Met een hoofd vol gedachten reed ik naar huis. Ja, ik ga dat doen. Nee, toch niet. Waarom niet? Waarom wel? Hoe moet ik dat zeggen aan mijn klanten? Moet ik gaan voor 4/5 en dan toch nog proberen om iets te doen voor mijn klanten? Hoeveel kan ik eigenlijk bijvragen? Gaan ze mij dat geven? Help, ik zal geen tijd meer overhouden om te schrijven! En juist nu, nu het nieuwe schooljaar weer voor de deur staat. Hoe zou Knapperd zich voelen, op dit moment? Zo raar, dat ze juist hij zich laat buitenwerken. Wat zou zijn volgende job zijn?
De radio staat op Studio Brussel, omdat er tijdens de vakantie geen Babel is op Klara. Op Radio 1 leuteren ze ofwel over sport, ofwel over politiek. Er wordt nogal lyrisch gedaan over het concert van The Foo Fighters later op de avond op Pukkelpop. Stubru mag dat blijkbaar integraal uitzenden en morgen dat van dEUS ook. De marketingmens in mij stelt zich de vraag of er nog groepen zijn die dat soort van publiciteit nog durven afslaan onder het mom van auteursrechten of andere obscure redenen.
Op facebook heb ik de hele dag de opgewekte berichtjes van de Pukkelpopgangers voorbij zien flitsen. Op de grens tussen Oost- & West-Vlaanderen, waar ik werk, is het bewolkt. Af en toe valt wat regen, daarna weer zon. Het is warm en op een bepaald moment rommelt het wat in de verte. Eén van de betere dagen van deze zomer, quoi. In Limburg schijnt dan weer de zon volop, volgens de triomfantelijke boodschappen die ik zie passeren. Een goede vriendin van me en haar lief zijn daar ook, en ik bedenk bij mezelf dat ze geluk zullen hebben met het weer.
Op het moment dat ik bijna thuis ben, zegt de presentator van dienst dat hij alarmerende berichten leest op Twitter: er zouden een aantal gewonden zijn gevallen op Pukkelpop, door het onweer. Toch even bellen, maar bij Vriendin stuit ik op het antwoordapparaat en Lief neemt niet op. Ok, ik probeer het later wel nog eens. Alhoewel. Misschien weet het Thuisfront wel iets meer. (Thuisfront is een goeie vriend van Vriendin & Lief, die ongetwijfeld op de hoogte wordt gehouden van de stand van zaken). Thuisfront stelt me gerust: ik heb een half uur geleden nog een sms gekregen, do not worry. Ik wil dat wel proberen, maar in mijn achterhoofd blijft er toch een stemmetje zeggen: een half uur geleden was er misschien nog niets aan de hand. Van dat onweer was er toen nog geen sprake, dus misschien is niet alles zo ok als ik wel denk.
Thuisgekomen zet ik mij achter mijn laptop, ga nog even kijken op een paar nieuwssites om te zien of daar wat meer informatie is. Probeer nog eens te bellen naar Vriendin + Lief, nog altijd niets. Ik stuur een berichtje, vraag of ze mij willen laten weten of ze ok zijn. Het is inmiddels duidelijk dat er echte gewonden zijn, de GSM-netwerken zijn overbelast. Facebook ontploft. Ik zie overal vaders, moeders, vrienden en vriendinnen die door hun status kenbaar maken dat ze zich zorgen maken, geen contact kunnen leggen met hun zonen of hun dochters. Gelukkig krijg ik op de één of andere wonderbaarlijke manier vrij snel een berichtje van Lief. Hij is ok, zij is ok, net als de andere vrienden van het groepje waar ze mee op stap zijn. Opgelucht post ik dat nieuws op een status her en der.
Plots beweert iemand dat er 6 doden zijn. Ik doe het eerst af als een wansmakelijke grap, maar er komt bevestiging. Het nieuws zou komen van de brandweer van Hasselt. Later wordt het bijgesteld, er zou ‘maar’ één dode zijn. Ondertussen is het nieuws bezig, een reporter doet verslag. Stellingen en constructies liggen tegen de grond, een boom is omgevallen. Een concerttent is vernietigd. Het wordt meer en meer duidelijk dat het echt wel menens is, en ik kan er niet aan doen dat ik wordt meegezogen in een maalstroom van emoties. Een facebookvriendin laat weten dat ze geen nieuws heeft van haar zoon, behalve dan dat zijn vrienden haar een bericht hebben gestuurd om te zeggen dat ze hem niet vinden. Ik babbel wat met haar, ze is bewonderenswaardig kalm. Misschien meer tegen zichzelf dan tegen mij zegt ze dat het geen zin heeft om naar daar te rijden. Ze zou toch maar in de weg rijden, ze wil alles vrijhouden voor de hulpdiensten. Haar lief is niet thuis, zegt ze, dus op hem kan ze zich niet afreageren. Op het prikbord van een inderhaast opgerichte facebookgroep vind ik een noodnummer dat ik haar doorgeef. Bezet. Uiteraard.
Alhoewel ik opgelucht ben dat de mensen die ik van nabij ken allemaal ongedeerd zijn, kan ik niet anders dan meeleven met al die anderen die nagelbijtend wachten. Druppelsgewijs zie ik her en der mensen melden dat hun zoon, hun dochter, hun vrienden ok zijn. Er is niemand in mijn virtuele vriendenkring die een verlies te betreuren heeft, maar de meeste mensen drukken hun medeleven uit met zij die er niet zo goed van afkomen. Normaal gezien slaag ik er meer in om afstand te nemen van dit soort nieuws, maar door het nieuws op het werk ben ik een deel van mijn weerbaarheid kwijt. De weerslag komt de volgende dag pas.
.jpg)

