Zondagmorgen, iets over negen. Ik ontwaak langzaam. Zonet hoorde ik de klok slaan van de Sint-Pieterskerk, half slapend heb ik één voor één de droge slagen mee geteld. Op het moment dat ik meer wakker ben dan dat ik slaap, sta ik op. Zoals gewoonlijk ben ik de eerste beneden. Ik hou van de rust van een huis waar je anderen weet slapen. Koffie zetten, laptop uit sluimerstand halen, radio 1 aan. Ergens vandaag zal ik de restanten van de last minute geïmproviseerde barbeque van gisterenavond moeten opruimen. Het idee staat me zelfs niet tegen, ik haal tegenwoordig rust en voldoening uit dit soort karweitjes. Je kunt ongeveer onmiddellijk tevreden zijn over het resultaat, en ondertussen nadenken. Eén van mijn favoriete hobby’s trouwens, dat nadenken.
Op de radio hoor ik Friedl Lesage. Jammer dat ze enkel nog op zondagmorgen te horen is, één enkel schamel uurtje. Iets met boeken heet het, geloof ik. Zoals ik van haar gewoon ben, stelt ze haar gast rustig en beheerst goeie vragen. Nog beter: ze gunt haar gasten de tijd om antwoorden te zoeken en te verwoorden. Een zeldzaamheid tegenwoordig, de flitscultuur weet u wel, die ervan uitgaat dat ‘de’ luisteraar of ‘de’ kijker niet in staat is om antwoorden die langer dan 7 seconden duren te begrijpen of te verdragen. Tot enkele jaren geleden mocht Lesage elke weekdag een uur lang een gast interviewen, op Radio1, tussen 9 en 10 uur ‘s morgens. Op andere zenders was op dat uur vooral schreeuwerige foute muziek te horen. Op een dag waren de interessante gasten op, en had Friedl een ongeluk of iets in die zin. Het fijne weet ik er niet van, maar iemand, ergens vond het logisch om het programma van Friedl te vervangen door ‘Peeters & Pichal’. Vlamingen die zich om de één of andere reden bekocht, belazerd en bedonderd voelen, kunnen hun klachten en hun grieven doorsturen, en Annemie Peeters en Sven Pichal zoeken dan naar een antwoord. Ik las ooit ergens dat ze hadden verwacht dat hun programma hooguit een jaar of twee zou kunnen meegaan. Maar nu blijkt dat voor nogal wat Vlamingen het een fulltime bezigheid is om zich bekocht te voelen, is er na x aantal jaren nog altijd stof genoeg om elke dag twee uur radio te vullen met consumentengezeur.
Het contrast tussen Lesage en Peeters is groot. Lesage heeft een vrij lage en erg aangename radiostem. Ze spreekt rustig, mooi gearticuleerd en met kennis van zaken. Peeters voert telefoongesprekjes met Jan & alleman en begint altijd met een nasale ‘Goeiemorgeeuh’, waarbij de laatste lettergreep steevast beklemtoond moet worden en nog hoger wordt uitgesproken. Ze drumt haar praatgasten in de hoek, probeert hen woorden in de mond te leggen. Het is natuurlijk ook het format. Onderwerpjes moeten afgehaspeld worden, een vox populi’tje ertussen gooien, beloftes van beterschap moeten afgedwongen worden.
Ik weet eerst niet wie de gast is bij Friedl, maar dat maakt niet uit. Dan merk ik dat het Roel Verniers is, die vorige week overleed aan kanker. Ik heb de man nooit gekend, maar ontdekte een tijdje terug zijn columns voor De Morgen, waarin hij onder andere schreef over zijn ziekte. Gevoelig, maar zonder dramatiek, theatraliteit en zelfmedelijden. Eerst nog vol hoop en goede moed, een paar weken geleden met het nieuws dat de slokdarmkanker zijn weg had gevonden naar zijn hersenen en de rest van zijn lichaam. Friedl voert, zoals ik dat van haar gewoon ben, een sereen gesprek zonder hete hangijzers uit de weg te gaan. Ze bouwt rustig op, begint met vragen stellen over zijn favoriete boeken en wordt geleidelijk aan en bijna zonder dat je het merkt persoonlijker. Dan stelt ze de vraag ‘hoe gaan je kinderen er mee om?’. Als Goedele het zou doen, je zou haar standrechtelijk willen executeren, maar Lesage is niet op zoek naar sensatie. Op de één of andere manier weet ze hoe ver ze kan gaan, en dat zij dit mag, kan en zelfs moet vragen. Een lange stilte volgt. Je hoort niets, geen gekuch of het geschraap van een keel. En dan, dan begint Verniers met ongelooflijk veel liefde over zijn dochter en zijn zoon te vertellen. Zijn dochter heeft hem al eens gered, vertelt hij, door de buurman te verwittigen toen hij door de tumoren in zijn hoofd een epilepsieaanval kreeg. Daarvoor plunderde ze de snoepkast. Mijn zoon, zegt hij, heeft magische krachten. Jongetjes van 5 of van 6, hebben die nu eenmaal, dat is algemeen geweten.
De authenticiteit en de diepgang snijden door merg en been. En zelfs nu, tijdens het opschrijven, ben ik tot tranen toe ontroerd …




