan de meester zelve komen uitleggen. De besten zouden dan samen met hem hun idee verder mogen uitwerken. Ik schreef en brief en op een regenachtige zaterdagnamiddag (denk ik) mocht ik me melden in de Brusselse Beursschouwburg. In het halfduister van de theaterzaal zat ik daar, met nog een paar tientallen anderen op de klapstoeltjes. We wachtten, tot de deuren van zaal met veel gedruis openklapten en mijnheer Decorte himself zijn opwachting maakte. In zijn kielzog Sigrid Vinks, toen al zijn vrouw. Hij zette haar op een bepaald moment zonder enige gêne ferm te kakken voor alle aanwezigen. Ze was wel zo slim om niets terug te zeggen. Achteraf heb ik ergens gelezen dat hij tijdens die periode ferm aan de coke zat. Die namiddag zal geen uitzondering geweest zijn.

Het was de bedoeling dat iedereen zijn idee kwam uitleggen. Iedereen die het lef had gehad om een brief in te sturen was gewoon uitgenodigd, Decorte had uiteraard nog geen enkel epistel gelezen. Eén voor één werden we op de scène gesommeerd om onze inval uit de doeken te doen. Daar stond je dan, met die volgspot op je smoel, waardoor je moest spreken voor een zwart gat. Het leek wel een politieverhoor, maar dan erger. Stond je idee hem niet aan, dan werd je gewoonweg de grond ingeboord. Van mijn eigen passage herinner ik me nog maar weinig. Zware vernedering is me bespaard gebleven, gelukkig.

Van het project zelf is niets meer vernomen. Maar als ik nu Decorte, als mannetje dat veel te vroeg oud is geworden op TV zie moet ik altijd denken aan die namiddag. Een paar jaar geleden nog eens in De Laatste Show, met Sigrid. Hij was ziek geweest, een diepe depressie. In één of ander interview drukte hij zijn spijt uit over hoe hij zijn vrouw had behandeld. Hij maakte brokken, zij ruimde de scherven. En opnieuw. (x 1.000). Hij maakte carrière en furore, zij kreeg steevast een rol in zijn producties. Blijkbaar is de rol van muze, (ah ja, achteraf wordt de vrouwen altijd de rol van muze toebedeeld hé) en surrogaatmoeder voor sommige vrouwen genoeg. Blijkbaar is de eer die daarmee gepaard gaat voldoende om alle vernederingen en wanhopige momenten te compenseren. Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat ik het niet zou kunnen. Ik had hem de kop ingeslagen. (Nee, dat is niet waar. Ik zou gewoon weggegaan zijn).

Read Full Post »

Ook wanneer ik een spiegelei eet. Ik vraag me af hoe ik het oranje van de druipende eierdooier kan omschrijven. Een banale vergelijking met de zon dringt zich op, maar wordt verticaal geklasseerd wegens te cliché. Op de tram luistervink ik, en probeer de dialogen in mijn brein op te slaan, zodat ik ze later nog eens kan reproduceren. Alles wat hoor, alles wat ik zie, alles wat ik meemaak wordt in mijn hoofd onmiddellijk omgezet in taal, in flarden van zinnen, in goed verwoorde spitsvondigheden. Ik ben de verbale fotograaf. Wat ik in woorden omzet, probeert een muzikant in een lied te vangen. Om een werkelijke artiest, een kunstenaar te zijn heb je niet veel meer nodig dan een goed ontwikkeld observatievermogen, een buitensporige gevoeligheid en tegelijkertijd het doorzettingsvermogen om je blijvend laten raken door de dingen. Verder helpen dwangmatigheid en een ongebreidelde drang naar perfectie. Van al die dingen is de kwetsbaarheid de belangrijkste. Een echte kunstenaar, de werkelijke artiest blijft altijd bereid om zich tot in het diepste van zijn ziel te laten verwonden, omdat hij weet dat uit deze kwetsuren de mooiste creaties ontstaan. Dat is de werkelijke opoffering van wie kunst maakt. De vastbeslotenheid om op je bek te gaan, keer op keer op keer. De wil om door het stof te kruipen, plat op de buik in dienst van de muze, die wrede Meesteres. Niets dat Kunst genoemd kan worden komt tot leven zonder dat iemand heeft geleden, bijna tot gekmakens toe. Wie werkelijke Kunst wil maken, moet zichzelf afvragen of hij bereid is de waanzin te omhelzen die altijd om de hoek loert. Wie zichzelf waarlijk tot het artiestengild wil rekenen, moet volmondig ja willen antwoorden op de vraag of je bereid bent om voor je kunst ten onder te gaan. Al de rest is bijzaak.

Ik hoor vandaag Jan Hautekiet aan Willem Vermandere vragen of hij één of ander debiel TV-programma kent. ‘Nee’, zegt Willem. ‘Doordat ik hele dagen en nachten in mijn atelier zit te kappen, gaat veel van de wereld aan mij voorbij’. Of dat geen ‘gemis’ is, vraagt Hautekiet in alle ernst. Ik lach schamper. Hoe komt een mens op die vraag? Meer nog: hoe durf je zo’n debiele vraag stellen, eigenlijk? De eenzaamheid van nachtelijke uren werken, losgesneden van de wereld is nu eenmaal de opoffering die een beetje kunstenaar graag maakt. Hij zal het zelfs niet als een opoffering zien, eerder als een verlossing. Wie TV verkiest of nodig heeft is nu eenmaal geen artiest in de werkelijke zin van het woord. TV, mijnheer Hautekiet, is futiel en banaal.

