Laat ik maar beginnen met het ruiterlijk toe te geven dat ik bij wijlen fluks en spoorslags als een amazone mijn spreekwoordelijke paard bestijg. Manen en haren wapperend in de wind, een flinke galop als lievelingstempo. Temperament, naar het schijnt overgeërfd van voorouders die volgens het ene verhaal Vikings waren en volgens het andere heethoofdige Spanjaarden. Het ergste dat je mij kan zeggen als ik mij nog eens aan het opwinden ben over dit of dat is een gemeenplaats als ‘trek je dat toch niet aan’. Of ‘neem dat niet persoonlijk’. Oh ja?, denk ik dan. Wie ben jij eigenlijk om voor mij te bepalen waarover ik mij wel of niet zal druk maken? Nijdig als een spin word ik dan.
Daarnet zat Joost Vandecasteele zich bij Fried’l Lesage kwaad te maken, iets over politiek. Dat was opmerkelijk genoeg voor haar om er iets over te zeggen in de zin van ‘het is een heerlijkheid om je je te zien kwaad maken’. Het antwoord van Vandecasteele kwam neer op ‘men zou zich eerder vragen moeten stellen bij mensen die zich heden ten dage NIET kwaad maken’. Applausje graag voor Joost.
Vandaag is humor de norm, en ludieke acties. Alles wat niet te diep gaat, niet te moeilijk is, geen inspanning vereist, ons behoedt voor werkelijk engagement en bijgevolg voor ontgoocheling en teleurstelling. Wel, ik heb het geprobeerd en ik kan het niet. (Ok, ik heb het niet echt geprobeerd). Dus weet je wat? Ik zal mij blijven kwaad maken, want het mag van Joost.
Waar ik mij deze week niet over mocht kwaad maken was de column van Lorin Parys. En dat terwijl COO van Uplace er eigenhandig en week na week in slaagt om het weinige niveau dat De Standaard soms nog haalt sneller te laten wegsmelten dan de ijsschotsen aan de Zuidpool. Nu ja, het moet gezegd: vorige vrijdag kreeg Lorin hulp. Na het debacle met de Auwch-award is de redactie onder leiding van Bart Sturtewagen vast besloten om ook volgend jaar opnieuw de felbegeerde cactus in de wacht te slepen. ‘Wie Heremans niet grappig vindt is zielig’, tweette Sturtewagen onlangs. Een stortvloed (wat zeg ik? een tsunami!) aan Beavis- en Buttheadachtige grapjes staat ons te wachten het komende jaar en Lorin beet vol goesting de spits af.
‘Vrouwen hebben geen smaak’ is de titel van laatste stukje. Onder deze hyperbool maakt Lorin – behoeder van de goede smaak – Parys zich vrolijk over het feit dat de 50 tinten trilogie op nummer 1 staat in de top tien van De Standaardboekhandel. En op andere plaatsen staan nog andere seksboeken voor vrouwen. Hihi. We weten allemaal dat als mannen zouden lezen, zo’n top tien enkel gevuld zou zijn met serieuze klassiekers en diepzinnige non-fictie over economie en filosofie.
En ja, ik weet het wel: over smaak valt niet te twisten, maar je maakt mij toch niet wijs dat lezers & lezeressen van een krant als De Standaard (niet toevallig De Standaard) geen wenkbrauwen fronsen bij het lezen van dit soort gratuite, dwaze en nietszeggende onzin. En zoals gezegd: ik geef toe dat ik snel op mijn paard zit, maar ik geloof nooit dat ik de enige ben die moe en soms moedeloos wordt van dit goedkope schofferen.
Zoals mijn moeder mij tijdens mijn rebelse puberjaren ooit treurig zuchtend toevertrouwde: plus est en vous, beste redactie. Plus est en vous.

Ik ken die Parys niet (al zegt het feit dat hij geassocieerd is met UPlace al genoeg over zijn persoon), maar dit stukje was zo onbenullig en transparant gericht op het uitlokken van reacties en het verkrijgen van aandacht dat ik me er niet erg druk in kon maken.
Laat het me anders stellen: wie dat stukje las en iets anders voelde dan totale minachting voor de auteur ervan is toch al verloren en zal nooit gered kunnen worden van de misogyne achterlijkheid.
Het is op zich niet zozeer de nitwit Parys waar ik me druk over maak. Eerder de redactie die dat soort lulligheid zomaar laat passeren. Er zijn zoveel getalenteerde mannen en vrouwen die goed kunnen schrijven, die nadenken en tot nadenken aanzetten. En toch blijven ze bij De Standaard die ondraaglijke lichtheid publiceren. Ik kan er met de beste wil van de wereld niet bij.