Ja, het gaat weer daarover. Omdat ik het beu ben. Of nee, ik ben het niet beu, het is erger. Ik ben het kotsbeu, stinkende beu, beu als koude pap die 14 dagen in de diepvries heeft gestaan. Ik ben kwaad, en nog geen beetje. Stond er een paar weken geleden op de cover van Humo niet dat ‘het kookpunt van de vrouwen bereikt is’? Wel, ik kook al een tijdje over. Het zit me tot hier en ver erover. Ge hebt er geen gedacht van. (Steek uw hand op als ge hetzelfde voelt).

Vrouwtjes houden een sacochengevecht.
Soit, ik probeer duidelijk te maken waarom ik quasi implodeer op het moment dat ik Yves Desmet zie vragen of hij een polemiek tussen twee vrouwen mag bestempelen als een ‘sacochengevecht’. Ik word daar oprecht kwaad van, maar ook triestig en teleurgesteld. Want ja, Yves, het is inderdaad seksistisch om die term uit de kast te halen op het moment dat twee volwassen vrouwen verwikkeld zijn in een polemiek. Twee eloquente vrouwen bovendien, die argumenteren en tegenargumenteren, die hun standpunten onderbouwen en die – hoe je het ook draait of keert – een goed stuk hebben afgeleverd. Dat afdoen als een sacochengevecht, Yves, is triestig en revolterend. Het is denigrerend en kinderachtig. Maar we zijn het gewoon hoor, Yves. Dat onze collega’s, onze bazen, onze vrienden en onze kennissen zo’n ‘grapjes’ maken.
En we zijn ook gewend, Yves, aan de reacties die we moeten slikken als we eens niet doen of we het leuk vinden, onze schouders niet ophalen en het niet nog maar eens laten passeren. Dan zijn we ‘zure seuten’ die niet tegen een mopje kunnen. En preuts ook nog waarschijnlijk. ‘Ga je nu weer beginnen?’ zie ik mijn collega’s denken als ik het lef heb om in te gaan tegen hun gratuite seksistische opmerkingen in de refter. Godverdomme, ja, ik ga weer beginnen.
Jongens van nu.
De jongens van nu zijn de mannen van later. Dus het brak een beetje mijn hart toen mijn dochter van 14 onlangs thuiskwam van school met de vraag waarom de jongens van haar klas haar altijd vroegen ‘of ze haar maandstonden had misschien’ als ze boos was. Wat is dat nu voor een vraag, vroeg ze. En dat dat toch stom was, want dat haar boosheid niets te maken had met haar maandstonden. En ik dacht je wordt groot, dochter. Welkom in deze wereld, en probeer een beetje gewoon te raken aan dat soort opmerkingen want dit is nog maar het begin.
Seksisme light.
Laat er geen twijfel over bestaan, ik ben Sofie Peeters dankbaar voor haar reportage. Ik bewonder de vrouwen die het uiteindelijk na vele jaren hebben aangedurfd om en plein publique het gedrag van Pol Van Den Driessche aan de kaak te stellen. Maar het heeft een bizar en pervers neveneffect. Er is op één of andere manier een soort seksistische maatstaf uit ontstaan. Het gedrag van ‘allochtone’ mannen in een verpauperde wijk is duidelijk zichtbaar, vrouwen hebben er duidelijk last van, het is agressief en bedreigend. Daar mogen we over klagen. Een kerel van een andere politieke overtuiging met losse handjes, dat is ook erg. Daar mogen we ook over klagen. We mogen er zelfs ‘de poorten van de hel’ voor openzetten. Dat is klaar en duidelijk. En ook: het is het duidelijk aanwijsbare seksisme van de ‘ander’. Ontoelaatbaar. Grensoverschrijdend. Agressief. Bedreigend. Intimiderend.
Subtielere vormen van seksisme waar we ons OOK aan ergeren en dagelijks mee te maken krijgen mogen we niet benoemen voor wat het is. In de bakkende zon naar een festival gaan en je bikini aantrekken om je te amuseren betekent dat je mag gefotografeerd en tentoongesteld worden onder de kop ‘bikinibabe’. En stel je daar vragen bij dan heet het dat je ‘niet kunt relativeren’. (Ja, ik kijk naar jou, PDW!). Dat is toch allemaal zo erg niet, mevrouwtjes, en bovendien mijn dochter van 17 die vind dat allemaal niet erg. De ‘babecultuur’ reduceren tot semantiek en dan je punt maken door te verwijzen naar een paar liedjes uit de jaren ’50 moet het punt afmaken. Terwijl het natuurlijk niet gaat over het woord op zich, maar over alles wat er achter ligt. Vlag, lading, Patrick?
De hand in eigen boezem.
Blanke mannen vinden in Femme de la Rue het excuus bij uitstek om hun eigen gedrag niet onder de loupe te moeten nemen. Zij vallen geen vrouwen lastig in de straten, dat laten ze over aan ‘kutmarokkaantjes’ en bouwvakkers. Zij laten hun handen niet ongevraagd over vrouwenlichamen dwalen, dat is voor de vieze perverten die zich niet kunnen beheersen.
Zij vragen enkel dat de vrouwen in hun omgeving zich de seksistische grapjes en opmerkingen laten welgevallen. Dat de wijfjes zwijgen op het moment dat tetten worden ingezet als verkoopsargument.
Als dat al niet meer mag, zeg!

Read Full Post »