Onlangs een onwezenlijke discussie op facebook. Dat het nu maar eens gedaan moet zijn met kleine kunstenaartjes of zij die daarvoor willen doorgaan te subsidiëren. Dat zij daar wel voor gaan werken hoor. En belastingen betalen, godbetert! En waarvoor? Om dat rapaille dat zichzelf artiest noemt te steunen, terwijl dat nacht na nacht aan de boemel gaat op zoek naar iets om over te schrijven, een gitaarrif of een beeld dat blijft hangen op het netvlies dat ze dan kunnen reproduceren. En dat zij ook wel eens zullen zeggen dat ze een dikke sportwagen nodig hebben, omdat dat Kunst is. Ha!
Dan wordt het economische argument aangehaald: dat ook die Kunstenaars en Artiesten onderworpen zijn aan de principes van de Heilige Vrije Markt. Dat ze publiek moeten zoeken en er maar voor moeten zorgen dat ze hun kunst of wat ze kunst noemen verkocht krijgen, zodat ze zichzelf kunnen onderhouden en de gemeenschap dat niet meer moet doen. En dat in een land waar een bestsellerauteur met moeite 10.000 exemplaren verkocht krijgt. Herman Brusselmans verkoopt geloof ik een boek of 30.000. De meeste boeken van Vlaamse auteurs worden gedrukt op 1.500 exemplaren, waarvan nog een groot deel moet verramsjt worden. Ach, wat zit ik toch te zeggen. Het gros van de mensen die dergelijke onzin aanhangt leest zelf nooit een boek.

Read Full Post »

Soms kan een mens niet anders denken dan in termen van kosmische rechtvaardigheid, of hoe geluk een communicerend vat is. Alsof een slechts een afgemeten hoeveelheid beschikbaar is, en wat van de een wordt weggenomen, krijgt de ander toebedeeld. Zo kwam het dat mij eerder deze week twee tickets in de schoot vielen voor de voorstelling The infernal comedy in de opera van Parijs.

John Malkovich regisseerde dit muzikale theaterstuk, waarin hij de rol vertolkt van de OOstenrijkse seriemoordenaar Jack Unterweger. Malkovich brengt een monoloog die afgewisseld wordt met aria’s uit allerhande opera’s die het verhaal moeten illustreren. Unterweger is een figuur die in de jaren 80 en 90 furore maakte als schrijver, journalist & dramaturg, maar die tussen de bedrijven door ook actief was als seriemoordenaar. Na zijn proces in 1994 pleegt hij zelfmoord in zijn cel. Deze voorstelling zouden de memoires moeten zijn van Unterweger, het publiek wordt gelokt met de belofte de volledige waarheid voorgeschoteld te krijgen.

Misschien ben ik te zeer een snob, maar zowel Malkovich als de sopranen en het orkest konden mij maar matig bekoren. Malkovich is niet echt een getalenteerd regisseur, en waarschijnlijk is het ook erg moeilijk om jezelf te regisseren. Hij brengt uiteindelijk een erg matige acteerprestatie, en vervalt in de hinderlijke gewoonte die blijkbaar erg veel Amerikanen eigen is: steeds hetzelfde toontje gebruiken, met een hinderlijke verhoging van de toon op het einde van een zin. Spreekt. Erg. Veel. Zo. Staccato. In het begin van de voorstelling houdt hij een soort Duits accent aan (Unterweger is en blijft een Oostenrijker, een obligaat grapje dat verwijst naar Schwarzenegger en zijn accent volgt), maar dat verdwijnt natuurlijk na een zin of vijf.

Het kan natuurlijk liggen aan de omvang van de zaal in Parijs, maar mij lijkt het orkest te licht te wegen om de hele opera te vullen. Ik bleef wachten op een losbarsten, een volle klank, overtuiging, passie. Het is waar dat ik geen professioneel oor heb voor sopranen (noch voor andere stemmen), maar ook hier dezelfde kritiek. Zeker in het begin van de voorstelling wogen beide stemmen te licht (stem niet opgewarmd?). Het is niet dat er vals gezongen werd of zo, maar er was geen woede of teleurstelling of verdriet te horen.

Op zich blijft Parijs uniek, en de kans om in dit weelderige gebouw een voorstelling te zien is sowieso overweldigend. Maar mensen die The infernal comedy niet hebben gezien, hebben echt niet veel gemist.

Read Full Post »

Trailer van de langspeelfilm die Pipilotti Rist maakte vorig jaar. Haar ander werk indachtig (op Youtube vind je nogal wat videokunst van haar), is dit een beetje braafjes.

Erg verrassende cover van Chris Isaak’s Wicked Game. Beter dan het origineel, en Rist ten voeten uit.

Read Full Post »

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.508 other followers