Tja, wat moet ik hier nu weer mee aanvangen? Ik weet niet eens wat ‘men’ van mij verwacht op dat vlak, laat staan dat ik mij aan deze mij onbekende verwachtingen zou kunnen of willen conformeren. Bovendien, ik kan ongeveer elk muziekgenre wel smaken in meerder of in mindere mate (schlagers en raggamuffin/dancehall en Level 42 niet te na gesproken). In dat opzicht ben ik – en Johan Sanctorum zal er blij om zijn – een eclectist pur sang. Net zoals de meeste mensen rondom mij wissel ik af tussen wat men ‘hoge cultuur’ en ‘lage cultuur’ noemt,
Langs de andere kant: vroeger was het wel beter. Op tekstueel gebied dan toch. Tegenwoordig is het allemaal van ‘I love you – you love me too – your eyes are blue‘. De Beatles gooiden er tenminste nog op tijd en stond een yeah-yeah-yeah tussen. Nee, maar serieus: tot diep in de jaren ’80 schreven ook de hardrockers (die toch door de rest van het muziekestablishment tot de niet zo slimme medemensen werden gerekend) poëtische teksten. Over gokken bijvoorbeeld (The Ace of Spades, van Motorhead), of over wat ze meemaakten tijdens hun verblijf aan een Zwitsers meer (Smoke on the Water, van Deep Purple). Ik vrees dat het op dat gebied verkeerd is beginnen lopen toen Stock, Aitken en Waterman zich er mee zijn gaan bemoeien.
The Dire Straits, het heeft een hele tijd geduurd voor je hardop mocht zeggen dat je daar fan van was. Voor de rockers waren ze te zacht en voor de new-wavers te mainstream. Voor de popliefhebbers dan weer te ingewikkeld vermoed ik, en de hoofdband van Marc Knopfler heeft natuurlijk niet bijgedragen aan het hipheidsgehalte van zijn groep. Haarbanden en beenwarmers mogen dan nu weer in opmars zijn, maar in mijn wereld was dat de eerste keer in de mode rond 1982. Zowel haarband als beenwarmers verdwenen het volgende seizoen alweer in de kast, en op gevaar van onmiddellijke verbanning uit je peer group zorgde je er wel voor niet meer met die accessoires betrapt te worden.
De eerste keer dat ik kennis maakte met Dire Straits was in de turnles, toen ik in het eerste of tweede middelbaar zat. Onze lerares was nogal gek op dansen, en dat is een eufemisme. Het was de tijd van het jazzballet, Flashdance en Fame. En nu valt eindelijk mijn frank: zij zag in ons natuurlijk allemaal een West-Vlaamse versie van Leroy Johnson of Coco Hernandez! Terwijl ik maar een onhandige tiener was, met veel te grote handen en voeten en met een ontstellend gebrek aan ritmegevoel. Voor de één of andere opendeurdag had de juf besloten dat wij een dansje moesten doen op ‘Walk of Life’ van de Dire Straits. Horresco referens … Ik kwam altijd twee tellen te laat, draaide steevast naar de verkeerde kant en de blikken die de lerares mijn kant uitstuurde varieerden van medelijden (allez, hoe kun je dat nu niet kunnen?? hoorde ik haar denken) tot gefrustreerde woede (Wendy, hoe lomp kun je nu eigenlijk zijn?). En dat terwijl ik voor we de hele tijd moesten dansen in de turnles, altijd zeer goede punten had behaald voor L.O.
‘Brothers in Arms’ is trouwens verantwoordelijk voor een zeer intens autoradiomoment in mijn leven. Ik was in Bali, op reis met een vriendin. Het toerisme lag op zijn gat, door de aanslagen in 2005. Die reis had ik gewonnen, en we logeerden in een poepchique hotel met butlers die 24/7 tot onze beschikking stonden. Eén van die butlers had ons zijn vriend aangeraden om excursies te maken, omdat die beschikte over an airconditioned car. Voor ongeveer 20 € per persoon werden we dus de hele dag rondgereden van de ene bezienswaardigheid naar de andere. Nu reis ik wel graag, maar zo ver was ik nooit eerder geweest, op gezette tijden werd ik wel overvallen door een gevoel van ontheemdheid. Alsof ik ergens niet hoorde. Nu ik er zo over denk: ik reis vooral graag om terug thuis te kunnen komen.
Meestal zetten onze gidsen ons terug af aan het hotel voor het donker werd, maar die dag reden we ‘s avonds nog rond in de complete duisternis. Ik leunde met mijn voorhoofd tegen het raam, en keek in het pikzwarte gat. Wie ooit op reis is geweest in een gebied waar er niet elke twee meter een verlichtingspaal staat en je niet om de haverklap hel verlichte steden op je weg aantreft, weet hoe allesomvattend die duisternis is. Bij mij is die donkerheid genoeg om me helemaal alleen op de wereld te voelen, zelfs al zit ik in gezelschap in een auto.
Als je in die omstandigheden ‘Brothers in Arms’ op de radio hoort, dan heb je wel een zakdoekje nodig hoor …

Je blog leest echt in een vaart, goeie woordkeuze en overgangen. Een nummer dat je terugbrengt naar een zeker moment, lang geleden, is altijd speciaal. Bij mij vanaf 1979 zowat. Dire Straits vanaf ’90 was er teveel aan imo.
Bedankt hoor