De tuin is bedekt onder een laagje rijm, alsof God deze nacht passeerde met een enorme bus poedersuiker. De zon schijnt en doet alsof het zomer is. Ik denk aan mijn dochter die ik gisteren uitwuifde toen ze naar de bergen en de sneeuw vertrok. De meest prangende vraag die ze zich zal stellen deze week is of ze dit jaar wel naar die fuif mag op donderdagavond. Voor de schijn en misschien ook wel voor de zekerheid heeft ze haar map chemie mee genomen. Alsof ze deze keer niet pas volgende week zondag, vermoeid en het gezicht bruingebrand haar huiswerk zal maken. Ze gaat langzaam de wereld binnen van de jongeren, waarvan ik de codes en gebruiken niet ken. Ik blijf staan en kijk nieuwsgierig binnen, zwaai af en toe van achter het raam. Hoop dat ik af en toe zo haar aandacht kan trekken. Op woensdagmiddag draaft ze binnen, hongerig, babbelend. Verontwaardigd om wat een leraar deed of vroeg of ze vertelt iets over haar klasgenootjes. Dat ze morgen minder pauze heeft omdat ze naar het CLB moet om gemeten, gewogen en gevaccineerd te worden. Later krijg ik een SMSje om te melden dat ze niet meer zal groeien. Ik zal altijd groter zijn dan haar.
In een huis in Lokeren bereidt een gezin een uitvaart voor. Ik stel me voor dat ze nu nog te veel opgeslokt zijn door het gedoe ervan om het verdriet al helemaal te kunnen voelen. Politie, slachtofferhulp, begrafenisondernemer. De media, sommige terughoudend, andere dan weer minder kies. Dat je daarna nog een kot moet leeghalen en beslissen wat je met haar spullen moet doen. Dat je moet beslissen wat je met haar kamer thuis doet en hoeveel keer je ‘s morgens nog de tafel zult dekken en ook op haar plek een bord zet en een koffietas. Haar facebookpagina die je moet laten afsluiten, of niet.
21 jaar en ‘s ochtends om 8 uur braaf op weg naar de les, of stage lopen. Laatstejaars waarschijnlijk en als het goed is met een hoofd vol dromen en een hart vol zon. Een vriendje waarschijnlijk. Op je 21ste heb je normaal gezien nog zeeën, wat zeg ik?, oceanen van tijd. Wereldreizen behoren nog tot de mogelijkheden zonder dat het een pathetische poging is het voortschrijden van het leven te stoppen.
De dader, 26 jaar, dronken na een hele nacht uitgaan zo lees ik in de krant, zal vervolgd worden wegens onopzettelijke slagen en verwondingen met de dood als gevolg. Ik snap niet wat er onopzettelijk is aan dronken een auto besturen en 80 km per uur te rijden waar men 30 km mag doen. Een stuurfout maken, of door onervarenheid een ongeval veroorzaken, ja dat. Maar in kennelijke staat achter het stuur gaan zitten en zo roekeloos rijden dat iemand anders dat met het leven moet bekopen? Als dat geen doodslag is, wat dan wel?
Ik reageer emotioneel, zegt men. Moet tegenwoordig de dood van een mens, van een jong mens, met klinische redelijkheid benaderd worden? Alsof niet onverschilligheid en laksheid aan de basis liggen van de wetgeving die een dergelijke vorm van doodslag beloont met de kwalificatie ‘onopzettelijke slagen en verwondingen’.

De vraag die je moet stellen is: wat als we dit “met opzet” noemen? Hetzelfde bestraffen als wanneer de 26-jarige jongen pakweg een jaloers ex-vriendje was dat haar uit ‘wraak’ omver besloot te rijden? Of is dat dan “super-opzettelijk”?
Natuurlijk hebben de familie en andere betrokkenen geen enkele boodschap aan dat soort hypotheses en denkspelletjes, maar het zijn wel vragen die we ons als maatschappij die gelooft in een rechtstaat moeten blijven stellen.
Uit wraak iemand omver rijden lijkt me dan weer ‘moord’ te zijn wegens het voorbedachte ervan.
We mogen de rechtstaat ook niet gebruiken om zware feiten te minimaliseren. Iedereen die het Wilsonplien in Gent kent, weet dat het daar een heksenketel is. Daar 80 per uur rijden in dronken toestand is gewoon misdadig en valt onder de kwalifictie opzettelijke doding. Ik kan me daar niet voorstellen dat je daar 80 rijdt en geen ongeluk veroorzaakt, zelfs indien je niet gedronken hebt.
Hilde