Ik heb een aan/uit knop. Het ene moment loop ik warm voor iets, om er het volgende zonder verpinken de brui aan te geven. Het is nu al van oktober geleden dat ik nog eens naar de yoga ging, terwijl ik er vorig jaar toch in slaagde om twee tot drie keer in de week te gaan. En nu zou er een hele uitleg kunnen volgen over hoe ik op reis vertrok en terugkwam en tijd die er niet was, maar dat zijn uiteindelijk allemaal maar excuses. De keiharde bottom line is dat ik sinds oktober niet meer ben gegaan.
En dus zat ik hier vadsig te wezen in de zetel, of propte ik op café alle nootjes en chipsvarianten die op tafel gezet werden in mijn mond, ondertussen gulzig slurpend van een glas bier of wijn. En tussen al dat schransen door dacht ik wel eens ‘ik zou terug wat moeten bewegen voor ik helemaal transformeer in een hele hoop blubber’. Of ik vatte het plan op om op een mooie dag, als ik eens zou beschikken over een goede fiets eens helemaal naar het werk te rijden 30 kilometer verder.
Enfin, op een gegeven moment legde ik nog eens bijzonder veel initiatief aan de dag. Het resultaat? Een gratis paar goede loopschoenen, een gratis conditietest met prikjes in mijn oor en op maat gemaakte trainingsschema’s. Voorwaarde is wel dat ik mee doe aan de stadsloop in Gent op 20 mei. Nooit van mezelf gedacht dat ik mij ooit zou bewegen tussen een horde loopgekken die nodig moeten tonen hoe gezond ze op hun oude dag wel zijn, maar het zit er dus wel aan te komen. Maar ik heb dat nodig, zo’n concreet doel. Anders haalt mijn luie natuur het steeds van mijn intenties. Als de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens, kan ik met die van mij een viervaksbaan aanleggen. Als het de blessuregoden belieft, zal ik op 20 mei dus 10 km door Gent tjaffelen in het gezelschap van zo’n 6.000 andere monomanen.
Deze week ben ik al twee keer gaan lopen, geheel volgens het mij opgelegde schema. Ik mag niet snel lopen, en op dit moment eigenlijk ook niet zo lang. Waar ik vooral op moet letten is dat mijn hartslag onder de151 blijft, zodat ik mijn vet aanspreek tijdens de inspanning (en niet mijn suikers). Wat me het leven makkelijk maakt is dat ik langs de Leie woon, niet zo ver van de Blaarmeersen. Ik moet dus mijn voordeur maar opentrekken en beginnen lopen langs een bijzonder pittoresk baantje.
Ik kan daar zo van genieten eigenlijk. Voelen dat je in het goede ritme zit. Het geluid van je voeten op de grond, het zweet in de palmen van je handen. Hoe je haar op en neer deint, de blikken van verstandhouding die je uitwisselt met collega-sporters. Vandaag zag ik een reiger zitten op de oever. Kalm en roerloos liet ze (hij?) de ochtenddrukte aan zich voorbij gaan. Drie dikke duiven in het gras waggelen weg als ze mij in de gaten krijgen. Een brutale kauw wijkt geen millimeter. De zon warmt mijn hoofd, en op de terugweg zie ik Gent vredig liggen in de mist.

Waarom noem je lopers monomanen?